Een planter, die te voet met zijn zwarten bediende reisde, kwam aan een
rivier die hij moest overzwemmen. De baas beval "Steenkool," na hem de
bagage te hebben toevertrouwd, naast hem te blijven zwemmen. Halfweegs,
juist op het oogenblik toen de baas begon te vinden dat het toch
vrij gewaagd was een gezwollen rivier, met zooveel boomknoesten
onder water over te steken, zeide Steenkool langs zijn neus weg:
"Stel jij verdrinken, uit. Baas mij dan geven jouw pijp?" In één
seconde alle mogelijkheden overziende, antwoordde de baas: "Nee,
jij ben krijg pijp als ik aan overkant." De hulp van den neger was
nu verzekerd en afdoende.