KARAKOELSCHAPEN.

Men gaat het in Duitsch Zuidwest-Afrika probeeren met de teelt

van een nieuw soort van schaap. Den 18den Januari j. l. werden per

Wöhrmannstoomboot 264 Karakoelschapen, en wel 22 bokken en 242 ooien

naar Swakopmund ingescheept.

Veertig van die dieren waren een geschenk van handelsraad Thorer te

Leipzig aan de kolonie; de overige werden voor rekening der regeering

uit Bokhara naar de kolonie gezonden.

De lammeren van deze schapen leveren de verkeerdelijk perzische vellen

genoemde huiden. Die naam zou den hoorder in de war kunnen brengen,

want die vellen komen niet uit Perzië, maar zijn afkomstig van

Bokhara. Om bruikbare vellen te leveren moeten de lammeren tusschen

den vijfden en den tienden dag van hun leven worden geslacht, daar

anders de krulligheid van het haar, die aan de huid haar waarde geeft,

verloren gaat. Zulk een huid heeft gemiddeld een waarde van twaalf

gulden. De vellen worden zorgvuldig gedroogd en verpakt en komen ten

slotte te Leipzig op de markt, de eenige stad, waar ze goed geverfd

kunnen worden. Er komen jaarlijks ongeveer een millioen vellen uit

Bokhara, die later van Leipzig uit naar alle werelddeelen verzonden

worden.

Een vel, dat nog kostbaarder is, komt als breedstaart in den handel

en is afkomstig van lammeren, die te vroeg worden geboren en weinige

uren na de geboorte sterven.

Daar de Karakoelschapen in Centraal-Azië in Maart of April lammeren

werpen en het weêr in de steppen dan nog vaak zeer ruw is, worden

veel moederschapen ziek en brengen misgeboorten voort. De huid van

het jonge dier heeft dan een moiréteekening, die zeer gezocht is en de

wol is zacht en glanzig, zoodat zulk een vel voor achttien gulden aan

de markt komt. Er zijn van die breedstaartvellen jaarlijks ongeveer

50.000, een zeer klein getal, vergeleken bij dat der andere.

De volwassen schapen hebben grove wol, die voor tapijten en voor de

viltbereiding wordt gebruikt. De schapen vormen dus voor de omgeving

van Bokhara een waardevol bezit, en er zijn al dikwijls pogingen in

het werk gesteld, om de teelt ook naar andere streken over te brengen,

maar met niet veel succes, wat, mirabile dictu, wordt toegeschreven

aan te goed voeder en te zorgvuldige behandeling. Om goed te gedijen,

moet het schaap zijn voedsel met moeite en inspanning zelf zoeken op

de steppe en die droge, zouthoudende steppengrassen bekomen het dier

het best. Ook moeten de Karakoelschapen het geheele jaar buiten worden

gehouden, zoodat het klimaat voor hen noch te warm, noch te koud mag

wezen. Die voorwaarden nu worden vervuld in Duitsch Zuidwest-Afrika.

Sedert eenige jaren doet geheimraad Kühn in Halle op zijn goed Lindchen

kruisingsproeven met Karakoelschapen, en het blijkt, dat de gewone

inlandsche schapen het best voor die proeven kunnen worden gebruikt,

vooral de schapen van het Rhöngebergte en de heideschapen. Maar er moet

altijd weer met zuivere Karakoelbokken worden gekruist; de bokken,

uit de kruising ontstaan, zijn niet te gebruiken. De resultaten zijn

tot hier toe uitstekend, maar werkelijk bruikbaar zullen eerst de

huiden van de zesde of achtste generatie zijn.

Veel bezitters van riddergoederen hebben proeven genomen met het schaap

uit Midden-Azië, wat voor de veeteelt goede gevolgen kan hebben ter

veredeling van het gewone schaap, en om van zeer slechten grond nog

voordeel te halen en dien grond bovendien door het weiden der schapen

te verbeteren.

De over te brengen schapen moesten meestal groote afstanden te voet

afleggen, eer ze het spoorwegstation bereikten en waren daarna zes

weken in de waggons onder het geleide van bokhara'sche herders, tot

ze de duitsche grens bereikten. Hier werd de zending door Dr. Botha,

assistent van geheimraad Kühn, die de proeven op het landgoed Lindchen

had geleid, met verscheiden schaapsknechten in ontvangst genomen en

naar Hamburg begeleid.

De heer Botha vergezelt nu ook het transport naar Zuidwest-Afrika. Met

hoeveel zorg de overbrenging is gebeurd, blijkt wel hieruit, dat op

de lange en moeilijke reis slechts een enkel dier is gestorven en

één werd gestolen.

In het begin zal het acclimatiseeren in Afrika nog wel lastig wezen

door de wisseling der jaargetijden, daar ten zuiden van den evenaar;

maar die bezwaren kunnen waarschijnlijk spoedig worden overwonnen. Het

zou een groot succes zijn, als door de samenwerking van regeering

en particulieren op deze wijze een waardevol huisdier in de kolonie

werd gebracht, dat een kostbaar en gemakkelijk te vervoeren product

levert voor den wereldhandel en dat tevreden is met de schrale gronden,

waar runderen niet en edele wolschapen moeilijk te gebruiken zijn.

Op den Uitkijk, Jaargang 1909 Bijblad bij De Aarde en haar Volken · 第 158 / 353 题