VEREENIGING "DOORWERTH".

Een hartelijk welkom mag wel worden toegeroepen aan de nieuwe

Vereeniging, die zich ten doel stelt, het slot Doorwerth bij

Oosterbeek, of liever wat er van over is, te koopen van den eigenaar,

de heer Scheffer van de »Duno«, en het door doelmatige restauratie

te behouden als interessant monument uit het verleden. Den 8sten

Juli is de vereeniging te Arnhem geconstitueerd onder presidium van

den burgemeester van Arnhem, Jhr. Mr. A. Röell. In de bijeenkomst,

waartoe een commissie de belangstellenden had opgeroepen, voerde de

heer F. A. Hoefer uit Hattem, lid van de »Monumentencommissie«, het

woord en wees op de noodzakelijkheid van ingrijpen, nu wat er van

het kasteel over is, snel een ruïne dreigt te worden. Hij schetste

de historie van het kasteel in korte trekken, die de belangrijkheid

aantoonden.

Het slot is inderdaad te belangrijk uit historisch, architectonisch

en aesthetisch oogpunt, dan dat het zou mogen verloren gaan. De

tegenwoordige eigenaar is bereid, het slot binnen de grachten voor tien

duizend gulden af te staan, een niet groote som, die door contributiën

en giften bijeen zal moeten worden gebracht. De restauratie zal naar

alle waarschijnlijkheid met rijkssteun tot stand kunnen komen. Het

blijkt de Commissie tot behoud der monumenten, dat om het gebouw

te restaureeren en het te brengen in den staat van het einde der

zeventiende eeuw, een som van zestig duizend gulden noodig zou wezen,

terwijl men, zich tevreden stellend met een herstelling tot den

toestand van een halve eeuw geleden, met veertig duizend gulden zou

kunnen volstaan.

Wat zal men doen met Doorwerth, als het in beteren staat is

gebracht? De bestemming zou kunnen zijn de vestiging van een Geldersch

museum om de herinnering aan de roemrijke Geldersche geschiedenis

te verlevendigen. Misschien ware ook de gelegenheid gunstig voor een

openlucht-museum, zooals Kopenhagen bezit.

In het voorloopig bestuur der Vereeniging werden gekozen de heeren,

die de oproeping voor de bijeenkomst hadden geteekend. Als de statuten

zijn goedgekeurd en rechtspersoonlijkheid is aangevraagd, zal men

dan met den heer Scheffer over den koop kunnen onderhandelen.

Aan de discussies namen deel baron Mackay, Mr. E. G. C. Scheidius

en Jhr. Mr. D. B. R. baron van Lynden van Sandenburg. De oproep ging

uit van de heeren graaf Bentinck, Dr. P. J. H. Cuypers, F. A. Hoefer,

J. Kalff, Mr. S. Muller Fzn., Jhr. Mr. A. Röell, Jhr. Nedermeyer ridder

van Rosenthal, baron Schimmelpenninck, Mr. J. J. S. baron Sloet,

Jhr. Mr. G. Wttewaall van Stoetwegen, Jhr. Mr. Victor de Stuers en

Dr. J. S. van Veen.

"Ons eigen Land", dat mooie werk van den A. N. W. B., vertelt van

Doorwerth, dat het een der weinige middeleeuwsche burchten in ons

land is, die nog het oorspronkelijke karakter bewaarden. Met zijn

driedubbele grachten, ophaalbruggen, wachttoren, poorten, muren

met schietgaten, voorplein, binnenplein, gevangenis, wapenzaal,

kapel, slotbewaarderswoning, stallen en andere bijgebouwen, zijn

torentransen en trapgevels, is het als 't ware een stuk vaderlandsche

geschiedenis. Over de eerste ophaalbrug komt men op een smal voorplein;

hier verrijst tegenover de tweede ophaalbrug een wachttoren, van

uit welker raampjes men den toegangsweg overziet. Over de brug is

een zwaar poortgewelf, waarboven de geslachtwapens van de familie

Van Voorst rechts, van de familie Schellard van Obbendorf links,

zijn aangebracht. Door deze poort komt men op het ruime binnenplein,

waarop oude acacia's, waarvan, naar het heet, een is geplant in 1579,

ter herinnering aan de Unie van Utrecht. 't Zijn de oudste boomen van

dat soort, welke men in ons land vindt. Een derde ophaalbrug voert

naar het eigenlijke slot, dat sinds lang niet meer bewoond is.

De heerlijkheid Doorwerth is een der oudste van Gelderland en moet

ongeveer uit de tiende eeuw dagteekenen. Omstreeks 1500 ging zij door

huwelijk over aan de familie Wisch en van deze aan die van Homoet. In

1558 kwam zij aan het bovengenoemde huis Schellard. Een eeuw later

ging zij over aan den graaf van Aldenburgh, wiens kleindochter haar

den graaf Bentinck mee ten huwelijk bracht. Tot 1840 bleef Doorwerth

in het bezit der Bentinck's waarna baron Van Brakell van Wadenooien de

heerlijkheid door aankoop verwierf. Na den dood van de douairière Van

Brakell Doorwerth, ongeveer 1878, viel het kasteel met zijn omgeving

ten deel aan jhr. mr. J. G. Ridder van Rappard. Sinds eenige jaren

behoort het aan den heer Scheffer, tevens eigenaar van het aangrenzende

landgoed Duno.

Op den Uitkijk, Jaargang 1909 Bijblad bij De Aarde en haar Volken · 第 258 / 353 题