ZIONISTISCHE PLANNEN OP HEF CYRENAÏSCH SCHIEREILAND.

Nadat de pogingen van de zionistische Jewish Territorial Organisation,

aan welker hoofd Zangwill staat, om in Oeganda, Argentinië, Mesopotamië

of Palestina land te krijgen voor de vestiging van een joodschen

staat, schipbreuk hadden geleden, zond het genootschap in 1907 een

commissie naar het Cyrenaïsch schiereiland in Noord-Afrika, om de

mogelijkheid te bestudeeren van een joodsche kolonie. Gouverneur van

Tripolitanië was toen de liberale, hervormingsgezinde, intusschen

als turksch minister van oorlog gestorven maarschalk Redjab Pacha,

die wel geneigd was, een joodsche kolonisatie te steunen. Hij beloofde

indertijd aan Zangwill voor de naar Tripolitanië komende Israëlieten

volledige godsdienstige vrijheid en ontheffing van belasting onder de

voorwaarde, dat ze voor hen allen te zamen een cijns betaalden. Ook

voor een zekere autonomie voelde hij veel, en hij droomde zelfs van

een in het leven te roepen haven en van een joodsche handelsmarine.

De regeering was niet zoo hoopvol, maar ook zij was het plan niet

ongenegen. Daarvan kon zich ook professor Gregory overtuigen, de

geoloog van Glasgow, die onlangs ter wille van de studie van den

grond door de Jewish Territorial Organisation naar het Cyrenaïsch

schiereiland was gezonden. Maar Gregory vond er de vruchtbaarheid

en den aard van den bodem lang niet zoo gunstig, als verondersteld

werd. Het schiereiland bestaat voor een groot deel uit plateau's van

kalkgesteente, dat het water doorlaat en is daardoor beter geschikt

voor veeteelt dan voor landbouw. Gregory meent intusschen, dat men

het met kleine joodsche koloniën kan probeeren.

Zangwill heeft nu zijn hoop weer op Mesopotamië gericht, en hij wil in

joodsche kringen geld trachten bijeen te krijgen voor de herstelling

van de oude besproeiingskanalen, die in vroeger tijden die streken

zoo vruchtbaar maakten.

Op den Uitkijk, Jaargang 1909 Bijblad bij De Aarde en haar Volken · 第 281 / 353 题