Het aardige kiekje aan de Cropinakreek in de buurt van Paramaribo
geeft een beeld te zien van vroolijke negervrouwen, die aan het
wasschen zijn, en van blijde kinderen, die zich in het ondiepe water
vermaken. Een echt warmgetint tooneeltje met den mooien tropischen
plantengroei op den achtergond. De vlugge jongens schijnen een
wedstrijd te houden, wie het eerst het afgedreven vat en de andere
waschbenoodigdheden, door de vrouwen al babbelend uit het oog verloren,
weer zal inhalen. Met lachende gezichten zien de boschnegervrouwen
naar de inspanning der kinderen, een enkele van haar opkijkend van
het stuk waschgoed, dat ze bezig is te spoelen of in te zeepen.
Een blik op de afbeelding overtuigt den kijker al, dat het een
tooneel is in de buurt van de bewoonde wereld niet alleen, maar ook
van de wereld, waar men noties heeft van de beschavingseischen. Het
toilet van de dames op de foto is westindisch, maar van een echt
stadsstandpunt gezien. In zulke gestreepte katoentjes kan men op
alle westindische eilanden en in Suriname de negervrouwen en andere
inlandschen zien rondloopen, maar alleen daar, waar men met het
leven van een stad in eenig verband staat. Dat costuum dragen ze bij
marktbezoek en bij feestelijke gelegenheden, en ieder onzer kent deze
dames, al was het alleen van de afbeeldingen van de plechtigheid te
Paramaribo, als de koningin jarig is en de menigte op het plein van
het Gouvernementsgebouw den Granman en zijn gemalin hulde brengt.
Maar die lieflijke kreek kent ook andere tooneelen, is niet overal
zoo kalm en gemoedelijk als hier bij de badende kinderen. Onze vele
expedities naar de West hebben maar al te vaak te worstelen met
de hevige stroomingen van die kreken of zijtakjes van de talrijke
surinaamsche rivieren. Dan is het bijna onmogelijk, de booten er door
te vervoeren; de boschnegers moeten dan duwen of ook wel de booten uit
het water nemen en ze langs de oevers dragen, en als ze dan niet al
te gesticht zijn over de blanken, blijkt het, dat het met onwillige
honden slecht hazen vangen is.
Die beroemde kreken van Suriname zijn vaak niet anders dan sterk
kronkelende berceau's, waarvan de bodem met water is bedekt. De booten
moeten dan om de vele bochten telkens korte draaien nemen en zitten
ieder oogenblik vast tusschen de boomen aan den oever. Er moeten
dan voortdurend takken worden afgehouwen van het geboomte, dat een
dak boven de hoofden vormt. De negers kunnen hun ranke korjalen, die
smalle bootjes met de lange parels of roeiriemen, wonderlijk handig
door den stroom doen schieten en als het moet, glijden ze rustig over
een ondergeloopen savannah, zelfs als ze er maar een slingerbocht
van de kreek mee kunnen uitwinnen.
Onder water dreigen in die kreken gevaren van boomstammen, die te
water zijn geraakt en voor het oog verborgen zijn, zoodat de booten
er licht op kunnen stooten en lek worden. Aan de Cropinakreek of
de Coropine, ligt hoogerop de Post Republiek, een heerlijk plekje
te midden van een uitgezocht mooie natuur. De naam dateert reeds
uit den tijd van onze Republiek, en in de dagen, dat er moeilijke
oorlogen moesten worden gevoerd met de boschnegers, was er een lange
lijn van militaire posten opgericht. Nu is van dat alles niets over
dan een paar groote, in den grond geplante kanonnen, die naast de
aanlegplaats der bootjes zijn opgesteld ter herinnering aan het oude
militair karakter der omgeving. In Para is tegenwoordig alles rustig;
een politiepost van een paar man kan er het werk best af.
Uitstapjes worden van Paramaribo uit soms ondernomen naar Post
Republiek en men logeert er dan in het primitieve logement, waar men
zelf voor alles moet zorgen, maar dan toch in een gouvernementshuis een
onderkomen heeft met slaapgelegenheid. Wie onze afbeelding aanziet, zal
begrijpen, dat het een heerlijk verblijf kan wezen voor stedelingen,
die er zich met visschen en zwemmen en bootjevaren kunnen vermaken en
zich verlustigen in de onvolprezen schoonheid van den verrukkelijken
tropischen plantengroei.