In haar voorbeeldelooze ontwikkeling is de telegrafie een kind
gebleven van de electrische vonk, en daardoor is het te verklaren,
dat wij haar altijd met de electriciteit in verband brengen. Dat
behoeft echter niet. Zoo behooren ook tot het gebied der telegrafie de
vele kunstige inrichtingen van optiek en acoustiek, waardoor al voor
duizenden jaren de volkenreeksen hun gedachten hebben gereproduceerd
en berichten hebben gewisseld over groote afstanden.
De vuurtorens van Grieken en Romeinen waren de voorloopers van
de pruisische en fransche houttelegrafen, vóór zestig jaar in
gebruik. De kunst van het geven van optische signalen stond in de
oudheid op groote hoogte, zoo zelfs dat men tot de 18de eeuw niet
van eigenlijken vooruitgang kan spreken.
Intusschen stonden die ouden, Perzen, Grieken, Romeinen, ook
werkelijk op hoog standpunt in menig ander opzicht; maar vooral is
het belangwekkend, dat wilden, natuurvolken, stammen uit Amerika,
Afrika en Australië, de electriciteit niet hebben afgewacht, om
over verre afstanden met elkaar in gemeenschap te treden en dat ze
er al vroolijk op los telegrafeerden en telefoneerden, voordat de
verstandige Europeanen hun weg kruisten. Die kunst hebben de wilde
zonen van de steppen en de oerwouden uit zichzelf ontwikkeld en met
de eenvoudigste hulpmiddelen hebben ze haar tot een hoogte gebracht,
die voor hun omstandigheden voldoende was.
Wat de wilden elkaar te seinen hebben, zijn geen met cijfers doorspekte
beurs- en handelsberichten, waarin een enkel verkeerd cijfer heel
wat ongeluk kan veroorzaken. Maar voor wat volstrekt noodig is,
om in de uitgestrekte wildernissen, met elkaar in verbinding te
blijven en elkaar te helpen of te bestrijden, hebben ze doelmatige
seinen uitgevonden. In Kongo en Kameroen gebruiken de inboorlingen
voor berichten naar de verte trommels, zooals, naar onze lezers
weten, J. J. Moret al eens naar de N. R. C. schreef. Het zijn
stukken uitgeholden boomstam, aan weerszijden met antilopenvel
overtrokken. Men heeft ze in soorten. Er zijn groote, dofklinkende
trommels voor oorlogsberichten en kleinere spreektrommels, die enkel in
vredestijd worden gebezigd. Met een bijzondere soort van trommel wordt
de geboorte van een mensch aangekondigd en met weer een andere soort
geeft men een sterfgeval aan. Uit den uit de verte aanklinkenden toon
van een trommel kunnen dus de inboorlingen nauwkeurig onderscheiden,
welk bericht onder weg is.
En de negers hebben de trommeltaal nog fijner ontwikkeld. Zeer
bijzonder ontwikkelde trommelslagers verstaan de kunst, woorden te
vormen, waardoor het mogelijk wordt, allerlei berichten over groote
afstanden over te brengen. Zij komen uit de onderscheiden dorpen
af en toe te zamen, om zich te oefenen en hun voorraad signalen te
vergrooten en te vergelijken. Aan de Kongowatervallen verstaan de
negers het, met de trommels onder elkander gesprekken te voeren als in
de gewone taal, waarbij hun zeer fijn gehoor hun goed te pas komt. De
hoofden kunnen, zonder van hun rustbank op te staan, met behulp van
deze trommeltelefonie met hun buren zoo gemakkelijk onderhandelen,
dat ze voortdurend op het nauwkeurigste van wat er in vrij wijden
omtrek voorvalt, op de hoogte zijn.
Niet zelden komen ook de blanken in de noodzakelijkheid, zich te
bedienen van de vèrspreekkunst van de negers. Zoo vertelt pater Von
der Deken, hoe de inspecteur der Kongomaatschappij, als hij op een
inspectiereis zich verlaatte, aan een trommelslager de opdracht gaf,
de menschen op het station Basoko te vertellen, dat er vertraging
was en hun te zeggen, den maaltijd te bewaren. De mededeeling werd
dan van dorp tot dorp getrommeld en de inspecteur miste zijn maal niet.
Over een dergelijke werking van de spreektrommel bericht gouverneur
Von Bennigsen uit de Stille Zuidzee, waar de trommeltaal eveneens in
gebruik is. Op een dag kwam de tijding, dat op een eiland door een
hoofd gewelddaden waren bedreven. Hij ging terstond aan boord van een
regeeringsstoomboot, om recht te doen en nam een zwarten trommelslager
mee. Terwijl het hoofd zich verscholen hield in het dichte struikgewas,
lag de strafexpeditie vanwege de branding ongeveer vier kilometer
van het strand verwijderd. Toen zond de trommelslager een vraag in
de trommeltaal naar de jungle over, en dadelijk kwam er antwoord. Er
volgde een levendig gesprek, waarvan het gevolg was de onderwerping
van het hoofd en de betaling van een boete.
Nog eigenaardiger is de inrichting van de acoustische
telegraaf, waarvan de argentijnsche reiziger Dr. José Bach op een
onderzoekingstocht in het Amazonengebied verhaalt. Hij stiet daar
op een Indianenstam, de Catoequinaroe's, die op vier verschillende
nederzettingen woonden. Elke van die 1.6 kilometer van elkander
verwijderde nederzettingen bezat een inrichting, waardoor ze
voortdurend in gemeenschap kon blijven met de andere. Het was ook een
trommeltelegraaf, maar op andere physische grondslagen ingericht dan de
afrikaansche. In den grond was een 1.1 meter diepe, cylindervormige
kloof van 1.2 meter middellijn gegraven en tot op de helft met
vastaangestampt, grof zand gevuld. Op de zandlaag stond in het midden
een bijna een meter hooge, 40 centimeter dikke palmstam, die aan beide
einden een 30 en 20 centimeters wijde holte had, onderling verbonden
door een slechts 12 centimeter wijd kanaaltje. De onderste holte
bevatte in vier lagen fijn zand, houtspaanders, beendersplinters en
gestampt glimmer; de bovenste in drie lagen leder, hout en caoutchouc,
terwijl de middelste nauwe opening ledig was.
Om den stam heen had men de kloof of sloot met stukken hout,
ongelooid leer en verschillende soorten hars gevuld en ze ter hoogte
van de oppervlakte van den bodem met een caoutchoucplaat afgedekt. Dit
toestel, dat een soort van trommel voorstelde en dat door de Indianen
cambarysoe werd genoemd, diende zoowel tot het geven als tot het
ontvangen van signalen. Als men met den trommelstok, waarvan de knop
met caoutchouc en leer was overtrokken, op den cambarysoe sloeg,
plantte zich het geluid door den grond naar het gelijkvormige
toestel van de volgende nederzetting voort en kon daar duidelijk
worden waargenomen. Op zijn dringend verzoek kreeg de vreemdeling een
proef te hooren van de werking. Het hoofd riep het volgende station
door tweemaal kloppen aan, waarop als antwoord een dof geluid werd
vernomen, afkomstig van een slag op het toestel aan het geroepen
station. Daarop ontspon zich met behulp van afgesproken seinen een
lang gesprek, waarvan de inhoud den vreemde onbekend bleef.
Het wonderlijke bij deze ontdekking is niet zoozeer, dat de van de
beschaving zoo ver af staande wilden met de wetten der voortplanting
van het geluid door den grond bekend waren, als wel dat de Indianen
ook in staat waren, de technische middelen te vinden, om dit procédé
in de praktijk voor hun doel te gebruiken. Intusschen is het ook niet
volkomen onmogelijk, dat de cambarysoe een eeuwen lang geheim gehouden
instrument is uit de tijden van het tot een zekere beschaving gekomen
rijk der Inca's in Peru.
Het geheim der trommelteekens wordt door de natuurvolken streng
bewaard. In Kameroen is het den duitschen onderwijzer Betz na
langdurige studie gelukt, erachter te komen. Daar de wanden van de
daar gebruikte trommels verschillend van dikte zijn, krijgt men door
het slaan tegen de kanten verschillende tonen. Betz heeft ongeveer
300 met de trommel weergegeven zinnen verklaard, en hij geeft toe,
dat men door de trommeltaal kilometers ver over alle mogelijke dingen
kan praten; er kunnen verhaaltjes worden verteld, nieuwtjes worden
overgebracht en er wordt geroepen en gescholden in de boschwildernis,
alles "op noten".
Een optische vèrspreektaal heeft onder de wilden in Australië
rooksignalen in haar dienst. Het gebruik van vuur- en rooksignalen
is zeer oud, maar de rooktelegrafie van de Austraalnegers is zoo
eigenaardig, dat ze afzonderlijk vermelding verdient. Het geheim dier
taal wordt streng bewaard, en de ouden van den stam, de priesterlijke
wachters van de stamgeheimen, zwijgen zelfs tegenover jongere leden
van den stam over de beteekenis der afzonderlijke teekens. Maar in
den laatsten tijd heeft men zooveel waarnemingen er over gedaan,
dat het stelsel in hoofdzaak bekend is geworden.
De verschillende beteekenis der signalen wordt uitgedrukt door den
vorm en de kleur der rookzuilen. De middelen, om die te voorschijn te
roepen heeft de Australiër in de hem omringende plantenwereld. Een
dikke zwarte rookzuil ontstaat, als een hoop brandhout bedekt
wordt met groene bladeren of gras, en kan dienst doen als signaal
voor verre afstanden. Bij windstilte kan de rook tot duizend meter
hoog stijgen en wordt dan tot op 80 kilometers afstands gezien. De
beteekenis is bij verschillende stammen verschillend, bijvoorbeeld:
"een menigte gewapenden is in aantocht, om een man te dooden", of
"hier is veel water en wild; wij gaan een dansfeest geven".
Is de rookzuil groot en bleek van kleur, waarvoor droog hout wordt
gebruikt, dan kan het een doodstijding zijn of bij andere stammen een
aankondiging van bezoek wezen. De inboorlingen verstaan het, aan de
rookzuilen door kunstgrepen allerlei vormen te geven en hebben daardoor
den woordenschat der rooktelegrafie sterk uitgebreid. Spiraalvormige
teekens worden verkregen door de brandstof in een kring om een
rechtop staanden stam op te stapelen of ook wel doordat twee mannen
een vel in een bepaalde helling boven het vuur cirkelvormig laten
draaien. Rookballen krijgt men door den opstijgenden rook op te
vangen in zakken en dan van tijd tot tijd den zak van boven te openen,
terwijl een tweede inboorling den zak een opwaartsche beweging geeft,
zoodat de rook in den vorm van een bal ontwijkt.
De Australiërs hebben een heel woordenboek van rooksignalen, er zijn
onafgebroken rookzuilen, rookguirlandes, evenwijdige zuilen van rook
van verschillende kleuren, en daardoor en in verbinding met bepaalde
herhalingen en schikkingen ontstaat een woordenrijke teekentaal.
De behoefte aan onderling verkeer is zoo oud als de wereld, en
menschenvernuft heeft overal middelen en wegen gevonden, om er aan
tegemoet te komen. Waar onze beschaving nog niet is doorgedrongen, daar
vlammen de vuren op, in geheimzinnige taal van berg tot berg berichten
overbrengend; hoornsignalen klinken door woestijnen en oerwouden;
maar nergens zijn die middelen van onderling verkeer zoozeer tot de
hoogte der kunst gestegen als in de trommeltaal en de optische taal
met rooksignalen.