EEN ONDERGAAND RAS.

Sommige onderzoekers vertellen ons dat de inboorlingen van

Australië uit Egypte stammen, vanwaar zij hun oude totems en

gebruiken meebrachten, andere, dat zij nog vertegenwoordigers zijn

van het Neolithische tijdperk [27], terwijl weer anderen verzekeren

dat Australië de eigenlijke wieg van het geheele menschelijk ras

is. Zonder een bepaalde meening over deze theorieën te hebben, kan

men wel zeggen dat de steenen bijlen, schelp-messen en vischhoeken

van parelmoer en schildpad, die bij de inboorlingen in gebruik zijn,

behooren tot de uitrusting van een volk dat op één lijn staat met

die stammen, die in andere deelen der wereld, eeuwen geleden, de

herinnering aan hun bestaan nalieten in teekeningen op het ivoor

van den mammouth en de beenderen van het rendier. Voorwerpen, geheel

gelijkend op die overblijfselen van een ver verleden, zijn hier nog

van dagelijksch gebruik. Nog is de steentijd niet voorbij.

Voor de hedendaagsche negers geldt het "bestaan is de bevrediging der

natuurlijke behoefte." Het verleden is voor hen, zoo niet geheel en al

vergeten, dan toch niet de moeite waard om over te denken en evenmin

kennen zij zorg voor de toekomst. Ambacht en handwerk, voor een paar

jaar nog vrij algemeen, verdwijnen meer en meer, elke nieuwigheid door

de wonder-machtige blanken ingevoerd, levert een nieuw bewijs voor

de ongeschiktheid van den inboorling in den strijd om het bestaan,

zoodra zijn oorspronkelijke levenswijze wordt verstoord. Een gebogen

ijzerdraadje is een goedkoop en doelmatig plaatsvervanger voor een

parelmoeren vischhoek, waarvan de vervaardiging zooveel handigheid en

tijd vereischt en de schunnigste deken is altijd nog bruikbaarder dan

het kunstvaardigste kleed uit schors van een vijgenboom gemaakt. In

tallooze behoeften wordt thans door de blanken voorzien en het gevolg

is het verval en in vergetelheid geraken van de oorspronkelijke

eerwaardige en dikwijls kunstige ambachten. Nog altijd versieren

onze negers rotsen en boomen met hun ruwe houtskool-teekeningen,

maar de kunst om steenen bijlen te maken is reeds verloren gegaan,

ofschoon de boomen nog de sporen vertoonen der bijlen, die door het

voorgaand geslacht werden gehanteerd. De komst der blanken heeft

allen vooruitgang volkomen stop gezet. Zwakke, eenpersoons kano's van

boombast zijn de eenige vaartuigen hier, ofschoon de grootvaders der

negers op Hinchinbrook-eiland en de eilanden van Rockingham-baai bekend

waren om hun outrigger-booten, al maakten zij die niet zelf. Eer de

kunst der Papoea's dieper op de trage Australiërs had kunnen inwerken,

kwamen de blanken er tusschen en thans zijn nog maar zeer enkelen

instaat het werk hunner ouders na te bootsen. Ook een groot aantal

legenden, die van geslacht op geslacht overgingen, zijn verloren gegaan

en zelfs de namen van zeer gebruikelijke voorwerpen zijn vergeten.

Het uitsterven der negers op plaatsen die vroeger sterk bevolkt

waren, gaat verwonderlijk snel. Nog geen twintig jaar geleden was

het vastland tegenover Dunk-eiland dicht bevolkt, thans wonen er

nog slechts enkelen. Nog in het gezicht van Brammo-baai ligt de plek

waar eens een stam "officieel" werd uitgeroeid, wegens het vermoorden

van de bemanning van een gestrand schip, en ik ken een neger die een

lidteeken op den wang draagt van een kogel dien hij ontving toen zijn

moeder bij die gelegenheid vluchtte--en vergeefs--met hem als klein

kind op den rug.

In die dagen werden "lastige" negers zonder veel plichtplegingen

onschadelijk gemaakt. Meer dan eens heb ik het verhaal gehoord van

den ondergang van een bende "myals" (wilde negers), die door een

kolonist gebruikt werden om zijn land te ontginnen. Zij deden hun

werk, maar ontvingen hun loon niet, waarop zij zich zelf hielpen, een

stier doodden, opaten en verdwenen. Een poosje later, toen de planter

hen weer noodig had, beloofde hij hun vergiffenis voor hun misdaad

en zette hen weer aan het werk. Op een goeden dag, op etenstijd,

werd er een emmer melk in het kamp gebracht en rondgedeeld. De melk

was vergiftigd. "Een kerel voel hier," zei mijn berichtgever, zich

op de maag slaand, "Loop weg, val neer, uit. Ander kerel loop weg,

uit. Allemaal dood, overal."

Er doen nog andere verhalen van vergiftigd meel en brood de ronde.

Twee negers bekenden voor het gerecht dat zij hun meester vermoord

hadden om geen andere reden dan dat hij weigerde hen bij den

maaltijd een stukje van zijn vleesch te geven. Aan den anderen kant

kunnen voorbeelden van even groote gevoelloosheid van blanken worden

aangehaald. In een knorrige bui smeet eens een neger een paar dekens,

die hij moest dragen neer en vluchtte het bosch in. Zijn baas vond

het noodig aan de overigen een streng voorbeeld te stellen en schoot

plotseling een volkomen onschuldigen neger, die aan de overzijde

der rivier juist te voorschijn kwam, neer. Zijn lichaam viel in het

water en dreef stroomafwaarts. Een van de negers, terwille van wier

tuchtbesef deze moord werd begaan, deelde mij het geval mede.

Ik breng deze feiten slechts in herinnering als voorbeelden van de

slechte verhouding die destijds tusschen negers en blanken bestond. Dit

alles behoort nu tot het verleden, wij levens thans in een tijdperk

van officieele bescherming der oerbevolking, misschien wel van een

beetje te groote bemoeizucht.

In de volgende bladen is het niet mijn bedoeling den Australischen

inboorling nauwkeurig en diepgaand te beschrijven, maar slechts een

paar kijkjes op zijn leven en karakter te geven.

Bekentenissen van een strandvonder: Het leven op mijn tropisch eiland · 第 56 / 97 题