Onder dezen titel geeft de firma J. H. de Bussy, te Amsterdam een
werk uit van de hand van den vice-consul van Brazilië, den heer
N. R. de Leeuw. Het is een lijvig boekdeel van 392 bladzijden op
stevig papier gedrukt met afbeeldingen tusschen den tekst en eenige
kaarten. Het werk schetst ons het gebied van de groote republiek,
zooals het thans is en geeft in een eerste hoofdstuk een kort zakelijk
overzicht van Brazilië's geschiedenis tot en met de regeeringsperiode
van President Dr. Affonso Penna, van wiens ministers korte biografieën
worden gegeven. In een naschrift moest de schrijver gewagen van den
dood van den in het land algemeen gewaardeerden President, en van
Dr. Nilo Peçanha, die in zijn hoedanigheid van vice-president diens
opvolger is tot aan de nieuwe verkiezingen van 1910.
In achtereenvolgende hoofdstukken wordt daarna een aardrijkskundig
overzicht gegeven, een beschouwing over het klimaat en de bevolking,
en een overzicht van den economischen toestand van het land door
korte paragrafen over de plantaardige producten en die uit het dieren-
en delfstoffenrijk. Daarna wordt de nijverheid besproken in meer dan
twintig kleine hoofdstukjes, ieder gewijd aan een bepaald product,
hoeden, hangmatten, lucifers, buskruit enz. enz. Het budget en de
invoerrechten, het verkeerswezen, kolonisatie, immigratie en eindelijk
de bondshoofdstad, het sterk vooruitgaande Rio de Janeiro, zijn de
onderwerpen van de laatste kapittels.
Voor de verspreiding van kennis over de grootste republiek van
Latijnsch Amerika zal dit blijkbaar met zorg samengestelde boek zeer
veel goed kunnen doen, wat wel zeer gewenscht is, want het wordt
tijd, dat de Nederlanders weten, dat, zegt de schrijver, »Brazilië
meer en beter is dan een half geciviliseerde exotische staat van
pronunciamento's en dictators, die naar Europa geen andere producten
exporteert dan af en toe een afgedankt staatshoofd, wat koffie en wat
beesten voor de diergaarden.« Nu, dat leeren wij op de helderste manier
door dit boek, dat naar wij hopen, veler belangstelling zal wekken
en onze kooplieden en industriëelen zal prikkelen tot het aanknoopen
van betrekkingen met een natie, die hen zal in staat stellen, hun
afzetgebied uit te breiden en tot dusver onbekende kanalen voor hen
zal openen. Brazilië bleef te lang buiten onze aandacht, »en«, zoo
besluit de schrijver zijn voorwoord, »wanneer mijn boek, voor zoo
ver dit Nederland betreft, hieraan een einde maakt, dan acht ik mij
in alle opzichten gekweten (te hebben) van de taak, die ik mij met
deze uitgave voor oogen stelde.«