Op een der beruchte seismische lijnen, die in de buurt der zeeën langs
de kusten van sommige landen zijn te vinden, en waartoe o.a. de kusten
van Oost-Azië en de gordel van eilanden van Sumatra tot Timor behooren,
ligt ook dat Zuiden van Italië, dat op 28 December zoo gruwelijk is
geteisterd. Vesuvius, Stromboli en Etna liggen in die lijn; Messina
en Reggio en de omgeving van die plaatsen maken er met de straat van
Messina deel van uit.
Waarom mijdt de menschheid dan die plekken niet? Waarom bouwt ze er
telkens weer haar woonsteden? Wie zal het zeggen? De voordeelen,
die ze bieden uit andere oogpunten, moeten zeker opwegen tegen
het altijd dreigende, maar slechts zelden tot uitbarsting komende
gevaar. Uitstekende havens en vruchtbare bodem zijn in het geval van
de plaatsen aan de straat van Messina de aantrekkelijkheden. Kon de
wetenschap de woelingen in den grond, de instortingen of uitbarstingen
voorspellen, dan zou er weinig tegen zijn te zeggen, maar thans lijkt
het wel roekeloos, steden te bouwen op plekken, die al zooveel hebben
doorstaan.
De mooie stad Messina zal naar alle waarschijnlijkheid schooner dan
te voren uit haar asch verrijzen, zooals San Francisco nu bezig is
zich te herstellen, en latere geschiedschrijvers zullen van de ramp
van 1908 vertellen, die het lustoord teisterde, dat op puinhoopen is
verrezen, zooals wij de reizigers, die vóór de ramp Messina bezochten,
hooren verhalen van wat de stad in Februari 1783 had te doorstaan.
Zoo schilderde onlangs Gaston Vuillier die gebeurtenis, die 340
steden, dorpen en gehuchten op Sicilië en Calabrië vernielde en
onder de puinhoopen 50.000 menschen begroef. De cijfers van de in
deze dagen te Messina en de siciliaansche kustdorpen, te Reggio, te
Palmi en in de andere calabrische plaatsen omgekomenen zijn veel en
veel grooter. Dat is niet te verwonderen, want in één en een kwart
eeuw, die sedert verliepen, is de bevolking van Zuid-Italië ondanks
de landverhuizing naar Amerika en naar Zuid-Amerika toch aanmerkelijk
toegenomen en vooral heeft ze zich meer in middelpunten van bewoning
opgehoopt, zoodat in de steden en dorpen, nu daar de schudding het
hevigst was, tegelijk veel grooter aantallen slachtoffers vielen.
»Na de ramp,« schrijft Gaston Vuillier, »kenmerkten rouw en eenzaamheid
en droeve verlatenheid de plek, waar Messina had gestaan, want in de
stad bleef niet één steen op den anderen. Den 5den Februari 1783 bij
een zwaar bewolkten hemel werd een onderaardsch gerommel merkbaar, en
plotseling tegen den middag schudde de grond met hevige schokken. De
verschrikte bevolking nam de vlucht, toen twee loodkleurige wolken
een waren zondvloed deden losbarsten.
Altijddoor schudde en trilde de bodem; zwaveldampen stegen op,
plotseling ontstonden spleten in de aarde; meteoorsteenen vlogen
door de lucht, en de golven der zee rezen hoog en sloegen tegen de
bevende muren der stad. Tegen den avond werden de schokken minder
hevig, en de meeste menschen keerden naar de stad terug. Zij zochten
een schuilplaats in de voor een deel verwoeste woningen, toen tegen
middernacht nieuwe schokken alles omverwierpen, wat de eerste hadden
doen wankelen, en er ontstond een brand, die zeven dagen achtereen
aanhield.
De lucht was bijna geheel zwart, en zware dampen dreven over de stad,
terwijl een aanhoudend gerommel in den grond zich deed hooren, en uit
groote, plotseling geopende spleten allerlei gassen opstegen. Messina
was niet meer dan een hoop ruïnen. Twee wijken slechts waren
blijven staan van de groote stad. Het paleis van den onderkoning, de
kathedraal, het aarts-bisschoppelijk paleis, de kerken en kloosters,
het douanekantoor en het ziekenhuis, alles was weggevaagd.«
Hoeveel overeenkomst met wat er nu is gebeurd! Vijfmaal vijf-en-twintig
jaren na de aardbeving, die boven werd beschreven, heeft zich de
catastrofe in nog veel heviger mate herhaald. Men wil thans eerder
een einde aan de branden maken, door wat er nog van de stad is
overgebleven, plat te schieten en dus sneller table rase te maken
en vlugger paal en perk te stellen aan de gevaren, die uit het
duizendvoudige graf voor de omgeving voortvloeien.