Honderden bij den ring verstonden het en riepen: "Ja!"

"Laat dan iedereen, die hooren wil, den levenmaker naast hem tot

zwijgen brengen!"

De raad werd opgevolgd, zoodat zijn stem, toen hij de woorden

herhaalde, verder doordrong. Nog eens en nog eens schreeuwde hij het,

en langzamerhand, zône na zône, drong de stilte door vanuit den ring,

vergezeld door een gesmoorden ondertoon van gesis en geduw en getwist,

als de luidruchtigen door hun buren tot zwijgen werden gebracht. Bijna

was alle lawaai onderdrukt, toen een rij zitplaatsen bij den ring

inzakte. Dit werd begroet met nieuw brullend gelach, dat vanzelf

wegstierf, zoodat een zachte stem, ver weg, duidelijk hoorbaar was,

toen zij riep: "Ga voort Glendon! We luisteren!"

Glendon bezat als Kelt de intuïtieve kennis van de psychologie der

menigte. Hij wist dat, wat vijf minuten tevoren een groote onordelijke

bende was geweest, nu als in zijn hand was en om het effect te

vergrooten, wachtte hij een oogenblik alsof hij nadacht. Maar het

wachten duurde juist lang genoeg en geen seconde te lang.

Dertig seconden lang heerschte volmaakte stilte, en in de stemming

hing iets als angst. Juist toen de eerste zwakke teekenen van onrust

zijn oor bereikten, begon hij te spreken.

"Als ik uitgesproken heb," zeide hij, "zal ik boksen. Ik beloof u, dat

het een echte match zal zijn, één van de weinige echte matches die u

ooit gezien heeft. Ik zal mijn tegenstander in den kortst mogelijken

tijd leggen. Billy Morgan zal u, als hij voor 't laatst aankondigt,

vertellen, dat het een match wordt van vijf en veertig ronden. Laat

mij u zeggen, dat het dichter bij vijf en veertig seconden zal zijn.

Toen ik in de rede werd gevallen, was ik bezig te vertellen, dat de

ring rot is. Dat is zoo, van top tot teen. Hij is ingericht om er

zaken mee te doen en u weet allen wat zaken zijn. Dat zegt genoeg. U

zijt de stumperts, ieder van u, die er niets uit haalt. Waarom vallen

de banken vanavond in? Bedrog. Evenals de bokssport waren zij gebouwd

om er zaken mee te doen." Hij hield nu zijn gehoor vaster dan ooit

in de hand en hij wist het.

"Drie menschen worden op twee plaatsen gestopt. Dit zie ik overal. Wat

beteekent dat? Bedrog. De opzichters krijgen geen loon. Men verwacht

van hen dat zij het publiek zullen afzetten. Alweer zaken. U

betaalt. Natuurlijk betaalt u. Hoe worden de verlofpapieren om te

boksen verkregen? Door bedrog. En laat u mij nu eens vragen: als

de mannen die banken maakten knoeien, als de opzichters knoeien,

als de autoriteiten knoeien, waarom zouden dan zij die hooger in de

bokssport staan niet knoeien? Dat doen zij. En u betaalt.

En laat mij u zeggen, dat het niet de schuld is van de boksers. Zij

zetten de matches niet op touw. Dat doen de promotors en de managers;

dat zijn de zakenlui. De boksers zijn alleen maar boksers. Zij beginnen

heel eerlijk, maar de managers en promotors dwingen hen mee te doen of

zij gooien hen er uit. Er zijn eerlijke boksers geweest. En er zijn

er nog enkelen, maar die verdienen gewoonlijk niet veel. Ik denk,

dat er ook wel eerlijke managers zijn geweest. De mijne is zoo wat

de beste van het zoodje. Maar vraag hem eens, hoe hij zoo dik in de

vaste goederen en étage-woningen komt te zitten." Hier begon zijn

stem te verdrinken in het rumoer.

"Laat iedereen, die hooren wil, zijn buurman's mond dicht

houden!" raadde Glendon.

Opnieuw, als het gegrom van de branding, klonk een geluid van smakkende

lippen en stompen en gekibbel en het huis werd stil.

"Waarom legt elke bokser er den nadruk op, altijd eerlijk gevochten

te hebben?" Waarom worden zij "John Eerlijk" en "Bills Eerlijk" en

"Blackmiths Eerlijk" enzoovoort genoemd? Is het u nooit opgevallen,

dat zij ergens bang voor schijnen te zijn? Als een man naar je toekomt,

al schreeuwend dat hij eerlijk is, dan krijg je achterdocht. Maar

als een prijsbokser hetzelfde liedje voor u zingt dan neemt u dat aan.

Laat de beste bokser winnen! Hoe dikwijls heb je dat Billy Morgan

hooren zeggen! Laat mij u zeggen, dat de beste bokser niet zoo heel

dikwijls wint en dat, als hij wint, het gewoonlijk voor hem zoo

beschikt is. De meeste gevechten in ernst, waar u van gehoord heeft

of die u gezien heeft, waren ook van te voren opgezet. Het is een

programma. Alles is vooruit vastgesteld. Denkt u, dat de promotors

en managers het voor hun pleizier doen? Volstrekt niet. Het zijn

zakenmenschen."

Tom, Dick en Harry zijn drie boksers, Dick is de beste. Dat kon

hij in twee matches bewijzen. Maar wat gebeurt er? Tom slaat

Harry. Dick slaat Tom. Harry slaat Dick. Niets bewezen. Dan komen

de revanche-matches. Harry slaat Tom, Tom slaat Dick, Dick slaat

Harry. Niets bewezen. Dan probeeren zij 't nog eens?. Dick stoot flink

toe. Zegt dat hij op de eerste plaats wil komen. Dus slaat Dick,

Tom en Dick slaat Harry. Acht partijen om te bewijzen, dat Dick de

beste is, waar twee hadden volstaan. Alles vooruit klaargemaakt. Een

programma. En u betaalt er voor en als uw banken in elkaar vallen,

nemen de opzichters u uw plaats af.

't Is een mooie sport als het maar eerlijk ging. De boksers zouden

wel eerlijk zijn als zij maar konden. Maar het geknoei is te erg,

als een handjevol mannen bij drie matches driekwart millioen dollars

kunnen verdeelen."

Een wilde uitbarsting van lawaai dwong hem te zwijgen.

Te midden van het mengelmoes van kreten, die door het gansche gebouw

weerklonken, kon hij enkele onderscheiden als: "Welke millioen

dollars?" "Welke drie matches?" "Zeg op!" "Ga voort!" Ook was er

gesis en gefluit en kreten van: "Smerige leugenaar! Baantjesjager!"

"Wilt u hooren?" schreeuwde Glendon. "Bewaar dan de orde."

Opnieuw verkreeg hij de indrukwekkende halve minuut van stilte.

"Wat zal Jim Hanford doen? Wat is het programma dat zijn menschen en

de mijne opmaakten? Zij weten, dat ik hem de baas ben. Hij weet,

dat ik hem de baas ben. Ik kan hem in één partij leggen. Maar

hij is wereldkampioen. Als ik mij niet schik naar het programma,

krijg ik nooit een kans om tegen hem uit te komen. Het programma

vraagt drie partijen. Ik zal de eerste winnen. 't Zal in Nevada

plaats hebben als er in San Francisco geen gelegenheid voor is. Wij

zullen er een eerlijke partij van maken. Om ze eerlijk te doen zijn,

legt ieder van ons twintig duizend in. 't Is echt geld, maar 't is

geen echte inleg. Elk van ons krijgt zijn eigen inleg stiekem weer

terug. Hetzelfde met de beurs. We deelen hem eerlijk, ofschoon het

in de oogen van het publiek gaat tusschen vijf en dertig en vijf

en zestig. De beurs, de films, de advertenties en al het andere dat

hangen blijft, is geen cent minder dan tweehonderdvijftig duizend.

Wij verdeelen dat en gaan aan het werk voor de revanche-match. Hanford

wint en wij gaan opnieuw aan het verdeelen. Dan komt de derde

partij; ik win, waar ik volkomen het recht toe heb; en wij hebben

het boks-publiek driekwart millioen uit den zak geslagen. Zóó is

het programma, maar het is vuil geld. En daarom ga ik vanavond uit

den ring."

Op dit oogenblik stootte Jim Hanford een politieagent op zij, zoodat

hij tusschen het publiek viel, en wrong zijn kolossale lichaam door

de touwen heen, brullend:

"'t Is een leugen!"

Als een woedende stier stormde hij op Glendon in, die terugsprong en

toen, inplaats van den stoot af te wachten, behendig wegdook. Niet

in staat zich in te houden, stoof de zware man voort tegen te

touwen. Terug gegooid door het terugspringen ervan, keerde hij

zich om om opnieuw in te stormen, toen Glendon hem raakte. Glendon,

kalm, helderziende, mat precies den afstand naar de kaak van zijn

tegenstander en voor 't eerst in zijn loopbaan als bokser, stootte

hij met volle kracht. Al zijn kracht, alle latente kracht trok zich

samen in die ééne harde uitbarsting van spierkracht.

Hanford hing dood in de lucht, in zoover als bewusteloosheid op dood

gelijkt. Wat hem betrof, staakte hij het gevecht op het oogenblik toen

hij met Glendon's vuist in aanraking kwam. Zijn voeten gingen van den

grond en hij hing in de lucht tot hij het bovenste touw raakte. Zijn

kolossale lichaam spartelde er tegenaan, boog in het midden door

en viel door de touwen heen buiten den ring en op de hoofden van de

mannen op de pers-plaatsen.

Het publiek barstte los. Het had al meer gezien dan waarvoor

het betaald had, want de groote Jim Hanford, de wereldkampioen,

was verslagen. Het was niet officieël, maar het was met één stoot

gebeurd. Nooit was er zoo'n avond geweest in vuistvechtersland. Glendon

keek verdrietig naar zijn bezeerde knokkels, blikte even tusschen de

touwen door naar de plaats, waar Hanford wankelend te land was gekomen

en stak zijn handen omhoog. Hij had zijn recht om gehoord te worden,

bevochten en het publiek werd stil.

"Toen ik begon te boksen," zeide hij, "noemde men mij "Eén Stoot

Glendon". U heeft een oogenblik geleden dien stoot gezien. Die

kende ik altijd. Ik liep op mijn tegenstander toe en sloeg hem neer,

ofschoon ik altijd zorgde niet met alle kracht te stooten. Toen werd

ik opgevoed. Mijn manager zeide, dat het niet eerlijk was tegenover

het publiek. Hij raadde mij, langere partijen te maken, zoodat

het publiek wat te zien kreeg voor zijn geld. Ik was een dwaas, een

onnoozel schaap. Ik was een groene jongen uit de bergen. Moge God mij

bewaren. Ik nam het als waarheid aan. Mijn manager besprak gewoonlijk

met mij, in welke ronde ik mijn man leggen zou. Dan bracht hij het

over aan het gok-syndicaat en het gok-syndicaat maakte er gebruik

van. Natuurlijk betaalden zij. Maar om één ding ben ik blij. Ik

heb nooit een cent van het geld aangeraakt. Zij durfden het mij

niet aanbieden, omdat zij wisten, dat het voor mij dan uit was met

de matches.

U herinnert u mijn match met Nat Powers. Ik heb hem niet verslagen. Ik

had achterdocht gekregen. Dus maakte de bende het met hem in orde. Ik

wist er niets van. Ik was van plan de partij een paar ronden over

de zestiende heen te laten duren. De laatste stoot in de zestiende

gooide hem niet om. Maar hij speelde toch den verslagene en hield

jullie allemaal voor den gek."

"En vanavond?" riep een stem. "Is dat een afspraak?"

"Ja," was Glendon's antwoord. "Waarop wed het syndicaat? Dat Cannam

het tot de veertiende zal houden."

Gehuil en gesis klonk. Voor 't laatst hield Glendon zijn hand op

om stilte.

"Ik ben bijna klaar. Maar ik wil u nog één ding zeggen. Het syndicaat

heeft een strop vanavond. Dit zal een eerlijke partij zijn. Tom

Cannam zal het niet tot de veertiende ronde houden. Hij zal 't niet

één ronde houden."

Cannam sprong op in zijn hoek en riep woedend uit: "Dat kan je niet! Er

leeft geen mensch die mij in één ronde klopt!"

Glendon lette niet op hem en ging voort:

"Eens in mijn leven heb ik nu met al mijn kracht gestooten. U heeft

dat een oogenblik geleden gezien toen ik Hanford sloeg. Vanavond zal

ik voor de tweede maal met alle kracht stooten--dat is te zeggen,

als Cannam niet nu dadelijk door de touwen springt en er vandoor

gaat. En nu ben ik klaar."

Hij ging naar zijn hoek en stak zijn handen uit voor de

handschoenen. In den tegenovergestelden hoek zat Cannam te razen,

terwijl zijn secondanten tevergeefs trachtten hem tot kalmte

te brengen. Ten laatste slaagde Billy Morgan er in, de laatste

aankondiging van den strijd te doen hooren.

"Dit zal een gevecht zijn van vijf en veertig ronden," schreeuwde

hij. "Regels van de Marquess of Queensbury! En moge de beste bokser

winnen! Vooruit!"

De gong sloeg. De beide mannen kwamen naar voren. Glendon stak zijn

rechterhand uit voor den gewonen handdruk, maar Cannam weigerde ze

met een boos hoofdschudden. Tot algemeene verbazing viel hij niet

aan. Woedend als hij was, vocht hij toch voorzichtig; zijn gewonde

trots dwong hem, alle krachten in te spannen om het de ronde uit

te houden. Verscheidene malen stootte hij toe, doch hij stootte

behoedzaam en vergat een oogenblik af te weren. Glendon joeg hem op

door den ring, steeds vooruit dringend met het onbarmhartige gestamp

van zijn linkervoet. Doch hij stootte niet en beproefde ook niet te

stooten. Hij liet zelfs zijn handen neerhangen langs zijn zijden en

joeg den ander op zonder zich te verdedigen, waarmee hij een poging

deed hem te lokken. Cannam grijnsde uitdagend maar zag er van af,

voordeel te trekken uit de dus geboden kans.

Twee minuten gingen voorbij en toen kwam er een verandering over

Glendon. In elke spier, in elken trek van zijn gezicht sprak hij uit,

dat het oogenblik voor hem was gekomen om zijn tegenstander onder

te krijgen.

Het was een daad en het werd goed gedaan. Hij scheen een ding van

staal geworden, hard en onmeedoogend als staal. Cannam reageerde er

op door zijn omzichtigheid te verdubbelen. Glendon werkte hem vlug

in een hoek en hield hem daar onder bewaking. Nog stootte hij niet,

noch poogde te stooten en de onzekerheid werd pijnlijk aan Cannam's

kant. Tevergeefs trachtte hij zich uit den hoek te werken, terwijl

hij niet besluiten kon op zijn tegenstander in te stormen en een

poging te doen dezen vast te grijpen.

Toen kwam het--een snelle reeks van eenvoudige schijnstooten

als spierschichten. Cannam werd er duizelig van. En het publiek

eveneens. Geen twee van de toeschouwers waren het er later over eens,

wat er gebeurd was. Cannam ontdook één schijnstoot en bracht tegelijk

zijn handen naar zijn gezicht om een nieuwen schijnstoot naar zijn

kaak af te weren.

Hij trachtte ook zijn beenen van positie te doen veranderen. Getuigen,

die vlak bij den ring zaten, zwoeren, dat zij Glendon een stoot

zagen toebrengen vanuit zijn linkerheup terwijl hij vooruitsprong

als een tijger om zijn lichaamsgewicht er aan toe te voegen. Ware

dat als het wil, de slag raakte Cannam op de punt van zijn kin in

het oogenblik, toen hij van positie veranderde. En evenals Hanford,

hing hij bewusteloos in de lucht eer hij tegen de touwen aansloeg en

er doorheen viel op de hoofden van de verslaggevers.

Wat er daarna in de Golden Gate Arena gebeurde, konden geen kolommen

in de dagbladen voldoende beschrijven. De politie hield den ring vrij,

maar de Arena kon zij niet redden. Het was geen wanorde, het was een

orgie. Geen bank werd op zijn plaats gelaten. Met alle kracht duwend

en dringend, om balken en planken machtig te worden, sloeg de menigte

alles in de groote zaal kort en klein. Prijsboksers zochten bescherming

bij de politie, doch er waren niet genoeg agenten om hen naar buiten

te geleiden, en boksers, managers en promotors werden afgeranseld en

geslagen. Alleen Jim Hanford werd gespaard. Die genade werd hem betoond

ter wille van zijn vreeselijk gezwollen kaak. Toen de menigte eindelijk

uit het gebouw was gedreven, viel zij buiten aan op een nieuwe auto van

zevenduizend dollar, die aan een welbekende bokspromotor toebehoorde

en vernielde de car tot een hoopje oud roest en brandhout.

Glendon, die zich niet kon kleeden te midden van de ruïne der

kleedkamers, bereikte zijn auto nog in bokscostuum in een badmantel

gewikkeld, maar slaagde er niet in te ontsnappen. Door de macht van

het aantal hield de menigte zijn machine tegen. De politie had het

te druk om hem ter hulp te komen en eindelijk werd er een compromis

gesloten, waarbij de car voort mocht gaan in wandelpas, en begeleid

door vijf duizend lawaaiende opgewonden schreeuwers.

Het was middernacht toen deze storm over Union Square heenstreek naar

St. Francis. Kreten om een speech klonken op en ofschoon hij voor den

ingang van het hôtel was gekomen, werd Glendon vriendelijk verhinderd

te ontsnappen. Hij trachtte zelfs er uit te springen op de hoofden van

de opgewondenen, maar zijn voeten raakten de straat niet. Op hoofden en

schouders, omklemd en opgetild door iedere hand, die zijn lichaam kon

bereiken, ging hij door de lucht terug naar zijn machine. Toen hield

hij zijn speech en Maud Glendon, die uit een bovenraam neerkeek op haar

jongen Herkules, staande op de bank van de automobiel, wist, zooals

zij 't altijd had geweten, dat hij het meende, wanneer hij herhaalde,

zijn laatste partij gebokst te hebben en voorgoed uit den ring te gaan.

De Ongelikte Beer · 第 19 / 23 题