Ik hoop dat je er mee in je schik bent.
Met hartelijke groeten aan jullie beiden,
Sallie.
John Grier Home,
Lieve Judy,
Betsy en ik zijn juist terug van een boodschappentocht in onze nieuwe
auto. Dat is een heerlijke afleiding in het gestichtsleven. De auto
reed vanzelf den zoo dikwijls afgelegden weg naar Long Ridge Road op
en stopte voor het hek van Shadywell. Een zware ketting hield het hek
gesloten, de luiken waren voor de vensters en de buitenplaats zag er
verlaten en droefgeestig uit, niet het minst gelijkend op het
vriendelijke gastvrije huis, waar wij elkaar zoo dikwijls 's middags
met veel vreugde hebben begroet.
Het spijt me verschrikkelijk dat onze heerlijke zomer nu al voorbij
is. Het lijkt me toe alsof er nu een stuk van mijn leven achter me
gesloten is en de onbekende toekomst weegt loodzwaar op me. Eigenlijk
zou ik het heerlijk vinden om mijn huwelijk nogeens zes maanden uit
te stellen, maar ik ben bang dat die arme Gordon daarover een te
grooten boom zou opzetten. Ga nu niet denken dat ik een tobster word,
want dat ligt absoluut niet in mijn aard. Ik heb alleen wat meer tijd
noodig om kalm te kunnen nadenken en Maart komt elken dag wat
dichterbij. Ik weet beslist dat ik iets zeer verstandigs ga beginnen.
Voor iedereen, man of vrouw, is het het beste, om een prettig,
aangenaam huwelijk aan te gaan. Maar Judy, je weet niet hoe ik het
land heb aan groote veranderingen, en dit is een geweldige
verandering. Soms, als het dagwerk afgeloopen is en ik dood-moe ben,
heb ik zelfs niet den moed en de kracht om er me ook maar even in te
verdiepen.
En vooral nu je Shadywell hebt gekocht en van plan bent er elken
zomer weer te komen, heb ik berouw dat ik mijn plaatsje hier ga
verlaten. Het volgende jaar, als ik mijlen ver van hier ben, zal ik
met heimwee aan den heerlijken drukken tijd in het John Grier
terugdenken, toen jij en Betsy en Percy en onze brommerige lieve
Schot zoo prettig met me samenwerkten. Wat ter wereld kan een moeder
ooit het gemis van 107 kinderen vergoeden!
Ik vertrouw dat Judy Junior gedurende de reis haar waardigheid heeft
opgehouden. Ik stuur haar vandaag een manteltje, gedeeltelijk door
mij en grootendeels door Jane gemaakt. Maar bovendien heeft onze
dokter er ook nog twee steekjes aangewaagd. Je kunt slechts bij
stukjes en beetjes het karakter van Sandy ontdekken. Na een omgang
van tien maanden met dezen man ontdekte ik nu eerst, dat hij zelfs
naaien kan, iets wat hij in zijn jongensjaren van een ouden
Schotschen herder heeft geleerd.
Drie dagen geleden kwam hij hier binnenvallen en dronk een kopje thee
bij me in een bijna ouderwetsche vriendschappelijke bui, maar sedert
dien dag is hij weer veranderd in denzelfden vormelijken man, dien
wij gedurende dezen zomer hebben gekend. Ik geef het langzamerhand op
om hem aan het ontdooien te krijgen. Ik kan me heel goed voorstellen,
dat iemand die een vrouw in een krankzinnigengesticht heeft, dikwijls
last van droefgeestigheid moet hebben. Ik wou maar dat hij er eens
over begon te praten. Het is vreeselijk als een schaduw steeds over
je leven zweeft en nooit verdreven kan worden.
Ik weet, dat er in dezen brief geen enkel nieuwtje staat waarnaar je
verlangt, maar het is weer zoo'n afschuwelijk schemeruur na een
mistigen Novemberdag en ik verkeer vandaag in een gemeen slecht
humeur. Ik ben erg bang dat ik langzaam aan in een grillig persoontje
verander, en ongelukkigerwijs heeft Gordon temperament genoeg voor
een heel weeshuis. Ik weet heusch niet wat er van ons terecht moet
komen, als ik mijn gezond verstand en opgeruimd humeur niet blijf
behouden.
Ben je werkelijk vast besloten om met Jervis naar het Zuiden te
rekken? Ik waardeer het in je (tenminste een klein beetje), dat je
niet gescheiden van je man wilt leven, maar aan den anderen kant
schijnt het me gevaarlijk, om met zulk een klein kindje als het jouwe
naar de tropen te verhuizen.
De kinderen spelen beneden in de gang blindemannetje. Ik denk er
sterk over even mee te gaan doen om een beetje beter gehumeurd te
zijn als ik verder schrijf.
A bientôt!
Sallie.
P.S. In deze Novembernachten is het al aardig koel en ik vermoed, dat
onze Indiaantjes spoedig hun kamp zullen moeten verlaten. Op het
oogenblik zijn het erg vertroetelde wilden, want ze slapen onder een
dubbele vracht dekens en hebben elk een warme kruik. Ik vind het erg
jammer dat dat nu ook al weer gedaan is. Dat kampleven heeft
uitstekend op onze kinderen ingewerkt. Onze jongens zullen gehard
zijn als Canadeesche paardedieven als ze weer bij ons terugkeeren.