Mocht een mijner lezers ooit Zara bezoeken, dan wensch ik hem toe,
dat hij daar te scheep aankome, in het begin van den herfst, met mooi
frisch weer, liefst des morgens, als de zwevende nevels wegsmelten voor
de stralen der rijzende zon. Een voor een zal hij dan de eilanden,
die het kanaal van Zara vormen, uit den wijkenden morgennevel zien
opdoemen: en weldra vertoont zich aan zijn blik de blanke stad zelve,
binnen hare muren omsloten, en fier haar vele torens en spitsen ten
hemel heffende.
De stad slaapt nog en de kaaien zijn ledig: enkele pandoeren, geheel
met zilver en blinkende muntstukken bedekt, de roode muts met gouden
pailletten op het hoofd, zitten op den oever, hun kersenhouten
pijp rookende, en naar ons vaartuig ziende. Achter ons laat zich
een eigenaardig geluid hooren: omziende bespeuren wij twee groote
inlandsche vaartuigen, met hun eenvoudige lijnen, hun rood en zwart
geverwden voorsteven, waarop nevens andere figuren twee groote
fantastische oogen geschilderd zijn. Zachtkens door den morgenwind
voortgestuwd, voeren deze vaartuigen een honderdtal vrouwen en jonge
meisjes van de naburige eilanden naar de stad; eene nieuwe wereld,
de wereld van het Oosten, gaat voor ons open.
Wij treden de stad binnen door de poort van San-Chrysogone, eene
romeinsche poort, in den venetiaanschen muur gevat, waarop de republiek
haar fier blazoen met den leeuw van Sint-Marcus heeft gebeiteld. De
straten der stad zijn recht en snijden elkander rechthoekig. Men
gevoelt aanstonds dat Zara eene militaire stad is, weleer een der
hoofdbolworken tegen de Turken en de Hongaren, en telkens aan de
aanvallen der vijandelijke naburen bloot staande.
Wij nemen onzen intrek in het Capello-Nero, een klein hotel, waarvan
de met wijngaarden beplante binnenplaats aan Venetië herinnert. Naar
onze gewoonte, gaan wij, zonder vooraf vastgesteld plan, uit en de
stad in, als op eene ontdekkingsreis.
Eerst naar de markt. Hier is de algemeene verzamelplaats der
landlieden uit het binnenland van Dalmatië, en der vrouwen van de
eilanden; de kleederdrachten zijn vol karakter en van bijkans oneindige
verscheidenheid: elk distrikt heeft zijn eigenaardig kostuum, elk dorp
zijne eigene mode. Bijna alle vrouwen dragen witte linnen hemden, op
de borst en de mouwen met fraai gekleurde borduursels versierd. Over
dit hemd dragen zij een overrok zonder mouwen, donkerblauw van kleur,
van voren open, en versierd met gele, roode, donkergroene oplegsels; de
zakken prijken met zonderlinge borduursels van kleine witte schelpen en
pailletten. De koperen gordel is bezet met tallooze zilveren knoppen;
het voorschoot gelijkt een duizendkleurig tapijt van Khorassan:
het reikt tot aan de knieën, en is van onderen voorzien van eene
lange franje van dezelfde kleur en stof; kousen of beenkleeden van
dezelfde stoffage, met de hand geweven, bedekken ten deele de opanké,
het schoeisel der Slaven, uit schapenvel vervaardigd, dat op den voet
met strooien koorden wordt vastgebonden. Om den hals prijken een
aantal kettingen, die vrij laag op de borst afhangen, en deels uit
glaskoralen, deels uit muntstukken, uit amuletten, ruwe turkoisen en
allerlei andere steenen bestaan. De jonge meisjes vooral dekken zich
het hoofd met de roode muts met goudgalon en gouden pailletten; anderen
dragen een grooten witten sluier of huive, die met een punt tot op
het midden van den rug afhangt, en met een breed rood lint is omzoomd.
Dit is de algemeene type; maar ten aanzien van bijzonderheden en kleur
zijn daarin zoo vele afwijkingen en verscheidenheden, dat het geheel
den indruk maakt van een groot mozaiek. De dames der stad komen,
door hare dienstboden gevolgd, ter markt om haar inkoopen te doen:
haar westersche, moderne kleederdrachten vormen een scherp contrast
met de kostumen der landbewoners. De marktplaats zelve maakt niet veel
indruk; zij is eerst in later tijd aangelegd en bebouwd: de stijl
is een verbasterd gothisch, met byzantijnsche elementen vermengd,
zoo als dat ook nog te Venetië in zwang is. Aan een der hoeken staat,
als op de meeste italiaansche markten, een kolossale antieke zuil,
volgens zeggen, afkomstig van een tempel van Diana, waarvan men nog
de overblijfselen ziet in den tuin der artillerie-kazerne. Op de zuil
staat de leeuw van Sint-Marcus met gebroken vleugels; het voetstuk
bestaat, even als dat der zuil van de Piazzetta, uit trappen; even als
te Verona, te Vicenza en te Venetië, hangt nog op manshoogte aan de
zuil de ijzeren ketting van het brandmerk voor de bankroetiers. Men
was destijds nog naïef genoeg, een bankroetier als een misdadiger te
beschouwen. Wij zijn sedert vooruit gegaan.
Een vriendelijk voorbijganger biedt zich welwillend aan om mij te
geleiden, en met hem bezoek ik achtervolgens vijf of zes kerken:
den dom, Sint-Chrysogonus, Sinte-Anastasia, Sinte-Maria, Sint-Simeon,
Sint-Franciscus, en eenige kloosters.
De dom verdient ten volle de belangstelling: hij dagteekent uit
de dertiende eeuw, is uitnemend bewaard gebleven en wordt goed
onderhouden; in lombardischen stijl gebouwd, vertoont hij veel
overeenkomst met de kerk San-Zenone te Verona. Even als de meest
oud-lombardische basilieken, heeft ook deze dom drie schepen, ieder
met een afzonderlijken ingang; de kerk is zeker een der merkwaardigste
overblijfselen van den oudchristelijken bouwstijl in Dalmatië. De
hoofdgevel staat geheel vrij; ook in een zijstraat bevindt zich een
zeer fraaie gevel. Aan het altaar ziet men een hoogst merkwaardig
beeldwerk, dat mij toescheen afkomstig te zijn uit de eerste eeuwen
onzer jaartelling. De eerste steen van dezen dom werd gelegd door den
Doge Enrico Dandolo, na de verovering der stad door de Venetianen en
de Franschen, bij den aanvang van den vierden kruistocht.
De kerk van Santa-Maria is mede een zeer fraai gebouw, met een ruim
voorplein; zij behoort tot een Benediktijner klooster, dat in de
elfde eeuw werd gesticht door de zuster van Cresimus, Koning van
Kroatië. Een oude toren, evenwel van veel jonger datum en in den
lombardischen stijl gebouwd, dankt zijne stichting aan Koloman,
Koning van Hongarije, die Dalmatië veroverde.
Al voortwandelende door deze lange rechtlijnige straten, door de
ingenieurs der zestiende eeuw aangelegd, komen wij op de Piazza
de'Signori, die nog zeer goed onderhouden is en herinnert aan al
soortgelijke pleinen in de steden van Opper-Italië. Het niet zeer
ruime plein is vierkant; het prijkt met twee monumentale gebouwen,
waarvan het een, tegenwoordig tot bibliotheek dienende, blijkbaar
vroeger werd gebruikt voor de bureaux van den proveditor-generaal en
de zittingen der afgevaardigden. Daar werden de wetten afgekondigd
en der rechterlijke uitspraken en vonnissen den volke bekend
gemaakt. Het heeft eene ruime loggia met drie gesloten bogen, in een
strengen, soberen stijl, overeen komende met dien van Palladio. Het
inwendige is naakt en koud; van de vroegere versiering is niets
meer overgebleven dan een reusachtige schoorsteen, en een steenen
tafel door heraldieke griffioenen gedragen, en met het opschrift:
Hic regimen purum magnaque facta manent. Het beeldwerk in deze zaal
verraadt de meesterhand; in de vakken der wanden vermelden opschriften
de namen der proveditoren. Boven de boekenkasten, te hoog om goed
gezien te kunnen worden, hangen portretten en kopiën naar Tintoretto,
waarschijnlijk geschenken van senatoren. Een zeker hoogleeraar aan
de universiteit van Turijn, van Zara geboortig, Dr. Paravia, heeft
zijne bibliotheek aan zijne vaderstad ten geschenke gegeven; zij is
thans geplaatst in deze ruime zaal. Wij werden hier zeer vriendelijk
ontvangen door den bibliothekaris, den heer Simeone Ferrari Cupich.
Vlak tegenover de Loggia staat de hoofdwacht, door Sammicheli gebouwd,
maar tegenwoordig ontsierd door een toevoegsel uit de achttiende
eeuw. Op het plein bevindt zich ook nog het voornaamste koffiehuis der
stad, waar de oostenrijksche officieren plegen bijeen te komen. Deze
Piazza is het hart van Zara; het Corso loopt er op uit, en op sommige
uren van den dag is het hier buitengewoon druk en levendig.
Van nature was Zara een schiereiland, maar de Venetianen hebben het,
om stategische redenen, tot een eiland gemaakt, en omringd met muren
en breede wallen, waarlangs men de geheele stad kan rondwandelen. Zara
heeft vier poorten: twee daarvan, de poort van San-Chrysogone of de
Zeepoort, en de Landpoort, verdienen bijzondere aandacht.
Do eerste is eene romeinsche poort met een enkelen boog en een
entablement, door korinthische pilasters gedragen; de poort is een
ex-voto, door eene zekere Melia Anniana aan haren gemaal Loepicius
toegewijd. Naar het opschrift te oordeelen, zou zij vroeger nabij eene
markt hebben gestaan, en zonder twijfel was ook deze poort vroeger
versierd met standbeelden, even als de fraaie Porta Aurea van Pola:
MELIA. ANNIANA. IN. MEMOR.
Q. LOEPICI. Q. F. SERG. BASSI. MARITI. SUI. IMPORIUM.
STERNI. ET. ARCUM. FIERI.
ET. STATUAS. SUPERPONI. TEST. IVSS. EX. IIS. DCDXX.
Naar men beweert, is deze poort afkomstig uit de antieke stad Oenona;
ik vermoed dat de Venetianen, bij het bouwen van den muur, volgens
hunne gewoonte, dien boog tot een poort zullen hebben aangewend.
De Landpoort is van Sammicheli; zij vormt een waardigen toegang tot de
stad; door haar schoone en sobere lijnen herinnert zij aan de fraaie
poort te Verona. Het strekt Sammicheli tot blijvenden roem, dat hij
de schoonheid en den adel der vormen heeft weten te verbinden met de
strategische eischen van den vestingbouw, de kunst met de militaire
genie. Een groote, fraai bewerkte leeuw versiert het vak boven den
hoofdingang; de beide zijvakken bevatten opschriften ter eere van
Marc-Antonio Diedo, een proveditor uit het begin der zestiende eeuw,
van wiens bestuur te Zara nog vele sporen te vinden zijn.
Bij het doorwandelen der straten en pleinen, zoo vaak een of ander
kunstwerk uwe aandacht trekt, komt ge steeds meer tot de overtuiging
dat Zara nog geheel venetiaansch in karakter en voorkomen is. De
inwoners spreken hetzelfde dialekt als te Venetië, maar de voortdurende
betrekkingen met het slavische platteland hebben vreemde elementen in
de taal gebracht; ook zijn de meeste inwoners zoowel het italiaansch
als het slavonisch machtig. Het inwendige der huizen vertoont geheel
het italiaansche karakter; zij hebben hun binnenplaatsen (cortile) met
gebeeldhouwde putten, meermalen door wijngaardranken overschaduwd. In
sommige afgelegen straten treft men enkele paleizen aan, die geene
onwaardige figuur zouden maken naast de fraaie paleizen te Venetië.
Ge hebt niet veel meer dan een kwartier noodig om de boulevards af
te wandelen, die allen naar een heilige of een proveditor genoemd
zijn. Niemand zal zich deze wandeling beklagen; want, daar de stad
op een eiland ligt, heeft men overal het uitzicht op de zee en de
eilanden langs de kust. De veldmaarschalk Baron Welden, gouverneur
van Zara en vroeger gouverneur van Weenen, heeft in 1829, op de
vestingwerken een fraaien tuin laten aanleggen. Vroeger omsloot de
muur de stad als een ijzeren gordel; langzamerhand heeft men dien
gordel moeten verwijden, en aan de zeezijde is men bezig den muur af te
breken. De stad zal daardoor in schilderachtigheid en eigenaardigheid
van voorkomen veel verliezen; maar het moderne leven wischt overal
de sporen en herinneringen van het verleden uit, en de pogingen om
deze verwoestingen te stuiten, zijn over het geheel machteloos tegen
het steeds voortwoekerend kwaad.
De kwestie van het drinkwater is, ten allen tijde, voor Zara van
overwegend gewicht geweest. Daar de stad herhaalde belegeringen
heeft moeten doorstaan, was deze zaak van het grootste aanbelang, en
voortdurend heeft men getracht, deze moeilijke kwestie op bevredigende
wijze op te lossen. Dit blijkt vooral aan den zoogenoemde Vijf Putten.
Eene antieke waterleiding, naar men wil door Trajanus gebouwd, en
waarvan men de overblijfselen nog mijlen ver, tot in het slavische
binnenland, kan volgen, voorzag weleer in de behoeften der romeinsche
kolonie; later, toen Sammicheli zijn plan voor den vestingbouw
ontwierp, maakte hij gebruik van de werken zijner voorgangers,
wijzigde ze, en liet nieuwe kanalen graven; en daar de Venetianen
uit den tijd der renaissance niet tevreden waren, wanneer zij bij
de behartiging van het publiek belang niet tevens aan de eischen
der schoonheid voldeden, ontwierp Sammicheli een fraai plein met
vijf sierlijke putten, tegenwoordig de Cinque Pozzi genoemd, waar de
inwoners het noodige drinkwater kunnen verkrijgen.
De voorbijganger ziet van dit groote werk niets meer dan de vijf
uitstekende randen van de putten; maar de onderaardsche werken zijn
van zeer belangrijken omvang en ook uit een archeologisch oogpunt
zeer merkwaardig. Het is moeilijk, zich rekenschap te geven van den
oorspronkelijken aanleg der kanalen. Vermoedelijk hadden zij eene
dubbele bestemming: namelijk, om het water aan te voeren, en ook om,
in geval van belegering, gemeenschap met de buitenwereld mogelijk
te maken.
Dit kleine Zara is in waarheid bekoorlijk. Wij hebben er geen relatiën
aangeknoopt er geen introductie in gezelschappen gezocht. De straat
was ons domein, en het marktplein ons hoofdkwartier; daar knoopten
wij een gesprek aan met den eersten den besten voorbijganger:--en
het toeval is ons gunstig geweest, want onder de voorbijgangers, die
stilstonden om een blik te werpen op onze schetsjes naar de natuur,
bevonden zich ook hooggeplaatste magistraatspersonen, politieke mannen,
en gezeten burgers, volkomen met het land en het volk vertrouwd. Door
hunne welwillende tusschenkomst is het ons mogelijk geweest, het
zoo ver te brengen dat de slavische boeren en de Morlaken uit den
omtrek voor ons poseerden om zich te laten uitteekenen. Maar zeer
weinig reizigers waren zoo gelukkig; doorgaans moet men deze lieden
haastig, in het voorbijgaan, ik zou haast zeggen in de vlucht, en
bijkans zonder dat zij het bemerken, schetsen; hoezeer de kunstenaar
het ook moge bejammeren dat hij deze fraaie belangwekkende typen niet
op zijn gemak kan nateekenen.
Op zekeren morgen, toen ik, met mijn album onder den arm, door de stad
liep te dwalen, lettende op al wat mij omringde, viel mijn oog op een
huis van een statig voorkomen, waarvoor gendarmen, of zoogenoemde
pandoeren, in het meest schilderachtige kostuum, de wacht schenen
te houden. De menigte ging onverschillig voorbij; wij werpen een
blik op de binnenplaats, een fraai patio, uit de zestiende eeuw, in
venetiaanschen stijl gebouwd, geheel met marmer geplaveid, en in een
der hoeken een put uit den tijd der renaissance. Meer dan vijftig
slavische boeren uit den omtrek, allen in hunne schilderachtige
kleederdracht, zijn op die binnenplaats gekampeerd; sommigen liggen
rechtuit op den grond in de zon, anderen rooken in de schaduw der
zuilengangen; terwijl de vrouwen, eenigszins afgezonderd, onbewegelijk
tegen den muur staan geleund.
Dit gebouw is het gerechtshof; daar binnen wordt op dit oogenblik
een proces wegens kindermoord gevoerd. De raadsheer Piperata, lid
van den Landdag van Dalmatië, die over het patio naar de zaal gaat,
deelt mij mede, dat al deze lieden als getuigen zijn opgeroepen. De
kindermoord,--een misdaad, die bij de Slaven uiterst zelden
voorkomt--is ditmaal gepleegd te Kistagné, en een aantal bewoners van
de omliggende distrikten zijn min of meer bij de zaak betrokken: ik
heb dus hier de vertegenwoordigers voor mij der bevolking van bijna
den geheelen kreits.
Men zou diep in het Oosten moeten doordringen, om zulk eene verzameling
van eigenaardige, schilderachtige kostumen te vinden, ondanks al hunne
verscheidenheid, zoo harmonisch van kleur. Juist aan deze wonderbare
kleurenharmonie bespeurt ge onmiddellijk, dat ge het Oosten nadert,
waar deze zin voor kleur en toon den ingeborenen in het bloed zit. Daar
hebt ge vooreerst de pandoeren zelven, die in de zon schitteren als
spiegels; hunne borst is geheel behangen met tien of twaalf snoeren
van groote medailles, meest allen met het portret van Maria-Theresia
prijkende. Het zijn kolossale, prachtige mannen; in sommige distrikten,
waar een energieke policie noodig is, zijn zij bij wijze van lokale
gendarmerie georganiseerd. Eigenlijk zijn zij gewapende boeren, die
geen soldij ontvangen, en beurtelings gedurende een zeker aantal dagen
de wacht betrekken en de dienst waarnemen. Aan hun hoofd staat een
sirdar, die onder de bevelen gesteld is van den kolonel-kommandant der
militie in elken kreits. De kolonel van Zara had weleer onder zijne
bevelen tien sirdars en vijftien onder-sirdars of aramassé. Ik weet
niet, in hoever deze organisatie in den laatsten tijd is gewijzigd.
Als deze pandoeren een misdadiger aanhouden om hem voor het gerecht te
brengen, leggen zij hem niet de handboeien aan, maar in plaats daarvan
snijden zij zijn wijden broek naar de turksche mode, die de bewoners
der omliggende distrikten algemeen dragen, ter zijde open, zoodat
hij op de hielen valt en het ontvluchten onmogelijk maakt. Eenigen
dezer prachtige pandoeren hadden de vriendelijkheid voor mij te
poseeren, zoodat ik, tot mijn genoegen, hun portret maken kon. Uren
lang vertoefde ik op deze binnenplaats, schrijvende, teekenende. Drie
boerinnen van Kistagné zijn welwillend genoeg om mede haar portret te
laten maken. De eene, een blond jong meisje, met eene roode muts met
goud galon en pailletten op het hoofd, met een fijn wit hemd versierd
met veelkleurig borduursel, met fraaie schitterende snoeren om den
hals en medailles op de borst, met een blauwen geborduurden rok en
een veelkleurig voorschoot, staat onbewegelijk voor mij, schier even
onbewust als een standbeeld. Achter haar staan twee oude vrouwen, het
hoofd gehuld in witte doeken met rood lint omzoomd, met groene linten
door haar groote valsche haarvlechten, en den breeden met zilveren
knoppen versierden gordel; zij schijnen voortdurend beheerscht door
een zekeren angst. Zoodra ik mijne schets voltooid heb, spoeden
zij zich weg; en de president van de rechtbank, die de zitting voor
eenige oogenblikken geschorst heeft, komt mij straks eene merkwaardige
mededeeling doen. De twee oude vrouwen, die zwijgende gedurende ruim
een uur geposeerd hebben, zijn hem komen zeggen, dat een man haar
een uur lang voor zich heeft doen staan en haar al dien tijd strak
heeft aangekeken en voortdurend geschreven; dat hij haar daarna een
gulden gegeven heeft, zouder evenwel zijn oordeel te spreken of vonnis
te vellen. De beide vrouwen hadden mij voor een rechter aangezien,
en gemeend dat ik door mijn strak aankijken tot in het diepst harer
ziel had willen doordringen! De vrees of schuwheid om zich te laten
portretteeren, is trouwens aan alle onbeschaafde of onontwikkelde
bevolkingen eigen, en ieder reiziger, die gepoogd heeft zulke
menschen voor zich te laten poseeren, zou daaromtrent merkwaardige
ervaringen kunnen mededeelen. Nauwelijks een maand geleden, toen wij
ons te midden der bosnische uitgewekenen, langs de oevers van de Una
bevonden, vluchtten de arme vrouwen der rajahs verschrikt weg, zoodra
zij bemerkten dat wij schetsen van haar ontwierpen; zij riepen dat wij
haar aan de Turken wilden uitleveren. In de Militaire Grenzen is het
ons nimmer gelukt, hoeveel geld wij ook boden, eene boerin voor ons
te doen poseeren; ja zelfs op de markt te Agram, eene zeer beschaafde
stad, scheelde het weinig of wij hadden het te kwaad gekregen met de
boeren, toen wij hen begonnen uit te teekenen.
Zara is eene stad van ambtenaren. De gouverneur-generaal van Dalmatië
heeft hier zijne residentie, benevens de voorzitter van het hof van
appel, de directeur-generaal van politie, de intendant der financiën,
de intendant der fortificatiën, de directeur-generaal der posterijen,
en met hen het gansche personeel van hoogere en lagere beambten voor
het bestuur eener zeer belangrijke provincie, die den officiëelen
naam van koningrijk draagt.
Zara heeft geen eigen leven, en de industrie beteekent zoo goed als
niets. De kreits brengt wijn en olie voort; in de stad bestaat eene
maatschappij, die zich op de verbetering van den wijnbouw toelegt
en dien aanmoedigt: de marasquin en de rosolio van Zara zijn zeer
beroemd. Zij worden bereid van eene soort van kleine kers, die in
grooten overvloed in den geheelen omtrek groeit.
Het museum is niet onbelangrijk, omdat het overblijfselen bevat
van oude monumenten: antieke standbeelden, fragmenten van gebouwen,
eene menigte oude munten, waaronder zeer zeldzame, antiek glaswerk,
gegraveerde steenen; het museum bezit ook eene collectie van voorwerpen
uit het gebied der natuurlijke historie. Het dankt zijn oorsprong,
of althans zijne tegenwoordige inrichting, aan den gouverneur,
graaf Liliënberg.
Zara heeft ook een splinternieuwen schouwburg, een fraai gebouw,
waar men ruimschoots gelegenheid heeft, de verschillende elementen,
waaruit de bevolking der stad bestaat, te bestudeeren. Daar verschijnen
de eigenlijke Zaratinen, in voorkomen en kleeding aan de italiaansche
dames gelijk, met ontzaggelijk hooge kapsels, van nog reusachtiger
afmetingen dan men in de steden van noordelijk Italië ziet: eene
overdrijving, aan provinciesteden niet ongewoon. Nevens dezen ziet men
de duitsche dames, kenbaar aan den eenvoud en de bescheidenheid van
haar toilet, aan de zedigheid en onbeduidendheid van haar voorkomen;
voorts de oostenrijksche officieren en hoogere ambtenaren, eindelijk
de handelaars van Zara, meest winkeliers of kleinhandelaars.
De stad moet al hare benoodigdheden van buiten ontvangen, en wel
over de zee, van Triëst of uit zuidelijk Italië. Het is een ramp
voor deze slavische kustprovinciën, dat zij, even als Bosnië,
Servië, Herzegowina, voor haar bestaan geheel afhankelijk zijn van
den duitschen handel en de duitsche industrie. Het platteland brengt
vruchten en groenten naar de stad, en koopt daar ook het noodige, om
in zijn behoeften te voorzien. Het intellektuëele leven heeft weinig
te beteekenen: er is eene drukkerij en er verschijnen zes of zeven
dagbladen: eene officiëele courant, een klerikaal dagblad, een slavisch
dagblad, en een vierde, het politiek orgaan van de italiaansche
partij; de anderen zijn aan de belangen van den landbouw gewijd. In
de bibliotheek Paravia, die dertigduizend banden bevat, zult ge bijna
nimmer bezoekers aantreffen: de weinige wetenschappelijke ontwikkeling,
die in Dalmatië valt op te merken, moet ge te Spalato en Ragusa zoeken.
Een paar jaar geleden is Zara als vesting opgeheven: eene groote
overwinning voor het burgerlijk element. Want hoewel de meeste
vestingwerken van deze kuststeden, in verband met de nieuwe
ontdekkingen op het gebied der krijgskunst en bij den grooten
vooruitgang der artillerie, volkomen nutteloos zijn geworden, laat de
militaire genie gewoonlijk hare prooi niet licht los. De vestingwerken
zijn aan de gemeente afgestaan; en tijdens mijn eerste bezoek te Zara,
waren meer dan honderd vrouwen van de eilanden, met bevallige vormen
en standen en bewegingen, die u aan antieke standbeelden denken doen,
bezig met het aanbrengen van aarde voor het doortrekken der kaaien. De
stad, tot hiertoe binnen haar engen muurgordel opgesloten, zal nu
aan licht en lucht winnen, maar aan schilderachtigheid verliezen.
Zara is ook de kerkelijke hoofdstad van geheel Dalmatië en de zetel
van een aartsbisschop. De massa der bevolking, ten beloope van
ruim tienduizend zielen, is katholiek. Men vindt hier ook een zeker
aantal Grieken; zij houden hunne godsdienstoefeningen in de kerk van
Sint-Elia. Vóór de fransche bezetting hadden de Grieken slechts eene
kleine kapel, die geen voldoende ruimte aanbood. Zij beklaagden zich
daarover bij den maarschalk Marmont, die bevel gaf, hun eene kerk af
te staan.
Deze kleine stad, zoo schilderachtig aan haar zeearm gelegen
en door hare Lange Eilanden, de Isole Longhe, aan de blikken der
voorbijvarenden onttrokken, heeft eene merkwaardige en veel bewogen
geschiedenis achter zich.
Sinds overoude tijden was Zara, destijds Jadera geheeten, de hoofdstad
van Liburnia; als romeinsche kolonie, koos zij de partij van Caesar. De
waterleiding, die het water van de Kerka, over een afstand van dertig
mijlen, naar de stad voert, is waarschijnlijk het werk van Trajanus,
wiens naam daarvoor gezegend zij. Bij de verdeeling des rijks,
kwam Zara, destijds Diodora genoemd, onder het gezag der oostersche
Keizers, maar de stad wist eene groote mate van onafhankelijkheid te
bewaren. Toen de barbaren de kusten der Adriatische zee overstroomden,
werd ook zij verwoest, en viel van nu beurtelings in de handen van
Kroaten en Hongaren.
In het voorjaar van 997 rustte Venetië eene groote vloot uit, met het
doel om de zeeroovers, die de vaart belemmerden, te straffen en ook
om de kustlanden aan haar gezag te onderwerpen. De Doge Orseolo voerde
het bevel over die vloot; hij ontving achtervolgens de hulde van Pola,
van Pirano, van Rovigno, van Zara zelve, dat zich van alle zijden
door geduchte vijanden bedreigd zag en den Doge als redder begroette.
Maar reeds in 1050 komt de stad in opstand tegen de republiek,
waarschijnlijk op aansporing van den onttroonden Koning van Kroatië,
die in Zara een toevlucht heeft gezocht. Domenico Contarini ontvangt
van den Senaat bevel, eene vloot uit te rusten, en de oproerige stad te
gaan onderwerpen. Hij trekt Zara binnen, herstelt de orde en ontvangt
op nieuw de hulde en onderwerping der burgers.
In 1115 waagt zij wederom een poging om aan het gezag van Venetië
te ontsnappen, en stelt zich onder de bescherming van den Koning van
Hongarije: zij wordt nogmaals overwonnen. In 1170, nieuwe poging tot
opstand. De Doge Domenico Morosini heeft de stad tot den zetel van
een aartsbisschop gemaakt: aan dezen draagt zij nu alle gezag op,
om zich zoo doende zoowel van de Venetianen, als van de Kroaten en
de Hongaren te bevrijden. De republiek rust wederom een vloot uit,
en dwingt haar tot onderwerping. Doch in 1124 en 1185 komt zij,
ondersteund door den Koning van Hongarije, op nieuw in opstand;
en telkens onderworpen, en telkens weerspannig, waagt zij aldus
nog driemaal de worsteling, tot in het jaar 1346, toen zij een zeer
gedenkwaardig beleg had te doorstaan.
De Koning van Hongarije zag met leede oogen de havens van Dalmatië in
de handen der Venetianen; nadat alle pogingen om het juk der republiek
af te schudden, waren mislukt, sloeg hij eene schikking voor: Zara zou
in de macht van Venetië blijven, maar de republiek zou de stad bezitten
als een leen van de hongaarsche kroon en daarvoor eene jaarlijksche
schatting betalen. De Senaat weigerde: de Koning sloeg het beleg
voor Trau, Spalato en Zara, dat zijne zijde koos. De venetiaansche
vlootvoogd Marc Justiniani tastte de stad van de zeezijde aan,
en vermeesterde haar, ondanks dapperen tegenstand; Faliero werd tot
gouverneur benoemd, en moest nu de stad verdedigen tegen de Hongaren,
die haar van de landzijde bedreigden. Het beleg duurde zes maanden,
en kostte aan de republiek ontzaggelijke sommen en veel verlies van
menschenlevens. Eindelijk viel de stad, door verraad, in de handen
der Hongaren.
Daar Venetië destijds ook op het italiaansche vasteland in een
geduchten oorlog met dezen zelfden Koning van Hongarije was
gewikkeld, en al haar krijgsmacht noodig had, moest zij van van
verdere pogingen tot herovering van Zara afzien. Faliero werd naar
Venetië ontboden, verscheen voor den Senaat, en werd gestraft met
eene geldboete, een jaar gevangenis en levenslange uitsluiting uit
alle regeeringsambten. Daarentegen ontving de militaire bevelhebber
van Onone, die zich hardnekkig verdedigd had, en aan wien de republiek
had gelast zich over te geven, eene openlijke hulde. De veldtocht viel
ongelukkig voor Venetië uit; de Koning van Hongarije was overwinnaar,
en eischte dat de republiek afstand zou doen van geheel Dalmatië
en alle steden en eilanden, van Fiume en Pola tot Durazzo, dat wil
zeggen de gansche kust der Adriatische zee. Het traktaat werd den
18den Februari 1358 geteekend. De Doge verloor de titels van hertog
van Dalmatië en hertog van Kroatië; de Venetianen mochten in de
beide landen zelfs geen eigendom meer bezitten; de republiek mocht
zich in de havens niet meer door consuls laten vertegenwoordigen,
en moest, in gdeal van een oorlog ter zee, den Koning van Hongarije
met vier-en-twintig galeien bijstaan.
Dit vernederende, door den nood afgedwongen traktaat bleef slechts
vijftig jaar in stand. In 1409, toen Ladislas en Sigismond elkander
de kroon van Hongarije betwistten, knoopte de Senaat onderhandelingen
met Ladislas aan, en kocht van hem Zara terug. De stad bleef sedert,
tot aan den vrede van Campo-Formio (1797), in het bezit van Venetië,
dat haar tot een der bolwerken maakte van haar koloniën in Dalmatië,
ter afwering van de zoo lang geduchte turksche macht. Zara kwam ook
niet meer in opstand, en ging, na den val der republiek, over in handen
van Oostenrijk, dat haar, behoudens het korte fransche tusschenbestuur,
nog bezit.
Zoo als ik zeide, is Zara eigenlijk op een schiereiland gebouwd,
in een kanaal of straat, gevormd door den vasten wal van Dalmatië
en door een aantal eilanden, evenwijdig met de kust strekkende. Deze
eilanden ontleenen aan hunne gedaante den naam van Isole Longhe, lange
eilanden: zij heeten Uglian, Eso, Pasman, Longa, Incoronata. Toen de
aangrenzende kust nog onophoudelijk blootstond aan de invallen der
barbaren, namen de bewoners bij herhaling de wijk naar deze rotsige
eilanden, en maakten, door onvermoeiden arbeid, den harden grond
voor bebouwing geschikt. Zij plantten er den wijnstok, die uitnemend
slaagde en een der bronnen van welvaart voor het land werd; ook werd de
proef genomen met graanbouw. Men telt niet minder dan dertig dorpen en
twee-en-twintig parochiën in deze eilanden: de bevolking zal tusschen
de twintig- en vijf-en-twintigduizend zielen bedragen. De inwoners
zijn voor het meerendeel visschers, die de zeer vischrijke wateren
langs de kust exploiteeren. De visschers van Chioggia komen ook hier
gedurende zekeren tijd van het jaar hun bedrijf uitoefenen.
Vóór de Isole Longhe, meer zeewaarts, als uitgezette wachters van het
kanaal van Zara, liggen nog eenige andere kleine eilandjes: Selve,
Ulbo, Premuda, Sabbione, Isto, Melada, Sestrugn. Alle bewoners leven
van de zee. Het zijn echte alcyon-nesten, door de golven gedragen,
door de stormen ombruist; hier kan men prachtige exemplaren der
echte klippen, der scoglie, vinden, waar de eenvoudige visschershut
wegschuilt in de spleten der rots. Aarde is bijna nergens voorhanden;
maar overal, waar zich slechts eene gelegenheid tot zaaien of planten
aanbood, heeft de mensch daarvan gebruik gemaakt, om den ondankbaren
grond een mageren oogst af te dwingen.
Tusschen Zara en de stad Knin, nabij de turksche grenzen gelegen,
bestaat een geregelde postdienst. De afstand tusschen die beide
plaatsen bedraagt een-en-vijftig mijlen, en in vijftien uren kan de
reiziger Dalmatië in zijne grootste breedte doorkruisen, van de kust
der Adriatische-zee tot den berg Dinara. De postwagendienst is, even
als dergelijke staatsondernemingen in Oostenrijk, zeer goed ingericht;
de wagen vertrekt tweemaal per week, en heeft niet meer dan vier
zitplaatsen; maar de reizigers zijn zeldzaam, en men kan dus hier,
des verkiezende, gebruik maken van een gemakkelijk en betrekkelijk
goedkoop vervoermiddel.
Daar het mij echter voornamelijk te doen was, om het volk in zijn
dagelijksch leven te leeren kennen, wilde ik van den postwagen
geen gebruik maken, die mij niet zou vergunnen, naar goedvinden
op te houden. Ik trad in overleg met de landlieden, die ik op
de binnenplaats van het gerechtshof had ontmoet, en die voor het
meerendeel van Kistagné waren, op enkele uren afstands van Knin. Nadat
zij getuigenis in het proces hadden afgelegd, mochten zij weder naar
hunne woning terugkeeren. Wij kwamen overeen dat wij samen zouden
reizen, en des Zaterdags morgens (16 October 1874) bevond ik mij op
de afgesproken plaats, even buiten de Landpoort.
Het was een schilderachig plekje: achter ons verhief zich de
fraaie poort van Sammicheli, met haar lange houten brug over de
Visschershaven, die de stad met den vasten wal verbindt; rechts hadden
wij de kaai, waartegen enkele kleinere vaartuigen, karveelen, lagen
geankerd; vóór ons, de weg, aanvankelijk ingesloten tusschen de zee
en het groote bastion, aan het strand opgeworpen. Boven het bastion
prijkt het fiere wapenschild der oostenrijksche monarchie.
(Wordt vervolgd.)
Blanken en kleurlingen.
(Vervolg van jaargang 1876, bladz. 374.)