Toen ik er indertijd van hoorde vond ik het denkbeeld aardig en
nu het tot iets tastbaars geworden is, lijkt 't mij een bijzonder
gelukkige vondst.
Daar is de firma Wijnmalen & Hausmann, die een prijscourant of
catalogus uitgeeft van machines voor houtbewerking, en bedacht
heeft aan dat boek te doen voorafgaan een voorrede over de werktuigen
waarmede de mensch, van den vroegst bekenden tijd af, het hout bewerkt
heeft. Nu de catalogus met zijn voorrede verschenen is, zegt menigeen:
die twee zijn één, ze behooren bij elkaar, zooals het verleden en
het heden ineen vloeien. Zeker--vaak treft men bij industrieelen
den zin aan voor wetenschappelijk onderzoek; maar zelden ontmoet
men prijscouranten met een wetenschappelijke voorrede. Voor zoover
mij bekend is moet de geschiedenis der houtbewerking nog geschreven
worden. Wat de Rotterdamsche firma hier geeft zijn eenige grepen in
den voorraad; het is het begin waarop voortgewerkt kan worden. Zij
heeft veel hulp gevonden o.a. in het Ethnografisch Museum te Leiden
en in het Landesmuseum te Zürich, en zij toont zich op de hoogte van
de dingen die de Sarasin's gevonden hebben op Ceylon. Toen de heer
J. H. Jurriaanse, het hoofd der firma, in het Rotterdamsche museum
wenschte te zoeken naar voorwerpen die hij voor zijn beschrijving
noodig had, waren de zalen uit hoofde van de verbouwing, gesloten. Dit
speet hem en niet minder mij, want ik had hem aan veel kunnen
helpen. Aan een heen- en terugdraaiende houtdraaibank o.a. waarmede
de negers van Mopea aan de Zambesi werken, en aan al de beitels die
zij daarbij gebruiken.
Het opstel beschrijft steenen messen, bijlen, beitels, hamers en zagen
uit den oertijd; gereedschap van schelp gemaakt; koperen en bronzen
werktuigen en eindelijk de ijzeren. Vele afbeeldingen zijn in den tekst
geplaatst. Er blijkt uit hoe weinig de vorm van het meeste gereedschap
in den loop der eeuwen gewijzigd is. De mensch hakt altijd nog met
hetzelfde bijltje waarmede de oer-mensch hakte. De wijze waarop de
Kajan van Borneo zijn blaasroer uitboort is dezelfde als de manier
die de pompmaker volgt bij het uitboren van zijn houten scheepspomp.
Dit maakt het onderwerp--de schrijver wijst erop--zoo aantrekkelijk;
we staan er veraf en toch, in velerlei opzicht, zoo dichtbij. Al
zoekende zal hij nog veel meer merkwaardige overeenkomsten vinden.
Joh. F. Snelleman.
R'dam, 17-VIII-'09.