George is in het minst niet bijgeloovig. Alles heeft zijn begrijpelijke
oorzaak. Zoo komt bijvoorbeeld de regen uit een grooten bak,
ergens daarboven. Wanneer men hem vraagt of hij gelooft in den
"duvel-duvel," voor wien de negers van het vastland zoo bang zijn,
dat slechts weinigen zich in het donker wagen, antwoordt hij met een
brutalen lach: "Mij nooit zien hem. Stel mij hem zien, mij hem steek
overhoop." George zelf is dus niet in staat den booze te beschrijven,
maar van hooren zeggen weet hij toch te vertellen, dat hij drie oogen
heeft, twee op de gewone plaats en een in het achterhoofd.
Maar al heeft George geen greintje ontzag voor den duvel-duvel,
een des te vaster geloof heeft hij in het bestaan van wat hij noemt
"Grond-Vrouwen" in de buurt van Cooktown. Zijn kennismaking met deze
geheimzinnige onderaardsche sirenen beschrijft hij aldus:
"Beetje buiten Cooktown kamp van grondvrouwen. Mij en Sargen
gaan zien groote corrobboree, waarachtig. Paar vrouwen komen uit
hol in grond. Als naar beneden gaan, grond sluit van zelf, als
venster. Waarachtig, mij bang, mij rillen. Eén goed kerel-mooie-vrouw
kom boven. Sargen zegt "Jij gaan corrobboree dansen voor dat
kerel-vrouw." Mij zegt: "Wij naar huis gaan, mij bang, wij naar
stad, dit geen goed plaats." Sargen beetje lachen, hij zeggen:
"Nee, jij niet bang zijn, jij dansen voor dat kerel-vrouw, goeie,
mooie vrouw." Mij gaan er heen; mij voelen bang, mij voelen koud
van binnen, veel te bang, waarachtig. Voelen aan dat kerel-vrouw,
heel koud. Dat vrouw zeggen: "Waar jij vandaan?" Mij zeggen "Van
stad." Dat vrouw zeggen: "Waar jij naar zoeken?" Mij zeggen: "Mij
zoeken stier, weggeloopen van kudde." Mij dansen een beetje voor dat
vrouw, niet veel; te bang. Toen dat vrouw naar beneden, grond boven
dicht. Heelen dag beneden. Kom boven alleen nacht. Kunnen niet komen
bij zon, dan dood gaan, allemaal te zacht."
De negers bij Cooktown gebruiken volgens George een veel lichter
jachtspeer dan hier in gebruik is. In plaats van een dunnen tak (bij
voorkeur van roode mangrove) geduldig in het vuur rechtgebogen en
gehard, neemt George daarom den stengel van een grasboom (Xanthorrhea
arborea) die, 8 à 10 voet lang, zoo recht en licht is als een
billartkeu. In een holte aan het dikker einde bevestigt hij één stalen
punt van 18 duim lang en een kwart duim dik, of wel drie stukken Nr. 8
ijzerdraad met de drie gescherpte punten lichtelijk uiteen gebogen.
De verdiensten van dit wapen maakten herhaaldelijk een onderwerp
van debat uit, waarbij de Dunk-eilanders hun zwaarder speren
verdedigden. Bij een van die gelegenheden verhaalde George, ten bewijze
van de voortreffelijkheid van zijn model, de volgende geschiedenis:
"Dit kerel-speer alles doodmaken. Kangoeroe's, wallaby's, visschen, hem
doodmaken allemaal. Hem gaat recht door lange kangoeroe. Eens mij hem
zien raken kerel-neger. Broer van mij, sterke kerel dat, Billy. Eens
wij jagen achter kangoeroe. Billy dicht er bij, mij gaan zitten op
rots. Ander kerel dicht bij, hij zitten, wij niet zien kerel. Mij
opeens zien kleine kerel-wallaby. Mij fluiten mijn broer; hier wallaby,
stil! Mijn broer opstaan, gooien zijn speer, missen wallaby, raken
dat ander kerel, hier. Dat hard schreeuwen; mijn broer bang. Hij
zingen, "Billy, waarvoor mij doodsteken?" Billy wegloopen. Dat kerel
schreeuwen: "Billy, trek speer uit." Billy wegloopen; mij stil zitten
blijf; mij hoor dat kerel zingen, zingen, hard zingen. Kan niet
loopen. Mij stil weggaan, mij terug komen van ander kant. Mij veel
vrouwen zien, mij roepen: "Hier, kerel ben getroffen speer, bijna
dood." Komen allemaal waar kerel ligt zingen. Dragen hem in kamp,
kunnen speer niet uitkrijgen, speer met haak. Alle tijd dat kerel
zingen: "Trek speer uit." Toen Billy terug, hij heel bedroefd. Hij
zeggen: "Mij wil niet jou doodsteek, mij jagen wallaby, mij niet zien
jou." Dat kerel zeggen: "Allright Billy, jij goed vrind van mij." Drie
dagen dat speer blijven zitten. Mij terugkomen in kamp. Mij zeggen:
"Mij denken jij al dood." Hij zeggen: "Mij niet dood nog, mij
voelen heel goed, trek speer uit." Toen oud man hard trekken. Kan
niet uit krijgen. Oud man zeggen: "Wij hem uitsnijden." Halen mes,
scherp, snijden, snijden, snijden. Drie sterke kerels trekken speer,
hard allemaal. Trekken veel vleesch aan dat haak. Dat kerel zingen,
kan niet inhouden. Twee weken dood. Vrouwen hem niet begraven. Wat
denk je? Snijden vleesch van been, doen vleesch in schors, doen
witte verf op schors, binden dicht en hangen op in dilly-mand [32]
Waarachtig. Pfff! Later hem ruiken stink."
In het algemeen praalde George niet met zijn beschaving, maar van tijd
tot tijd moest hij toch eens laten zien wat hij kon. Eens toonde hij
mij twee velletjes papier, op elk waarvan een paar golvende lijnen
geteekend waren.
"U schrijven precies dat manier?" vroeg hij.
"Neen, ik schrijf anders," antwoordde ik.
"Dit makkelijk, mij altijd schrijven zoo."
"Wel, en wàt staat er dan?"
George werd plotseling ernstig en staarde een paar minuten in de
diepste concentratie op de papiertjes. Eindelijk verklaarde hij:
"Dit kerel-brief zeggen: Coleman-rivier, Coen-rivier, Doodpaard-kreek,
Moord-rivier, Kennedy-rivier, Laura-rivier."
Het waren de namen van enkele rivieren noordelijk van Cooktown,
George's geboorteplaats. Op het andere velletje stonden volgens hem
de namen van de naburige eilanden. Als ik de papiertjes omkeerde,
las George ze even vlot; als ik ze met elkaar verwisselde, het deed
er niets toe, George las de eilanden af van de lijst der rivieren en
omgekeerd. Maar hij bewaarde de velletjes als groote schatten en al
zijn kameraden hadden diepen eerbied voor zijn buitengewone kunde.