WAARDE, DIE TOT HAAR RECHT KOMT.

Het is al vele jaren geleden, dat men voor het eerst begon te spreken

over het water van de vele vallen in Zwitserland als op groote

schaal aan te wenden beweegkracht. Langer dan een kwarteeuw is al de

uitdrukking van »witte steenkool« oud, waarmee dan het schuim der

cascaden werd aangeduid, dat fabrieken en machines aan drijfkracht

zou kunnen helpen. Hoewel het door water bewogen molenrad, dat het

werk verrichtte in houtzagerijen en meelmolens reeds heel oud is,

eerst de laatste tijden hebben we de waterkracht leeren exploiteeren

in den dienst der electriciteit.

Deze groote macht laat op treffend doelmatige manier het

snelstroomend water voor zich werken en in vele berglanden van Europa

worden haar turbines reeds in beweging gebracht door stroomend

water. Het allergrootste krachtstation van den jongsten tijd zal

dit jaar nog gereed komen in zuidelijk Zweden bij den beroemden

Trollhätta-waterval. Daar komen tachtig duizend paardekrachten door

omzetting van de levende kracht der watermassa's in electrische

energie, beschikbaar voor spoorweg-, gemeente-, industriëele en

andere doeleinden. De werken aan den Trollhätta-waterval worden

door den zweedschen staat uitgevoerd, welke behalve dezen nog een

reeks andere watervallen in zijn bezit heeft gebracht en daartoe

een afzonderlijke waterval-administratie opgericht heeft. Bij de

plaats Trollhättair stort de Götaelf over een afstand van ongeveer

1000 meter geleidelijk naar beneden, op deze wijze een twaalftal

verschillende watervallen vormende. De storting begint bij het eiland

Gullön en de laatste vallen liggen bij het Olideloch. Tusschen het

laatste en Gullön heeft men een kanaal aangelegd, dat de razende

watermassa's bij Gullön opvangen en naar het bij het Olideloch te

bouwen krachtstation leiden zal. Het 1400 meter lange kanaal, uit de

rotsmassa's door dynamietontploffingen gevormd, zal 252 M3 water in de

seconde voortleiden, waarbij men een snelheid van de watermassa's van 2

meter in de seconde berekent. Aan het eindpunt ligt een verzamelbekken,

van waar het water in acht loodrechte, bijna 32 M. diep in de rotsen

uitgehouwen turbinenkamers stort. Deze laatste monden uit in het aan

den voet van den berg liggende krachtstation, waarin acht turbines van

elk 10.000 paardekrachten opgesteld worden. Van het krachtstation wordt

de electrische kracht naar een groot aantal steden en dorpen geleid.

Met behulp van een voorloopig krachtstation wordt thans reeds

electriciteit naar verschillende steden gevoerd. Met den dag

der inwerkingstelling van het reuzenkrachtstation zal bij de

Trollhätta-watervallen een volledige verandering van het natuurtafereel

plaats hebben.

Terwijl thans nog 562 M3 water in de seconde over de glooiingen stort,

zal de toekomstige watermassa nog slechts 50 M3 bedragen en in plaats

van de wild voortbruisende watermassa's, die de bewondering van de

toeristen opwekken, zullen dan de bezoekers de droge, gladgeslepen

rotsblokken van het stroombed mogen beschouwen, als zij niet liever

elders het altijd nog rijk vertegenwoordigde natuurschoon willen gaan

genieten. Ook in noordelijk Zweden zal de staat een groot krachtstation

oprichten, om verschillende steden van electrische kracht te voorzien.

Wanneer men bedenkt, dat Zweden jaarlijks voor 60 millioen kronen aan

engelsche steenkolen betrekt, die het noodig heeft voor de industrie

en het spoorwegbedrijf, is het verklaarbaar dat men overgegaan is tot

het partij trekken van de watervallen. Alleen de watervallen, die in

zuidelijk Zweden tot ongeveer ter hoogte van Gefle liggen, bevatten een

onuitputtelijken, steeds zich hernieuwenden en aanvullenden voorraad

levende waterkracht. Dit zijn de »sluimerende millioenen« van Zweden,

niet minder belangrijk dan de ertsen en wouden van het land. Nog vormen

zij in hun ongebreidelde watermassa's grootsche natuurwonderen, die

ook toeristen van heinde en ver aantrekken, doch met den tijd zal zich

de techniek in steeds grootere mate van de watervallen meester maken,

om zelfs voor de meest afgelegen deelen van het land de veroveringen

van de moderne ingenieurskunst toegankelijk te maken.

Op den Uitkijk, Jaargang 1909 Bijblad bij De Aarde en haar Volken · 第 222 / 353 题