onderdanen, vergunningen uit, ten gevolge waarvan ze de boomen kunnen
hakken en er de kamfer uit mogen destilleeren, maar ze zijn verplicht,
hun geheele opbrengst te verkoopen aan de agenten van het monopolie
tegen een vasten prijs, die ieder jaar vooraf wordt vastgesteld. De
regeering regelt eveneens elk jaar de totale hoeveelheid kamfer die
mag worden aan den man gebracht. Die maatregel heeft ten doel, de
productie te matigen, om de zeer hooge prijzen te kunnen handhaven,
die de buitenlandsche raffinadeurs thans betalen en ook, om de bosschen
te behoeden voor te snelle uitroeiing.
De bewerkingen, vanaf de bereiding der kamfer tot den uitvoer van
het eiland naar buiten, zijn de volgende. De fabrikanten brengen
hun producten aan een der verschillende bureau's, gevestigd in de
woudstreek; een agent ontvangt ze er, weegt ze en klassificeert
ze naar de hoedanigheid. Daarna stelt hij aan de producenten een
certificaat ter hand, dat de waren begeleidt naar de opslagplaatsen
van de regeering te Taïhokoe, waar, in ruil van het certificaat,
de fabrikant een cheque ontvangt op de Bank van Formosa, zoodat hij
het bedrag kan innen zonder verdere formaliteiten.
Er is in de hoofdstad een fabriek, waar de kristallen geraffineerd
worden en samengedrukt door de hydraulische pers tot blokken van
zes kilogram. Alleen een deel van de kamfer wordt aldus behandeld;
de rest wordt ingepakt in ruwen staat in hermetisch gesloten houten
kisten en voorzien van den officiëelen stempel.
De regeering gaat niet zelf over tot den verkoop van de kamfer,
maar draagt dat op aan een maatschappij, waaraan ze concessie
heeft verleend. Deze verbindt zich, een minimumhoeveelheid van
30.000 en een maximumhoeveelheid van 50.000 pikols te koopen,
(een pikol is 62 3/4 kilogram) en om te zorgen voor het transport
en den verkoop op de voornaamste markten van Europa en Amerika. Het
is den concessionaris verboden, de kamfer op welke manier ook te
veranderen, nadat ze aan hem is afgeleverd, noch ook de kisten zelfs
maar te openen. De regeering mag op een deel der opbrengst beslag
leggen voor de behoeften van het japansche rijk, maar alleen als de
maatschappij, die de concessie ontving, reeds in het bezit is gesteld
van de overeengekomen minima. De concessie wordt alle drie jaren
vernieuwd en wordt steeds na aanbesteding gegund aan den inschrijver,
die tegen den laagsten prijs aanbiedt de kamfer te verkoopen. Zij is
altijd tot nu toe gegund aan het engelsche huis Samuel, Samuel and Co.
Het kamfermonopolie heeft veel voldoening gegeven aan de regeering,
sedert den dag, waarop ze de controle heeft verkregen niet alleen over
de productie van Formosa, maar ook over die van Japan, en waarop ze
dus beschermd is geworden voor alle mededinging van buiten. Het bureau
voor het monopolie is erin geslaagd, door de productie binnen wijze
grenzen te houden, geleidelijk den prijs der kamfer te verhoogen,
die tegenwoordig van 96 tot 200 yen het pikol opbrengt. Die cijfers,
waaronder de hoogste, die ooit zijn gemaakt, vormen wel een groote
tegenstelling met die van zeven en acht piasters, den prijs per pikol
in 1875.
Sinds de vestiging van het monopolie heeft de jaarlijksche productie
zich niet ver verwijderd van het gemiddelde cijfer van 38.000
pikols. De consumenten zijn in de volgorde van hun belangrijkheid,
Duitschland, de Vereenigde Staten, Groot-Brittannië, Frankrijk,
Japan en Britsch-Indië. In dit laatste land dient de kamfer voor
de bereiding van den wierook, dien de inboorlingen bezigen bij hun
godsdienstige plechtigheden.
De verkoop van kamfer vormt tegenwoordig de voornaamste bron
van inkomsten op het budget van Formosa, en de regeering waakt
dan ook met zorg tegen alle gevaren, die deze industrie zouden
kunnen bedreigen. Men heeft er in het begin aan moeten denken, de
opgebruikte boomen te vervangen en dat elk jaar vol te houden, zoodat
het monopoliebureau verscheiden millioenen jonge planten heeft laten
zetten; maar aangezien er naar de schattingen van de plantkundigen
twintig of dertig jaren noodig zijn gemiddeld, eer een kamferboom een
voldoende grootte bereikt, dat hij kan worden geëxploiteerd, moet het
nog vele jaren duren, voor men zekerheid heeft omtrent de opbrengst
der aldus geplante boomen. De botanisten, die de bewerking hebben
gedaan, moesten de plaatsen voor de planting een beetje op goed geluk
af kiezen, want het is uiterst moeilijk gebleken, zich rekenschap te
geven van de elementen, die het gunstigst werken op de ontwikkeling
der boomen. In precies gelijke omstandigheden van grond en bestraling
door de zon geven de kamferboomen soms zeer ongelijke opbrengsten.
Als de omstandigheden de taak der japansche planters moeilijk maken,
schijnen ze daarentegen Formosa in zoo ver te begunstigen, dat
ze het eiland buiten het bereik stellen van vreemde concurrentie,
want het is niet waarschijnlijk, dat de andere landen, die proeven
hebben genomen en dezelfde onzekerheid hebben gevoeld als Japan,
zeer belangrijke aanplantingen zullen ondernemen. Men heeft pogingen
aangewend op Ceylon, op de Kanarische eilanden, in Indo-China, in
Texas, in Algiers en zelfs in Italië en het Zuiden van Frankrijk;
overal zijn de resultaten ontmoedigend geweest.
Een meer rechtstreeksch gevaar bedreigt de kamferindustrie, namelijk
de ontdekking van stoffen, die langs chemischen weg worden verkregen
en dezelfde eigenschappen bezitten als de natuurlijke kamfer. Tot
hiertoe is men er slechts in geslaagd, kristallen te verkrijgen,
waarvan de productieprijs hooger is dan die van de natuurlijke kamfer,
maar te een of anderer tijd kan dat veranderen, en de kamfer wordt
steeds bedreigd met een lot, analoog aan dat van de indigo.
De regeering van Formosa heeft met de grootste aandacht en niet
zonder eenigen angst de ervaringen van dien aard gevolgd, die men
heeft verkregen in de meeste der europeesche landen, en voornamelijk
in Duitschland, want zonder de hooge inkomsten, die ze uit de kamfer
trekt, zou ze moeilijk het budget sluitend kunnen maken.
De kamferindustrie is onderworpen aan het toezicht van het
monopoliebureau, een bijzondere afdeeling van de administratie,
direct ressorteerend onder den gouverneur-generaal. Dit bureau heeft de
opdracht, op de exploitatie van alle staatsmonopolies toe te zien, dus
op de kamfer, de opium en het zout, waar onlangs nog zijn bijgevoegd
de tabak en de maten en gewichten.
Het opiummonopolie verzekert aan de schatkist van het eiland
minder belangrijke inkomsten dan de kamfer, maar ze zijn toch nog
belangrijk genoeg. Men kent de strenge maatregelen, die de japansche
regeering heeft genomen tegen de opiumrookers in Japan, dateerend
uit den tijd, nu ongeveer zestig jaar geleden, toen het land voor den
buitenlandschen handel werd opengesteld. Men vreesde toen en terecht,
dat het ongezonde sap in het land werd binnengebracht en dat het op de
nipponsche bevolking een even verderfelijken invloed zou hebben als op
die van China. De invoer, de verkoop en het gebruik van opium werden
streng verboden, en zeer zware straffen werden tegen de overtreders
uitgeschreven. Men ging zoo ver van den invoer te verbieden van de
pijpen en de lampjes, die de opiumschuivers gebruiken.
Toen de Japanners het bestuur van Formosa in handen namen, was hun
eerste plan, op hun nieuwe kolonie dezelfde reglementen toe te passen;
maar afschaffing van de opium gelijk zou staan met een doodvonnis voor
de verouderde rookers, die van het gif doortrokken, er slechts langzaam
van kunnen worden afgewend. Ook zou men door een formeel verbod alle
inboorlingen, die het heulsap gebruiken, van zich hebben vervreemd, en
dus de hoogste klassen van de plaatselijke maatschappij, diegenen zelfs
die men graag aan zich zou willen verbinden en op Formosa houden. De
japansche bestuurders leenden aan die overwegingen een gewillig oor
en bepaalden zich ertoe, toezicht te houden op het gebruik en dat,
zooveel mogelijk, te beperken. Ze stelden het monopolie in hun dienst
en konden daardoor op de meest afdoende manier het toezicht uitoefenen,
want de regeering belastte zich met den invoer en den detailverkoop
en leverde aan eenzelfden persoon slechts een beperkte hoeveelheid
opium en dan nog alleen op vertoon van een medisch attest, dat de
kooper werkelijk behoefte had aan het schuiven.
Toen deed zich een zonderling verschijnsel voor. Het nieuwe monopolie
bracht al spoedig in geldelijk opzicht de beste resultaten teweeg,
en dat juist op een oogenblik, waarop de regeering in niet geringe
geldelijke moeilijkheden zat. Van toen af daalde de ijver der
ambtenaren voor de vermindering van het gebruik als door een
tooverslag. Er werd een oogje dichtgedaan bij de misbruiken; men
hield op, het geneeskundig certificaat te vragen, dat vervangen
werd door een eenvoudige verklaring van den kooper. Het aantal
vergunningen vermeerderde snel, en weldra was er geen sprake meer van,
de noodlottige gewoonte uit te roeien. Er werd een fabriek gebouwd
te Taïhokoe voor het raffineeren van opium; men is er zelfs toe
overgegaan, proeven te doen aangaande de acclimatisatie en de cultuur
van de opiumpapaver, om zich de kostbare stof met minder kosten te
kunnen verschaffen. Het aantal vergunningen neemt jaar op jaar toe,
en de voordeelen, behaald door het monopoliebureau, groeien in gelijke
mate aan. Het moet echter erkend, dat het verbod ten aanzien der
Japanners, die in de kolonie wonen, even streng blijft als in Japan
zelf, en dat de overtreders dadelijk met verbanning worden gestraft.
Deze uitweiding heeft ons een heel eind van Karenko afgeleid, waar
de Taïto Maroe maar een enkelen namiddag bleef.
Onze volgende aanlegplaats was Pinan, zuidelijke uitvoerhaven van
het dal, dat de concessie uitmaakt van de Kada-maatschappij en
hoofdstad van het grootste, maar tevens het minst bevolkte district
van Formosa. Ik werd er ontvangen door den prefect, een ouden Samoeraï
van het ancien régime, die zijn al te achterlijke denkbeelden naar dit
verloren hoekje als naar een strafplaats hadden doen verbannen. Ook hij
toonde zich vol van een overdreven zorg voor mijn veiligheid en verbood
mij, een uitstapje in de bosschen, die het kleine stadje omringen.
Daarvoor in ruil stelde de man mij voor, een bezoek te gaan brengen in
de onmiddellijke nabijheid aan een der japansche scholen, gebouwd ten
behoeve van de inboorlingen van het land. De menschen behooren tot
de groep der Puyuma's en worden tot de beschaafdste van het eiland
gerekend. Ze zijn zacht van zeden; maar toch waren allen, die ik
buiten tegenkwam, tot de tanden gewapend, om zich te verdedigen tegen
de aanvallen van zekere in de bergen wonende stammen, die zich nog
wel eens aan het koppensnellen overgeven ten koste van de vreedzame
bewoners der vlakte. Zelfs de leerlingen der school, waarvan vele
nog geen tien jaar waren, gaan schoolwaarts met hun boek in de eene
en een groot mes in de andere hand.
De japansche onderwijzer leidde mij rond in zijn inrichting, waarvan
hij de bestuurder was met een aantal inlandsche helpers. De meeste
kinderen, die zeer intelligent en levendig zijn, spraken vloeiend
Japansch en enkelen schreven na drie jaar schoolonderwijs reeds
zeer goed. Het is opmerkelijk, dat men er gemakkelijker in slaagt,
de kinderen van de echte inboorlingen geregeld het onderwijs te doen
volgen dan die van de inboorlingen van chineesch ras. Ook hoopte
de onderwijzer, weldra zijn programma te kunnen uitbreiden en in
korten tijd zijn school op de hoogte te kunnen brengen van de scholen
in Japan.
Toen ik op het bureau van den prefect terugkwam, vond ik er het
hoofd van het district hevig ontsteld; hij ried mij aan, geen tijd te
verliezen, maar dadelijk naar boord terug te keeren, want de bank,
die we zonder moeite waren gepasseerd, werd van minuut tot minuut
gevaarlijker onder den invloed van een sterken zeewind. De passage
van dien lastigen hinderpaal heeft plaats in groote booten met hooge
boorden, gelijkend op de brandingbooten aan de kust van Opper-Guinea,
maar in plaats van dat ze geduwd worden door een twintigtal pagaaiers,
hebben ze hier als eenige beweegkracht twee chineesche roeiers,
wier inspanning vaak vruchteloos blijft.
Dat was met ons het geval, toen, na met groote inspanning de drie
opeenvolgende rollers te hebben getrotseerd, onze mannen er niet in
slaagden de kracht van den stroom te weerstaan, die ons naar land
terugdreef en dreigde, ons dwars op de zandbank te werpen en te
doen stranden. De hevigheid van de golven verminderde niet, en onze
matrozen, die door opium verzwakt waren, spanden zich al minder en
minder in. Gelukkig zonden diegenen, die aan wal waren gebleven en
die zich bewust werden van onzen kritieken toestand, een tweede boot
uit tot onzen bijstand; er werden in de boot twee roeiers geplaatst
met frissche krachten, en dank zij dezen steun was het ons mogelijk,
de paketboot weer te bereiken.
Deze ontroerende inscheping deed ons te meer waardeeren de rustige
wateren, die we den volgenden dag ontmoetten te Kwaliang, waar we
aankwamen, na rondom kaap Garambi te zijn gevaren, de zuidpunt van
Formosa, waar de Japanners een vuurtoren hebben opgericht van de
eerste grootte. De landing geschiedt hier door vlotten van bamboe,
die zoo slecht gevoegd zijn, dat ze geheel onder water staan; de
passagiers nemen plaats in een bak, waardoor ze droog blijven, maar
waar men het erg benauwd in heeft.
Kwaliang is de haven van het stadje Kosjoen, de hoofdstad van het
zuidelijke district, waarmee het is verbonden door een Décauvillespoor
van het algemeen op Formosa in gebruik zijnde type. Ik werd te Kosjoen
ontvangen door den prefect, een ambtenaar, die veel verschilde van
dien van den vorigen dag, en even modern als zijn collega conservatief
was. Toch kreeg ik hier in plaats van het zoogenaamd europeesche
en bijna oneetbare ontbijt, dat men mij te Taïto had voorgezet,
een smakelijk japansch maal, waarbij vooral een gerecht, dat ze
sasjimi noemden, bestaande uit rauwe visch, rijkelijk overgoten
met een heerlijke saus van linzen en gember en andere ingrediënten,
zeer lekker smaakte.
De provincie Kosjoen is ondanks haar naam, die "eeuwige lente"
beteekent, de minst vruchtbare van Formosa; droogte komt er veelvuldig
voor; en de rijst levert slechts een enkelen oogst per jaar. De prefect
heeft getracht, de welvaart der bewoners te verhoogen, door in het
bijzonder de veeteelt te steunen. Een modelhoeve, met dit doel in het
leven geroepen, heeft veelbelovende resultaten opgeleverd; er worden
de eerste schapen gefokt, die men ooit op het eiland heeft aanschouwd.
Na een hoogst aangenamen dag, doorgebracht in den tuin van den
prefect, te midden van een weelde van orchideeën, sloegen we weer
den weg naar het Noorden in, om den volgenden morgen tegenover Takoe
te ankeren. Deze haven, als men dien naam mag geven aan een punt van
aanleg, waar alle natuurlijke of kunstmatige bescherming ontbreekt,
is de voornaamste plaats van uitvoer voor de zuidelijke streken van
Formosa en voert bijna alleen suiker uit. In de groote vlakte, die
zich tot Kagi uitstrekt, staat het suikerriet zoo dicht, dat het een
onafgebroken zee van halmen vormt. Op de hellingen der heuvels laten
de boeren de noodige rijst groeien, die ze voor hun voeding behoeven
op vierkante stukken, die trapsgewijze boven elkaar liggen.
Te Takoe verliet ik voor het oogenblik de Taïto Maroe, om den spoorweg
te nemen tot Taïnan. Ik gebruikte mijn eersten dag voor een bezoek
aan Hosan, een kleine prefectuur, omringd door enkele chineesche
woningen, waar ik professor Takagi terug vond. Hij kwam ter plaatse
een zonderlinge epidemie bestudeeren, die het garnizoen had aangetast
en die tegelijk veel geleek op moeraskoorts en beri-beri. Die ziekte
was tot dien tijd gelocaliseerd gebleven in Hosan; daar ze bijna altijd
doodelijk is, had ze een bataljon infanterie al haast gedecimeerd. De
professor scheen de ziekte toe te schrijven aan het misbruik van
ananassen, die er zeer mooi en goedkoop zijn en die de soldaten in
groote hoeveelheid nuttigen. In Takoe terug, nam ik dienzelfden dag
nog den trein en bevond mij enkele uren na mijn vertrek in Kyosjito,
ongeveer halfweg Taïnan, bij welk station ik uitstapte, om er de
suikerfabriek te zien, door een maatschappij eenige jaren geleden
gesticht met steun der regeering.
De suiker is van alle landbouwvoortbrengselen het krachtigst door de
regeering gesteund, want Japan, dat een groot consument is van dat
artikel, is er niet in geslaagd, het riet zelf te verbouwen, ondanks
de herhaalde pogingen tot acclimatisatie, terwijl ook de beetwortels
niet gelukten, zoodat men zich tot het buitenland moet wenden, en nu
wel graag van Formosa het benoodigde aan grondstof zou betrekken. De
pogingen van het gouvernement richten zich op de verbetering van de
wijze van verbouw en op een doelmatiger bereiding, die beide zeer
primitief zijn en groot verlies teweeg brengen.
Er is daarvoor een speciaal bureau opgericht, waar plannen worden
gemaakt en maatregelen worden overwogen, die de suikerindustrie
tot bloei kunnen brengen. Van de Hawaï-eilanden heeft men de
beste rietsoorten ingevoerd, daarna uit Europa en Amerika de
nieuwste kneusmachines, veel beter dan de steenen molens, waarmee de
inboorlingen werken. Premies en voorschotten worden aan de landbouwers
verstrekt, als ze de moderne werkwijze willen volgen, en eindelijk
moet de oprichting van de modelfabriek te Kyosjito dienen als voorbeeld
voor de voortbrengers en moet hen ertoe brengen, dergelijke fabrieken
te bouwen uit hun eigen middelen.
Die onderneming is aan Japan voorgesteld meer als een vaderlandslievend
werk dan als een handelsonderneming. Het kapitaal van een millioen yen
is voor een groot deel ingeschreven door de keizerlijke familie en door
de hoofdvertegenwoordigers der japansche aristocratie. Niettegenstaande
een aanzienlijk subsidie van de schatkist van het eiland en
allerlei voorkeurtarieven, op den spoorweg toegestaan, hebben de
tot nu toe verkregen resultaten niet beantwoord aan de gekoesterde
verwachtingen. De kleine inlandsche fabrikanten, zich door de nieuwe
concurrentie bedreigd ziende, zijn erin geslaagd, de eigenaars
der suikerrietvelden er afkeerig van te maken, hun product naar de
fabriek van Kyosjito te zenden, en zoo is bij gebrek aan grondstoffen
de opbrengst dier fabriek ver beneden haar eigen capaciteit gebleven.
Thans heeft men de politie in den arm genomen, opdat ze door haar
gewone manier van werken dezen tegenstand van de boeren breke,
wat voor de onderneming een toekomstigen bloei in het vooruitzicht
stelt. Toch is het niet twijfelachtig, dat het suikerbureau met
te groote haast den weg der hervormingen heeft ingeslagen, want
verscheiden fabrieken, die niet zoo goed van moderne installaties
zijn voorzien, en over niet zooveel kapitaal kunnen beschikken als
de Kyosjito-maatschappij, hebben hun werkzaamheden moeten staken,
hetgeen niet als reclame werkt voor de nieuwere wijze van fabriceeren,
die men in de kolonie wenscht te verspreiden.
Dienzelfden avond kwam ik te Taïnan. Die stad, die de oudste en
volkrijkste is van Formosa, heeft niets merkwaardigs. Zij heeft het
meest het chineesche karakter behouden; men waant er zich in een der
havens van Foekiën of Kwantoeng. Men wees er mij het huis, waar prins
Kitashirakawa stierf, de commandant van het japansche legercorps,
dat het eiland veroverde, dan den tempel, opgericht ter eere van den
chineeschen zeeroover Koxinga, die in de 17de eeuw de Hollanders uit
Formosa verjoeg, en eindelijk het oude fort, dat tot verblijfplaats
diende voor den nederlandschen gouverneur en dat tegenwoordig als
militair hospitaal wordt gebruikt.
Ik vond de Taïto Maroe in Anping terug, aanlegplaats op een mijl
afstands van de stad, waar de schepen in open zee moeten ankeren
evenals te Takoe. Den volgenden dag ankerden we op de reede van
Makoeng in den archipel van de Pescadores. Die eilanden hebben een
strategische waarde van den eersten rang, want ze liggen dwars in den
weg in de straat en versperren de groote route, die uit het Zuiden
naar Noord-China leidt en naar Japan; aan de andere zijde kunnen ze
als concentratiepunt en basis dienen voor een japansche vloot, die een
offensieve beweging uitvoerde naar het Zuiden van de Chineesche Zee.
De archipel van de Pescadores is door Frankrijk veroverd en geannexeerd
in 1885 onder admiraal Courbet, die er aan de cholera stierf kort na
den wederafstand van de eilanden aan het Hemelsche Rijk.
Die verschillende omstandigheden werkten ertoe mee, mijn aanwezigheid
te Makoeng door de autoriteiten minder gewenscht te doen vinden. In
plaats van mij aan den wal te laten gaan, vergezeld door niemand
anders dan mijn tolk, zooals in alle vorige plaatsen, waar de
boot aanlegde, werd ik gevolgd door verscheiden officieren van
de bemanning, bij wie zich, zoodra ik voet aan wal had gezet, een
zeker aantal ambtenaren voegden en de meeste leden der plaatselijke
politie. Die indrukwekkende stoet werd bij iedere schrede grooter,
doordien zich de bewoners onder de toeschouwers schaarden, menschen,
die zeker nooit een zoo groote machtsontplooiing hadden aanschouwd voor
de bewaking van een enkel persoon. Ik moest allerlei stappen doen, om
de toestemming te krijgen voor het photografeeren van het monument,
opgericht door onze zeelieden ter herinnering aan den admiraal en
zijn makkers, die er in grooten getale sneuvelden.
Ofschoon ik minder dan een uur aan land was gebleven tijdens ons
verblijf op de reede van Makoeng, vond ik bij mijn terugkomst in de
hoofdstad een nog koeler ontvangst dan te voren. Men vond uitnemende
redenen, om mij alles te weigeren, wat ik vraagde; ik deed te vergeefs
herhaaldelijk een beroep op de door de autoriteiten mij vroeger gedane
belofte, dat ik aan de grenzen van het land der Atayals mocht reizen en
de operaties mocht volgen van een belangrijke expeditie, die tegen hen
werd uitgezonden in het Zuiden van het eiland. Ik ging zoo ver, van mij
op den gouverneur zelven te beroepen en telegrafeerde aan hem in Tokio,
waar hij zijn jaarlijkschen verloftijd toen juist doorbracht, al mijn
pogingen bleven vruchteloos. Tegenover een zoo stelselmatig vijandige
houding zag ik mij verplicht, mijn verblijf te verkorten en Formosa
vaarwel te zeggen. Het japansche volk is het wantrouwigste ter wereld.
Ondanks die afwerende houding van de autoriteiten had ik gedurende
de twee maanden, die ik op het eiland had doorgebracht, dank zij de
uitstapjes, door mij in verschillende provincies gedaan, dank zij
ook de vriendelijkheid van enkele particulieren en van een klein
aantal ambtenaren, die handelbaarder waren dan de anderen, kostbare
inlichtingen kunnen inwinnen over het werk der Japanners op Formosa
en over den tegenwoordigen toestand der kolonie. Laat mij daarvan
hier een en ander kort samenvatten.
Wat vooral de aandacht trekt, is de politiek, tegenover de inboorlingen
gevolgd. Men weet, dat de Japanners zich hebben voorgesteld in de
laatste jaren als de kampioenen voor het recht in het Uiterste Oosten,
de bevrijders van hun rasbroeders en dat ze in verscheiden europeesche
kolonies een anti-westersche beweging in het leven hebben geroepen. Men
moest dus verwachten, dat ze in een door Chineezen bewoond land een
vaderlijke regeering zouden inrichten en een zeer welwillend en
zacht bewind zouden voeren. Dat is echter in het geheel niet het
geval geweest, en men staat verbaasd, te zien, hoe willekeurig de
inboorlingen worden behandeld door de politie, wier gezag zonder eenig
toezicht wordt uitgeoefend. Ook verwondert het, dat de bevolking van
alle aandeel aan de leiding der openbare aangelegenheden is verstoken.