Uit architectonisch oogpunt is het Waaggebouw te Enkhuizen zeer
belangwekkend, wat niet behoeft te verwonderen, als men weet,
dat het uit de zestiende eeuw en wel van 1559 dagteekent. De beide
gevels van het op een hoek staande gebouw zijn in oud-hollandschen
bouwtrant opgetrokken, en ook het inwendige heeft herinneringen aan
het verleden behouden. Een der vertrekken, die vroeger heeft gediend
als de gildekamer van de chirurgijns, heeft ramen met beschilderde
ruiten, waarop de nog gedeeltelijk in zeer goeden staat zijnde
glasschilderingen de wapens der gildemeesters voorstellen. In een
andere kamer is de antieke betimmering nog volkomen terug te vinden.
De burgemeester, de heer Hoytema van Konijnenburg, heeft nu het
initiatief genomen tot de restauratie van het gebouw en er is een
commissie benoemd van deskundigen, om hem daarbij voor te lichten. Uit
particuliere bijdragen hoopt men de kosten te bestrijden, terwijl het
in den oorspronkelijken vorm vernieuwde gebouw als museum zal worden
in gebruik genomen.
Het niet onbelangrijke "Enkhuizer Museum" zal er dan misschien
heen worden overgebracht en Noordholland benoorden het IJ zal een
aantrekkelijkheid te meer bezitten.
Onze afbeelding is de reproductie van een penteekening, die de
voor korten tijd overleden schilder, de heer P. Egmond, er van
vervaardigde. In hun "Noord-Hollandsche Oudheden" vermelden Van Arkel
en Weissman het waaggebouw met groote ingenomenheid, spreken o.a. van
den sierlijk georneerden top van den noordelijken gevel, van het
fijne beeldhouwwerk der deksteenen, van de fries met de wapens van
Holland, van Filips II en van de stad Enkhuizen en van de beelden,
gerechtigheid, hoop en geloof op de kroonlijst.
Tot voor korten tijd diende een deel van het oude Waaggebouw tot
bureau van politie. Waar toen eerbied voor recht en wet den menschen
werd ingeprent, zal men in 't vervolg trachten, eerbied voor onze
oude bouwkunst en geschiedenis te wekken.