Daar gaat hij, de groenlandsche postbode, in zijn grooten mantel
van echt sealskin of zeehondenvel. Hij vervoert zijn kostbaar
postmateriaal in eene slede over het ijs en dat de weg ongebaand en
moeilijk zal zijn, wordt bewezen door de talrijke honden, die de man
heeft aangespannen. Hoe trouwhartig kijken de koppen van de voorste
honden van het span, elk aan een zij van den bode, de wereld in. Het is
zulk een goedaardig en verstandig ras, die groenlandsche poolhonden,
die in vernuft en ijver voor geen mensch onderdoen en menig kind der
menschelijke beschaving in die eigenschappen overtreffen.
Met sneeuw en ijs gaat het troepje worstelen, over scheuren en spleten
zal men zich een weg moeten banen, zoodat het een zeer bezwaarlijke
tocht zal wezen, nu de voorjaarszon, dat is die van het eind van Mei,
het ijs hier en daar heeft opgebroken. Maar de bode en zijn honden
deinzen voor geen moeilijkheden terug, beloond als ze zich voelen
door de dankbaarheid van diegenen, aan wie zij tijdingen brachten
van vrienden en bekenden in de overige wereld, die zoover is van
het afgelegen oord aan Groenlands westkust. En ook de berichten,
welke hen niet van nabij betreffen, het nieuws uit de dagbladen en
tijdschriften, het is aan deze menschen aan den uitersten rand der
beschaving zoo welkom, en het is zoo goed aan hen besteed.
Vooral niet minder weten zij het op prijs te stellen dan de eenvoudige
boeren uit het afgelegen hoekje in Pruisen, het Spreewald, waar
de afzondering in den winter haast al niet minder groot is dan op
Groenland. Daar, in de Nieder Lausitz in het gebied van de Spree,
is het waterrijke land met zijn plassen, kanalen en rivierarmen, zijn
moerassen en bosschen een eigenaardig oord, waar het 's zomers mooi
moge zijn en geschikt voor pleiziertochten te water, voor visschen
en jagen, maar waar de winter bar is en heel wat last en ontbering
voor de bewoners meebrengt.
Het verkeer gaat er te water; doop- en trouwplechtigheden, de kerkgang,
het marktbezoek en wat niet al geschiedt per boot, maar is eenmaal het
ijs de baas geworden, dan komen er honderderlei bezwaren, eer alles
goed en wel voor het winterverkeer is geregeld. In den winter komt er
de postbode ook op zijn schaatsen aanzetten en brengt er aan de boeren
in de hofsteden aan de vaarten en kanalen nieuws, dat vaak al niet heel
nieuw meer is, maar dat voor hen de eenige band is met de buitenwereld.
De bevolking is wendisch, behoort tot de slavische elementen in
het Pruisenland en heeft nog veel aparts en eigenaardigs, vooral
ook in haar kleederdrachten. De menschen zijn er in ontwikkeling
achtergebleven bij de plattelandsbevolking van andere deelen van
Pruisen, en zoo is het volstrekt niet onmogelijk, dat wat de postbode
aan wereldnieuws brengt, in West-Groenland door beter begrijpende
ooren wordt opgevangen dan in het Spreewald.