Het onderzoek van het diamantenopleverende achterland bij de
Lüderitzbaai en 't plaatsje Lüderitzbucht in Duitsch Zuidwest-Afrika
dringt natuurlijk ook wat verder zuidelijk door en stuit daarbij
tegenover het kleine Pomona-eiland, dat in Engelands bezit is,
op moeilijkheden, in den vorm der concessie aan het engelsche
Pomona-syndicaat.
Die maatschappij heeft haar recht tot een guano-land- en mijnontginning
in 1863 van den Bethaniërhoofdman gekregen, met wien twintig jaar
later ook de Bremer koopman Lüderitz onderhandelde, daardoor den grond
leggend voor Duitschlands eerste Afrika-kolonie. In 1886 bevestigde de
duitsche regeering die concessie, zoodat het syndicaat het uitsluitend
eigendomsrecht verkreeg op de Pomona-mijn met twee engelsche mijlen
land er rond omheen.
Het samentreffen nu van aanspraken van Duitschers en Engelschen zal
waarschijnlijk naar de »Lüderitzbuchter Zeitung« bericht, tot klachten
leiden, die bij gebrek aan een hoogere instantie vóór het »Obergericht«
in Windhoek moeten komen.