AVONTUUR MET EEN KROKODIL.

Te spreken over de kust van Queensland zonder van een avontuur met

een krokodil te gewagen zou zeker bij vele critici een schaduw werpen

op de waarschijnlijkheid van al mijn andere mededeelingen. Ik acht

mij dies verplicht mijn lezers te vergasten op het relaas van mijn

ontmoeting met zulk een ondier.

Aan de oostzijde van het eiland bevindt zich een plekje dat door de

inboorlingen "Panjoo" (het mooie plekje) genoemd wordt. Een steile

grashelling daalt er neer naar de zee, hiervan nog gescheiden door een

strook begroeid met pandanuspalmen. In het noorden wordt het begrensd

door een met een wildernis overdekten uitlooper van den bergrug,

aan den voet waarvan een kreekje stroomt, dat onder den schaduw van

zwaar gebladerte uitmondt in een met rotsblokken bezaaiden inham. In

het zuiden vormt een rijtje lage, door den wind gebogen acacia's de

grens. De Stille Oceaan kabbelt aan den voet der geweldige rotsen,

waartusschen een enkele havelooze palm (Caryota) oprijst met zijn

zware bundels gele, smakelooze vruchten, die elk twee zaden als

koffieboonen bevatten. Panjoo is een zeer geliefd plekje, want

het kan van verschillende kanten op een gemakkelijke en aangename

wijze bereikt worden, maar voor een krokodil is het wel het denkbaar

ongeschiktste oord.

Op een schoonen Novembermorgen togen wij, (Paddy, de meest zwijgzame

en pienterste aller negers en ik zelf) hier heen. Het was vloed en

wij konden betrekkelijk gemakkelijk landen. Jaren geleden was er

een geweldige cederboom tusschen de rotsblokken geworpen en toen

ik naar den stam keek wees Paddy mij met een schok van verrassing

op een krokodil, die klaarblijkelijk lag te slapen, met zijn kop

in de schaduw van een rots. Ik had een buks bij mij, meer voor de

gezelligheid dan voor gebruik, want Paddy, hoe levendig en vroolijk

van aard ook, zei nooit een stom woord. Zijn geheele conversatie

bestond vrijwel alleen uit veelbeteekenende blikken en gebaren. Een

lettergreep was voor hem een moeilijke zin, vier of vijf woorden een

geheele redevoering. Evenals generaal Von Moltke was hij afkeerig

van spreken, tenzij het een levenskwestie gold. De aanwezigheid van

een tien voet langen krokodil van onbekende woestheid scheen nu zulk

een levenskwestie voor hem te zijn. Haastig bespraken wij fluisterend

ons krijgsplan. Het kaliber van mijn buks was 22, haar snelheid zeer

bescheiden, de kogel van zacht lood. Tenzij ik den krokodil in het

oog trof en het geluk had de kleine hersenen te raken, was er bitter

weinig kans op eenig succes. Maar een zoo zeldzame trophee als een

krokodillenschedel, waarvan men op het eiland nog nooit gehoord

of gezien had, ons te laten ontglippen ging toch niet aan en zoo

vermanden wij ons.

Paddy wapende zich met zware steenen en wij naderden langzaam en

voorzichtig. De krokodil bewoog zich niet. Toen, juist, terwijl ik

mijn buks aanlegde, stak Paddy den platten neus in de lucht, snoof

en fluisterde op droeven toon: "dood."

Een krokodil heeft altijd een eigenaardige lucht, een verbinding van

visch en zeer sterken muskus, maar Paddy had iets anders geroken dan

deze welbekende lucht: den stank van een cadaver. Blijkbaar was het

beest reeds den vorigen dag gestorven, het vertoonde geen enkele wond,

breuk of zweer. Alle tanden waren gaaf. Met stokken wrikten wij het

lichaam voort tot buiten de vloedgrens. Een paar maanden later, toen

de natuur het hare gedaan had om het vleesch te verwijderen, keerden

wij terug om het geraamte te halen. De tanden zijn nu wijd en zijd

verspreid als herinneringen aan den eersten en eenigsten krokodil dien

men ooit dood heeft gevonden. Ik waag de gissing dat hij afkomstig

was uit de Tully of Hull-rivier, of een of andere kreek zonder naam

op het vasteland en, uit zijn koers geraakt, te Panjoo belandde om

op deze ongewende plaats in een aanval van heimwee te bezwijken.

Bekentenissen van een strandvonder: Het leven op mijn tropisch eiland · 第 42 / 97 题