SMEROE-REIS VAN DEN HEER C. M. VISSERING.

Een zeer belangwekkende reisbeschrijving mocht het tijdschrift »Onze

Eeuw« in zijn eerste aflevering voor 1909 zijn lezers voorzetten in

het werk van den heer C. M. Vissering, die op Java den zuidvoet van

den vulkaan, den Smeroe, van west naar oost is omgetrokken. Waar

stoomtram en karreweg en paardepad hem in den steek lieten, heeft

hij de bergwildernis doorreisd, alleen met het aangename hulpmiddel,

dat iederen dag versche rijpaarden te zijner beschikking stonden

en dat hij de zekerheid had, drie achtereenvolgende dagen te kunnen

logeeren op koffie-ondernemingen.

De onmiddellijke nabijheid van den vuurspuwenden berg beheerscht

het verhaal, dien hoogsten van Java's vulkanen met zijn geheel

kalen top, dien 1500 meter hoogen grijzen puinhoop van asch en

gruis, met daarboven een rookpluim, die de lucht wordt ingestuwd als

ondoorzichtig, zwaar wattengewolkte, dat uit den kratermuil opstoomt,

langzaam zich uitzet, hooger en hooger stijgt, oneindig hoog in den

ether zich als een breede pluim verijlt en door den zuidoostpassaat

noordwestwaarts wordt gedreven. Op de koffie-ondernemingen klinkt

voortdurend het onderaardsch gerommel van den berg met de onverwachte

uitbarstingen, die op heftige donderslagen gelijken.

's Avonds staat bij een uitbarsting een hooge, gloeiende vuurkolom

tegen den klaren hemel, en toch leven de menschen er rustig in de

onmiddellijke nabijheid van die geweldige natuurkracht, die telkens

weer de noodlottigste verwoestingen aanricht. Mooi beschrijft de

auteur de gevolgen van zulk een ramp, zooals hij ons ook innig mee doet

voelen met den Europeaan, ongehuwd, daar op het verre koffieland, die

overweegt, wat hij zal doen, als een eruptie zijn plekje mocht treffen.

Hoe prettig is de tocht beschreven met de betrouwbare inlandsche

paardjes, door bergrivieren midden in het woud, waar men sterk komt

onder de magische bekoring van de wondergrootsche natuur. En dan die

witte orchideeën op de doode takken en boomen van het nog zoo kort

geleden bij een uitbarsting verwoeste land! Dit is wel de soort van

reisbeschrijving, die den lezer mee doet genieten en hem onder de

bekoring brengt van het aan afwisseling zoo rijke Indië.

Op den Uitkijk, Jaargang 1909 Bijblad bij De Aarde en haar Volken · 第 38 / 353 题