0 15 20 15 0 M.

naar boven. De steen is in 't geheel 20 meter hoog gekomen, en na 4

sekonden valt hij met dezelfde vaart, waarmee hij naar boven

geslingerd werd, op de aarde terug.

Hetzelfde geldt voor een steen, die schuin naar boven geworpen

wordt; de gedaante van de baan, die hij dan beschrijft, is ieder

bekend. Ontleden wij deze beweging in haar samenstellende

bestanddeelen, dan zien wij, dat de steen door de eerste

werpsnelheid in een rechte lijn schuin naar boven zou vliegen. Maar

tegelijk begint hij te vallen, eerst langzaam en dan steeds sneller;

daardoor is hij na 1 sekonde 5 Meter, na 2 sekonden 20 M., na 3

seconden 45 M. beneden die rechte baan gekomen. Nemen wij het geval,

dat hij door de eerste werpsnelheid per sekonde 20 M. hooger zou

komen, dan gaat alles juist als in het vorige voorbeeld, alleen met

dit verschil, dat hij tegelijk in elke sekonde eenzelfde eind

horizontaal voortvliegt. Zoo beschrijft hij dan zijn regelmatig

gebogen baan, die in het midden een top heeft en vervolgens weer

naar de aarde terugbuigt.

De Wonderbouw der Wereld · 第 53 / 64 题