De gouverneur van Duitsch Nieuw-Guinea heeft in Juli 1908 als eerste
blanke te zamen met prof. Dr. Sapper het duitsche eiland Bougainville
van den Salomonsarchipel doorreisd. Het gezelschap trok over het 1500
meter hooge Kroonprinsgebergte en legde den geheelen afstand van 51
kilometer dwars over het eiland af in vijf dagen. De zoogdierfauna van
het doorreisde gebied is zeer arm, en ook de vogelwereld leverde minder
verscheidenheid dan op Kaiser Wilhelmsland en Neu-Pommern. De vlakte
aan de oostkust was rijk aan bruikbare houtsoorten. Op de oostkust
van het eiland Bougainville vond men ter hoogte van 600 meter geen
bewoners meer, terwijl op de westkust nog op 900 meter hoogte een
dorp werd aangetroffen. De westelijke helling van het gebergte was
slechts spaarzaam bevolkt, en de bewoners maakten een zwakken en
ziekelijken indruk bij hun zeer afgezonderde leefwijze. Wat de taal
betreft, vonden de onderzoekers, dat er tusschen de bewoners van de
westen die van de oost kust slechts verschil was in dialect. Zonder
vijandelijke ontmoetingen met de inboorlingen kon de expeditie haar
taak ten einde brengen.