BERGTOCHTEN IN SAKSISCH ZWITSERLAND.

Er is geen tweede van de Duitsche Middelgebergten, dat zoo geschikt

is, om aankomende Alpinisten te maken tot flinke bergbestijgers

als Saksisch Zwitserland, de parel van het koninkrijk Saksen, een

Alpenwereld in het klein. Te zamen gedrongen op een betrekkelijk

kleine ruimte, zijn in dit gebergte met zijn geweldige rotswanden

en reuzenpyramiden, zijn romantische kloven, verbrokkelde muren en

zijn rotslabyrinthen de gelegenheden voor uitstapjes, die zoowel

geschikt zijn voor den weeldetoerist, gebruik makend van allerlei

vervoermiddelen, als voor den geharden bergklauteraar.

Jaarlijks vloeit een reusachtige toeristenstroom door het

Elbezandsteengebergte. Wie ooit vroeg op een Zondagmorgen in

den zomer op het Dresdener spoorwegstation vertoefde en er de

duizenden treklustigen en natuurvrienden aantrof, die naar hun

geliefd »Zwitserland« willen, die krijgt een flauw vermoeden van

het aantal bezoekers. Niet gering is onder hen het getal Berlijners,

profiteerend van het feit, dat de hoofdstad maar drie sneltreinuren

van Dresden verwijderd is.

Wat een bergtoeristen ziet men er! De gemoedelijke Sakser in linnen

schoenen en met de omvangrijke, breede handtasch; de nog altijd

niet uitgestorven salontiroler met kniekousen, eleganten rugzak

en een glaasje in het oog; dan de leden der Alpenvereeniging en

van de Oostenrijksche Toeristenclub in een onvervalscht, praktisch

bergkostuum, alles te zamen een stationstooneel, als München in het

groot aanbiedt. Slechts een klein deel van die bergtoeristen doen

nog iets meer dan de gewone bergtoeren, om door te dringen in het

intieme schoon van het Elbelandschap.

Voor klauterpartijen in de Dolomieten kan men zich uitstekend

voorbereiden in Saksisch Zwitserland. Men begint dan met het meest

bezochte punt van het Elbezandsteengebergte, de Bastei, met haar

hemelbestormende rotswanden en vooruitspringende rotsterrassen. Voor

klimmers geldt de leus, dat ze de Bastei in rechte lijn moeten

nemen en de Schrammsteine moeten bezoeken. Ze gaan dan bij het

station Rathen over de snelstroomende en door vlotten en bootjes

verlevendigde Elbe naar Ober-Rathen en na een wandeling over den

Amselgrund bestijgen ze den Gänsefelsen. De stoutmoedigsten gaan

daar naar boven door een zoogenaamden schoorsteen, den Gühnekamin,

waarin men met handen en knieën werkend, zich strekkend en draaiend

met slakkensnelheid vooruitkomt. Vijf kwartier van zulk klauteren

leidt naar het rotsplateau.

Een tweede werkje is over de Basteirotsen rechtstreeks naar de

Basteibrug te klimmen, die daar boven de indrukwekkende diepte van

klip tot klip overspant. Er is een veel gemakkelijker weg omhoog, maar

de bergtoerist verkiest den zwaarsten. Eerst door een sparrenbosch,

dan door een wirwar van kloven en spleten gaat het met moeilijke

bochten om rotspyramiden heen naar een klein plateau en dan naar den

top van een rotszuil in de onmiddellijke nabijheid van de Basteibrug,

een flink stuk werk. Van de brug wordt den klimmers dan meestal een

touw toegeworpen en met een stoutmoedigen sprong zijn ze op de brug.

Er is verbazend veel verscheidenheid in de toeren en de kijkjes

in Saksisch Zwitserland. Hoeveel verschillen het panorama van den

Lilienstein en dat van den Winterberg, beide om strijd geroemd! De

Lilienstein is een rotsmassief, dat koen en steil uit het nauwe

Elbedal omhoog rijst en welks groot plateau men langs een groot aantal

trappen beklimt. Daar tegenover is de vesting Königstein, die nu haar

strategische waarde heeft verloren door de moderne oorlogstechniek

en kalme diensten bewijst als bewaarplaats voor staatsarchieven en

andere schatten.

De wildernis der Schrammsteine is het meest geliefde sportterrein der

leden van de Alpenvereeniging, die er een zeer veel op de Dolomieten

gelijkend arbeidsveld vinden. De Falkenstein geeft de gelegenheid zijn

rotspyramide door twee lange, schuine schoorsteenen te beweldigen;

een moeilijk werkje, maar dat voldoening geeft, als men het achter

den rug heeft en met een paar wonden aan handen en kleêren boven

is gekomen. In het gebied der Schrammsteine is het berghuis van den

Winterberg bekend als een welkome rustplaats, en de Winterberg zelf

is een bazalttop te midden van de zandsteenformatie, tevens de hoogste

top van de bergen aan den rechteroever van de Elbe.

Aan den boheemschen kant lokt de Prebischtor alle bezoekers van het

gebergte, en geen wonder, want op die plek krijgt men den stoutsten

en imposantsten rotsbouw van Duitschland en Oostenrijk te zien. Men

ziet de reuzenrotsen van boven een brug vormen, waaronderdoor een

statige poort wordt gevormd; daarnaast dalen aan weerszijden diepe

kloven naar beneden, terwijl boven de donkere bosschen der omgeving de

rotswanden kaal omhoog rijzen. Langs den Gabrielensteig begeven zich

de toeristen vervolgens naar den Edmundsklamm, het mooiste bergdal

van Boheemsch Zwitserland. Het dal, dat eerst breed is, vernauwt

zich meer en meer, en de weg is moeten worden aangelegd met behulp

van tunnels en berggalerijen. Er volgt aan het eind een passage,

die men enkel per boot kan afleggen over het riviertje de Kamnitz,

dat er kunstmatig in een smal en diep meertje is veranderd. De vaart

over het donkere bergwater is een der groote bekoorlijkheden van den

tocht door de kloof.

Op den Uitkijk, Jaargang 1909 Bijblad bij De Aarde en haar Volken · 第 277 / 353 题