Dick, een neger met een niet geheel smetteloos verleden, stond terecht
voor een ernstig vergrijp. Toen hij later tot zijn vrije heuvels
teruggekeerd was, placht hij op een zonderlinge wijze een voorstelling
der gerechtszitting te geven. Op een open veldje zette hij een stuk
hout overeind dat den rechter voorstelde, "groot kerel-meester,"
een kleiner blok verbeeldde den griffier, twaalf andere de juryleden,
drie de advokaten en een groot blok tusschen twee andere in was Dick
zelf tusschen zijn bewakers. Na deze voorbereidingen stak hij van
wal met zijn beschrijving van het geding.
"Groot kerel-meester, hij ben zeggen: Dick, jij hoor mij? Jij
schuldig--jij niet-schuldig?"