STANLEY'S TOCHT TER OPSPORING VAN LIVINGSTONE.

Reeds vroeger maakten wij met enkele woorden melding van de

merkwaardige reis, door den Amerikaan Henry Stanley, ter opsporing van

Dr. Livingstone ondernomen, eene reis, met zoo gelukkigen uitslag

bekroond. Wat wij daaromtrent mededeelden, was ontleend aan de

berichten, die de onverschrokken reiziger, toen nog op zijne terugreis

naar Europa, vooruit had gezonden, en waarin, uit den aard der zaak,

alleen de hoofdtrekken van hetgeen hem ontmoet en bejegend was, konden

worden opgenomen. Sedert heeft Stanley een uitvoerig verhaal van zijne

reis naar het binnenland van Afrika in het licht gezonden: en het is

aan dat verhaal, dat wij eenige schetsen wenschen te ontleenen. Wij

zullen trachten een beknopt overzicht te geven van dezen, in menig

opzicht, gedenkwaardigen tocht, ondernomen om zekerheid te erlangen

omtrent het lot van een man, die door zijne reizen en de uitnemende

diensten door hem aan de wetenschap en de zaak der beschaving bewezen,

de algemeene belangstelling had verdiend en verworven.

Het is bekend, dat Livingstone, in 1867 voor de derde maal naar Afrika

vertrokken, sedert geruimen tijd niets van zich had laten hooren. De

laatste tijding, die men van hem zelf ontvangen had, was een brief aan

den engelschen consul Kirk te Zanzibar, gedagteekend uit Oedzjidzji,

den 30sten Mei 1869. Na dien tijd had men niets meer van hem vernomen

en had zich bij herhaling het gerucht van zijn dood verspreid. Daar

evenwel die geruchten, van inlanders afkomstig, weinig vertrouwen

verdienden en van elders door niets bevestigd werden, was er sinds

lang sprake van pogingen, om zoo mogelijk, zekerheid te erlangen

aangaande het lot, dat den beroemden reiziger had getroffen. De

engelsche regeering weigerde de kosten van eene expeditie voor hare

rekening te nemen; in het begin van het vorige jaar werd eindelijk

door de _Geographical Society_ te Londen, door de bijdragen van

particulieren geholpen, eene expeditie uitgerust, waaraan ook de zoon

van Livingstone deel nam, en die zich bepaaldelijk ten doel stelde,

den moedigen reiziger in het binnenland te gaan opzoeken.

De expeditie verscheen in Maart 1872 op de reede van Zanzibar,

maar kon ten gevolge van den ingevallen regentijd, voorloopig niets

ondernemen. Echter bleek het weldra, dat zij te laat kwam: want

inmiddels was iets anders geschied.

Op den 16den October 1869, des morgens te tien uur, ontving de heer

Henry Stanley, correspondent van het amerikaansche dagblad de _New-York

Herald_, te Madrid, waar hij toen vertoefde, het volgende telegram:

"Kom aanstonds naar Parijs voor belangrijke zaken."--Dit telegram

was onderteekend door den heer James Gordon Bennet, mede-eigenaar

en hoofdredacteur van het genoemde dagblad, dat door zijn vader

was opgericht.--Twee uur later had den heer Stanley zijne koffers

gepakt; haastig werden eenige afscheidsbezoeken afgelegd; toen een

plaats genomen op den sneltrein; en den volgenden dag meldde de

correspondent zich aan in het Grand-Hotel te Parijs, waar de heer

Bennet gelogeerd was.

Stanley trad de kamer binnen, en vond den heer Bennet te bed liggende.

"Wie zijt gij?"

"Stanley."

"O! dat is waar ook. Neem een stoel en ga zitten. Waar denkt gij wel

dat Livingstone zich bevindt?"

"Dat kan ik inderdaad zelfs niet gissen, mijnheer."

"Denkt ge dat hij dood is?"

"Ik weet het niet. Misschien is hij dood, misschien ook niet."

"Ik denk dat hij nog leeft, en dat het mogelijk is hem te vinden;

en ik draag u op, hem te gaan zoeken."

"In het hart van Afrika? Meent ge dat inderdaad?"

"Ja, het is mijne bedoeling dat gij op reis gaat om hem te zoeken;

dat gij alle berichten inwint, die er omtrent hem te krijgen zijn;

en dan--wie weet!--misschien verkeert de oude man wel in nood! Neem

alles met u mede, wat gij denkt dat hem van dienst zou kunnen

zijn. Natuurlijk zult gij naar uwe eigene inzichten handelen. Doe

wat u goeddunkt; maar spoor Livingstone op."

"Hebt ge er wel aan gedacht, mijnheer, hoeveel zulk een reis kosten

moet?"

"Hoeveel zou dat wel zijn?"

"Barton en Speke hebben tusschen de drie- en vijfduizend pond

uitgegeven; en ik vrees, dat het niet beneden de vijf-en-twintighonderd

pond (f 30,000) te doen is."

"Nu dan: neem duizend pond mede; zijn die verteerd, dan trekt ge

een wissel voor een tweede duizend, daarna voor een derde, en zoo

vervolgens: maar spoor Livingstone op."

"Goed. Moet ik onmiddellijk naar Afrika vertrekken?"

"Neen; gij moet eerst de opening van het kanaal van Suez

bijwonen. Vandaar zult ge den Nijl opvaren; ik heb vernomen dat

Baker zich gereed maakt om naar Opper-Egypte te vertrekken: tracht

u zooveel mogelijk op de hoogte te stellen van zijne expeditie. Den

stroom opvarende, zult gij aanteekening houden van al hetgeen er voor

reizigers merkwaardigs te zien valt; bezorg ons een goed en bruikbaar

handboek, waarin ge alles opnoemt wat waard is gezien te worden,

en de wijze opgeeft, waarop men dat het beste zien kan."

Vervolgens zult ge wel doen, naar Jeruzalem te gaan; naar men

zegt, doet kapitein Warren daar op dit oogenblik zeer belangrijke

ontdekkingen; vervolgens gaat ge naar Konstantinopel, waar ge

inlichtingen moet inwinnen omtrent de geschillen tusschen den

khedive en den sultan. Vandaar zult ge u naar de Krim begeven, en

de slagvelden rondom Sebastopol bezoeken; dan, over den Kaukasus

naar de Kaspische-zee: men zegt, dat daar eene russische expeditie

naar Khiwa wordt voorbereid. Dan zult ge door Perzië naar Indië

reizen; in het voorbijgaan kunt ge ons iets belangrijks melden over

Persepolis. Bagdad ligt op uwen weg: deel ons het een en ander mede

omtrent den ontworpen spoorweg door de vallei van den Euphraat; en

wanneer ge in Indië zijt gekomen, kunt ge naar Afrika oversteken,

om Livingstone te gaan zoeken.--En nu--goeden avond; en God zij met u!"

Dit veelomvattende programma, dat onzen grootvaders als een onzinnig

sprookje in de ooren zou hebben geklonken, werd door den heer Stanley

stipt uitgevoerd: hij vertrok naar Egypte, bezocht achtereenvolgens

al de hem aangewezen steden en landen, en kwam eindelijk, in Augustus

1870, in Hindostan. Daar scheepte hij zich, den 12den October, te

Bombay op de _Polly_ in: een slechte zeiler, die zeven-en-dertig dagen

noodig had om naar Mauritius te komen. Aan boord van de Polly bevond

zich, als eerste stuurman, een Schot, Lawrence Farquhar genaamd,

een bekwaam en ervaren zeeman: en de heer Stanley, begrijpende dat

zulk een man hem uitnemend te pas zou kunnen komen, wist Farquhar

te bewegen, voor den geheelen duur der reis in zijne dienst te

treden. Van Mauritius ging de tocht naar de Seychellen-eilanden;

en na aldaar vier dagen vertoefd te hebben, ging de heer Stanley

wederom scheep, vergezeld van Farquhar en zijn getrouwen Selim,

een jongen christelijken Arabier, dien hij te Jeruzalem als tolk in

dienst had genomen.

Eindelijk, den 6den Januari 1871, stapte de correspondent van de

_New-York Herald_ te Zanzibar aan land, waar hij door den consul

der Vereenigde-Staten, den kapitein Francis Webb, met de grootste

hartelijkheid ontvangen werd. Zijne verdere lotgevallen, voor zoover

wij die hier mededeelen, zullen wij hem zelf laten verhalen.

Stanley's tocht ter opsporing van Livingstone De Aarde en haar Volken, 1873 · 第 1 / 9 题