Op 14 December heeft te Londen een feestvergadering plaats gehad
van de Royal Geographical Society ter herdenking van Speke, die
vijftig jaren geleden voor het eerst aan het Victoria Nyanza kwam en
daardoor de ontdekker werd van dat meer en het groote afrikaansche
merengebied. Het was een interessante bijeenkomst, niet alleen door
de feestrede, die gehouden werd door Sir William Garstin, wiens
ingenieurswerk in Egypte en wiens pioniersarbeid daar hem terecht
beroemd hebben gemaakt, maar ook doordat men er had bijeengebracht
allerlei relieken, kaarten en portretten die op de helden van het
Afrika-onderzoek betrekking hadden, en zoo waren aan de orde al
die mannen van de exploratie van Midden-Afrika, Speke zelf, Burton,
James Grant, Samuel Baker, Stanley, Emin Pacha e.a.
Het rijtje zal later nog met reizigers, die de toekomst brengen zal,
kunnen worden aangevuld, (trouwens naast de Engelschen hebben ook
andere naties wel meegedaan aan het bedoelde onderzoek) want men is
er nog lang niet gereed met opmeten en in kaart brengen en er zijn
ook nog volkomen onbekende streken. Daar liggen oostelijk van de
Bahr-el-Gazal tusschen de Sobat en de Latoeka-bergen nog onbekende
gebieden. Van twee belangrijke zijrivieren van den Blauwen Nijl, de
Didessa en de Jaboes, weet men nog weinig. En niemand heeft nog den
Blauwen Nijl tot het punt, waar hij het Tsana-meer verlaat, gevolgd.
Dan ontbreekt nog steeds een nauwkeurige opmeting en inkaartbrenging
van de Albert Nyanza.
Wat den Witten Nijl betreft; het meest urgente probleem, dat met die
rivier verband houdt is: een middel te vinden om het verlies van water
in de waterplant-versperringen, door welke zij stroomt te voorkomen.
Het middel daartoe is nog geenszins gevonden en de opruiming van
dien dichten warwinkel van waterplanten, de studd, zal nog heel wat
hoofdbrekens kosten.