Van de watervallen der algemeen bekende en door niemand, die den Harz
bezoekt, verwaarloosde Steinerne Renne buigt zich een mooi boschpad
af, dat door een hoog opgaand sparrenwoud, waar granietklippen en
tallooze steenen in verspreid zijn, voert naar een groep rotsen,
de Hohnsteinrotsen. Dat zijn zonderlinge rotsvormingen, die hier
in het woud verscholen zijn. Men ziet er vooruitspringende klippen
en afgebrokkelde rotsen, woest dooreen gestapeld of als door een
reuzenhand kunstig opgetorend tot rotskasteelen.
De geweldigste rotsburcht is de 584 Meter hooge Ottofels, die in
het jaar 1893 toegankelijk is gemaakt door steile, ijzeren ladders en
onvoorwaardelijk de aandacht verdient, die er aan wordt geschonken. Het
uitzicht boven behoort al tot de mooiste onder de vele mooie, door
den Harz geboden. Terwijl reeds het benedenste plateau van de rots
een heerlijk panorama ontvouwt, heeft men van de hoogste spits een
overweldigend, zeer uitgestrekt uitzicht.
In het Westen verheffen zich in de onmiddellijke nabijheid uit
een donker sparrenbosch de woeste Hohneklippen; verder noordelijk
de Renneckenberg en de dreigende Zeterklippen; daarboven wenkt de
Brockentop. Naar het Noorden verrijzen de witte gesteenten van de
Weissen Steine en de Wolfsklippen; in het Oosten aanschouwt men
over donkere wouden aan den voet der bergen de stad Wernigerode en
de voorsteden. Helder schittert daarboven het statige Stolberger
vorstelijk slot met zijn torens en tinnen. Het trotsche gebouw
komt heerlijk uit tegen het groen van het loofhout der omringende
bergen. Over het slot heen verliest zich de blik in de wijde vlakte,
waaruit tallooze dorpjes en steden met roode daken en kerktorens
oplichten. Halberstadt vooral springt duidelijk in het oog.
Bij een gelukkigen samenloop van omstandigheden, dat is van lucht
en licht en bewolking, kan men van hier den dom van Maagdeburg als
klein puntje in de blauwe verte onderscheiden. In het Zuidoosten en
Zuiden wordt het panorama afgesloten door de donkerblauwe bergen van
den Beneden- en den Zuidharz, en men kan als schitterende punten het
hotel waarnemen van den Hexentanzplatz en den toren van de Rosstrappe;
dan de witgrijze kalkbergen van Rübeland en Elbingerode, de dorpen
Hüttenrode en Friedrichsbrunn en als hoogste punt den Auerberg met
de Josephshöhe bij Stolberg.
Het kleine boschpad voert verder naar het boschhuisje, het
Karlshaus, van waar men nog een verrassend kijkje krijgt op het
slot Wernigerode. Wie naar Wernigerode wil terugkeeren, kiest het
schaduwrijke Thumkuhlendal als weg en heeft dan nog gelegenheid,
het Lossengedenkteeken te kunnen bekijken, waarin alle in den Harz
voorkomende gesteenten te vinden zijn.