EEN VOLKSTELLING IN CHINA.

Men zal nu in China tot een volkstelling overgaan. Om te begrijpen,

wat dat wil zeggen, moet men allereerst bedenken, dat China de

volkrijkste staat der aarde is en verder, dat er tot nu toe niet

anders dan schattingen van het aantal der bevolking bekend zijn met

schommelingen in de cijfers van honderd en tweehonderd millioen. In

het algemeen heet het nog altijd, dat China 400 tot 450 millioen

menschen bergt, maar dat aantal wordt door menig kundig geograaf voor

overdreven gehouden, zoodat men in verscheiden werken opgaven vindt

van 300 tot 350 millioen.

Het is duidelijk, dat alle vermoedens omtrent het gele gevaar in

sterke mate samenhangen met een vaste berekening van het aantal

Chineezen. Nu zijn er ook in vroeger eeuwen wel soms vanwege de

chineesche regeering volkstellingen gehouden, doch daaruit leerde

men enkel het aantal gezinnen kennen, terwijl de resultaten daardoor

onbetrouwbaar waren, dat de gouvernementen der verschillende provinciën

de opgaven vervalschten, al naar gelang de telling ten behoeve van

een militaire opkomst of voor een nieuwe belasting plaats had.

Thans zal werkelijk de reuzenonderneming van een echte volkstelling in

het geheele chineesche rijk worden uitgevoerd en wel in den dubbelen

vorm van een gezins- en een hoofdelijke telling. De eerste zal in

het jaar 1910, de tweede in 1912 voltooid wezen. Bij de reusachtige

uitgestrektheid van het Chineesche Rijk kan men den omvang van een

dergelijken arbeid moeilijk overschatten. De uitstekende organisatie

van het regeeringsstelsel zal aan het werk ten goede komen, maar

daarbij moet men niet over het hoofd zien, dat de bevolking in sommige

deelen van het land nog in groote onafhankelijkheid leeft en tegenstand

tegen de telling kan uitoefenen of haar geheel onmogelijk maken voor

haar deel. Maar ook als men dergelijke onzekerheden in aanmerking

neemt, zou de beteekenis van een nauwkeurige volkstelling in China

van groote waarde zijn.

Op den Uitkijk, Jaargang 1909 Bijblad bij De Aarde en haar Volken · 第 250 / 353 题