(Op den toon: de rein liefde vierig.)
D'wijl Saturnus vluchtig, Die ons heeft vergaârd[2],
Ons nu scheiden zuchtig[3] Doet, geheel bezwaard,
Neem ik met verlangen Oorlof aan u, mijnen lust,
G'hebt mijn hart bevangen, Ik versmacht naar pijnen-rust[4].
Doch hoewel wij scheiden, Met droefheid en pijn,
Ja, met tranig schreiden[5], Zal uw zoet aanschijn,
't Welk mij heeft verwonnen Door Cupido's schichten fel,
Mij verheugen konnen, En mijn hart verlichten wel.
Ja, mijn liefde krachtig, Die ik t'uwaarts draag,
Als Piram[6] eendrachtig, Blijft u trouwe[7] staâg;
Dit zal ik doen blijken, Als die liefd' bestrijdet mij,
'k Zal geenszins bezwijken voor den dood; belijdet[8] mij.
Nooit minnaar gestadig Als ik, dijnen[9] knecht,
Mijn[10] Hero weldadigh! Die uw haren vlecht
Als Diana cierig; Mij van gelijken gerieft[11],
Groeit in liefd vierig! Troost mij laat blijken de liefd'!
Stort dijne gebeden, Als ik ben op reis,
Opdat ik met vreden Keer in dijn paleis;
Bid Neptunus jonstig, Dat hij zij behoedig mij,
En Aeool mij jonstig, Door Zefyr, voorspoedig zij.
Trouw als Penelope Mij, Ulysses, wacht!
Ik stel al mijn hope Op u, dag en nacht;
Als Océaan woedig Het gantsche schip deyen doet,
Door golven onspoedig, Zal ik aan dij peizen vroed.
Lijdzaam wilt verwachten Mijn weêrkomst verheugd,
Met wankel gedachten Maakt geen ongeneugt';
Geen Paris lichtvaardig, Ben ik, zoo gij merken moogt,
Oënone waardig! mij een vreugds versterken toogt[12].
Mijn Tempe verheven, Daar ik in vermei!
Mijn vreugd en mijn leven, Wiens troost ik verbeî!
Wie kan mij aftrekken Van uw lieflijk wezen zoet,
Gij kunt mij verwekken Door uw deugd geprezen goed.
Cyrce's tooverkruiden[13] Hoef ik zoeken niet,
In 't Noorden of Zuiden, Met pijn en verdriet;
Gelijk Glaucus zwaarlijk[14] Om Scylla veel pijnen leed,
Gij troost mij eenpaarlijk[15] Zijt mijn medicijnen reed!
Oorlof, mijn Princesse! Waardig om bespien,
Voor de laatste lesse[16], Tot een wederzien,
Als mijn kwaal zal blusschen Uw bijwezen vreugdig tier;
Met een treurig kussen, Oorlof! gij, schoon jeugdig dier[17]!
[Voetnoot 1: _Afscheidslied._]
[Voetnoot 2: _Samenbracht._]
[Voetnoot 3: _zuchtend._]
[Voetnoot 4: Verpoozing van leed.]
[Voetnoot 5: Voor _schreyen_.]
[Voetnoot 6: _Piramus_, de bekende minnaar van Thisbe.]
[Voetnoot 7: _getrouw._]
[Voetnoot 8: _bekent het_.]
[Voetnoot 9: Thans _uwen_ of liever _uw_.]
[Voetnoot 10: Zoo zal men wel lezen moeten voor het onverstaanbare
_Min_.]
[Voetnoot 11: Zoo lees ik voor _geriefd'_, dat geen zin geeft, en
wellicht alleen voor 't rijm op _liefd'_ zoo gespeld werd.]
[Voetnoot 12: _toont_, _schenkt_.]
[Voetnoot 13: Zoo werd reeds door Mr. van Lennep voor _Toonderkruiden_
gelezen.]
[Voetnoot 14: moeitevol.]
[Voetnoot 15: _gelijkerwijs_.]
[Voetnoot 16: _maal_, _keer_.]
[Voetnoot 17: _meisjen_.]