Dat moet een aangename reis zijn geweest voor den professor van
de universiteit Rutgers College in Ithaca in den Staat New-York,
den heer William Elliot Griffis, die tocht naar Nederland met
opdrachten van genootschappen en vereenigingen in Amerika, om in
ons land door zichtbare blijken vast te leggen de herinnering aan
de banden, die in de historie gelegd zijn tusschen de republiek der
Vereenigde Nederlanden en het land, dat eerst Nederlandsche kolonie,
toen Engelsche kolonie en eindelijk ook republiek was geworden.
Het aanwakkeren van de piëteit voor het verleden is iets nobels en
goeds, en waar door de gedenkplaten, die de amerikaansche geleerde in
ons land kwam plaatsen en onthullen, iets voor ons land zoo eervols
werd herdacht als het aandeel, dat Nederland had aan de schepping
van de republiek Amerika, daar mogen wij allen wel hartelijk deelen
in de herinneringsplechtigheden.
Belangrijk waren vooral die in de Engelsch Hervormde kerk op het
Bagijnhof te Amsterdam en die te Leeuwarden in de Statenzaal. Ook
Utrecht en Nijkerk kregen gedenkplaten.
Driehonderd jaren is het geleden, dat een groep personen, die om
des geloofswille uit Engeland moesten wijken, gastvrij in ons land;
en wel het eerst in Amsterdam, werden opgenomen. Als pelgrims kwamen
ze naar het lage land en als pelgrims hebben ze er geen blijvende
plaats gevonden, maar zijn, na ook in Leiden en in Delfshaven te
hebben gewoond, overgestoken naar het toen nog zooveel verder dan
nu verwijderde land aan de overzij van den Atlantischen Oceaan. Op
de gedenkplaat, die in de Bagijnhofkerk is onthuld, staan vijf
namen vermeld van die Pilgrim Fathers, die zich in Pennsylvanië
vestigden. Het zijn Ainsworth, Johnson, Robinson, Brewster en Bradford,
aristocratische namen in Amerika, waar de herinnering aan die pelgrims
zeer levendig wordt gehouden.
Het was een plechtige dienst, die op Zondag 11 Juli werd gehouden in
de overvolle kerk. In de hooge bank tegenover den preekstoel had de
burgemeester van Amsterdam, Mr. W. F. van Leeuwen, plaats genomen
met den engelschen consul, Mr. Churchill, en den vice-consul,
Mr. Nabarre. Aan den voet van het gestoelte zaten verschillende
afgevaardigden van andere kerkgenootschappen, als de Ned. Herv. Kerk,
de Evangelisch Luthersche, de Hersteld Evangelisch Luthersche en
Doopsgezinde Gemeente, Ds. Overman, predikant van de Engelsche kerk
te Vlissingen, vertegenwoordigers van de Schotsche kerk te Rotterdam
en veel autoriteiten uit Amerika.
De predikant van de engelsche kerk, Rev. William Thomson, opende
de bijeenkomst met gebed, waarna de gemeente uit den schotschen
liederenbundel de toepasselijke verzen zong:
"Through the night of doubt and sorrow
Onward goes the pilgrim-band,
Singing songs of expectation,
Marching to the Promised land."
Clear before us through the darkness
Gleams and burns the gliding light;
Brother clasps the hand of brother,
Stepping fearless through the night.
Daarna kreeg de Reverend Elliot Griffis het woord, de man, die al
bekendheid heeft gekregen in ons land door zijn geschriften over
de historische betrekkingen tusschen Nederland en Amerika, als
"The Pilgrims in their three homes", "Brave little Holland" en "The
story of New-Netherland". De spreker droeg een professorale toga,
omzoomd met roode en witte strooken als doctor in de rechten en in
de godgeleerdheid, op den rug belegd met een zwart zijden vierkant
als een embleem van Rutgers College.
In de rede werd hoog opgegeven van de geestelijke schatten, die
wij in onze roemrijke geschiedenis en in onze oude kunst bezitten,
werd natuurlijk de geschiedenis van de in 1609 uitgewekenen herdacht
en tevens verteld, hoe verschillende stichtingen en particulieren,
onder leiding van de Congregational Club als voornaamste geefster,
de gedenkplaat hadden doen vervaardigen, die aan den wand van de kerk
ter zijde van het preekgestoelte voor aller oogen zichtbaar werd;
toen de hoogleeraar G. L. Raymund uit Washington, getrouwd met een
afstammelinge van een der Pilgrim Fathers, haar onthulde.
Koorgezang had te voren de mooie woorden begeleid van het lied,
door den heer Griffis geschreven, waarin de woorden voorkomen:
»Forth from their mother-land outcast
Our fathers fled to find a home:
Long dwelt they guests, in conscience free
Within a State without a throne.
Within these cities, rich and fair,
They found full welcome and a home;
In sweet comment then worshipped God,
Nor wished again to farther roam."
Bedoelde professor Raymund is president van de Mayflower Society, zoo
genoemd naar het schip, waarmee de pelgrims overstaken naar Amerika
en wel naar Plymouth in Pennsylvanië, waar ze een overwegenden en
blijvenden invloed hadden op de wording der Hervormde Kerk en op den
gang van zaken in de kolonie.
De onthulde plaat is van koper, bevestigd op eikenhout, en draagt
het volgende inschrift:
One in Christ.
1609. From Scrooby to Amsterdam. 1909.
Ainsworth, Johnson, Robinson, Brewster, Bradford. By joint consent
they resolved to go into the low Countries where they heard was
freedom of religion for all men, and lived at Amsterdam.
(Governor William Bradford: History of Plymouth Plantation).
In grateful remembrance and in Christian brotherhood, the Chicago
Congregational Club reared this memorial.