OVER DEN JONGSTEN OPSTAND OP SAMOA.

Dit voorjaar is het weer ongunstig geweest op Samoa, en Dr. Solf,

de duitsche gouverneur, moest in Februari dringend verzoeken om

oorlogsschepen er heen te zenden, die mee moesten helpen, om de rust

te herstellen. De leider van den opstand was een aanzienlijk hoofd,

Lauati, die met zijn echtgenoote in plaats van in de stilte van zijn

afgelegen dorp zijn kawa te drinken, liever in de hoofdstad Apia als

politiek persoon redevoeringen hield en als koningsmaker hoopte op

te treden, als de oude, zieke Mataafa tot zijn vaderen werd verzameld.

Lauati bedacht het plan, krachtig voor den troonpretendent Malietoa

Tanoe te werken, die als werktuig van Lauati naar diens wenschen zou

regeeren. Mataafa heeft een anderen erfgenaam aangewezen voor zijn

troon. De afwezigheid van Dr. Solf, den gouverneur, begunstigde de

intriges, en een kleine, den met verlof zijnden ambtenaar ongunstig

gezinde partij trachtte reeds het vorig jaar het volk tot een opstand

te bewegen met beloften en geschenken. Op den dag van den terugkeer

van den gouverneur zou een demonstratie plaats hebben, als teeken

van het begin van het openlijk verzet.

Maar de plaatsvervangende gouverneur, Dr. Schultz, kreeg nog bijtijds

bericht van de aangelegenheid en verbood aan de lieden van het eiland

het bezoek aan de hoofdstad. Toch was bij den terugkeer van Dr. Solf

de toestand op Sawaï nog kritiek genoeg, en het bedoelde verbod zou,

naar het scheen, enkel een uitstel wezen van verwezenlijking der

plannen van Lauati. De verschillende hoofden stelden aan het bestuur

eenige eischen, die op voorzichtige wijze moesten behandeld, wilde

men de gemoederen niet nog meer prikkelen.

Kort na zijn aankomst reisde de gouverneur in persoon naar Lauati, dien

hij trof, omgeven door een groot aantal hoofden. Een gevangenneming

van Lauati scheen uitgesloten, te meer daar de gouverneur geen andere

troepen bij zich had dan de lijfwacht, bestaande uit de zoons van

aanzienlijke hoofden, de Fita-Fita. Dus verklaarde de gouverneur de

eischen der hoofden, die voor het meerendeel betrekking hadden op

het gebruik, dat van enkele openbare gelden werd gemaakt, te zullen

ter sprake brengen op de in Januari te Moelinoe te houden vergadering

van hoofden.

Intusschen bleef Lauati stoken en voor den gouverneur viel er

aan machtsvertoon bij gebrek aan soldaten niet te denken. Door

redeneering werden een paar hoofden voor de duitsche regeering

gewonnen, en Lauati werd tegen den 16den Januari van dit jaar naar

Moelinoe opgeroepen. Tegen het bevel van den gouverneur verscheen

hij niet alleen, maar met een aantal aanhangers. Toen hem verzocht

werd die weg te zenden, beloofde hij het eerst, maar deed het niet

en ging met de zijnen heen, den gouverneur een in minachtende woorden

gestelde oorlogsverklaring zendend.

Daar meldde een bericht, dat de aanhangers van Lauati op marsch waren

naar Apia met vijandige bedoelingen. Toen ondernam de goeverneur

een waagstuk. Hij ging met den ouden Mataafa, luitenant Hecker en

den tolk Schneider in een rijtuig de opmarscheerenden tegemoet

naar Vaïoesoe. In plaats van een strijd met de wapenen had er

een woordenwisseling plaats, eerst tusschen Mataafa en Lauati, die

elkander wederkeerig van woordbreuk beschuldigden. De kritieke dag

eindigde met een verzoening tusschen Lauati en Mataafa; de gouverneur

verscheurde den brutalen brief van Lauati, nadat Lauati om vergiffenis

had gesmeekt en straffeloosheid had weten te bedingen.

Maar de vonk smeulde voort, en er begon gevaar te ontstaan voor de

blanken. Want het geval deed zich voor, dat de bevolking van plaatsen,

die aan de regeering trouw waren, de wapens verlangden van de blanken,

om ze tegen de aanhangers der oproerlingen te gebruiken. Lauati's

welbespraaktheid scheen de troepen tegen de Duitschers te zullen

vereenigen. Daarom zond de gouverneur den 5den Februari een telegram

naar Berlijn, waarin hij drie oorlogsschepen vroeg, om de eigendommen

der blanken te beschermen. Samoa zelf heeft geen telegraaf;

de telegrammen worden per schip naar de Fidsji-eilanden gebracht

en gaan eerst van daar langs electrischen weg verder. Vijf lange

weken hadden de Duitschers op Samoa te wachten, eer het bericht kwam,

dat half Maart de oorlogsschepen zouden komen en spoedig volgden dan

ook al de "Leipzig", de "Arcona", de "Jagoear" en de "Titania". Het

was noodig tijd. De grootste moeilijkheid was er nu in gelegen, het

niet tot een oorlog te laten komen, die dadelijk een rassenoorlog

zou zijn geworden en veel duitsche troepen zou hebben gevorderd, en

toch den opstand te dempen en de leiders van den opstand in handen

te krijgen. Doch ook die moeilijkheid werd overwonnen.

Een oproeping om zich rustig te houden van den gouverneur, de wenk,

den vrede te bewaren, van Mataafa, en de kalme hulp van de zendelingen,

leidden er toe dat de aanvoerders zich zelf kwamen melden. Den 1sten

April kon de commandant der "Leipzig" vice admiraal Coester, den zich

op de "Titania" bevindenden gouverneur melden, dat ook Lauati zich had

overgegeven en dat alles zonder bloedvergieten was afgeloopen. Lauati

en negen aanvoerders werden naar Saipan, een der Carolinen, verbannen.

Het verloop van den opstand wijst er wel op, hoe verantwoordelijk de

post van gouverneur van Samoa tegenwoordig is, en hoe dringend Samoa

telegrafische aansluiting noodig heeft.

Op den Uitkijk, Jaargang 1909 Bijblad bij De Aarde en haar Volken · 第 319 / 353 题