11 December.

Lieve Judy,

Je brief uit Jamaica heb ik ontvangen en ik ben blij, dat Judy Junior

veel van reizen houdt. Schrijf me elke kleine bijzonderheid van je

huis en stuur me wat foto's, zoodat ik zien kan hoe het eruit ziet.

Hoe zalig moet het zijn, in je eigen boot op die interessante

stroomen te varen! Heb je al je achttien witte japonnen al aan gehad

en ben je nu niet blij, dat ik je heb laten wachten met het koopen

van een Panama totdat je in Kingstown was?

Ons leventje gaat hier op de gewone wijze door, zonder dat er iets

bijzonders gebeurt. Je herinnert je nog zeker wel de kleine Maybelle

Fuller? (Het kind van het koormeisje, dat de dokter niet uit kan

staan). Ik heb haar kunnen onderbrengen. Eerst heb ik mijn best

gedaan om die dame te bewegen er Hattie Heaphy voor in de plaats te

nemen, je weet wel, dat kleintje van de avondmaalbeker-historie --

maar toen ik zag, dat Maybelle's wimpers het spel toch wonnen, deed

ik verder geen moeite. Zooals de arme Marie reeds zei, het is de

hoofdzaak in het leven om mooi te zijn, al het andere hangt daarvan

af!

Toen ik de vorige week van mijn kort uitstapje naar New-York

terugkeerde, hield ik een korte speech tegen de kinderen en vertelde

ik hun dat Tante Judy op een groot schip naar het Zuiden was

vertrokken. Het spijt me dat ik je eerlijk moet bekennen, dat de

belangstelling van de jongens dadelijk van Tante Judy op het groote

schip oversloeg. Hoeveel ton steenkolen verstookte dat dagelijks? En

was dat schip zoo groot, dat het wel van het wagenhuis tot aan het

Indianenkamp zou reiken? Waren er ook kanonnen aan boord en als een

kaper het nu aanviel, zouden ze het dan wel kunnen uithouden? En als

de matrozen aan het muiten gingen, mocht de kapitein de lui dan zoo

maar neerschieten en werd hij dan niet gevangen genomen als ze

landden? Ik moest werkelijk een beroep doen op Sandy's verstand om

mijn speech te kunnen beëindigen. Werkelijk, ik geloof, dat zelfs de

verstandigste vrouw niet alle vragen kan beantwoorden, die in een

dertienjarig jongensbrein opkomen.

Het resultaat van de groote belangstelling in schepen was, dat de

dokter zeven van de oudste en flinkste jongens uitnoodigde om et hem

een dag in New York door te brengen en daar met eigen oogen een

oceaan-stoomschip te aanschouwen. Ze stonden vanmorgen om vijf uur op

en pakten den trein van half acht en hadden den mooisten dag, die

alle zeven ooit gehad hebben. Ze bezochten een groote stoomboot,

waarvan Sandy den Schotschen machinist kent en werden van het

onderste hoekje van het ruim tot aan het topje van het kraaiennest

gevoerd. Daarna mochten ze aan boord lunchen en toen dat afgeloopen

was, bezochten ze het aquarium en den top van het Singer-gebouw en

namen den ondergrondschen trein, om een uur met de Amerikaansche

vogels in hun natuurlijke woonplaatsen door te brengen. Sandy kon ze

met groote moeite van den dierentuin wegkrijgen om nog net den trein

van 6.15 te pakken. Ze aten in den trein en vroegen met heel veel

belangstelling hoeveel dat wel kostte en toen zij hoorden, dat het

hetzelfde was of zij veel of weinig aten, haalden zij eens diep adem

en gingen toen vastberaden voor hun bord zitten met het kloeke

besluit niet toe te laten, dat hun gastheer ook maar voor een halve

cent bestolen zou worden. De menschen aan de tafeltjes om hen heen

staakten het eten om er van mee te kunnen genieten. Een reiziger

vroeg aan onzen dokter of het een kostschool was, die hij mee op reis

nam; daaruit kun je opmaken hoe de menschen over de manieren en het

gedrag van onze jongens oordeelen. Ik wil niet opsnijden, maar

niemand zal toch ooit zulk een vraag hebben gesteld als het de

kinderen van Juffrouw Lippett betrof. Komen die kinderen uit een

opvoedingsgesticht, zou de natuurlijke vraag geweest zijn, als ze die

kinderen aan tafel hadden gezien.

[Illustratie]

Mijn kleine bende kwam hier om tien uur 's avonds doodelijk-vermoeid

aan, met zeer opgewonden verwarde verhalen over reciproceerend

samengestelde machines en waterdichte schotten, dolfijnen,

sky-skrapers en paradijsvogels. Ik was bang dat ik er hen nooit onder

zou krijgen! O, ze hebben zoo'n heerlijke dag gehad! Ik wou, dat ik

hun meer zulke afleidingen kon bezorgen. Het geeft hun een beteren

kijk op het leven en doet hen meer op normale kinderen gelijken. Vind

je het niet aardig van Sandy, dat hij zoo goed voor hen was? Maar je

hadt dien man moeten zien toen ik hem wilde bedanken! Midden in een

zin gaf hij me ongeduldig te kennen, dat hij er niets van wilde weten

en vroeg brommerig aan Miss Snaith, of zij niet een beetje zuiniger

met de carbol kon omgaan. Het huis rook als een hospitaal!

Ik moet je ook vertellen, dat Punch weer bij ons teruggekeerd is met

absoluut verbeterde manieren. Ik kijk nu naar een familie voor hem

uit, die hem kan aannemen. Eigenlijk had ik gehoopt, dat die twee

lieve, oude dames hem voor goed bij zich zouden houden, maar ze

wilden weer op reis gaan en vinden, dat hij daarbij haar vrijheid te

veel zou belemmeren.

Ik sluit hierbij een schets met kleurkrijt in van je stoomboot, welke

Punch me zoojuist gaf. Er heerscht bij mij wel eenigen twijfel welke

richting dit schip uit gaat. Het lijkt wel alsof het achteruit vaart

en in Brooklyn terecht zal komen. Daar ik geen blauw potlood had,

moest onze vlag de Italiaansche kleuren aannemen. De drie poppetjes

op de brug zijn jij en Jervis en de baby. Het doet me leed te

constateeren, dat jij je kind in haar nek beet hebt alsof het een

katje is. Op die manier behandelen wij in het John Grier onze babies

niet, lieve dame! Let er alsjeblieft ook op, dat de artist Jervis

niet te kort heeft gedaan, wat zijn lange beenen betreft. Toen ik

Punch vroeg, waar de kapitein was gebleven, zei hij, dat die in het

ruim bezig was kolen op het vuur te gooien. Punch was verbazend onder

den indruk toen hij vernam, dat je boot 300 waggonladingen per dag

verstookte en natuurlijk vermoedt hij, dat alle man daarvoor in de

machinekamer bezig moet zijn.

Het "John Grier Home" · 第 38 / 48 题