Lieve Judy,
Herinner je je, dat we altijd onze gedachten op het Zuiden richtten,
wanneer we op de Universiteit over onze toekomstdroomen spraken? En
nu is het voor jou werkelijk waarheid geworden en doe je daar op de
tropische eilanden nieuwe ontdekkingen op. Heb je je ooit in je leven
zoo ontroerd gevoeld -- behalve natuurlijk verschillende keeren in
verband met Jervis -- toen je daar in den vroegen dagschemer aan dek
kwam en ontdekte, dat je de haven van Kingstown binnenvoer, waar het
water zoo blauw en het strand zoo wit is en de palmen zoo groen zijn?
Ik herinner me dat oogenblik nog heel goed, toen ik voor het eerst in
die haven ontwaakte. Ik voelde me als een heldin in een groote opera,
omringd door een onwaarschijnlijk-schoon geschilderd landschap. Niets
op mijn vier reizen naar Europa heeft me ooit zoo aangedaan als dit
eigenaardige gezicht en den eigenaardigen smaak en de geuren van deze
drie warme weken, zeven jaar geleden, en sedert dien tijd heb ik er
steeds naar verlangd er weer heen te gaan. Wanneer ik even ophoud
daarover na te denken, kan ik er mezelf haast niet toe dwingen onze
alledaagsche maaltijden te gebruiken. Ik zou willen leven van kerry
en meloenen en vijgen en bananen. Is dat niet grappig? Je zou denken
dat ik Creoolsch of Spaansch of minstens Zuidelijk bloed in mijn
aderen had, maar ik ben slechts een simpel mengseltje van Engelsch en
Iersch en Schotsch. Misschien komt het alleen doordat ik van het
Zuiden hoor spreken, je weet wel, Heine zingt ook van den palmboom
die naar de den verlangt en de den naar den palmboom.
Nadat je vertrokken was, keerde ik naar New York terug met een haast
onweerstaanbaren lust tot reizen. Ik zou ook zoo graag in het Zuiden
willen ronddwalen met een nieuwen blauwen hoed op en een nieuwe
blauwe japon aan en een groote bos viooltjes in mijn hand. Vijftien
minuten lang zou ik graag dien armen Gordon vaarwel gezegd hebben om
daarvoor in de plaats de wijde wereld te mogen afreizen. Ik vermoed
dat je wel zult denken, dat Gordon en de wijde wereld nu niet bepaald
met elkaar te vergelijken zijn, maar het schijnt dat wij het op het
punt van echtgenooten niet eens kunnen worden. Ik vind het huwelijk
een goede verstandige alledaagsche instelling, maar het is
afschuwelijk belemmerend voor iemands vrijheid. Toch schijnt het, dat
het leven, nadat je eenmaal getrouwd bent, zijn aantrekkelijke
avonturen voor je heeft verloren. Geen enkel romantisch voorval zal
je meer verrassen.
De vreeselijke waarheid is, dat één man mij niet genoeg lijkt. Ik
houd van de verscheidenheid van gevoelens, die slechts verschillende
mannen bij je te weeg kunnen brengen. Ik ben bang dat ik in mijn
jeugd te veel geflirt heb en nu is het niet bepaald gemakkelijk voor
me, om aan een geregeld leven te wennen. Neem me niet kwalijk dat ik
zoo van den hak op den tak spring. Om weer op het begin terug te
komen -- welnu, ik zag je afvaren en nam de veerboot naar New York
terug, met een ellendig leeg gevoel. Na onze allergezelligste drie
zigeunermaanden leek het mij een vreeselijke taak je mijn nood zoo
hartroerend te beschrijven, dat zelfs het diepste harte-snaartje van
je zou trillen en beven. Mijn veerboot gleed recht onder den neus van
jouw stoomboot door en ik kon jou en Jervis tegen de verschansing
zich aanleunen. Ik wuifde wanhopig maar je zag niets. Je blik was vol
heimwee op den top van het Woolworth-gebouw gericht. --
Toen ik in New York teruggekeerd was, ging ik naar een van de groote
magazijnen om daar inkoopen te doen, en juist terwijl ik binnentrad,
kwam niemand anders dan Helen Brooks er aan den anderen kant uit. Wij
deden alle twee veel moeite om bij elkaar te komen, daar ik trachtte
er uit te komen en zij trachtte er weer in te gaan. Ik dacht
werkelijk dat we zoo eeuwig zouden blijven draaien, maar tenslotte
kwamen wij toch samen en drukten elkaar de hand. Zij was zoo
vriendelijk om mij te helpen bij het uitzoeken van vijftien dozijn
paar kousen en vijftig mutsen en hansoppen en een honderd jassen en
mantels en toen liepen we al pratend den weg op naar de 52ste Street,
waar we in de Women's University Club lunchten.
Ik hield altijd wel van Helen. Ze is geen toeschouwster in het leven
maar staat er flink en onafhankelijk midden in. Weet je nog wel hoe
zij zich van dat luxe-comité meester maakte en een voor een er de
dingen recht zette? Wat zou je er van denken als zij mijn opvolgster
werd? Mijn hart wordt van jaloezie vervuld als ik aan die opvolgster
denk, maar ik vermoed toch dat ik me daaraan zal moeten wennen.
"Wanneer zag je Judy Abbott het laatst?" was Helens eerste vraag.
"Vijftien minuten geleden", antwoordde ik. "Ze is juist met een
echtgenoot en een dochter en een nurse en een meid en een knecht en
een hond naar het Zuiden vertrokken".
"Heeft ze een goeden man?"
"Er bestaat geen betere!"
"En houdt ze nog altijd van hem?"
"Ik heb nog nooit een gelukkiger huwelijk gezien".
Het viel me op dat Helen bleek werd, en plotseling herinnerde ik me
al die praatjes, die Martin Keen ons den vorigen zomer deed. Dus
veranderde ik dadelijk van onderwerp en bracht het op het zeer veilig
terrein van vondelingen.
Maar wat later vertelde zij mij uit zichzelf de heele toedracht op
zoo'n afgetrokken en onpersoonlijke wijze, alsof zij de karakters uit
het een of ander boek beschreef. Zij had al dien tijd afgezonderd in
de stad geleefd zonder iemand te zien en zij scheen erg
terneergedrukt en blij, dat zij zich uit kon spreken. Het lijkt me
toe dat die arme Helen haar leven jammerlijk verknoeid heeft. Ik ken
niemand die zooveel in zoo weinig tijd heeft doorgemaakt. Nadat zij
afgestudeerd was, is ze getrouwd en heeft ze een baby gekregen, die
ze weer heeft verloren. Ze is van haar man gescheiden, ligt overhoop
met haar familie en is naar de stad gekomen om daar in haar eigen
onderhoud te voorzien. Ze beoordeelt boeken voor een uitgeversfirma.
Van het gewone standpunt bezien, lijkt het alsof er geen enkele reden
tot scheiden bestond. Alleen ging het huwelijk niet op. Ze waren geen
kameraden. Als hij een vrouw was geweest zou ze geen half uur aan hem
vermorst hebben en als ze een man was, zou hij tegen haar gezegd
hebben: "Wel, dat is aardig, dat ik je weer eens zie. Hoe gaat het
ermee?" om dan na twee minuten weer door te loopen. Maar nu trouwden
ze. Is het niet vreeselijk, dat deze sexegeschiedenis menschen soms
zulke parten kan spelen!
Zij was groot gebracht met het idee, dat het eenige geluk voor een
vrouw in het huishouden ligt. Toen ze de Universiteit achter zich
had, was zij natuurlijk blij dien prachtigen weg in te slaan toen
Henry kwam. Haar familie nam hem grondig op en vond hem in elk
opzicht volmaakt: van goede familie, met goede moreele begrippen, een
goede positie en een knappe man. Helen was verliefd op hem. Ze hadden
een prachtige bruiloft en zij kreeg een macht nieuwe kleeren en
dozijnen geborduurde tafellakens en alles zag er schitterend en
veelbelovend uit.
Maar toen zij elkaar beter leerden kennen, merkten zij, dat zij niet
van dezelfde boeken hielden en niet van dezelfde grappen en niet van
dezelfde menschen of dezelfde ontspanningen. Hij hield er van, op
grooten voet te leven en veel menschen te zien en veel te lachen en
zij niet. Eerst verveelde hun dat, toen prikkelde het hen en daarna
kibbelden ze. Haar netheid maakte hem zenuwachtig en zijn slordigheid
irriteerde haar. Zij kon dagen lang zijn lessenaar en kasten in orde
brengen en vijf minuten later wist hij alles weer in de war te
schoppen. Hij liet zijn kleeren slingeren, zoodat ze die weg moest
hangen en zijn handdoek lag in een slordigen hoop op den grond, als
hij de badkamer verliet en hij boende de badkuip ook nooit uit. En
zij, van haar kant, was afgrijselijk onhartelijk en koel. Ze wist het
zelfs zoo ver te drijven dat zij niet meer om zijn grappen lachte!
Ik geloof dat ouderwetsche orthodoxe lui het vreeselijk zouden vinden
om een huwelijk om die onnoozele redenen te verbreken. Dat leek het
mij ook eerst toe, maar toen zij de eene kleinigheid na de andere
ophoopte, zoodat het een schrikwekkende berg werd, stemde ik toe dat
het zoo niet langer had kunnen gaan. Het was ook geen huwelijk -- het
was een vergissing!
En eens op een morgen toen zij aan het ontbijt zaten en het
onderwerp, waar ze den zomer zouden doorbrengen, ter sprake kwam,
zeide zij droogweg, dat zij erover dacht naar het Westen te gaan,
naar een stad in den een of anderen staat, waar het makkelijk is, om
een respectabele reden te scheiden, en voor het eerst sedert maanden
was hij het volkomen met haar eens.
Je kunt je de verontwaardigde gevoelens van haar familie voor.
stellen! Alle zeven generaties der familie, welke in Amerika verblijf
hielden, hadden nog nooit een dergelijk geval in hun familiebijbel
moeten aanteekenen. Het zat hem dan ook alleen maar hierin, dat zij
haar naar de Universiteit hadden gestuurd en het hadden toegestaan,
dat zij zulke moderne boeken als die van Ellen Key en Bernard Shaw
had gelezen.
"Alleen maar als hij aan den drank was geraakt en mij bij mijn haren
door de kamer had gesleept", kreunde Helen, "zouden zij het gewettigd
vinden. Maar omdat wij nu eenmaal geen dingen naar elkaars hoofd
slingerden, zag niemand de reden voor een scheiding in".
Het aandoenlijke van deze geschiedenis is, dat zij en Henry prachtig
geschikt waren geweest om een ander gelukkig te maken. Ze pasten
alleen niet bij elkaar! En wanneer twee menschen niet bij elkaar
passen, kan geen ceremonie ter wereld hen aan elkaar binden.
Zaterdagmorgen.
Ik was van plan geweest je dezen brief twee dagen geleden te zenden,
maar nog altijd ligt hij hier.
Wij hebben weer een van die ellendige nachten gehad, waarin je
verkleumd naar je bed gaat om den volgenden morgen gloeiend en
afgemat onder een berg dekens in het duister te ontwaken. Toen ik
mijn extra dekens weggelegd had en het mij zoo gemakkelijk mogelijk
had gemaakt, dacht ik aan onze veertien losjes ingepakte babies in de
frissche lucht-afdeeling. De zoogenaamde nachtnurse had den heelen
nacht door vast geslapen (haar naam staat als eerste op de lijst die
eerstdaags geschrapt worden). Ik deed even de rondte en zoodoende
kwam ik over mijn slaperigheid heen. Ik heb niet dikwijls zulke nuits
blanches, maar àls ik ze heb kan ik wereldproblemen oplossen. Is het
niet vreemd dat je geest zooveel scherper is als je in het donker
wakker ligt?
Ik dacht alweer over Helen Brooks na en zag haar heele leven weer
langs me heen glijden. Ik begrijp niet waarom haar verhaal me zoo
heeft ontroerd. Het is geen geschikt onderwerp voor een verloofd
meisje om over te denken. Ik peinsde er maar steeds over, wat er wel
zou gebeuren als Gordon en ik, indien we eenmaal getrouwd zouden zijn
en elkaar op en top zouden kennen, niet meer van elkaar hielden. De
angst maakte zich van mij meester en ik had het wel uit kunnen
schreeuwen. Maar ik trouw hem toch alleen omdat ik van hem houd -- ik
ben niet bijzonder eerzuchtig en noch zijn positie, noch zijn geld
heeft me ooit in het minst aantrekkelijk geleken. En zeker doe ik het
ook niet om een werkkring te hebben, want juist om dit huwelijk moet
ik het werk opgeven, waarvan ik zooveel ben gaan houden. Want ik hou
werkelijk veel van mijn werk hier. Ik denk er steeds maar over na,
wat ik wel voor de toekomst van onze kinderen kan doen en dan voel
ik, dat ik voor het welzijn en voor de maatschappelijke verbetering
van de menschen werk. Wat ook later mijn leven zijn zal, toch weet ik
zeker, dat ik des te sterker in de branding zal staan nadat ik hier
zoo'n rijke ervaring heb opgedaan -- want het gestichtsleven, dat zoo
midden in het groote leven staat, is een werkelijke bron van rijke
ervaringen. Ik leer hier elken dag weer zooveel nieuwe dingen, dat ik
vol verwondering elken Zaterdag aan de onwetende Sallie van den
vorigen Zaterdag terugdenk.
Zie je, ik ontdek een vreemde eigenschap in mijn karakter: ik heb het
land aan veranderingen. Ik houd er niet van mijn leven nu weer zoo
heel anders in te richten. Vroeger was ik dol op vulkanische
uitbarstingen, maar nu zou ik wel steeds op een bergplateau willen
leven. Ik voel me hier absoluut op mijn plaats. Mijn lessenaar en
mijn zitkamer zijn juist voor mij geschikt en o, ik heb zoo het land
aan de veranderingen, die het volgend jaar met zich zal meebrengen!
Geloof nu alsjeblieft niet, dat ik niet zooveel van Gordon houd als
een aanstaand echtgenoot aan liefde toekomt. Het ligt hem niet in het
feit dat ik te weinig van hem houd maar alleen daarin, dat ik te veel
van de kinderen houd!
Ik ontmoette juist een paar dagen geleden onzen toezichthoudenden
geneesheer. Hij kwam net uit de kinderkamer; Allegra is het eenige
persoontje aan wie hij wat meer attentie wijdt. Hij bleef in het
voorbijgaan staan om een beleefde opmerking over het plotseling
veranderde weer te maken en verzocht mij zijn groeten aan Mevrouw
Pendleton te doen, als ik haar weer eens schreef.
Dit is een afschuwelijke brief met geen enkel feit dat je zal
interesseeren. Maar ons eenvoudig vondelingengestichtje is ook erg
ver weg van de sinaasappelboomen en palmen en hagedissen en
tarantula's, waarvan jij nu geniet.
Zorg maar dat je een prettigen tijd in het Zuiden doorbrengt en
vergeet het John Grier Home niet.
Sallie.