Dat is tegenwoordig de leus van een menigte inwoners van het
vorstendommetje Birkenfeld, dat, tusschen Trier en Coblentz gelegen,
geregeerd wordt door den hertog van Oldenburg naar de niet al te wel
doordachte bepaling, door het Weener Congres in 1815 gemaakt. Die
enclave op Pruisisch grondgebied telt 43000 inwoners, over een
oppervlakte van 502 kilometers verspreid.
In den loop van de jaren heeft men al dikwijls geklaagd over de
zonderlinge gril, die dit stukje gebied in het hart van Pruisen onder
het ver verwijderde oldenburgsche gezag bracht. Om aan de verlangens
van de bevolking tegemoet te komen, heeft men ten minste de drie
kantongerechten onder het Pruisische Landgericht te Saarbrücken,
en het Oberlandesgericht te Keulen geplaatst 27 Mei 1909.
Over de oldenburgsche regeering hebben de Birkenfelders trouwens niet
te klagen gehad, daar zij hun ook in andere opzichten ter wille geweest
is en met hun belangen rekening gehouden heeft. De groothertog Peter
kwam vroeger ook dikwijls onder zijne Birkenfelders vertoeven. Maar
met dit al is de strooming in Birkenfeld voor een aansluiting bij de
Pruisische Rijnprovincie aldoor sterker geworden. De Birkenfelders
stellen nu een ruiling van gebied tusschen Oldenburg en Pruisen voor,
waarbij Oldenburg, als schadeloosstelling voor Birkenfeld, een stuk aan
de pruisische grens zou krijgen. In dien geest heeft de afgevaardigde
voor Birkenfeld onlangs in den oldenburgschen Landdag gesproken.
Het is een steenachtig bergland, dat tot den Hunsrücke behoort en
waar de bovenloop der Nahe door loopt. De landbouw levert niet genoeg
op voor de behoeften der bevolking, al is het klimaat in de dalen
zacht genoeg, zoo zelfs dat er hier en daar nog aan wijnbouw kan
worden gedaan. Meer bekend dan de hoofdstad Birkenfeld is Oberstein,
om de agaatslijperijen, die er zijn. Het regeeringscollege, dat uit
een president en twee leden bestaat, zetelt te Birkenfeld en staat
onmiddellijk onder het ministerie van het groothertogdom Oldenburg.