Op den 70sten verjaardag van Dr. J. D. E. Schmeltz, den directeur
van het Ethnographisch Museum te Leiden, konden zijn vrienden en
de verdere belangstellenden constateeren, hoe flink en opgewekt de
jubilaris was, die een goede gezondheid genoot. Helaas, dat hij
slechts zoo kort dien feestdag mocht overleven! Op den Vrijdag,
die op den Maandag, den 17den Mei volgde, vatte Dr. Schmeltz koude,
die tot een ernstige longaandoening leidde en die hem op Woensdag
den 26sten Mei ten grave sleepte.
Johannes Diedrick Eduard Schmeltz werd in Hamburg geboren en genoot
geen wetenschappelijke opleiding. Door toevallige omstandigheden
kwam hij in zijn vaderstad in aanraking met den heer Godeffroy,
hoofd van een aanzienlijk handelshuis, tevens beoefenaar der
land- en volkenkunde, die voor eigen rekening een ethnographisch
museum stichtte, aan het hoofd waarvan Schmeltz in 1863 werd
geplaatst. Hierdoor kwam hij in aanraking met wetenschappelijke mannen
in Duitschland, die in den ijverigen man grooten aanleg voor land- en
volkenkunde ontdekten. In 1882 werd het Museum Godeffroy opgeheven,
omdat de zaken van de firma minder gunstig liepen, doch Schmeltz
zag zich benoemd tot conservator van het Rijks Ethnographisch Museum
te Leiden.
Dr. Serrurier, destijds directeur van het Leidsche Museum, zag in
den heer Schmeltz een kracht voor die instelling, en hij heeft zich
in hem niet bedrogen gezien.
Toen dr. Serrurier in 1897 als directeur bedankte, werd de heer
Schmeltz eerst tijdelijk met de leiding belast en later als directeur
benoemd.
Intusschen had deze laatste inzonderheid door vele bijdragen op het
gebied der land- en volkenkunde naam gemaakt in de wetenschappelijke
wereld. Hij werd benoemd tot lid van verschillende geleerde
genootschappen, verwierf de gouden medaille van het Keizerlijk
Genootschap voor Ethnographie en Natuurlijke Historie te Moskou,
en de universiteit te Leipzig bevorderde hem in 1896 op grond zijner
geschriften tot doct. phil.
Niet het minst werd zijn naam gevestigd als redacteur van het
"Internationales Archiv für Ethnographie."
Als directeur van het Museum was het zijn streven, deze instelling
tot haar recht te doen komen in binnen- en buitenland bij de mannen
der wetenschap en bij ontwikkelde leeken; maar de hoogst onvoldoende
lokaliteit waarin de verzamelingen geborgen waren, werkte hier remmend.
Nu en dan organiseerde hij bijzondere tentoonstellingen en
museumwandelingen.
Dr. Schmeltz was ridder in de orde van den Nederlandschen Leeuw en
ridder in de orde van den Rooden Adelaar 4 klasse van Pruisen.
Van den catalogus, die Schmeltz met behulp van Juynboll, Marquart,
Fischer e. a. bezig was te maken, heeft hij geen enkel deel voltooid
zien verschijnen.