AANWINSTEN IN ZAKE DE ETHNOGRAFIE VAN FLORES EN OMGEVING.

De officier van gezondheid G. A. J. van der Sande heeft van zijn

opnemingsreis aan boord van de »Soembawa« een en ander meegebracht

voor het rotterdamsch Museum voor land- en volkenkunde. Daaromtrent

lezen wij in de Nieuwe Rotterdamsche Courant, dat er ongeveer honderd

voorwerpen zijn, voor 't meerendeel afkomstig van de eilandgroep ten

zuiden van Celebes, in de Flores- en Savoe-zeeën. Van het eiland

Flores zelf is de grootste helft, en deze aanwinst is bijzonder

welkom, omdat het zoo lang geduurd heeft vóór het Museum iets van dit

interessante eiland machtig werd. Max Weber, Wichmann, Ten Kate, Van

den Broek, Vermast, Christoffel, Fokkens en nog anderen misschien,

hebben er gereisd en verzameld, maar alleen laatstgenoemde, van

Rotterdam geboortig, bedacht het Museum met drie slendangs, eenig

fraai vlechtwerk en een klewang van Flores.

Voorts bevat de verzameling een aantal voorwerpen van het kleine

eilandje Paloeweh, dat men ongeveer halfweg de noordkust van Flores

vindt; ook van Solor en van Adonare, beide ten oosten van Flores;

mede, aan den anderen kant, van Soemba en Soembawa; enkele voorwerpen

van Timor en van Borneo; en weder een tiental van de Toradja van

midden-Celebes.

Enkele stukken verdienen een afzonderlijke vermelding. Zoo de vlieger

om mede te visschen, afkomstig van Woerè op Adonare; de vischlijn

gaat uit 's visschers hand door een oog boven in den mast van zijn

schuitje, naar den vlieger, die een heel eind achter het vaartuig hoog

in de lucht staat en daalt vandaar naar de oppervlakte van het water;

aan dit eind is het aas bevestigd, dat huppelend over het watervlak

de visschen lokken moet. De vlieger draagt een langen staart, is

van palmblad gemaakt en heeft den vorm van een omgekeerd gothisch

boograam. Het prauwtje is door twee personen bemand, de een houdt de

lijn, de ander roeit en manoeuvreert.

Verder de vuurzaag en de vuurboor, die den strijd met de lucifers

niet opgegeven hebben; de eerste is afkomstig van de westelijke

helling van den berg Himandiri op oost-Flores en bestaat uit twee

stukken droge bamboe, die men dwars over elkander zaagt, totdat de

fijne bamboekrullen, die men in de nabijheid legt, ontbranden; in 20

seconden, schrijft de heer Van der Sande, die zich al deze dingen laat

vóórdoen, was het bamboeschrapsel ontstoken. De vuurboor is van Soemba

en bestaat uit twee stukjes, waarvan het eene ligt, en het andere

loodrecht daarop staat en tusschen de handen gedraaid wordt. Na een

paar minuten is het houtpoeder, dat bij de wrijvingsvlakken ligt

ontvlamd, en in dien tijd is de man, die draait, door een ander

afgelost en heeft hij dezen weer afgelost.

Vervolgens rood en zwart aardewerk als uit het landschap Rioeng, van

Donda en van Mausambi op de noordkust van Flores, eetschaaltjes en

ook waterkannetjes van afwijkend model; een kompleet weefgetouw met

gedeeltelijk voltooid smal doek van roode, witte en zwarte draden,

afkomstig van Lewalobo in Oost-Flores.

Dan oude geweren, vuursteen- en percussie-geweren, zooals zij tot

1908 bij de bergbevolking op de zuidkust van Oost-Flores in gebruik

waren; evenals een oud ruiterpistool zijn deze geweren van europeesch

maaksel, gevaarlijker voor den schutter dan voor het doel, verfraaid

met ingelegde koperen chineesche duiten en blauwe kralen; weefsels,

bijzondere oorsieraden, kralen (moeti tanah) van verschillende

kostbaarheid en een fraaie sirih-tasch van geïkat doek met koperen

montuur.

Te Makassar kwam de heer Van der Sande in het bezit van de broek

eens mannelijken Toradja's van Celebes, een door de vrouwen van

dit volk geweven kleedingstuk. De man vertoefde onder geleide

van den civiel-gezaghebber te Makassar, om aan den gouverneur te

worden voorgesteld; vermoedelijk is eerst na die voorstelling de

broek van eigenaar veranderd. Eveneens van de Toradja's zijn eenige

voorwerpen, die de heer Van der Sande ten geschenke kreeg van den

civiel gezaghebber van Larantoeka, den 1sten luitenant O. I. L. J. van

Bossche, o.a. geklopte boomschors en kleedingstukken, van deze stof

vervaardigd, en een klopper, waarmede zij soepel geslagen wordt.

Op den Uitkijk, Jaargang 1909 Bijblad bij De Aarde en haar Volken · 第 285 / 353 题