Van een Rotterdammer, den heer G. W. Kriesz, die een reis om de
wereld maakt met zijn vriend, den Skandinaviër Erik Welen, heeft het
Museum voor land- en volkenkunde te Rotterdam eenige halssierraden
ten geschenke gekregen, die uit vruchtenpitjes vervaardigd zijn en
gestuurd zijn uit Honoloeloe. De heeren doen den grooten tocht op de
meer en meer gebruikelijke manier per pedes apostolorum, levend van
de opbrengst, die ze halen uit den verkoop van briefkaarten met hun
portret. De wandeltocht heeft tot hier toe nog niet zoo heel veel van
dat, waar hij voor wil doorgaan, want ze zijn te Denver in Colorado
begonnen en al is het al een heele wandeling naar de Stille Zuidzee,
van daar naar de Hawai eilanden moest het wandelen behalve op het dek
van de stoomboot worden opgegeven, en hoe ze van de Sandwich-archipel
verder wandelen meldde de geschiedenis tot nog toe niet.