Het tweede nommer, dat in dit jaar 1908 van het blad "De Nederlandsche
Toerist" het licht ziet, is laat komen opdagen, maar zijn uitblijven
heeft een voor het reisbureau niet onaangename reden gehad, namelijk
de groote drukte van reizenden, waardoor op den tijd van het personeel
steeds beslag was gelegd.
Nu het reisboek dan eens weer ter tafel ligt, vinden we er het
programma in afgedrukt van de reis naar Java, welk plan vroeger ook
reeds afzonderlijk is verspreid. Het is trouwens ook nu geen mosterd
na den maaltijd, want nadat op 27 October een gezelschap dames en
heeren naar ons mooie eiland Java is vertrokken onder geleide van
de heeren Lissone, zijn de plannen al vastgesteld voor de tweede
Javareis, die op 13 April a.s. wordt ondernomen. Voor de som van 2000
gulden is men uit en thuis; in het midden van den europeeschen zomer
van 1909 arriveert men met het stoomschip Koning Willem I, dat op 19
Juni Singapore heeft verlaten.
En hoeveel indrukken is men dan niet rijker geworden, als men met eigen
oogen Java's bergen heeft aanschouwd. De heer prof. J. F. Niermeyer
heeft in het blad van het Reisbureau een inleidend woord voor de
reis geschreven, een vluggen krabbel, om Java als in vogelvlucht te
schetsen, dat eiland, waarvan werkelijk de toeristen van Lissone het
interessantste en mooiste te zien zullen krijgen.
Verder staat er een aanlokkelijk plan voor de Egyptereis in, die op
Dinsdag 18 Januari 1909 begint. Het is raadzaam, zich daar bijtijds
voor op te geven, want er moeten goede plaatsen op de booten worden
veroverd, en het is vol in treinen en booten in het drukst van het
winterseizoen, dat zoo enorm druk is in Egypte tegenwoordig. Ook daar
is het beste uitgezocht voor de snuggere Nederlanders, die de zon van
het Zuiden gaan zoeken in een tijd van nevel, sneeuw, regen, mist,
ijzel, vuile wegen, snerpende kou, kale bosschen, kleverige straten,
benauwde zalen, slecht trekkende haarden, lastige kachels, en wat
voor verdere liefelijkheden onze winters hebben aan te bieden. Stel
u dan voor zoo'n dag op den Nijl in de geriefelijke booten onder den
zonnigen hemel met de afwisseling van een tochtje per kameel in de
echte woestijn, het zien van de oude prachtwerken der egyptische kunst
en het logeeren in een uiterst comfortabel hotel met velen, die het
nieuwste op de gebieden van mode en sport ten toon spreiden. Deze
reis is er een van veertig dagen, maar een deel van Italië wordt
tevens bereisd. De reissom is 1175 gulden.
In een aardig geschreven artikel wijst Lissone Jr. erop, hoe men juist
op reis moet gaan, om zijn vaderland in allerlei opzichten beter te
leeren waardeeren, en ten slotte vertelt een der begeleiders van het
gezelschap onder den pseudoniem Gil Blas van een reis naar Spanje op
een manier, die naar het vervolg doet verlangen.