2 December.

Lieve Judy,

Herinner je je, dat we altijd onze gedachten op het Zuiden richtten,

wanneer we op de Universiteit over onze toekomstdroomen spraken? En

nu is het voor jou werkelijk waarheid geworden en doe je daar op de

tropische eilanden nieuwe ontdekkingen op. Heb je je ooit in je leven

zoo ontroerd gevoeld -- behalve natuurlijk verschillende keeren in

verband met Jervis -- toen je daar in den vroegen dagschemer aan dek

kwam en ontdekte, dat je de haven van Kingstown binnenvoer, waar het

water zoo blauw en het strand zoo wit is en de palmen zoo groen zijn?

Ik herinner me dat oogenblik nog heel goed, toen ik voor het eerst in

die haven ontwaakte. Ik voelde me als een heldin in een groote opera,

omringd door een onwaarschijnlijk-schoon geschilderd landschap. Niets

op mijn vier reizen naar Europa heeft me ooit zoo aangedaan als dit

eigenaardige gezicht en den eigenaardigen smaak en de geuren van deze

drie warme weken, zeven jaar geleden, en sedert dien tijd heb ik er

steeds naar verlangd er weer heen te gaan. Wanneer ik even ophoud

daarover na te denken, kan ik er mezelf haast niet toe dwingen onze

alledaagsche maaltijden te gebruiken. Ik zou willen leven van kerry

en meloenen en vijgen en bananen. Is dat niet grappig? Je zou denken

dat ik Creoolsch of Spaansch of minstens Zuidelijk bloed in mijn

aderen had, maar ik ben slechts een simpel mengseltje van Engelsch en

Iersch en Schotsch. Misschien komt het alleen doordat ik van het

Zuiden hoor spreken, je weet wel, Heine zingt ook van den palmboom

die naar de den verlangt en de den naar den palmboom.

Nadat je vertrokken was, keerde ik naar New York terug met een haast

onweerstaanbaren lust tot reizen. Ik zou ook zoo graag in het Zuiden

willen ronddwalen met een nieuwen blauwen hoed op en een nieuwe

blauwe japon aan en een groote bos viooltjes in mijn hand. Vijftien

minuten lang zou ik graag dien armen Gordon vaarwel gezegd hebben om

daarvoor in de plaats de wijde wereld te mogen afreizen. Ik vermoed

dat je wel zult denken, dat Gordon en de wijde wereld nu niet bepaald

met elkaar te vergelijken zijn, maar het schijnt dat wij het op het

punt van echtgenooten niet eens kunnen worden. Ik vind het huwelijk

een goede verstandige alledaagsche instelling, maar het is

afschuwelijk belemmerend voor iemands vrijheid. Toch schijnt het, dat

het leven, nadat je eenmaal getrouwd bent, zijn aantrekkelijke

avonturen voor je heeft verloren. Geen enkel romantisch voorval zal

je meer verrassen.

De vreeselijke waarheid is, dat één man mij niet genoeg lijkt. Ik

houd van de verscheidenheid van gevoelens, die slechts verschillende

mannen bij je te weeg kunnen brengen. Ik ben bang dat ik in mijn

jeugd te veel geflirt heb en nu is het niet bepaald gemakkelijk voor

me, om aan een geregeld leven te wennen. Neem me niet kwalijk dat ik

zoo van den hak op den tak spring. Om weer op het begin terug te

komen -- welnu, ik zag je afvaren en nam de veerboot naar New York

terug, met een ellendig leeg gevoel. Na onze allergezelligste drie

zigeunermaanden leek het mij een vreeselijke taak je mijn nood zoo

hartroerend te beschrijven, dat zelfs het diepste harte-snaartje van

je zou trillen en beven. Mijn veerboot gleed recht onder den neus van

jouw stoomboot door en ik kon jou en Jervis tegen de verschansing

zich aanleunen. Ik wuifde wanhopig maar je zag niets. Je blik was vol

heimwee op den top van het Woolworth-gebouw gericht. --

Toen ik in New York teruggekeerd was, ging ik naar een van de groote

magazijnen om daar inkoopen te doen, en juist terwijl ik binnentrad,

kwam niemand anders dan Helen Brooks er aan den anderen kant uit. Wij

deden alle twee veel moeite om bij elkaar te komen, daar ik trachtte

er uit te komen en zij trachtte er weer in te gaan. Ik dacht

werkelijk dat we zoo eeuwig zouden blijven draaien, maar tenslotte

kwamen wij toch samen en drukten elkaar de hand. Zij was zoo

vriendelijk om mij te helpen bij het uitzoeken van vijftien dozijn

paar kousen en vijftig mutsen en hansoppen en een honderd jassen en

mantels en toen liepen we al pratend den weg op naar de 52ste Street,

waar we in de Women's University Club lunchten.

Ik hield altijd wel van Helen. Ze is geen toeschouwster in het leven

maar staat er flink en onafhankelijk midden in. Weet je nog wel hoe

zij zich van dat luxe-comité meester maakte en een voor een er de

dingen recht zette? Wat zou je er van denken als zij mijn opvolgster

werd? Mijn hart wordt van jaloezie vervuld als ik aan die opvolgster

denk, maar ik vermoed toch dat ik me daaraan zal moeten wennen.

"Wanneer zag je Judy Abbott het laatst?" was Helens eerste vraag.

"Vijftien minuten geleden", antwoordde ik. "Ze is juist met een

echtgenoot en een dochter en een nurse en een meid en een knecht en

een hond naar het Zuiden vertrokken".

"Heeft ze een goeden man?"

"Er bestaat geen betere!"

"En houdt ze nog altijd van hem?"

"Ik heb nog nooit een gelukkiger huwelijk gezien".

Het viel me op dat Helen bleek werd, en plotseling herinnerde ik me

al die praatjes, die Martin Keen ons den vorigen zomer deed. Dus

veranderde ik dadelijk van onderwerp en bracht het op het zeer veilig

terrein van vondelingen.

Maar wat later vertelde zij mij uit zichzelf de heele toedracht op

zoo'n afgetrokken en onpersoonlijke wijze, alsof zij de karakters uit

het een of ander boek beschreef. Zij had al dien tijd afgezonderd in

de stad geleefd zonder iemand te zien en zij scheen erg

terneergedrukt en blij, dat zij zich uit kon spreken. Het lijkt me

toe dat die arme Helen haar leven jammerlijk verknoeid heeft. Ik ken

niemand die zooveel in zoo weinig tijd heeft doorgemaakt. Nadat zij

afgestudeerd was, is ze getrouwd en heeft ze een baby gekregen, die

ze weer heeft verloren. Ze is van haar man gescheiden, ligt overhoop

met haar familie en is naar de stad gekomen om daar in haar eigen

onderhoud te voorzien. Ze beoordeelt boeken voor een uitgeversfirma.

Van het gewone standpunt bezien, lijkt het alsof er geen enkele reden

tot scheiden bestond. Alleen ging het huwelijk niet op. Ze waren geen

kameraden. Als hij een vrouw was geweest zou ze geen half uur aan hem

vermorst hebben en als ze een man was, zou hij tegen haar gezegd

hebben: "Wel, dat is aardig, dat ik je weer eens zie. Hoe gaat het

ermee?" om dan na twee minuten weer door te loopen. Maar nu trouwden

ze. Is het niet vreeselijk, dat deze sexegeschiedenis menschen soms

zulke parten kan spelen!

Zij was groot gebracht met het idee, dat het eenige geluk voor een

vrouw in het huishouden ligt. Toen ze de Universiteit achter zich

had, was zij natuurlijk blij dien prachtigen weg in te slaan toen

Henry kwam. Haar familie nam hem grondig op en vond hem in elk

opzicht volmaakt: van goede familie, met goede moreele begrippen, een

goede positie en een knappe man. Helen was verliefd op hem. Ze hadden

een prachtige bruiloft en zij kreeg een macht nieuwe kleeren en

dozijnen geborduurde tafellakens en alles zag er schitterend en

veelbelovend uit.

Maar toen zij elkaar beter leerden kennen, merkten zij, dat zij niet

van dezelfde boeken hielden en niet van dezelfde grappen en niet van

dezelfde menschen of dezelfde ontspanningen. Hij hield er van, op

grooten voet te leven en veel menschen te zien en veel te lachen en

zij niet. Eerst verveelde hun dat, toen prikkelde het hen en daarna

kibbelden ze. Haar netheid maakte hem zenuwachtig en zijn slordigheid

irriteerde haar. Zij kon dagen lang zijn lessenaar en kasten in orde

brengen en vijf minuten later wist hij alles weer in de war te

schoppen. Hij liet zijn kleeren slingeren, zoodat ze die weg moest

hangen en zijn handdoek lag in een slordigen hoop op den grond, als

hij de badkamer verliet en hij boende de badkuip ook nooit uit. En

zij, van haar kant, was afgrijselijk onhartelijk en koel. Ze wist het

zelfs zoo ver te drijven dat zij niet meer om zijn grappen lachte!

Ik geloof dat ouderwetsche orthodoxe lui het vreeselijk zouden vinden

om een huwelijk om die onnoozele redenen te verbreken. Dat leek het

mij ook eerst toe, maar toen zij de eene kleinigheid na de andere

ophoopte, zoodat het een schrikwekkende berg werd, stemde ik toe dat

het zoo niet langer had kunnen gaan. Het was ook geen huwelijk -- het

was een vergissing!

En eens op een morgen toen zij aan het ontbijt zaten en het

onderwerp, waar ze den zomer zouden doorbrengen, ter sprake kwam,

zeide zij droogweg, dat zij erover dacht naar het Westen te gaan,

naar een stad in den een of anderen staat, waar het makkelijk is, om

een respectabele reden te scheiden, en voor het eerst sedert maanden

was hij het volkomen met haar eens.

Je kunt je de verontwaardigde gevoelens van haar familie voor.

stellen! Alle zeven generaties der familie, welke in Amerika verblijf

hielden, hadden nog nooit een dergelijk geval in hun familiebijbel

moeten aanteekenen. Het zat hem dan ook alleen maar hierin, dat zij

haar naar de Universiteit hadden gestuurd en het hadden toegestaan,

dat zij zulke moderne boeken als die van Ellen Key en Bernard Shaw

had gelezen.

"Alleen maar als hij aan den drank was geraakt en mij bij mijn haren

door de kamer had gesleept", kreunde Helen, "zouden zij het gewettigd

vinden. Maar omdat wij nu eenmaal geen dingen naar elkaars hoofd

slingerden, zag niemand de reden voor een scheiding in".

Het aandoenlijke van deze geschiedenis is, dat zij en Henry prachtig

geschikt waren geweest om een ander gelukkig te maken. Ze pasten

alleen niet bij elkaar! En wanneer twee menschen niet bij elkaar

passen, kan geen ceremonie ter wereld hen aan elkaar binden.

Zaterdagmorgen.

Ik was van plan geweest je dezen brief twee dagen geleden te zenden,

maar nog altijd ligt hij hier.

Wij hebben weer een van die ellendige nachten gehad, waarin je

verkleumd naar je bed gaat om den volgenden morgen gloeiend en

afgemat onder een berg dekens in het duister te ontwaken. Toen ik

mijn extra dekens weggelegd had en het mij zoo gemakkelijk mogelijk

had gemaakt, dacht ik aan onze veertien losjes ingepakte babies in de

frissche lucht-afdeeling. De zoogenaamde nachtnurse had den heelen

nacht door vast geslapen (haar naam staat als eerste op de lijst die

eerstdaags geschrapt worden). Ik deed even de rondte en zoodoende

kwam ik over mijn slaperigheid heen. Ik heb niet dikwijls zulke nuits

blanches, maar àls ik ze heb kan ik wereldproblemen oplossen. Is het

niet vreemd dat je geest zooveel scherper is als je in het donker

wakker ligt?

Ik dacht alweer over Helen Brooks na en zag haar heele leven weer

langs me heen glijden. Ik begrijp niet waarom haar verhaal me zoo

heeft ontroerd. Het is geen geschikt onderwerp voor een verloofd

meisje om over te denken. Ik peinsde er maar steeds over, wat er wel

zou gebeuren als Gordon en ik, indien we eenmaal getrouwd zouden zijn

en elkaar op en top zouden kennen, niet meer van elkaar hielden. De

angst maakte zich van mij meester en ik had het wel uit kunnen

schreeuwen. Maar ik trouw hem toch alleen omdat ik van hem houd -- ik

ben niet bijzonder eerzuchtig en noch zijn positie, noch zijn geld

heeft me ooit in het minst aantrekkelijk geleken. En zeker doe ik het

ook niet om een werkkring te hebben, want juist om dit huwelijk moet

ik het werk opgeven, waarvan ik zooveel ben gaan houden. Want ik hou

werkelijk veel van mijn werk hier. Ik denk er steeds maar over na,

wat ik wel voor de toekomst van onze kinderen kan doen en dan voel

ik, dat ik voor het welzijn en voor de maatschappelijke verbetering

van de menschen werk. Wat ook later mijn leven zijn zal, toch weet ik

zeker, dat ik des te sterker in de branding zal staan nadat ik hier

zoo'n rijke ervaring heb opgedaan -- want het gestichtsleven, dat zoo

midden in het groote leven staat, is een werkelijke bron van rijke

ervaringen. Ik leer hier elken dag weer zooveel nieuwe dingen, dat ik

vol verwondering elken Zaterdag aan de onwetende Sallie van den

vorigen Zaterdag terugdenk.

Zie je, ik ontdek een vreemde eigenschap in mijn karakter: ik heb het

land aan veranderingen. Ik houd er niet van mijn leven nu weer zoo

heel anders in te richten. Vroeger was ik dol op vulkanische

uitbarstingen, maar nu zou ik wel steeds op een bergplateau willen

leven. Ik voel me hier absoluut op mijn plaats. Mijn lessenaar en

mijn zitkamer zijn juist voor mij geschikt en o, ik heb zoo het land

aan de veranderingen, die het volgend jaar met zich zal meebrengen!

Geloof nu alsjeblieft niet, dat ik niet zooveel van Gordon houd als

een aanstaand echtgenoot aan liefde toekomt. Het ligt hem niet in het

feit dat ik te weinig van hem houd maar alleen daarin, dat ik te veel

van de kinderen houd!

Ik ontmoette juist een paar dagen geleden onzen toezichthoudenden

geneesheer. Hij kwam net uit de kinderkamer; Allegra is het eenige

persoontje aan wie hij wat meer attentie wijdt. Hij bleef in het

voorbijgaan staan om een beleefde opmerking over het plotseling

veranderde weer te maken en verzocht mij zijn groeten aan Mevrouw

Pendleton te doen, als ik haar weer eens schreef.

Dit is een afschuwelijke brief met geen enkel feit dat je zal

interesseeren. Maar ons eenvoudig vondelingengestichtje is ook erg

ver weg van de sinaasappelboomen en palmen en hagedissen en

tarantula's, waarvan jij nu geniet.

Zorg maar dat je een prettigen tijd in het Zuiden doorbrengt en

vergeet het John Grier Home niet.

Sallie.

Het "John Grier Home" · 第 37 / 48 题