14 December.

Lieve Judy,

Och, wees zoo goed en beplak je brieven van binnen en van buiten met

zooveel mogelijk postzegels. Er bevinden zich onder mijn familie een

dertig verzamelaars! Sedert je op reis bent, staat hier elken dag

tegen posttijd een groepje jongens aan het hek, loerend op een brief

met buitenlandsch zegel, en wanneer zij een brief voor mij te pakken

hebben, rennen zij ermee naar me toe. Zeg ook Jervis dat hij ons nog

wat meer van die purperen pijnboomtakken uit Honduras moet sturen en

ook een paar groene papegaaien uit Guatemala. Daarvan kan ik massa's

gebruiken!

Is het niet heerlijk, dat die kleine lustelooze wezentjes nu zooveel

belangstelling in alles toonen! Mijn kinderen gaan nu bijna op echte

kinderen lijken. Slaapkamer B. heeft gisternacht een kussengevecht op

touw gezet uit eigen initiatief en hoewel het eigenlijk een beetje

lastig was met het oog op mijn schaarschen linnenvoorraad, heb ik

toch meegedaan en zelf kussens naar hen toe gegooid.

En verleden Zaterdag hebben die twee avontuurlijke vrienden van Percy

den heelen middag met onze jongens gespeeld. Ze hebben hen in drie

groepen verdeeld en elke man nam de leiding op zich van een

Indianenkamp en bracht met zijn getrouwen den middag door in een

wanhopigen strijd op leven en dood, met een prijs voor het

overwinnend kamp. Ze brachten dien prijs zelfs met zich mee:

[Illustratie]

een wreedaardig gezicht van een Indianenopperhoofd op leer

geschilderd. Een vreeselijke wansmaak, maar de mannen vonden het

aardig, dus heb ik het ook met groote bewoordingen bewonderd.

Toen het gevecht afgeloopen was, heb ik hen met warme chocolademelk

en koekjes verkwikt en ik geloof werkelijk, dat de grooten even hard

als de kinderen hebben genoten. In elk geval hadden ze er meer

plezier van dan ik, want ik kon mijn vrouwelijke angst gedurende het

gevecht maar niet meester worden en was telkens bang, dat er hier of

daar door te groote wildheid een ongeluk zou gebeuren. Maar aan den

anderen kant weet ik ook heel goed, dat 24 dapperen niet aan Moeders

rokken zullen blijven hangen en ik heb werkelijk nog nooit iemand

gezien, die aardiger met mijn jongens heeft gespeeld dan die drie

heeren.

Wat ik nu weer het liefste zou willen is, dat een stuk of acht lieve

fijngevoelige jonge vrouwen op een avond in de week geregeld hier

zouden komen en, voor het vuur gezeten, sprookjes zouden vertellen

aan onze kinderen terwijl die boonen afhaalden of erwtjes zouden

doppen of iets anders doen. Ik zou zoo graag willen dat mijn

kleintjes ieder op hun beurt eens flink vertroeteld werden. Zie je

Judy, ik kan jouw jeugd niet vergeten en ik tracht nu de leegte in

het leven van die kindertjes zooveel mogelijk aan te vullen.

De regentendag van verleden Woensdag verliep prachtig. De nieuwe

dames zijn erg lief en alleen maar de aardige heeren verschenen.

Ik kan je het prettige nieuws berichten, dat de WelEd. Gestr. Heer

Wijkoff op bezoek bij zijn getrouwde dochter in Scranton is en ik

hoop maar, dat ze haar vader uitnoodigt voor goed zijn tenten bij

haar op te slaan.

Woensdag.

Mijn verhouding tot den dokter is meer dan ergerlijk en werkelijk,

daartoe bestaat geen enkele reden. Hij gaat zijn gang in zijn droge,

afgezonderde leefwijze zonder ook maar het minst aandacht aan iemand

of iets te wijden.

Ik ben gedurende deze laatste maanden meer verwaarloosd geworden dan

in mijn heele vroegere leven ooit het geval was en ik spits me erop

om wraak te kunnen nemen. Ik breng al mijn vrijen tijd daarmede door,

dat ik in mijn fantasie situaties in het leven roep, waarbij hij

vreeselijk gewond wordt en mijn hulp absoluut noodig heeft terwijl ik

met de grootste boosaardigheid mijn schouders onverschillig ophaal en

me van hem afwend.

Werkelijk, je zou het vroolijke onbezorgde en vriendelijke persoontje

dat ik vroeger was, niet meer in die oude, kwaadaardige heks

herkennen.

's Avonds.

Geloof je werkelijk dat ik een autoriteit ben, wat de zorgen voor

door liefdadigheid gesteunde kinderen betreft? Morgen gaan ik en

andere autoriteiten een officieel bezoek afleggen bij het "Hebrew

Sheltering Guardian Societys Orphan Asylum" te Pleasantville. (Wat

een naam)! Het is van hieruit een zeer omslachtige en langdurige

reis, waarbij opstaan voor dag en dauw, het gebruik van twee treinen

en een auto is vereischt, maar als je werkelijk een autoriteit bent,

moet je ook daarnaar leven. Ik vind het prettig andere inrichtingen

te zien en zooveel mogelijk plannen tegenover onze

vernieuwingsplannen van het volgend jaar te stellen. En dit gesticht

te Pleasantville moet zeer goed gebouwd zijn.

Na veel overpeinzingen moet ik eerlijk bekennen, dat het heel

verstandig was, dat we de verbouwing tot den volgenden zomer hebben

uitgesteld. Natuurlijk was ik teleurgesteld omdat ik nu niet meer het

middelpunt van de algemeens afbraak kan zijn en ik houd er zooveel

van, zoo'n middelpunt van afbrekingen te zijn! Maar misschien wil je

toch mijn raadgevingen aanvaarden hoewel ik dan niet langer het

officiëele hoofd zal zijn. De twee verbouwingen, waartoe we dit jaar

zijn overgegaan, zijn prachtig en voldoen volkomen aan de gestelde

eischen. Ons nieuwe waschhuis wordt hoe langer hoe beter en bevrijdt

ons van die vreeselijke lucht, die zoo eigen is aan gestichten. En

het huisje van onzen tuinbaas zal waarschijnlijk de volgende week

klaar komen. Het eenige wat daar nu nog aan ontbreekt, is een kwast

verf en een paar deurknoppen.

Maar och lieve deugd, daar wacht ons een teleurstelling, want

Juffrouw Turnfelt heeft ondanks haar gezellige dikte en zonnigen

lach er het land aan, dat kinderen om haar heen rumoeren. Ze maken

haar zenuwachtig. En Turnfelt zelf, hoewel een uitstekend tuinier, is

geestelijk niet zoo ontwikkeld als ik wel gehoopt had. Toen hij pas

hier kwam, stelde ik de bibliotheek tot zijn beschikking. Hij begon

met het gedeelte, het dichtst bij de deur, hetwelk 37 deelen van

Pansy's werken bevat. Toen hij vier maanden over Pansy had gedaan,

dacht ik, dat een verandering geen kwaad kon en stuurde ik hem

"Huckleberry Finn", maar hoofdschuddend bracht hij dat boek na een

paar dagen terug en beweerde, dat na Pansy elk ander boek hem saai

toeleek. Ik ben bang dat ik iemand noodig zal hebben die een beetje

meer naar afwisseling haakt, maar in elk geval is Turnfelt bij Sterry

vergeleken nog een echte geleerde.

O ja, van Sterry gesproken, dat heer bracht ons een paar dagen

geleden een bezoek met de houding van een geslagen hond. Het schijnt

dat de rijke heer in de stad, wiens landgoed hij heeft beheerd, hem

niet langer gebruiken kan en Sterry heeft ons nu vriendelijk

voorgesteld om hier terug te komen en zelfs toegestaan, dat de

kinderen zich met hun tuintjes zouden vermaken als zij dat zoo graag

wilden. Ik heb echter voet bij stuk gehouden en zijn aanbod niet

geaccepteerd.

Vrijdag.

Ik kwam gisternacht vol afgunst uit Pleasantville terug. Och mijnheer

de President, geef ons hier ook wit gepleisterde cottage-woninkjes

met Luca Bella Robbia figuren als versiering aan het front van het

huis! Zij hebben daar bijna 700 kinderen, alle van niet al te

jeugdigen leeftijd. Natuurlijk maakt dat een groot verschil met ons

107-tal, waaronder zooveel babies. Toch gaf de directrice mij een

paar heel goede wenken. Ik verdeel nu mijn kuikens in groote en

kleine zusjes en broertjes. Elke groote heeft een kleine, waarvoor

bij moet zorgen en die hij moet liefhebben en moet helpen, terwijl

hij toe moet zien, dat het haar van het kleintje altijd netjes gekamd

is en zijn kousen opgetrokken, en zorg moet dragen dat het kind zijn

lessen goed kent. En ook moet het groote kuiken het kleine liefkoozen

en streelen en zorgen dat het kindje ook zijn aandeel aan

kandijklontjes en ander lekkers krijgt. Zoo zorgt b.v. groote zusje

Sadie Kate voor kleine zusje Gladiola en dat is natuurlijk heel

prettig voor Gladiola maar het is speciaal goed voor de ontwikkeling

van Sadie Kate.

Ook richt ik bij onze oudere kinderen een bond op voor

zelfbeheersching, zooals wij die ook op de Universiteit vormden. Dat

zal hen helpen als ze hun weg in het leven moeten zoeken en hun eigen

heer en meester zijn. Het lijkt me vreeselijk om die kinderen al met

hun zestiende jaar de wijde wereld in te sturen. Vijf van hen zijn

zoo ver, maar ik kan het toch niet over mij verkrijgen. Ik herinner

me mijzelf op dien leeftijd. Ik was nog zoo'n onwetend luchthartig

jong ding en wie weet, wat er van mij terecht zou zijn gekomen als ik

dan al voor mezelf had moeten zorgen.

Ik moet je nu verlaten want ik heb nog een flinken brief aan een jong

politicus in Washington te schrijven en dat is zwaar werk. Wat kan ik

aan een staatsman schrijven, waarin hij belang stelt? Ik kan niet

anders dan over babies en nog eens babies berichten en hem zou het

niets kunnen schelen als alle babies van de wereldoppervlakte

plotseling weggevaagd werden. Of neen, dat is niet waar. Ik ben bang

dat ik hem verloochen. Babies, tenminste jongens-babies, groeien op

tot kiezers!

Dag!

Sallie.

Lieve Judy,

Als je vandaag een gezelligen brief van me verwacht, laat die hoop

dan maar dadelijk varen. Het is hier vreeselijk ellendig mistig

druilerig weer met veel regen en natte sneeuw en akelige natte kou.

Dan heb jij op het mooie Jamaica met zijn zonneschijn en

oranjebloesem, het toch vrij wat beter dan ik hier.

Er heerscht hier kinkhoest en de menschen kunnen ons zelfs in den

trein, hier twee mijlen ver weg, hooren hoesten. Hoe we er aan zijn

gekomen, weten we niet. Dat is een van de genoegens van het

gestichtsleven! Onze keukenmeid is er stiekum van door gegaan. Ik

begrijp niet hoe ze haar koffer heeft weggekregen, maar weg is die!

En het keukenvuur schijnt haar vergezeld te hebben -- alle pijpen

zijn bevroren en nu zijn de loodgieters hier aan het werk en hebben

den keukenvloer opengebroken. Een van onze paarden heeft de spat en

het mooist van alles: onze arme, lieve Percy is zoo down, zoo down,

zoo down! Wij hebben drie dagen lang geen rustig oogenblik gehad

omdat wij bang waren, dat hij zelfmoord zou plegen. Dat juffertje in

Detroit (ik zag wel dadelijk, dat het een harteloos, oppervlakkig

vlindertje was) is, zonder zelfs de moeite te nemen hem zijn ring

terug te zenden, er van doorgegaan en heeft zich verkocht aan een

man, die behalve haar echtgenoot nog de gelukkige bezitter van een

jacht en een stuk of wat auto's is. Het is het beste, wat Percy ooit

had kunnen overkomen, maar het zal nog wel heel lang duren eer hij

zelf tot dit inzicht komt.

Onze 24 Indianen zijn weer bij ons in huis. Het speet me dat ik hen

moest binnenroepen, maar de tenten zijn werkelijk niet geschikt om er

in te overwinteren en ik kan hen hier ook heel goed huisvesten, want

de groote, ijzeren waranda, die op Jervis' raad met glas is overdekt,

biedt een prachtige slaapplaats. En ook dat deel, hetwelk voor de

zonnebaadjes van onze kleintjes dient, is een prachtige aanvulling

van de nursery. Wij kunnen onze kleintjes zien groeien onder den

extra toevoer van zonneschijn en frissche lucht!

Met den terugkeer der Indianen in de geciviliseerde maatschappij

eindigt Percy's werkkring hier. Ik dacht dat hij weldra zijn intrek

in het hotel zou nemen maar hij gevoelt niet den minsten lust om te

verhuizen. Hij is aan de jongens gewend geraakt, zegt hij en hij zou

ze erg missen als hij hen niet meer dagelijks zag. Ik denk dat hij in

werkelijkheid zich zóó ellendig voelt door zijn verbroken

verloving, dat hij bang is voor de eenzaamheid. Hij heeft iemand

noodig die elk vrij oogenblik bij hem kan zijn en God weet hoe

dolblij wij zijn, dat wij hem nog een tijdje hier kunnen houden. Hij

gaat zoo prachtig met onze aankomende jongens om en ze hebben

behoefte aan den invloed van een man, maar wat ter wereld moeten wij

met hem beginnen? Zooals jij ook verleden zomer ontdekte, bevat dit

ontzagwekkend kasteel geen overvloedige logeerkamers. Hij heeft het

zich tenslotte in het laboratorium van den dokter gemakkelijk gemaakt

en de geneesmiddelen zijn zoo lang naar een kleine kamer bij de hal

verhuisd. Hij en de dokter hebben het zoo met elkaar afgesproken en

als zij beiden niet tegen wat ongemak opzien, vind ik het ook goed.

Ik kijk daar juist op den kalender en zie dat het nog maar een week

voor Kerstmis is. Hoe kunnen wij al onze plannen in die ééne week

ten uitvoer brengen! De kinderen geven elkaar cadeautjes en wel een

duizend geheimpjes werden in mijn oor gefluisterd.

Gisternacht heeft het gesneeuwd. De jongens zijn 's morgens in het

bosch geweest, waar ze klimop hebben geplukt en dennegroen, dat ze op

sleden hierheen hebben gebracht. Twintig meisjes zijn nu elken middag

in het waschhuis bezig met het binden van groen voor het versieren

van de ramen. Ik weet nog niet hoe we de volgende week zullen kunnen

wasschen. We waren eigenlijk van plan geweest om den Kerstboom als

een verrassing achter te houden, maar wel vijftig kinderen hebben een

kijkje door het raam van het waschhuis genomen en ik vrees, dat zij

het aan wel vijftig anderen oververteld zullen hebben.

Op je verzoek hebben we de Sinterklaasmythe onder de kinderen

verbreid maar mijn verhaal vindt niet veel geloovige toehoorders.

"Waarom is hij dan vroeger nooit gekomen?", was Sadie Kate's

sceptische vraag. In elk verschijnt St. Nikolaas dus dit jaar bij den

Kerstboom. Uit beleefdheid verzocht ik den dokter om hiervoor te

spelen en daar ik er haast zeker van was, dat hij zou weigeren, had

ik Percy gevraagd in geval van nood ervoor op te treden. Maar je kunt

nooit weten hoe een Schot handelen zal. Sandy nam het zeer

vriendelijk aan, wat ik Percy meegedeeld heb.

Dinsdag.

Is het niet eigenaardig dat sommige menschen er maar op los praten en

net zeggen, wat hun in hun dom brein te binnen schiet? Ze schijnen er

absoluut geen conversatie op na te houden -- het eenige, waarover ze

kunnen spreken, is over het weer en over schandaaltjes.

Dat is alles à propos van een bezoek dat ik vandaag ontving. Een

vrouw kwam hier het kind van haar zuster brengen om het schaapje hier

te houden totdat de moeder hersteld is, hoewel ik uit hetgeen zij mij

zei, moet opmaken, dat daar bitter weinig kans op bestaat. In elk

geval echter waren alle voorbereidingen reeds genomen en had de vrouw

slechts het meisje af te leveren en zelf te vertrekken. Maar daar zij

nog een paar uur op haar trein moest wachten, gaf zij te kennen dat

zij het gesticht graag zou zien. Ik liet haar dus de kamer van het

kleintje zien en het kribje, waarin kleine Lilly voortaan zal slapen

en onze gele eetzaal met zijn fries van konijntjes, zoodat zij

zooveel mogelijk vriendelijke indrukken met zich mee kon nemen naar

de arme moeder. Daar zij vermoeid scheen, noodigde ik haar uit, in

mijn zitkamer een kopje thee te drinken. Dr. MacRae, die er ook juist

was en verbazend hongerig scheen te zijn (wat thans uiterst zelden

het geval is -- hij stemt er nu maar twee keer maandelijks in toe een

kopje thee bij de directrice te drinken), kwam ook, zoodat wij een

klein gezelschap vormden.

Nu gevoelde de vrouw de verplichting op zich rusten ons af te leiden

en bij wijze van conversatie vertelde zij, dat haar man verliefd was

geraakt op een meisje aan de kas van een cinema (volgens haar een

beschilderd mager nest) met geel haar, dat den heelen

godsganschelijken dag niets anders deed dan gom kauwen, en nu al zijn

geld voor dat meisje uitgaf om nooit anders dan stomdronken bij zijn

vrouw thuis te komen, waar hij dan wel wat erg wild met haar

meubeltjes omging. Een ezel met het schilderij van haar moeder, dat

ze al voor haar huwelijk had, gooide hij bij een van die gelegenheden

om, alleen maar om het plezier te hebben het te hooren kraken.

Tenslotte voelde de arme tobster zich te moe om zoo verder door te

leven. Dus dronk zij een flesch azijn leeg, omdat iemand haar had

gezegd, dat het vergif is als je het achter elkaar opdrinkt. Maar ze

ging niet dood, ze werd alleen ziek, en hij kwam terug en zei, dat

hij haar dood zou ranselen als ze ooit weer den moed had zoo'n grapje

uit te halen. En hieruit maakt zij de gevolgtrekking, dat hij toch

nog wel iets voor haar moet voelen.

En dat alles dreunde ze achter elkaar op terwijl ze in haar kopje

thee roerde.

Ik dacht er over na, wat ik zou kunnen zeggen, maar werkelijk, ik kon

geen woorden vinden. Maar Sandy was bij die gelegenheid weer een echt

flink man. Hij sprak haar prachtig toe en zoo kalmeerend en stuurde

haar daarna geheel opgelucht weer naar huis. Ja, onze Sandy kan

werkelijk verbazend aardig zijn als hij dat wil, vooral tegenover

lui, die geen recht op hem hebben. Ik denk dat dat tot zijn

doktersroeping hoort en het een deel van zijn werk is om den geest

zoowel als het lichaam te genezen. De meeste lui schijnen die

weldadige geestelijke rust ook noodig te hebben. Mijn bezoekster leek

mij ook in zoo'n rustbehoevenden staat te verkeeren. Ik denk erover

na, wat ik wel zou doen als ik met iemand getrouwd was, die mij voor

zoo'n gomkauwend meisje in den steek liet en thuis kwam om alles stuk

te smijten. Naar de tooneelstukken van dezen winter te oordeelen, is

dat iets wat iedereen kan overkomen -- zelfs in de beste kringen.

Je behoort den Hemel te danken, dat je Jervis tot man hebt. Er gaat

zoo iets zekers van hem uit. Hoe langer ik leef, des te meer kom ik

tot de ontdekking, dat een goed karakter toch het eenige is wat

waarde heeft. Maar hoe ter wereld kun je achter de waarheid komen! De

mannen kunnen over het algemeen zoo handig van zich af praten!

Good-by! Prettige Kerstdagen, Jervis en twee Judies!

S. McB.

P.S. Ik zou het heel prettig vinden als je mijn brieven wat vlugger

beantwoordde.

John Grier Home.

29 December.

Lieve Judy,

Sady Kate heeft er de heele week mee zoek gebracht om een

Kerstmis-epistel aan jou op te stellen en ik heb er niets meer aan

toe te voegen. O, we hebben zoo'n heerlijken tijd hier gehad! Behalve

alle cadeaux en spelen en lekkere dingen om te eten, hebben we hier

boerendansen uitgevoerd en wedstrijden op schaatsen gehouden en

caramels gemaakt. Ik weet niet of deze vertroetelde vondelingetjes

ooit weer in normale kinderen zullen veranderen.

Hartelijk dank voor je zes cadeaux. Ik ben met alle zes erg in mijn

schik, vooral met het portretje van Judy junior; dat ééne tandje,

dat ze met zooveel trots toont, geeft bepaald iets intelligents aan

haar snuitje.

Je zult het ook wel prettig vinden, dat ik Hattie Heaphy bij een

domineesfamilie heb kunnen plaatsen. Het zijn verbazend lieve

menschen. Ze hebben zelfs niet met hun oogen geknipt toen ik hun het

verhaal van den avondmaalsbeker deed. Zij hebben het kind als

Kerstcadeau aan elkaar gegeven en ze dribbelde toch zoo gelukkig weg

aan de hand van haar nieuwen vader!

Ik zal je niets meer schrijven want vijftig kinderen zenden je nog

bedankbriefjes en de arme Tante Judy zal onder haar mail begraven

worden als de boot dezen keer aankomt.

Veel liefs aan alle Pendletons.

S. McB.

P.S. Singapore zendt veel hartelijke groeten aan Togo. Het spijt hem

dat hij je hond indertijd in zijn oor heeft gebeten.

John Grier Home,

30 December.

O, Gordon, beste jongen, ik heb toch zoo'n vreeslijk boek gelezen! Ik

probeerde laatst Fransch te spreken en daar het niet al te best van

stapel liep, begreep ik, dat ik mijn taalstudie wel eens mocht

opfrisschen als ik er niet heelemaal uit wilde raken. Onze Schotsche

dokter heeft gelukkig zijn opvoedingsplannen bij mij gestaakt, dus

heb ik nog wat vrijen tijd hiervoor. Het een of ander ongelukkig

toeval liet mij naar "Numa Roumestan" van Daudet grijpen, maar dat is

een slecht boek voor een jong meisje, dat met een staatsman verloofd

is. Lees het eens, mijn lieve Gordon, en tracht er dan vooral tegen

te waken, dat je karakter op dat van Numa gaat lijken. Het is de

geschiedenis van een staatsman, die onrustbarend betooverend is (net

als jij) en door iedereen bemind wordt, die hem slechts kent (ook

weer evenals jij). Hij heeft een zeer innemende wijze van spreken en

steekt prachtige speeches af (ook weer net als jij). Iedereen ligt

aan zijn voeten en zegt tegen zijn vrouw: "Wat moet U, die dezen

prachtmensch zoo intiem kent, toch een heerlijk leven hebben".

Maar hij was niet zoo lief als hij bij haar thuis kwam, alleen maar

wanneer hij een zaal vol toehoorders voor zich had met daverend

applaus. Met elken kennis zou hij een glas wijn drinken en vroolijk

zijn en vertrouwelijke mededeelingen doen, maar als hij daarna thuis

kwam, was hij brommerig. "Joie de rue, douleur de maison", is de

strekking van het boek.

Ik heb tot gisternacht twaalf uur aan één stuk doorgelezen en

werkelijk, het boek hield me wakker. Ik weet, dat je er boos om zult

zijn, maar heusch, lieve Gordon, er is te veel waarheid in, om mij

niet te ontroeren. Ik wilde niet meer over het ongelukkige incident

Op 20 Augustus spreken (we hebben het toen voor goed afgehandeld)

maar je weet heel goed, dat jij iemand noodig hebt, die over je

waakt, en ik vind dat geen prettige gedachte. Ik wil het gevoel

hebben dat ik absoluut veilig ben en ook gerust kan zijn bij den man,

met wien ik trouw. Ik zou nooit in een voortdurend stadium van angst

kunnen verkeeren en me ongerust moeten maken totdat je thuis kwam.

Lees "Numa" eens, en dan zal je het vrouwenstandpunt, dat ik hierbij

inneem, heel goed begrijpen. Ik ben in geen enkel opzicht geduldig of

zacht of met een kwijnende verdraagzame natuur toegerust en ik ben

een beetje bang voor wat ik doen zou, als in mijn leven iets

dergelijks zou gebeuren. Mijn hart moet absoluut kalm zijn als het

goed wil werken en o, Gordon, ik hoop zoo, dat ons huwelijk een mooi

huwelijk zal zijn.

Vergeef het me, dat ik zoo schrijf. Ik meen er niet mee dat ik

werkelijk geloof, dat je een vreugde op straat en een last in huis

zult zijn. Het komt alleen doordat ik gisternacht geen oog heb

toegedaan en me nu zoo gedrukt voel.

Laat het nieuwe jaar vreugde en geluk en heerlijke rust over ons

beiden brengen.

Je Sallie.

Het "John Grier Home" · 第 40 / 48 题