In een groot deel van Afrika, vooral aan de kust van Guinea,
heerscht de barbaarsche zede, dat bij de geboorte van tweelingen
een der kinderen of ook wel beide gedood worden, omdat men gelooft,
dat ze door den booze zijn voortgebracht. Daarmee vormt een sterke
tegenstelling, wat Roscoe van den Bantoestam der Bakena in Britsch
Oost-Afrika vertelt. Die stam woont aan de rivier Mpologoma en het
meer Palisa. Roscoe nu vertelt in het weekblad »Man« van Augustus
1909, dat als er tweelingen worden geboren onder de Bakena's, er een
algemeen vreugdefeest wordt gevierd met muziek en dans. De gelukkige
ouders dragen kauri's als sieraad, en de vader zamelt giften in,
voornamelijk levensmiddelen, die hij aan zijn vrouw brengt. Zij moet
er van eten, anders sterven de jonggeborenen. Dat zou echter een
groot ongeluk wezen, want het zou ellende brengen over den geheelen
stam, daar tweelingen een gave Gods zijn, en hun dood op ongenade
van de hoogste machten wijzen zou. Als dan de toovenaar den dag der
naamsgeving heeft vastgesteld in overleg met de ouders, wordt er weer
een groot feest gegeven, waaraan de geheele stam deelneemt.