Ten zuidoosten van Berlijn in het gebied van den bovenloop der Spree
ligt dat bekende Spreewald, de streek met zooveel eigenaardigs in de
gewoonten en de kleederdrachten der bewoners. Bij het dorp Burg begint
het al. Daar toch verdeelt zich de Spree in tallooze armen en armpjes,
die het land als liefkoozend omvatten. Nu eens door vlakke weiden, dan
door hoog opgaand bosch stroomend, bieden die waterloopen de grootste
afwisseling van uitzichten over het wijde land of op nauw ingesloten
oeverlandschappen. Ten noorden van Cottbus worden de korenvelden en
graslanden aangetroffen, waar de maaiers in schilderachtige middagrust
bijeen zijn, en de witte hoofddoeken der vrouwen en meisjes lichte
plekken vormen. Aan spijs en drank laaft men zich, terwijl de kinderen,
die den versterkenden kost brachten, mee mogen eten, want buiten in
het veld smaakt het veel lekkerder dan tehuis!
De booten van het Spreewald zijn een kenmerkende factor in de
streek. Het zijn als onze giethoornsche punters de voornaamste
vervoermiddelen van het land; reeds de jeugd leert er mee omgaan,
daar het gaan naar school en kerk, naar de markt en het dorp, naar
het spoorwegstation en naar visites bij buren, alles met de boot
gebeurt. Ook de meisjes leeren boomen en sturen door het warnet
van takken en takjes van de Spree. Het land is maar weinig bevolkt;
hier en daar is een boerenhoeve te zien, en men kan bezwaarlijk naar
den weg vragen. Dan gaat het nog beter te informeeren aan iemand,
dien men in een andere boot tegenkomt.
De houten huizen met vakwerk en strooien daken staan soms in groepjes
en keeren den bezoeker dan meestal den rug toe op de manier als bij
ons in de Zaanstreek, maar zooals daar Wormerveer beleefder is en
naar de rivier den voorkant van zijn huizen keert, zoo doen in het
Spreewald Lehde en Leipe dat ook. Tusschen de gehuchten worden de
waterloopen omsloten door elzen en eiken, esschen, iepen en beuken. Het
dorp Lehde heeft men wel het Venetië van het Spreewald genoemd, en
jaar op jaar komt een kunstenaarskolonie er schilderen. Inderdaad is
het natuurschoon er wel een bezoek waard. Een tochtje van Burg naar
Lübbenau bijvoorbeeld is een genot voor den natuurvriend.
Daarbij boeien de menschen, die men ziet. Het is een slavische
bevolking, de Sorben, die in twee groepen zich laten verdeelen
met een uiteenloopende taal, de Oppersorben en de Nedersorben. De
eersten wonen in het koninkrijk Saksen en het aangrenzend deel van
Silezië; de Nedersorben in de streek ten noorden van Cottbus, hebben
nog het trouwst aan hun oude kleederdrachten vastgehouden. Dat zal
voor een groot deel ook wel samenhangen met de ontsluiting van het
Spreewald voor de toeristen, die graag de vreemde kleederdracht zien,
de kleurige kleeding, die de bewoners dan met trots vertoonen. Men kan
immers daarbij vooral op de groote feesten, Paschen en Pinksteren, zijn
rijkdom toonen in de kostbare stukken der kleeding en in de sierlijke
hoofddoeken. De dracht der mannen is zoo goed als vergeten. Zelden
ziet men de lange, grijze jas en de muts met kwast, door enkele oude
heeren nog gedragen. Die ouden behooren tot een verdwijnenden tijd.
Maar heel anders is het met de kleeding der vrouwen. De kleinste
meisjes dragen den hoofddoek en gaan daarmee naar school. De
onderwijzers hebben wel eens om hygiënische reden getracht,
die gewoonte tegen te gaan, maar de ouders verzetten zich, en de
regeering heeft op goede gronden verordend, dat men de dracht niet
moet tegengaan, daar het volk er te zeer aan is gehecht. Die hoofddoek
is onafscheidelijk van de vrouwen en meisjes, en het is een aardig
gezicht, als zoo'n boot vol kerkgangers voorbijgaat en men de stijve
vijfhoeken daarin op rijen ziet geschaard. De maagd en de vrouw, de
bruid en de grijze dragen ze, maar niet allen op dezelfde manier. Elk
dorp heeft zijn eigen vouwen en kleuren, verschillend weer naar gelang
van omstandigheden, van doop of bruiloft, aanneming of avondmaal,
danspartij of werkplaats.
Er behooren dan bij het witte bovenhemd zonder mouwen, de kleurige
borstdoek, de groote boezelaar en de vele wijd uitstaande rokken. In
hoofddoeken, schorten en bovenrokken kan een weelde worden ten
toon gespreid, die opvallend afsteekt tegen de gewone zuinigheid
der bewoners. In het eigenaardige land passen de eigenaardige
kleederdrachten, en samen maken ze het verklaarbaar, dat tegenwoordig
de uitstapjes naar het Spreewald zeer in de mode zijn.