[1] De gebeurtenis, die aanleiding gaf tot het Blijspel van Collé
_La partie de chasse de_ Henri IV. is hier omstreeks voorgevallen,
Michau was Molenaar te _Lieursaint_; dit stuk is, meen ik, ook in
't _Nederduitsch_ vertaald.
[2] Zoo noemt men de _Bourgondiërs_, om de ronde en gulle inborst,
die men hun toeschrijft.
[3] _Meaux_ alwaar de welsprekende Bossuët Bisschop was, behoort
tot dit Departement. In de stad en omtrek van _Meaux_ wonen zeer
veel Protestanten.
[4] Dit geval heeft aanleiding gegeeven tot de partijen der
_Bourguignon_'s en _Armagnac_'s, die zoo veel bloeds aan _Frankrijk_
gekost hebben.
[5] Hij was de Vader van Lodewijk de XVI.
[6] Hij is bekend voor de oudste der goede schilders in _Frankrijk_,
bijzonder ook om het vermaarde stuk van het laatste Oordeel, dat te
_Parijs_ op het Museum hangt, en waar van de gedrukte plaat een der
grootste prenten is, die men kent. Zij is gegraveerd door Pieter de
Jode, een _Antwerpenaar_ en vermaard Plaatsnijder.
[7] Picard bekend auteur en acteur te _Parijs_, heeft een stuk gemaakt
onder den naam van _le Collatéral ou la Diligence à Joigny_, dat zeer
aardig is.
[8] Hij was kort en dik.
[9] Een van de vrouwen van Louvois was een _Hollandsche_, ik meen de
Baronnesse de Huffel genaamd.
[10] Vertrekje van de portier of Zwitser aan de ingang van een Hotèl.
[11] Ik ken hier geen _Nederduitsch_ woord voor, en het was te wenschen
dat alle diergelijke _Fransche_ modeprullen onder ons geheel onbekend
waren.
[12] Die goede man hield zich in zijn ouden dag, benevens zijne vrouw,
bezig met het lezen van bijna al de Romans, die 'er uitkwamen.
[13] De Regten van den Mensch, erkend den 30 September, het Eerste
jaar der Vrijheid, 1789.
[14] En Graaf van _Holland_, _Zeeland_ en _Vriesland_. Martinet in
zijn _Veréénigd Nederland_, zegt van hem: "Hij werd met geringen
lof bekroond;" en verder van zijn zoon en opvolger sprekende: "Hij
gaf den doodsteek aan 's Lands Vrijheid door het invoeren van vaste
soldaten, 't geen 's Volks oude dapperheid deed vervallen."--O mijn
Vriend! mogten onze Landgenoten toch de waarheid van dit gezegde
duidelijk gevoelen!
[15] _La Metromanie_, een van de beste Blijspelen van het _Fransche_
tooneel, is van dezen schrijver.
[16] _Castor_ en _Pollux_ is 'er de voornaamste van, en wordt gehouden
voor een _classiek_ stuk der _Fransche_ muzijk van dien tijd.
[17] Hier rust Jan le Menestrier, in het zeventigste jaar zijn's
ouderdoms zette hij den voet in den stijgbeugel, om na den hemel
te gaan.
[18] _Citeaux_ heeft vier Pausen opgeleverd, als Eugenius III,
Gregorius VII, Celestinus IV, en Benedictus XII.
[19] Een _arpent_ is omtrent een vierde deel van een morgen lands.
[20] Tien menschen, als St. Bernard, zouden de wereld ontvolkt hebben.
[21] De Belloi, een van de veertig van de _Fransche_ Academie, is 'er
schrijver van. De Treurspelen Zelmire, Gaston en Bayard, die insgelijks
in onze taal zijn overgezet, en nog drie anderen, zijn mede van hem.
[22] De Ezels van _Beaune_. Piron, daar ik u hier voor van gesproken
heb, een pik tegen die van _Beaune_ hebbende, had gewed dat hij
binnen een zeer korten tijd honderd puntdichten (_Epigrammes_)
tegen hun zou maaken, en hield zijn woord. Eens te _Beaune_ in het
openbaar sprekende, riepen de toehoorders: "Wij verstaan u niet;"
willende dat hij harder zou spreken, en Piron antwoordde: "_Ce n'est
pourtant pas faute d'oreilles_," het is toch niet bij gebrek van ooren;
deze kwinkslag werd hem niet vriendelijk afgenomen.
[23] Naar men mij verzekerde, is men thans bezig om door een bevaarbaar
kanaal, deze twee rivieren met elkanderen gemeenschap te doen hebben,
en dus ook den _Oceäan_ met de _Middellandsche Zee_.
[24] Men vind op verscheidene plaatsen, niet ver van deze stad,
steengroeven, die marmer van onderscheidene kleuren opleveren; te
_Berzé la Ville_ zijn 'er twee van albast, grijsachtig wit van kleur.
[25] Het is een ware schilderij van _l'Albane_. Dit betooverende
eiland schijnt op den aardbol geworpen, om waardig te zijn, van te
gelijker tijd den tempel der Goden, de dansen der stervelingen en de
begraafplaats der groote Mannen te bevatten. De verbeelding schetst ze
'er op, als ons oog hetzelve betracht, en ieder mensch wordt Dichter,
als hij aan die welriekende zoomen raakt.
[26] Door de belegering hadden vele huizen op deze kaai aanmerkelijk
geleden, doch sedert korten tijd zijn die weder opgebouwd, en men
verzekerde, dat dezelve thans ruim zoo schoon is, als voorheen.
[27] Men leze onder anderen, _le Feuilleton de Publiciste de Mardi,_
28 _Frimaire an_ 12 (20 Decemb. 1803.) aangaande onze, schier
onvergelijkelijke, Juffrouw Wattier.--Zorgt men wel dat een vrouw,
van zulk eene zeldzame bekwaamheid, als deze, kweekelingen maakt?
[28] Dat stuk is daar in een korten tijd ver over de honderd malen
gespeeld; want een groot gedeelte van de _Parijzenaars_ liep 'er
naar toe.
[29] 't Is te verwonderen, dat men aan merkwaardige overblijfsels, zulk
een kleinachting aanduidenden naam heeft gegeven; want _Antiquaille_
beteekent oude prullen.
[30] De teekening is nog al tamelijk, behalven het opgenoemde, was 'er
ook nog de afbeelding van een mensch bij; de Engel en Duivel schenen
zich met hem bezig te houden. Misschien verbeeldt het een mensch in
de eerste tijden van het Christendom, die door den Duivel tot den
Afgodendienst verleid wordt, terwijl een Engel 'er hem van terug houdt.
[31] Het aanroepen van deze Lieve Vrouw, als men zich in nood bevond,
scheen hier al vrij algemeen, doch ieder was juist niet even naauw
gezet in het nakomen van zijne gelofte. Men verhaalde mij ten dezen
opzigte een geval, dat mij deed lagchen; eenige jaren geleden was
een schippers knecht van de schuit in de _Rhone_ gevallen, en deed
volgens gebruik eene gelofte aan de Lieve Vrouw van _Fourvières_,
doch de redding volgde niet spoedig; en, of door den sterken stroom of
anderzins niet kunnende zwemmen, begon hij reeds te zinken, toen zijn
schipper hem met een haak vastkreeg en 'er uithaalde. Vervolgens zijne
gelofte vergetende, werd hij daar aan door zijn' Biegtvader herinnerd,
doch ontschuldigde zich met te zeggen: "Zij heeft geen haast gemaakt,
om mij te helpen, ik behoef ook geen haast te maaken om te betalen,
want kijk, Mijn Heer Pastoor! als onze schipper niet beter bij de
hand geweest was dan onze Lieve Vrouw, ik had 'er bij mijn .... om
koud geweest."
[32] De _Doctoren_ van dit vermaarde _kollegie_; dat door Robert de
Sorbon, Hofprediker en Biegtvader van St. Louïs, in 1252 gesticht werd,
waren in _Frankrijk_ de gewone regters in _Theologische_ geschillen
van aanbelang.
[33] Bekend door zijne welsprekende en wijsgeerige geschriften,
zoo als zijne lofspraken (_eloges_) van Marcus Aurelius, van Sully,
van Descartes enz. hij legt daar in zijne vrije en onbevooroordeelde
denkbeelden duidelijk aan den dag. Thomas was ook een bijzonder vriend
van Mevrouw Necker.
[34] Dit was beste oude wijn; de gewone kocht men voor 5 _sols_.
[35] Onze reisgenoot verhaalde dit met verscheidene natuurlijke
omstandigheden, als een echte gebeurtenis, waar van hij zelve meêr dan
eens ooggetuigen geweest was, en ik heb geen de minste reden om aan
's mans goede trouw te twijfelen.
[36] Hoe ver is _Thain_ van _Tournon_?
[37] Hoe vele ligte vrouwlieden zijn' er te _Tournon?_
[38] O! dat is der moeite niet waardig, om 'er van te spreken, maar
zeg mij, hoe ver is _Maintenon_ (een steedje) van _Versailles_? of
ook hoe veel _Maintenons_ (te weten ligte vrouwen, want Madame de
Maintenon, was, gelijk gij weet, bijzit van Lodewijk den XIV.) zijn
'er wel te _Versailles_?--Deze anecdote durf ik u haast voor wat
nieuws aanrekenen, zijnde verzekerd dat zij zeer weinig bekend is.
[39] De Faujas is Professor bij het Museum van natuurlijke historie
te _Parijs_.
[40] Men rekent de _toise_ op _6 géometrische_ voeten. Die brug is
dan ook veel te smal, naar evenredigheid van de lengte.
[41] Zie het nevenstaande gezigtje.
[42] Petrarcha wierd te _Arezzo_ in _Toscane_ den 20 Julij 1304
geboren, en zette zich vervolgens te _Carpintras_ neder. Paus Clemens
de V. had nu ook zijn Hof te _Avignon_ gevestigd. Weldra deed de
jonge Petrarcha eene bijzondere geschiktheid voor de Dichtkunde
blijken, woonde de Universiteiten van _Montpellier_ en _Bologne_ bij,
raakte vervolgens in kennis met verscheiden geleerden van dien tijd;
ging reizen, na dat hij verliefd was geworden op de schoone Laura,
die hij den 6 April 1327 voor het eerst in een Kerk te _Avignon_
ontmoette. Laura werd in het dorpje _Noves_, digt bij _Avignon_,
geboren, en was toen in den bloei harer jeugd; zij was kortling
gehuwd aan een Edelman, genaamd Hugues de Sade, en Petrarcha werd
eindelijk sentimenteel verliefd, en ging zich te _Vaucluse_ in 1337
nederzetten. Den 8 April 1341 werd hij te _Rome_ in het Kapitool als
Dichter gekroond. In 1348 op denzelfden dag, en op hetzelfde uur,
dat hij haar het eerst gezien had, (volgens de Geschiedschrijvers),
stierf zijn waarde Laura. Petrarcha was aan het Hof en bij de grooten
getrokken. In 1350 kreeg hij een Kanunniksplaats te _Padua_, werd
vervolgens ook een en andermaal in gezantschap gezonden; op het
laatst van zijn leven werd hij ziekelijk, en bijzonder door een
slaapziekte aangetast, en den 18 Julij 1374 vond men hem dood,
leunende op een boek.
[43] Ik geloof dat dit de benaaming in _patois_ is, en dat hij
eigenlijk _Montventoux_ genaamd wordt.
[44] 1: Beschrijving van de bron van _Vaucluse_ enz. door J. Guerin,
Hoogleeraar enz. Dit, voor de reizigers naar die bron, zeer nuttig
boekje, is bij den schrijver zelven te _Avignon_ te bekomen.
[45] Ik voeg hier bij de Muzijk van de Romance _du Rivage de Vaucluse_,
met het accompagnement voor de _Piano forte_ of de _Harp_, door Boïel
Dieu. Schoon gij geen dier Instrumenten tracteert, en uw stem niet
aan den zang wagen zult, kent gij misschien wel deze of gene, die
gij met die Muziek kunt pleisier doen, en ik geloof dat u de woorden,
die van Marmontel zijn, niet kwalijk bevallen zullen. Zie hier dezelve:
Du Rivage de Vaucluse
l'Amant de Laura en ces mots,
En s'eloignant de sa Muse,
Fit retentir les Echo's:
o Toi, qui plains le delire,
On Laure a plongé mes sens,
Roches, qu'attendrit ma Lyre,
Redis encor mes accens.
En repondant à mes plaintes,
Echos, vous avez appris,
Quels sont les voeux et les craintes,
d'Un coeur tendre et bien epris.
n'Oubliez pas ce langage;
Et si Laure quelquefois
Vient rever sur ce rivage,
Imitez encor ma voix.
Ditez-lui que de ses charmes,
Tous mes sens sont occupés:
Ditez-lui que de mes larmes
Toujours mes yeux sont trempés,
Ma voix ne chantera qu'elle,
Mon souvenir ne sera
Qu'un miroir pur et fidele,
Où l'amour me la peindra.
Dites-lui, que son image
Ma suivra dans le sommeil,
Et recevra pour hommage
Le soupir de mon Reveil;
Que mon oreille attentive
Croira sans cesse écouter
Les sons, que sa voix plaintive
Vous fit cent fois repêter.
Jurez lui qu'envain les graces,
Viendraient pour me consoler:
Que les amours sur mes traces
Sans cesse auraient beau voler.
à Leur troupe enchanteresse
Je dirais, dans ma douleur,
Rendez Laure à ma tendresse,
Ou laissez couler mes pleurs.
Insensible à tout loin d'elle,
Rien ne flatte mes Desirs:
Je me croiras infidèle
De goûter quelques plaisirs.
Sur une rive étrangère:
Où le destin me conduit,
Une esperance lègère
Est le seul bien qui me suit.
Mais si Laure m'est ravie,
Si je ne dois plus la voir,
Je perdrai bientôt la vie,
Quand j'aurai perdu l'espoir.
Puisse la parque appaisée
Me laisser après ma mort,
Préférer à l'Elisée
Les Ombrages de ces bors.
Voorts komt dit bericht, uit een _Fransch Journaal_ overgenomen,
mij te belangrijk voor, om het u niet vertaald mede te deelen:
Den 15 Fructidor I. l. (12 J.) vertrokken de Leden van het _Atheneum_
van _Vaucluse_, met het aanbreken van den dag van _Avignon_, om zich
naar de valei van _Vaucluse_, vijf mijlen van deze stad gelegen te
begeven, en 'er den eersten steen van het gedenkteeken voor Petrarca
te leggen, tot welks stichting deze Maatschappij besloten had. Het
_Atheneum_ werd van eene groote menigte Dames en Inwoners vergezeld. De
stoet wies bij elken voetstap aan. Door _l'Isle_ trekkende, had
zij het genoegen prachtig en vriendelijk onthaald te worden; maar de
overheid van het kleine dorpje _Vaucluse_, wilde voor die van _l'Isle_
niet onderdoen in die van _Avignon_ wel te ontvangen. De plegtigheid
begon met eene statelijke mis, na welke de bijeengevloeide schare
aanschouwers zich op de afhangende heuvels verspreidde, die aan de
bron grenzen, waarheen weldra zich het _Atheneum_ wendde. De Adjunct
van _Vaucluse_ riep het eerst de schim van den minnaar van Laura
aan. De President van het _Atheneum_ deed daarop eene redevoering,
op de plegtigheid toepasselijk, terwijl tusschen beide verscheide
Dichters en Redenaars, en vooral den Heer Piot, de een na den ander
een talrijk en uitgezocht Auditorium, belangrijk wisten bezig te
houden. Een Ingenieur bood vervolgens den troffel aan den President,
die den eersten steen van het gedenkteeken leide. De troffel kwam
vervolgens in handen der Leden van de Maatschappij, en in die van
verscheidene Dames. Den ganschen dag waren 'er eenvoudige banken
aan de boorden van _Vaucluse_ opgeslagen. Men kon toen in waarheid
zeggen, dat de echo's de onsterfelijke namen van Petrarcha en Laura
herhaalden. Onder deze namen mengden de geestdrift en het gevoel,
die van den grooten Napoléon en zijne vorstelijke gemalin. Dus
vermengden zich in alle monden, in alle harten, de roemrijke namen
van een Dichter, die zijne Eeuw tot eer verstrekte, en een held, die
de zijne met zijn naam vereert. Openbare spelen verbeiden te _l'Isle_
de terugkomst van het _Atheneum_, en duurden tot laat in den nacht.
[46] Ik vind geen anderen grond voor deze onderstelling, dan dat in
vroeger tijden hier misschien een kroeg was, waar de _Hollandsche_
matrozen een _kanne bier_ dronken, en geen _Fransch_ kennende,
'er in hunne taal na vroegen.
[47] Naar men mij verzekerde, vindt men 'er somtijds, die meer twee
centenaars wegen; verscheide heb ik 'er op de markt gezien, die een
kloek man niet alleen op zijn hoofd kon brengen, om weg te dragen.
[48] Een soort van Eijerplant (_solanum_), doch die men hier gebruikt,
zijn violet van kleur en langwerpig.
[49] Een orange kleur platachtig geribt appeltje, omtrent zoo groot
als de palm ven de hand, zeer sappig en vol pitjes, het groeit aan
een laag plantje. Ik heb het bij ons ook wel in de tuinen gezien,
doch ken 'er den, _botanischen_ naam niet van.
[50] Ondertusschen is dit ook te _Parijs_ de algemeene mode, en men
ziet daar zelfs, vooral zomers, in de fraaije koffijhuizen van het
_Palais Royal_, en elders door _elegante Dametjes_ en _petits maitres_
bier drinken, en wel met de fles of kruik.
[51] Zulk zingen is nuttig en aangenaam, en waarom is het Liederenboek
van de Juffrouwen Wolff en _Deken_ niet meêr algemeen in gebruik?
[52] Zaligmaker der wereld ontferm u onzer!
[53] Geen goed zonder moeite.
[54] De _Milon_ en de _Andromeda_ die men te _Versailles_ ziet,
zijn ook van Puget.
[55] In _Bataafsch Braband_ worden diergelijke werktuigen, om te wegen,
veel onder de landlieden gebruikt, en zijn daar bekend onder den naam
van ponders of unsters.
[56] Het ligchaam der zakkendragers.
[57] _Un glace_ noemt men een glaasje met bevrozen room, en zuiker of
sap van vruchten, zoo als van aardbeziën, persiken, abrikosen enz. ook
wordt dit sap, in vormen gegoten zijnde, wel aan stukjes verkocht,
en dit noemt men _glaces en brique_.
[58] Aan Bonaparte, overwinnaar en bevrediger, is _Marseille_
erkentelijk.
[59] Thans leest men 'er op: _vivre et mourrir libre_. In plaats
van een Kroon staat 'er nog een _Jacobijnen_ muts boven dit schild;
doch dit zal waarschijnlijk ook nog wel eens veranderd worden, daar
de kroonen weder in de mode gekomen zijn.
[60] De Beeldhouwer Veyrier was ook een leerling van Puget, als mede
eene André, die de Uitvinder was van de wijze, om behangseltapijten
met lijmverf te schilderen.
[61] Ontbijten met de vork.
[62] Boter van Provence.
[63] Het gelijkt wel wat naar het _Gulde Vlies_ te _Haarlem_, en is 'er
zekerlijk niet minder zindelijk; daar bij zijn de hospes en zijn vrouw
zeer vriendelijk, en de bediening scheen mij toe vrij goed te zijn.
[64] Ter dezer gelegenheid is 'er eene medaille geslagen, met het hoofd
van den Koning aan de eene, en de haven, door eene ketting geslooten,
aan de andere zijde.
[65] Het zijn blazen met wind gevuld en met leder overtrokken.
[66] Behalve bij de eerste vertooning van een stuk, wanneer het 'er
vreesselijk ruw kan toegaan. De _Fransche_ wellevendheid wordt dan
dikwijls op een verregaande wijze vergeten.
[67] Te _Marseille_, bij den grooten Schouwburg, is een badhuis,
waar de baden van wit marmer zijn.
[68] De beroemde school, waar Aristoteles de wijsgeer te _Athene_
al wandelende onderwees, werd alzoo genaamd; in onze taal zou die dan
_plaats, waar men wandelend onderwijst_, kunnen geheeten worden. De
_Franschen_ hebben sedert eenige jaren verscheidene _Grieksche_ en
_Romeinsche_ benamingen aangenomen, zoo als _école politecnique_,
_société philotecnique_, _Tribuns_, _Senatoren_ enz. doch alle deze
namen komen hier mijns bedunkens, volgens hunne oorspronkelijke
beteekenis niet altijd te pas, en vele dier zaken hebben inderdaad
weinig meêr van het _Grieksche_ en _Romeinsche_ dan den blooten naam.
[69] Schrijver van _de Reize van den Jongen_ Anacharsis _in
Griekenland_, enz.
[70] De Kapperplant behoort oorspronkelijk in _Sicilië_, _Griekenland_
en _Egypten_ te huis; die vrucht behoudt ook nog den _Griekschen_ naam
in het provencale woord _tapenos_, dat kruipende beteekent, omdat de
plant langs de aarde, en de muren, daar zij tegen geplant is, kruipt.
[71] Men kan, onder andere natuurkundigen, Réaumur hier over nazien;
deze veronderstelt, dat de _Pholade_ zijn hol maakt, in een soort
van klei, die naderhand hard wordt, maar anderen wederleggen dit,
op grond, dat men dit diertje gevonden beeft, in steenen, die men in
zee gelegd had.
[72] Zijne moeder, hoog zwanger zijnde, ging te _Marseille_ scheep, om
van daar naar het kasteel _d'If_ varen, en werd zoodanig ontroerd door
een hevigen storm, dat zij van hem beviel in de maand November 1597.
[73] De landlieden hier omstreeks vertellen een menigte spook- en
tooversprookjes van deze grot; er zou onder anderen een vreesselijke
reus, Rolland geheeten, in gewoond hebben, van hier den naam van
_Beaume_, dat is grot van Rolland. Dit intusschen schijnt zeker,
dat een Priester genaamd _l'Abbé_ Géoffrédi eenige eeuwen geleden, te
_Marseille_ is verbrand geworden, om dat men hem voor een' toovenaar
of heksenmeester hield, daar hij dikwijls deze spelonk ging bezoeken,
waarschijnlijk om eenig natuurkundig onderzoek, of physische proeven
te doen, terwijl hij misschien minder dom en bijgeloovig was dan de
meeste zijner ambtgenoten, en daarom door hun benijd en vervolgd werd.
[74] Het huis van Borelly wordt voor het voornaamste en rijkste huis
van _negotie_ van _Marseille_ gehouden; zij zijn door den koophandel
rijk geworden.
[75] Ter dier tijd, en vooral onder de _Vicomte_ Baral, deden de
_Troubadours_ (oude provincale Dichters) de Dicht- en Letterkunde te
_Marseille_ en daar omstreeks herleven.
[76] _Comte du Maine et dernier comte de Provence._
[77] De woorden zijn van Rouget de l'Isle, neef van den ongelukkigen
Bailly, en de muzijk van _Gossec_. Sedert Tyrtæus is 'er, voor zoo
ver mij bekend is, geen oorlogslied gemaakt, dat zoo veel geestdrift
veroorzaakt, en de moed meêr opgewekt heeft dan de _Marseillaansche_
marsch. Dit lied wordt niet meêr gezongen, en geen der heeft tot noch
toe zijne plaats bekleed.
[78] Maagden-olij.
[79] Uit de opschriften en gedenkpenningen, die men daar onder
anderen vond, bleek het dat de baden van Sextius hier ter plaatse
geweest waren.
[80] Men noemt ze _la foire de la Magdelaine_, om dat zij den 22
julij, dat is, _St. Magdalenasdag_, begint; sedert 1217 was zij vrij
van alle regten, maar in 1632 heeft men die vrijheid besnoeid. Zij
plagt zes dagen te duren, thans wordt die tijd al wat verlengd, naar
men mij verhaalde. De oorsprong van deze kermis schijnt niet bekend;
doch het blijkt, dat zij zeer oud is.
[81] Ten tijde van de _Romeinen_ telde men in de stad _Nismes_
omtrent 70,000 inwoners.
[82] Tempel van Diana.
[83] Bijna in alle oude steden in het zuiden van _Frankrijk_: vindt men
naauwe en kromme straten; het komt mij voor, dat die met oogmerk zoo
gebouwd zijn, om daar door den sterken zonneschijn te beletten, en veel
schaduw te hebben. Hier zoo wel als te _Marseille_, en andere plaatsen
aan dezen kant, vindt men ook veel zeilen tusschen de huizen gespannen.
[84] Dit wapen is getrokken uit een oude medaille, waarop een krokodil
aan een' palmboom geketend, met deze verkorte woorden: _col_, dat
is _colonia_, en _Nem_, dat is _Nemausensis_. Aan den anderen kant
ziet men twee hoofden, verbeeldende die van Augustus en Agrippa zijn
schoonzoon. Ik heb hier twee zulke medailles gekocht.
[85] Velen laken dit misschien in de Heidenen, maar maken het sommige
Christenen wel veel beter, in onze dagen?--Het volgende hoorde ik in de
Gereformeerde Kerk te _Parijs_, vierende het kroningsfeest van Keizer
Napoléon, zingen: "_Il franchit et les monts et les mers en courroux,
il arrive_: (te weten Bonaparte) et semblable a la Toute-puissance,
Faisant saillir le jour du milieu du cahos, _Il rend le bonheur à
la France, etc._" Deze buitengewone eeredienst had plaats den 29
December _des_ voorleden jaars 1804, en ik heb _die_ Gezangen nog
gedrukt onder mij berustende, zij zijn van eenen Fabre d'Olivet.
[86] Hij was Aartsbisschop te _Alby_, Hoofdstad van het: landschap
_Albigeois_, _dans le haut Languedoc_. Helaas! maar al te veel bekend
door de wreede vervolgingen, den ongelukkigen _Albigensen_ aangedaan,
in de 12de en 13de eeuw.
[87] Te _Parijs_ vond ik in een der beste letterkundige tijdschriften
een vers, dat ik gedeeltelijk hier afschrijve.
Mais que j'aime la bienfaisance,
De ce Cardinal adoré,
Qui par son ame et sa naissance,
A double titre est illustré.
Grossi par les eaux des montagnes,
Se debordant avec fureur,
Le Tarn avoit dans ses campagnes,
Detruit l'espoir du Laboureur,
Tout perissait dans la misère,
l'Air retintit de cris affreux.
"Ah! dit le prelat généreux,
Cest donc à moi qui suis leur père,
A secourir ces malheureux."
Aussitôt sa main secourable,
Verse à grand flots l'or sous ses pas,
Et l'abondance favorable,
Ranime tout en ces climats.
Des qu'il parais sur ce rivage,
Le peuple enivré de transports,
Se jette en foule a son passage,
Et fait répèter à ces bords:
"Grand Dieu! dont son coeur est l'image.
Repand sur lui tous tes trêsors
Il sait tropbien en faire usage."
Chacun pour lui forme ces voeux,
Il partage cette allégresse,
Et dans ces doux momens d'ivresse,
Il est encore le plus heureux.
Ah! sans doute la bienfaisance,
Fut le premier Dieu des Mortels,
Et ce fut la reconnaissance,
Qui dressa les premiers autels.
Blin Desainmore.
[88] 't Zal onnoodig zijn, om gedurig te herhalen dat de _toise_
6 _geométrische_ voeten is.
[89] De boerinnen dragen hier kleiner hoeden, doch van dezelfde
stof en kleur als in _Provence_; hare kleeding is ook in 't geheel
niet bevallig, en ik zag hier ook op het land weinig gnappe vrouwen;
doch de menschen schijnen nog al gezond en sterk.
[90] Pepin le Bres was de Vader van Carolus Magnus, en de eerste
_Fransche_ Koning, die zich deed kroonen en zalven met Kerkelijke
plegtigheden; dit geschiedde door een legaat van Paus Zacharias den I.,
welke Paus hem behulpzaam was, niettegenstaande Childeric de III. door
zijn toedoen onttroond, geschoren en in een Klooster was opgesloten,
en de Zoon en opvolger van dien Vorst in een ander. De Pausen sprongen
'er toen ook maar vrij luchtig met de zalvingen om. Eenigen tijd, na
dat Pepin Koning was, verzocht hij van Paus Steven den II. vergeving
der misdaad, die hij tegen zijn wettigen Koning, zoo als hij hem
zelven noemde, begaan had.
[91] Het woord _Peyrou_ beteekent in het _Patois_ van _Languedoc_
steenachtig, omdat de grond zeer steenig is. In de eerste tijden van
deze stad schijnt dit een marktplaats geweest te zijn; want men vindt
in eene acte van het jaar 1156, door d'Aigrefeuille, Geschiedschrijver
van _Montpellier_, aangehaald: _Forum seu mercatum Montispessulana
del Peyrou_.
[92] Het was door een' beeldhouwer van _Troyes_, genaamd Joly, naar
men mij verzekerde, te _Parijs_ gegooten, en woeg 45,000 ponden;
in 1717 deden die van _Montpellier_ het hier oprichten.
[93] Naar men mij verzekerde, is zij niet regt gebouwd om de gronden
en landgoederen van eenige voorname personen te vermijden. Welk eene
schandelijke inschikkelijkheid bij zulk een werk! want de waterleiding
is geen bloot sieraad, maar dient vooral, om het water in verscheidene
fonteinen in de stad, en ten algemeene nutte dienende, te brengen.
[94] De oppasser van dit gebouw laat dit en de waterbakken onder het
_Chateau d'eau_, voor een fooitje zien.
[95] Aan die, welke ik hier zag, waren 'er naar gissing, 60 of 70;
naar mate de put meêr of min diep is, moet dit getal vermeerderd of
verminderd worden.
[96] Het bovenste gedeelte van dit torentje, waarin de klok hangt,
bestaat uit eene soort van ijzeren korf. Ik had u nog vergeten te
zeggen, dat men diergelijk soort van torens op verscheidene plaatsen
in _Provence_ en _Languedoc_ aantreft; in sommigen ziet men poppen,
die op de klok slaan.
[97] Sebastiaan Bourdon werd in 1616 geboren, en gehoorde tot het
Protestantsche Kerkgenootschap; hij is eenigen tijd eerste schilder
van de Koningin Christina van _Zweden_ geweest, en wordt voor een der
voornaamste schilders van _Frankrijk_ gehouden; behalve verscheidene
schilderijen, bestaan 'er van hem ook nog teekeningen en geëtst
werk. Hij stierf te _Parijs_ in 1671.
[98] De wol-velden.
[99] Een van de geestigste schrijvers van de 16de eeuw.
[100] Het graf van de Dochter van Young.
[101] Young heeft ook voor het tooneel gewerkt, en twee Treurspelen van
hem, namelijk _Busiris_ en _de Wraak_ zijn in het Fransch overgezet.
[102] Hij is ook door zijne kruidkundige werken bekend.
[103] De vermaarde slag van _Kloosterkamp_ viel voor in het laatst van
het jaar 1760. De _Franschen_, na lang half naakt, zoo als zij uit de
tenten kwamen, gevochten te hebben, behaalden eindelijk de overwinning.
[104] Dit spreekwoord, in het _Patois_ van _Languedoc_ luidt: _Couvit
de Mouspéiè, couvida à l'escaiè_; dat is, noodiging van _Montpellier_
op den trap gedaan.
[105] _De Advokaat Patelein_ is onder anderen van Brueijs.
[106] Zij worden de sluizen van _Fonceranne_, (_les ecluses de
Fonceranne_) genaamd, liggen tegen de helling van een hoogte, en
zijn 8 in getal. Verder op is 'er onder door een' berg, ter lengte
van 720 voeten, doorgegraven; deze onderaardsche waterleiding noemt
men _la voute de Malpas_; een gedeelte van dat gewelf is gemetseld,
om het invallen te beletten.
[107] Zij werd ook _Decumanorum Colonia_, naar een volk onder de
_Gaulen_, die men _Decumani_ noemde, geheten.
[108] Deze vaart meent men, dat reeds door de _Romeinen_ gegraven is,
alzoo Plinius, onder anderen, 'er gewag van maakt, onder den naam
van _Rubrensis_.
[109] Van de kusten van _Provence_ en _Languedoc_ wijkt de zee, en
onze stranden zwelgt zij al langzamerhand in.
[110] Ik zal 'er u een gezigtje van doen toekomen.
[111] De meer aardige dan nuttige reizigers Bachaumont en la Chapelle,
zeggen van _Narbonne_:
Digne objet de notre couroux,
Vielle ville toute de fange,
Qui n'est que ruisseaux et qu'égouts.
Pourrois-tu pretendre de nous,
Le moindre vers à ta louange?
[112] Deze kom is 1200 voeten lang, en 900 breed.
[113] Dit is het eerste plaatsje van het Departement _de la haute
Garonne_ aan dien kant.
[114] Met die afgesneden pluimen of _Masculi Flores_, zoo als ze door
de Botanisten genoemd worden, met een goed deel van de steng afgesneden
zijnde, wordt het vee gevoederd.
[115] Het Kapitool.
[116] Namelijk van den Kardinaal de Richelieu, die een bijna onbepaald
vermogen op Lodewijk den XIII. had, en tegen wien de opstand, waar
onder Montmorenci zich bevond, bijzonder gerigt was.
[117] Riquet begon deeze vaart in 1666, en zij werd in 1680 voltooid. In
't geheel zijn 'er 60 sluizen, te weten 45 naar den kant van de
_Middellandsche Zee_, en 15 na den kant van den _Oceäan_. Het gansche
werk heeft 13 millioenen gekost, waarvan door den Koning ruim de eene
helft, en door de Provincie de rest betaald werd. Men zegt, dat de
sluizen 's jaarlijks omtrent één millioen opbrengen, na aftrek van
alle onkosten. Thans, daar deze vaart droog was, dat alle jaren in
dit jaargetij gedurende eenigen tijd plaats heeft, werd zij verbreed
en uitgegraven.
[118] Deze brug is naar het bestek van den bouwmeester Souffron gemaakt,
de hoeken zijn van gehouwen, en de rest van gebakken steenen. De
zegenboog is naar de teekening van Francois Mansard gebouwd.
[119] _Trobadors de Tolosa_. _Troubadours_ zijn Dichters van de 12de
en 13de eeuwen, in _Provence_, _Languedoc_ en andere Provincien
van _Frankrijk_ ten zuiden van de rivier de _Loire_ gelegen, t'huis
behoorende.
[120] Dit voorval had plaats in het begin van de vorige eeuw.
[121] Deze wijze van bemesten heb ik ook hier en daar in het land van
_Kleef_ gezien, en ik ben verzekerd, dat men onze schrale duin-
en heigronden, aanmerkelijk zou kunnen verbeteren, door dezelven
met de vette klei of leem, die men veeltijds daar omstreeks vindt,
insgelijks te bemesten. Een mijner vrienden in de _Meijerij_ van _'s
Bosch_, nam 'er weinige jaren geleden de proef van en bevond 'er zich
wel bij. Waarom ziet men op onze duinen geen dennen- of mastbosschen,
in plaats van die ellendige helmplantingen.--De asch en straatmest
hier niet te vergeten.
[122] Alexander de dikke.
[123] Alexander de groote.
[124] Een soort van Klipgeit.
[125] De Turksche tarw stond hier vrij hoog, en diende tot staken voor
de snijboonen of diergelijken, die men 'er op zeer veel plaatsen
bijzette. De grond hier vruchtbaar zijnde, trok men op deze wijze
dubbel voordeel van den akker. De tarw wordt eerst gezet, naar ik
vernam, en daar na de boonen.
[126] Wel verre van sommige mijner landgenooten door deze afbeelding
een meêr of min belagchelijk voorkomen te willen geven, betuig ik,
dat, vooral na dat ik eenige jaren in _Frankrijk_, en bijzonder
in _Parijs_ heb doorgebragt, ik de zeden en eenvoudige levenswijze
van den Vaderlandschen zoogenaamden Burgerstand, tot welken ik mij
een eer rekene te behooren, meêr en meêr lofwaardig en verkieslijk
vinde, en hartelijk wensche, dat men meêr algemeen tot denzelven moge
terug komen.
[127] Deze landlieden zijn, zoo als ik hier voor reeds gezegd heb,
aan hunne mutsjes (_berettes_) te kennen; men vindt 'er wel gestelde
lieden onder.
[128] De graad van warmte van dit water is 43°, schaal van Réaumur. Het
wordt doorgaans voor het gebruik der baden met koud water gemengd.
[129] _Pic du Midi de Bigorre_, in onderscheiding van de _Pic du Midi
de Pau_. _Pic du Midi_ heet in onze taal, de piek of spitse berg van
het zuiden.
[130] De kappen (_capelettes_) van scharlaken, worden alleen maar
door de gegoedsten gedragen, en zoo minvermogenden die al hebben,
dragen zij dezelve niet anders dan op Zon- en Feestdagen; dagelijks
hebben zij 'er een van een grof soort van laken, van een bruinachtige
roode kleur, dat niet kwalijk naar onze jichtbaai gelijkt; zoo dat,
indien ik hier het pootje kreeg, ik niet verlegen zou behoeven te zijn.
[131] In het jaar 1787 lag 'er den 9den Mei nog sneeuw, zoo dat de
benedenste weiden, en de bergen 'er hier en daar mede bedekt waren.
[132] _Wateren des heils._ Wanneer dit water slechts eenige van al
die genezingen, die men 'er aan toeschrijft, veroorzaakt heeft,
verdient het met alle regt dien naam. Het wordt zoo wel in- als
uitwendig gebruikt.
[133] _Douches_ noemt men een straal water of druip, die men op het een
of ander gebrekkig deel laat loopen of druipen. Men heeft te _Bagnères_
ook modder- of slijkbaden.
[134] Sommige lieden drinken van dat water 50 en meêr glazen, van 4
of 5 in een fles, daags. Ik heb toch moeite om te gelooven, dat zoo
een ongemeene groote hoeveelheid vocht goed kan zijn.
[135] Door _beau monde_ verstaan de _Franschen_ lieden, die naar de
_mode_ gekleed zijn, naar de _mode_ weten te spreken, en zich naar
de _mode_ bewegen. In den eigenlijken zin geloof ik niet, dat men een
andere beteekenis aan dit woord kan hechten, ten zij men 'er nog wat
onderscheid van stand of beroep bij wilde voegen; doch dit laatste
komt in eene openbaare t'zamenkomst als deze in geen aanmerking.
[136] _Escalette_ beteekent laddertje, om dat de slingerende weg met
eene soort van trappen gemaakt is.
[137] _Tramesaigues_ beteekent in de landtaal, te zamenloop van wateren.
[138] Men vindt 'er een afbeelding van in het Natuurkundig werk van
den Heer Ramond, genaamd _Voyages au Mont perdu et dans la partie
adjacante des hautes Pyrenées, Paris Belin_ 1801.
[139] De afbeelding daar van, vindt men in het reeds genoemde werk
van Ramond.
[140] Ik had het 'er op aangelegd, om mij omtrent dit uur hier te
bevinden, om dat men, volgens den Heer Ramond, de _Pic_ tusschen
elven en tweeën, als dan volkomen door de zon verlicht zijnde, het
beste ziet.
[141] Aldus genaamd, om dat het uit het meer _d'Oncet_, op de _Pic du
Midi_, omtrent 300 _toises_ lager dan de top gelegen, voortvloeit.
[142] Francois Pasumot, in zijn werk genaamd _Voyages Physiques dans
les Pyrenées in 1788 en 1789 etc. Paris 1797_, stelt de hoogte van
den weg over de _Tourmalet_ iets lager dan het meer _d'Oncet_ op de
_Pic du Midi_, welk meer men in dat werk in een plaat, de hoogte der
bergen aanduidende, op omtrent 1200 _toises_ geteekend vindt.
[143] _Bastan_ beteekend in de landtaal verwoester.
[144] Het gezigt uit hetzelve naar den kant van _Luz_, tegen hooge
bergen is nog al teekenachtig.
[145] Wanneer men omtrent den aard, de eigenschappen enz. van deze
wateren meêr wil weten, kan men behalve de werken van Ramond en
Pasumot, waarvan hier voor reeds gesproken is, daar onder anderen
nog op nazien een werk genaamd: _Memoire sur les eaux minérales et
établissemens thermeaux des Pyrenées etc. publié par ordre du Comité
de Salut Public. Paris An 3._
[146] Deze bergbewoners dragen bij koud en regenachtig weder, korte
mantels van een bruinachtig soort van grof laken of pij, met een kap
van dezelfde stof; de roode _capeletten_ der vrouwen heb ik reeds
beschreven. Van mijne geringe teekenkunde gebruik makende, heb ik een
man en een vrouw in dat nog al zonderling gewaad voor u afgeschetst.
[147] Men vindt in die rotsen ook veel _Amiante_, de inwoners noemen
het _linet_, of _lin incombustible_ (onverbrandbaar vlas) de langste
vlokken uitzoekende, maken zij die nat, en weten ze dan tot bandjes
enz. te vlechten, ook zeide men mij, dat zij 'er gebruik van maken, om
in de lampen te branden. Men bood 'er mij van te koop aan te _Barèges_.
[148] Alle snelle stroomen (_torrens_) worden hier _gave_ genaamd,
en men voegt 'er doorgaans, om dezelve te onderscheiden, den naam
van het dal daar zij doorloopen, of iets diergelijks bij, zoo als
_le gave de Pau_, _le gave de Héas_, _le gave de Bastan_ _etc._
[149] _Neouvielle_ beteekent in de landtaal oude sneeuw, omdat de
toppen dier bergen, tot de hoogste der _Pyreneën_ behoorende (zijnde
nog hooger dan de _Pic du Midi_) daar altijd mede bedekt zijn.
[150] Gij weet dat dezelfde kwaal om en bij _de Alpen_ heerscht,
en aan dezelfde oorzaak, namelijk aan het bergwater, dat met kalk
en aarddeelen bezwangerd is, wordt toegeschreven; niet alleen het
_physiek_ maar ook het _moreel_ gestel van den mensch schijnt daar door
te lijden; want ik vernam, dat, overeenkomstig het geen men daar van
bij Ramond en anderen vindt aangeteekend, de lieden met kropgezwellen
gekweld, doorgaans dom en log zijn. Gemelde schrijver spreekt ook
van eenige huisgezinnen, welke men hier en daar in deze gebergtens
vindt, die uit hoofde van een zeer oud vooroordeel, door de overige
ingezetenen beschouwd worden, als tot een eerloos geslacht behoorende,
en alzoo door hun worden geschuwd, en met verachting behandeld, hij
noemt ze _Cagots_. De kropgezwellen zijn onder hen vrij algemeen;
doch naar ik met genoegen vernam, vermindert dit vooroordeel hoe
langs hoe meêr, en men vindt zelfs weinige slagtoffers van deze dwaaze
onregtvaardigheid meêr.
[151] Het is een der hoogste toppen van de _Pyreneën_.
[152] Volgens Ramond zijn 'er onder die wel 100 000 cubiek voeten groot
zijn; ik heb dezelve niet nagemeten, doch dit weet ik, dat verscheidene
van die stukken die hier, zoo als bij ons de keijen daar men de
straten mede maakt, op elkanderen liggen, wanneer zij afzonderlijk
in een dal geplaatst waren, al gnappe heuvels zouden schijnen.
[153] In de landtaal wordt dezelve _Peyrada_ geheten.
[154] Aldus genaamd naar den berg, daar hij afstroomt.
[155] Of volgens Ramond _Vallée d'Ossonë_. Men vindt in zijn _Voyages
du Mont-perdu_ van die vallei melding gemaakt.
[156] Du Perreux landschapschilder te _Parijs_, omtrent te gelijker tijd
met mij de _Pyreneën_ bezocht hebbende, heeft een fraaije schilderij
van dat gezigt gemaakt, welke ook bij de laatste _expositie_ te
_Parijs_ ten toon is gesteld geworden; van deze schilderij bekomt gij
een teekening door denzelfden meester, die zeer gelijkende is. Gemelde
du Perreux is reeds driemalen in de _Pyreneën_ geweest, en bezit
eene aanzienlijke verzameling van schilderstukken en gezichten door
hem aldaar naar de natuur gemaald, zijn adres is _rue du Montblanc,
No 73. à Paris_.
[157] Deze fraaije boom ziet men vrij algemeen in de _Meijerij_
van _'s Bosch_, en ik heb mij altijd verwonderd, dat men 'er in de
schoone beplantingen, die men in _Holland_ zoo menigvuldig aantreft,
geen meêr gebruik van maakt. In de zandgronden om _Haarlem_, ben ik
verzekerd dat hij zeer goed zou groeijen.
[158] Het worstelperk van _Gavarnie_.
[159] _De torens van Maboré_, zij bebooren tot de allerhoogste bergen
van de _Pyreneën_. De top van _Gavarnie_ zigtbaar, is ruim 9800
voeten hoog, en de top van de _Mont-perdu_ die de hoogste van alle is,
ruim 10 500 boven de oppervlakte der zee. (Zie Ramond en Pasumot.)
[160] Twee vijfde volgens Ramond. Het was een schoone straal, doch 1
1/2 maand vroeger, wanneer de smelting der sneeuw het sterkste is,
is zij veel zwaarder. De buitengewone sterke regen, dien men ook hier
gehad had, maakte de toevloed van water echter thans nog aanmerkelijk.
[161] Pasumot noemt ze ook _le Gave Bearnois_, of van het land van
_Bearn_.
[162] Die van de _Niagara_ in _Noord-Amerika_ is 1800 voeten, die van
_Lauterbronnen_ is wel 300 voeten lager.
[163] De sneeuwtoppen schijnen door een roodachtig licht, als het
schijnsel van een gloed omgeven.--Lieden in deze streken gewoon,
kennen de afstanden in de bergen aan de onderscheidene kleuren,
doch vreemden bedriegen zich daar omtrent geweldig, want door de
ontzaggelijke grootte gelijken zij altijd digter bij te wezen, dan
zij in der daad zijn.
[164] Ik ben verzekerd, dat zelfs de hardvochtigste en ongevoeligste
menschen hier wel zorg voor hunne paarden dragen. Antoine vertelde
mij, dat hij eenige jaren geleden, met een Engelschman hier naar
toe gereden was, die in de vlaktens zijn paard sloeg en mishandelde,
maar hier streelde, de vliegen van hetzelve verjaagde, en 'er alle
zorg voor droeg.
[165] Behalve de _Breche de Roland_, is 'er een andere en bruikbaarder
bergweg, die men _le port de Gavarnie_ noemt. _Port_ beteekent in
't algemeen een doortogt, kloof of opening tusschen de bergen.
[166] Ramond spreekt 'er ook van, doch zegt dat derzelver getal
sedert 40 jaren, omdat 'er vele bosschen gekapt zijn, aanmerkelijk
is verminderd.
[167] Te _Parijs_ terug komende, vind ik bij Pasumot echter van dit
reuzengeslacht vrij omstandig melding gemaakt; de naam wordt daar
zelfs bij opgegeven; en de laatste van dit geslacht moet nog maar
25 à 30 geleden, in den ouderdom van 108 à 110 jaren gestorven,
en de doopceel enz. nog te _Luz_ voorhanden zijn. 'Er schijnen ook
bewijzen te zijn, dat 'er in de begraafplaatsen van die reuzen,
beenderen gevonden zijn van eene ongemeene grootte, onder anderen
een sleutelbeen van 10 duimen, en een _tibia_ van bij de twee voeten.
[168] Ik weet niet van ooit diergelijke zonnewijzers bij ons gezien
te hebben; ondertusschen zouden zij ook van veel dienst voor onze
landlieden kunnen wezen.
[169] In _Frankrijk_ is deze behandeling niet ongewoon.
[170] Dit schijnt als een teeken van vlijt tot haar marktopschik te
behooren, want ik zag 'er eenige, die 'er weinig gebruik van maakten.
De schets, die ik van de kleeding der bergbewoners gemaakt had, niet
voldoende zijnde, om 'er een plaatje naar te graveren, heeft een
Landgenoot en kunstschilder alhier (te _Parijs_) daar een aardige
teekening naar gemaakt, waarop het vrouwtje spinnende verbeeld
wordt. Gij kunt dezelve nu des goedvindende in het werk plaatsen. Deze
schilder Knip genaamd, en van _'s Bosch_ geboortig, schildert zeer zoet
landschappen in waterverf, welke wijze van schilderen de _Franschen_
_en gouache_ noemen. Die jongman is bijzonder achtingwaardig om zijne
ouderliefde: daar hij, hoewel zeer ijverig moetende werken om den
kost te verdienen, gedurig een groot gedeelte van het geen hij wint,
aan zijn bijna blinden vader in _'s Bosch_ toezendt. Zijn zuster heeft
hier ook eenigen tijd van den Heer van Spaandonck onderwijs in het
bloemschilderen gehad, en is weder naar het Vaderland terug gekeerd,
op hoop van daar met bloemen en vruchten schilderen, waarin zij al
vrij gnap is, den kost te zullen kunnen verdienen.
[171] De Izard van de _Pyreneën_ en de Chamois van de _Alpen_, schijnen
tot hetzelfde geslacht te behooren.
[172] _Dat is zeer onnoodig_. Zoo scheen hij somtijds zeer onnoodig
te vinden, dat wij aten, dronken of iets anders deden, dat in zich
zelve zeer noodzakelijk was.
[173] Wij zagen 'er ook maar zeer eenvoudig in de kleederen uit,
en ik vinde alle zwier en tooi, meestal geschikt om eenen gewaanden
afstand tusschen menschen en menschen te kennen te geven, vooral bij
diergelijke bezoeken in 't geheel niet passende.
[174] De goede God geeft ze mij om niet, en dat ik 'er te veel van heb,
geef ik ook om niet.
[175] Onder _Spaansch_ gebied aan de grensen gelegen, en het _Kevelaar_
van deze streek.
[176] Het woud van _Gerde_.
[177] Le Mierre is vooral ook door zijne Treurspelen bekend. Wij hebben
van hem, zoo ik meen, in onze taal overgezet: _Hypermnestra_, _Willem
Tell_, en _de Malabaarsche Weduwe_. Of zijn _Barneveld_, het treurig
einde van onzen beroemden Staatsmartelaar ten onderwerp hebbende,
ook in onze taal is overgebragt, weet ik niet. Behalve deze heeft hij
nog eenige andere Treurspelen gemaakt. Hij werd te _Parijs_ geboren,
en stierf aldaar in 1793.
[178] In het algemeen echter heeft men daar over in _Frankrijk_ geen
klagen, en in de Provinciën nog minder dan te _Parijs_. Vele onzer
Kommissarissen van postwagens en schuiten, of schepen, mogten daar
dan wel een lesje komen nemen. Deze zijn de lompste en onbeschoftste
_Nederlanders_, dikwerf _gebenificeerde Duitschers_. Ongelukkig zoo
een vreemdeling, naar dat uitschot van volk, de Natie taxeert.
[179]
Van het aardsche goed is het beste een goede huisvrouw.
Eene slechte, het bitterste kruis van het menschelijke leven.
[180] Bejaarde vrouw, die het huishouden waarneemt, op de kinderen
past, enz.
[181] Zie hier ten dezen opzigte een oud _Fransch_ versje, dat nog al
aardig is.
Cidalisse achéte
Les dents, les cheveux,
Et si la coquette
N'a pas de beaux yeux,
La taille mignone
Et d'autres appas;
Faut-il qi'on s'étonne?
C'est qu'on n'en vend pas.
[182] Omtrent _Astaffort_ is de scheiding van het Departement van de
_Gers_ en dat van de _Lot_ en _Garonne_.
[183] _Nerac_ is een stadje, aan het riviertje _la Baise_, omtrent 4
uren van _Agen_ gelegen.
[184] Door gansch _Frankrijk_, en vooral in het zuidelijk gedeelte, zeer
met dat ongedierte gekweld zijnde, beproeft men allerlei middelen, om
dezelven te verdrijven, doch doorgaans vindt men 'er weinig baat bij;
als het beste heeft men mij opgegeven, een afkooksel van knoflook
en spaansche peper in sterken azijn, waarin men vervolgens campher
doet ontbinden, hier bestrijkt men het huisraad enz. mede, en men
mengt het onder de pap, waarmede men het papieren behangsel in de
vertrekken plakt. De reuk van appelen schijnen zij ook te ontvlieden;
doch in den zomer, wanneer men 'er het meeste mede geplaagd is,
zijn de appelen niet overvloedig.
[185] _Vaudevilles_ zijn liedjes in eenen geestigen en stekelachtigen
trant, en op bekende zangwijzen. De _Franschen_ maken daar veel werk
van, en dit soort van gezangen, waarmede men dan kleine tooneelstukjes
doormengt, of aan het eind van sommige groote plaatst, hoort zoo te
zeggen alleen in _Frankrijk_ t'huis. Eene Basselin Foulon is er,
zegt men, de uitvinder van, en behoorde te _Vire_, een stadje in
_Normandien_ t'huis. Deze liedjes werden daar gezongen, en men danste
op de wijs, ter plaatse _Val-es-Vire_ genaamd. Bij verbastering zou
men hier van vervolgens _Vaudeville_ gemaakt hebben.
[186] Men heeft daartoe omtrent drie kwartier werk.
[187] Ook heb ik maar zeldzaam iets in dien smaak aangetroffen, dat
daar bij verdient vergeleken te worden.
[188] De wijk van den rooden hoed.
[189] De Koninklijke plaats.
[190] De plaats der Vrijheid.
[191] Brunet munt vooral uit in de onderscheidene rollen van Jocrisse,
en voldoet voor een' enkelen keer wel; doch men moet hem niet
dikwijls zien.
[192] _A grand Spectacle_, dat is met veel tooneeltoestel, dansen,
marschen, krijgsoefeningen, geregten, enz. In zeer vele pantomimes,
zoo als in die, welke ik hier zag, en die _la laitière polonnaise ou
les crimes de l'Amour_ genaamd wordt, danst men niet.
[193] De Kerk van _St. Andréas_ heeft drie torens en twee honderd
klokken, of en twee zonder klokken; want _deux cens_ en _deux sans_
wordt op dezelfde wijze uitgesproken, het eerste beteekent _twee
honderd_, en het laatste, _twee zonder_.
[194] Te _Parijs_, op een gebouw, op de _Pont Neuf_ staande, en de
_Samaritaine_ genaamd, is een gebrekkelijk klokkespel, doch het
speelt niet door het uurwerk. Men hoort het niet dan bij plegtige
gelegenheden, en dan staan de _Parijsenaars_ dat torentje met een
open mond aan te gapen.
[195] Die meêr van dit Amphithéater weten wil, leze daar op na _les
Annales Politiques et Statistiques de Bordeaux etc. à Bordeaux, chez
_Moreau_ an IX_. Ik meen daarin ook eene afbeelding van hetzelve
gezien te hebben.
[196] _Restaurateur_ is een kok, waarbij men gaat eten. Zoekende de
geregten op een lijst, waarop zij, met den prijs 'er achter staan,
uit. Een Boulanger te _Parijs,_ was hier, zegt men, in 1765 de
uitvinder van, verkoopende eerst versterkend vleeschnat, waar bij hij
vervolgens gekookte hoenderen, eijeren, enz. voegde; terwijl voor zijn
deur geschreven stond: _Venite ad me omnes qui stomacho laboratis,
et ego restaurabo vos_. En het niet zeer betamelijk toepassen van
dezen Bijbeltext gaf aanleiding tot den naam van _restaurateur_.
[197] Een bewijsschrift, waaruit blijkt dat men bij zijn Ambassadeur
en bij de Politie bekend staat; de handteekening van de Ambassadeur
moet alweder eerst door den Minister Talleyrand bewaarheid worden,
eer men zulk een bewijs kan bekomen bij de politie, hoewel de Prefect
die handteekening even zoo goed kent als de Minister, en ook nog maar
weinig tijds geleden, die bewijzen, welke NB. van tijd tot tijd moeten
vernieuwd worden, alleen op de handteekening van de Ambassadeurs,
en zonder eenige betaling daar van te nemen, uitgaf. Ik zeg, dat
zij van tijd tot tijd moeten vernieuwd, omdat dit het bezwaar nog
grooter maakt, alzoo de handteekening van den Ambassadeur gedurig moet
bewaarheid, en alzoo ook gedurig de £ 10-:-: betaald worden. Voor
Ambachtslieden, leergezellen, of andere weinig vermogende lieden,
welke zich echter niet onder de behoeftigen willen rangschikken,
is deze betaling een drukkende last. Bij onze legatie te _Parijs_
behoeven wij geen duit te betalen, men is daar zeer vriendelijk en
geschikt, en hoewel ik met den Heer Schimmelpenninck niet bijzonder
bekend ben, heb ik echter gelegenheid gehad, om op te merken, dat hij
in _Frankrijk_ als een achtingwaardig Staatsman wordt beschouwd. Van
zijne echtgenoote hoorde ik ook met veel lof spreken, bijzonder wegens
hare milddadigheid omtrent de noodlijdenden.
[198] Deze wijze van verkoopen heeft ook nog in _Bataafsch Braband_
plaats.
[199] Al weder een Apollo, de drie bevalligheden en de negen
zanggodinnen. Wanneer zal men toch van dat eenzelvige, dat 'er bij
al wat tot de tooneelkunst behoort, nog aanhoudend plaats heeft,
eens afstappen.
[200] De eerste vertooning van dit stuk, die den 2 Januarij dezes
jaars _au Théatre Français_ te _Parijs_ plaats had, was niet gelukkig,
naderhand echter is het beter geslaagd.
[201] En zekerlijk ging het hier nog op de zindelijkste wijze toe.
[202] Het wonderbare staande horlogie.
[203] _Compère_ is een medehelper van een goochelaar.
[204] De Heer van Spaendonck, van _Tilborg_ geboortig, verdient niet
alleen de hoogachting der _Hollanders_, omdat hij een van de weinigen
is, die den oude roem en luister der _Nederlandsche_ school nog op
eene schitterende wijze staande houdt; maar ook om zijne hupsche
en vriendelijke geaardheid en genegenheid voor zijne landslieden,
zoodat men geene andere aanbeveling behoeft dan die van landgenoot, om
door hem met vriendschapsbewijzen overladen te worden. Vaderlandsche
jongelieden, zich in de schilderkunst willende oefenen, kunnen dan,
wanneer zij te _Parijs_ komen, ook staat maken, dat zij door hem
voortgeholpen zullen worden.
[205] Daar ik slechts eenige bladen uit dit werk gezien heb, kan ik
het niet beter aanduiden.
[206] De kleeding van Talma was als naar gewoonte weder zeer
naauwkeurig; zijn aangezigt was hoog bruin gemaakt, en hij had eenen
veelverwigen tulband op.
[207] Dit is een eerbewijs, dat men den schouwspelers in _Frankrijk_,
als men wel over hen te vreden is, betoont. Het stuk geëindigd zijnde,
schreeuwt het _parterre_, bij voorbeeld: Talma! Talma! Het gordijn
wordt dan weder opgehaald, de gevraagde persoon komt op, maakt eene
buiging, en wordt door een sterk handgeklap en geroep van _bravo_
toegejuicht.
[208] Zoo ik meen in onze taal overgezet, onder den naam van _de drie
Gebroeders Medeminnaars_.
[209] De straten die in deze stad _Fosses_ genaamd worden, zijn voorheen
de stadsgrachten geweest, die bij het uitleggen van dezelven zijn
gedempt geworden.
[210] Joseph Vernet werd te _Avignon_ in 1712 geboren, en stierf te
_Parijs_ in 1785. Hij heeft veel geschilderd, en de platen van zijne
_Fransche Zeehavens_, en andere gezigten, zijn zoo algemeen bekend,
dat het onnoodig zal zijn, om eene afteekening van die, van deze stad
of van _Marseille_ en _Toulon_ hier bij te voegen.
[211] Een menschenvriend en achtingwaardig Roomsch Priester,
Vincent de Paul genaamd, was de stichter van deze en diergelijke
huizen in _Frankrijk_, omtrent het midden van de 17de eeuw. Voor
dien tijd verkocht men te _Parijs_ de vondelingen in de straat van
_St. Landry_, voor twintig _sols_ het stuk, of men gaf ze, let wel,
uit barmhartigheid, aan zieke vrouwen, om haar de melk aftezuigen.
[212] De _Engelschen_ noemen immers, in sommige van hunne dagbladen,
den _Fransche_ Keizer Napoleon _un Empereur Jacobin_,--welke
onregtvaardigheid!
[213] De meeste Koffijhuizen zijn in de wijk _du Chapeau Rouge_, bij
de alleën de _Tourny_, den Schouwburg, enz. Een is 'er ook op de kaai
over de beurs, dat van achteren aan het water uitkomt, zoo dat men
'er een alleraangenaamst gezigt heeft; ik ging 'er daarom dikwijls
een kop koffij naar het middageten gebruiken.
[214] Te _Parijs_ zelfs leest men op sommige uithangborden en
aankondiging-celen--_Curassau et Anisette de Hollande_.
[215] Het Departement, het welke aan dat van _de Gironde_ grenst,
wordt ook _Departement des Landes_ genaamd.
[216] De herders met hun vee in de heide zijnde, hebben dezelve,
naar men mij verzekerde, somtijds tot vijf voeten toe; te weten de
klampen daar zij op staan, zijn zoo hoog van den grond af.
[217] De schapen- en veehoederij is het voorname bedrijf van deze
lieden.
[218] Daar de kleeding van die lieden, en bijzonder die der mannen,
zeer ongemeen is, zend ik u daar van eene naauwkeurige afteekening.
[219] De oesters, die omstreeks deze stad gevonden worden, zijn zeer
beroemd, vooral die, welke men groene noemt; de _Franschen_, om eens
ter deeg te smullen, nemen dezelve voor hun ontbijt, en drinken 'er dan
witten wijn, _de Grave_ of _Sauterne_ bij, en zulk een ontbijt vind
ik ook zeer wel, om te gebruiken. De oesters van _Medoc_ waren zelfs
ten tijde van de _Romeinen_ al beroemd, en werden, volgens Ausonius,
zelfs te _Rome_ op de Keizerlijke tafels voorgezet.
[220] Die landstreek een uurtje beneden _Bordeaux_ beginnende, strekt
zich verder langs den linkeroever van de _Garonne_ en _Gironde_ uit,
en het is naar den kant van die rivieren, dat zij het vruchtbaarste is.
[221] Thans bestaat 'er eene _Stereotype_ uitgave van hetzelve in 4
Deelen in 12mo, welke men bij Didot te _Parijs_, voor den ongemeen
matigen prijs van 8 _francs_ koopt.
[222] _Le grand Hotèl des Ambassadeurs_ en _de Franklin_, beide in
de laan _Cours du Jardin Public_ genaamd, zijn van de voornaamste en
aanzienlijkste; naar ik vernam is men 'er ook zeer goed, doch het is
'er duur. Als een van de tweede klasse, genoegzaam in den smaak van
dat der _sept Frères_, meen ik ook _l'Hotèl des Asturies Fosse de
l'Intendance_ te mogen aanprijzen.
[223] Te _Parijs_ en in de voorname steden heeft men thans de gewoonte,
om maar twee maaltijden daags te houden, te weten het ontbijt om 10,
11 of 12, en het middagmaal om 4, 5 of 6 uren. Te _Bourdeaux_ was
het doorgaans 4 1/2 uren eer wij aan tafel gingen.
[224] En onze Turfveenen zullen die eeuwig duren?--Ondertusschen wordt
ook bij ons het aanleggen van bosschen verwaarloosd, en het is als of
men meent, dat men heden planten en morgen kappen kan. In _Frankrijk_
is de turf genoegzaam niet bekend; men maakt 'er toch eene soort van
turven van de run, die de looijers gebruikt hebben.
[225] Ook maakt men bijzonder veel werk van ons fraai papier (_papier
de Hollande_) en de boeken daar op gedrukt, moet men duur betalen. Ons
postpapier is _te Parijs_, en elders in _Frankrijk_ zeer veel in
gebruik; en wij zelve laten, ô schande! nog _Engelsch_ papier inkomen!
[226] Men leest hier voor een Koffijhuis: _Caffé des Antiquités
Romaines_ of iets diergelijks.
[227] Zie het bijgevoegd gezigtje.
[228] Een aanzienlijk burger dezer stad, zijnde een redelijke
Roomschgezinde, bevestigde mij zulks, en bragt dien aangaande eenige
voorbeelden bij, terwijl ik met dien man een paar dagen op reis was.
[229] Deze rivier scheidt hier het Departement _de la Vienne_ van dat
van _l'Indre et Loire_. Aan dezelve, omtrent anderhalf uur van de brug,
ter regterzijde als men van _Poitiers_ komt, ligt een steedje dat _la
Haye_, even eens als ons _'s Gravenhage_, in het _Fransch_ genaamd
wordt. De beroemde René Descartes, die ook lang in ons Vaderland
gewoond heeft, werd aldaar den 31 Maart 1596 geboren.
[230] In _Frankrijk_, zoo wel als bij ons, treft men vele landlieden
aan, die niet lezen of schrijven kunnen.
[231] Het ware te wenschen, dat zoo vele Pausen, Bisschoppen en andere
Geestelijken der Roomsche Kerk, altijd den geest van verdraagzaamheid
van dien Heilige hadden nagevolgd en nog navolgden; want men vindt
van hem aangeteekend, dat hij, in de 4de eeuw levende, weigerde,
om gemeenschap te hebben met de Bisschoppen, die den van ketterij
beschuldigden Priscilianus ter dood wilden veroordeeld hebben.--Zulk
een Heilige behoorde niet gelijk gesteld te worden met een' Dominicus
en diergelijke afschuwelijke vervolgers.
[232] Zij worden veel in kleine nette mandjes en ook in kistjes
verzonden, en _Pruneaux de Tours_ genaamd.
[233] Ieder klaagt thans bij ons over den slechten tijd, en waarlijk
niet zonder reden;--de Patriotten krijgen van velen de schuld, doch
daar zit de knoop niet--geen land is 'er misschien afhankelijker van
de omstandigheden dan het onze, dit moeten wij trachten te verhelpen,
zoo veel mogelijk onze behoeften tot het geen onder ons bereik is
bepalen, en maken, dat wij geen honger behoeven te lijden, als men
ons de zee betwist.
[234] Zoude deze fraaije en vooral op lage gronden weelderig groeijende
boomen, langs onze weilanden geplant, geen dubbel nut doen; vooreerst
door het voordeel, dat zij de eigenaars zouden aanbrengen, zonder
voor het gras hinderlijk te zijn, en ten tweede door de schaduw,
die zij het vee zouden bezorgen?
[235] Kaai van de oude brug, van welke brug men nog eenige
overblijfsels in de rivier ziet. De ingang van de stad door een poort
was, toen over dezelve en bij deze sterkte.
[236] Van St. Martin sprekende, moet ik u het volgende nog vertellen:
die Heilige bij de eerste Christenen onder de _Gaulen_, in een
groot aanzien zijnde, wijdde Clovis, grondlegger van de _Fransche_
Monarchie, hem, na dat hij reeds verscheidene jaren overleden was, een
paard, waarop die gelukkige geweldenaar reeds verscheidene veldslagen
gewonnen had, gevende hetzelve aan den opvolger en verdere discipelen
van den opgemelden heilige; doch wilde het naderhand, misschien om
nog meerdere overwinningen te behalen, weder terug hebben, en bood
'er 100 stukken gouds voor; men scheen hier niet tegen te hebben,
doch ziet het paard wilde geen' voet verzetten; en was, in weêr wil
van de zweep, sporen en zelfs de haver, die men het aanbood, maar van
de plaats niet aftebrengen. Clovis meenende, dat de verstorven heilige
met de geboden som, voor de Kerk, geen genoegen nemende, hem die poets
speelde, bood meêr en meêr, tot vijfmalen toe, eindelijk neemt het
paard een' sprong en galoppeert met zijn Majesteit de Kerk (want daar
gebeurde het geval) uit; en nu riep de menigte, die dit had aangezien:
ô Wonderwerk!--En hoe denkt gij dat zich dit had toegedragen?--zeer
eenvoudig: men had het paard gezet op een houten vloer, die in
deze Kerk gemaakt was, en hetzelve door middel van vier schroeven,
die in de ijzers kwamen, daarop vastgemaakt; zoodra 'er geld genoeg
geboden was, draaiden eenige Geestelijken, (want aan anderen hebben
zij zekerlijk hun geheim niet vertrouwd) onder die vloer verborgen,
de schroeven los,--en zie daar een wonderwerk.--Zouden de meesten
van die soort niet op diergelijke wijze geschieden?
[237] Vaux de Launay heeft in de zitting van dat Genootschap van den
19 _Messidor an XII._ (8 Julij 1804) daar over een Vertoog gedaan;
doch het is tot nog toe, voor zoo verre mij bekend is, niet gedrukt.
[238] Door dezen Heer werd ik ook in mijn gevoelen aangaande de
overblijfsels van _Romeinsche_ muren alhier, waarvan ik hier voor
gesproken heb, bevestigd.
[239] Lodewijk de XI, die veel smaak vond in dit oord, bouwde hetzelve,
bragt 'er een gedeelte van zijn leven op door, en overleed 'er in 1483,
in den ouderdom van 60 jaren. Hij was de eerste die den tijtel voerde
van allerchristelijksten Koning (_Roi tres chretien_).
[240] Ik schets de gedaante hier met de pen, zoo goed mij doenlijk
is af, om 'er u een denkbeeld van te geven, te meêr, omdat ik niet
weet dat 'er eene afteekening of naauwkeurige beschrijving van bestaat.
[241] De Druïden waren Priesters en Regters onder de oude _Gaulers_;
tot hunne Godsdienstige plegtigheden behoorden de afgrijsselijke
menschenoffers; ook hadden zij eene soort van eerbied voor een bijgewas
op de eikenboomen (_Fiscum_), en sneden het op eene plegtige wijze
met een gouden sikkel af.
[242] _Description du Departement de l'Aveiron, par_ A. A. Monteil
_etc. Paris_ Fuchs _et_ Desenne _an X_.
[243] Ik zag te _Tours_ een soort van uitroeper, aankondigende,
dat 'er bij N.N. nieuwe wijn te koop was; hij had een fles van dien
wijn in de hand, en liet ieder der voorbijgangers, die het begeerde,
daar van proeven.
[244] _Velocifères_ zijn nieuw uitgevonden rijtuigen, veel ligter,
en dus gezwinder gaande, dan die welke men gewoonlijk gebruikt; de
naam komt dan ook van het _Fransche_ woord _Velocite_, gezwindheid,
snelheid; jammer is het, dat 'er de stevigheid aan ontbreekt.--Nu
dat ziet men wel eens meêr van Fransch werk.
[245] De _Fourgon_ is het rijtuig waarin de koffers enz. van de
reizigers geladen worden, want men kan die niet met zich op de
_Velocifère_ nemen; deze _Fourgon_ rijdt dan vooruit of komt achter
aan, zoo als heden het geval is. Dit rijtuig hangt of staat ook op
veeren, en voor en achter zijn afzonderlijke plaatsen voor reizigers,
doch de achterste zijn naar ik vernam niet zeer gemakkelijk; voor
aan zit men zeer goed.
[246] _Le Loir_ is weder een andere en kleinere rivier dan _le Loire_,
die voorbij _Tours_ enz. stroomt.
[247] Deze bijzit werd opperste van de Abdij _St. Cyr_, die in 1686
in de nabijheid van _Versailles_ gesticht werd. Als men opmerkt, hoe
men ook in _Frankrijk_ met de Roomsche Religie heeft omgesprongen,
verwondert men zich niet dat velen 'er in dat Land zoo weinig waarde
aan hechten.
[248] De soldaten werden dan aan een werk ten dienste van het Hof
gebruikt. Zou men ze bij ons in vredestijd niet op eene betere, en
voor het algemeen nuttige wijze kunnen te werk stellen, in het doen
bewerken van onze heiden en woeste gronden?
[249] De nieuwe wijn gold hier ook niet meêr dan 2 _sols_ de fles. Op
sommige plaatsen, waar wij doorgekomen waren, te afgelegen zijnde voor
den handel, bood de eigenaar van wijngaarden aan, om, indien men hem
eenige nieuwe wijnvaten wilde geven, men daarvoor de helft met wijn
gevuld weder terug kon krijgen; zoodat de vaten daar meerder waard
waren dan de wijn.
[250] Ondertusschen wachtten de reizigers te _Parijs_ naar hun
_bagage_.
[251] Een reisgenoot te _Bordeaux_ gebleven zijnde, en van daar 14
dagen na mij te _Parijs_ per _Velocifère_ terug gekomen, is 'er onder
weg ook al wat aan gebroken, zoodat zij verpligt geweest zijn om zich
eenigen tijd op te houden, nacht en dag vervolgens door te rijden,
en nog kwamen zij lang over hun tijd aan.
[252] Zie hier eene juiste afteekening van een gedeelte van hetzelve,
gaarne wilde ik 'er u meêr van laten zien; doch om al de schoone
gezigten, die men hier aantreft, afteteekenen, zou een bekwaam schilder
of teekenaar nog al eenigen tijd werk hebben.
[253] _Destructeurs de Tirans, vous qui n'avez pour Rois Que les
Dieux de Numa, vos vertus, et nos loix, etc._
[254] De bosschen van _Rambouillet_ zijn ruim 7000 morgen groot.
[255] De boeren en andere lieden, op vele plaatsen daar wij doorkwamen,
noemden ze _les Lucifers_, en waarlijk zij verdienen dikwijls dien
naam, om het ongemak dat zij den reizenden veroorzaken.
[256] Wanneer het niet zoo laat in het jaar geweest was, had ik
echter de _Loire_ tot _Nantes_ nog afgevaren, hoewel de boorden van
die rivier aan dien kant juist het fraaiste niet zijn, en vervolgens
langs een gedeelte der kusten en over _Rouen_ terug gekomen.
[257] Op reis heb ik, zoo als gij gezien heb, juist geen bijzondere
gevallen gehad, doch hier, van het bureau van de _Velocifères_ naar
huis gaande, en op de _Pont Neuf_ komende, greep mij een man bij den
kraag, en gelaste mij om met hem naar het eerste wachthuis (_Corps
de Garde_) te gaan, een tweede kwam terstond aan mijn andere zijde;
ik verzocht dat men mij los zou laten, daar ik gewillig mede wilde
gaan; dit geschiedde dan ook, en ik werd tusschen die twee lieden
naar het wachthuis op de _Pont Neuf_ geleid; een Politie-Commissaris
vroeg mij, daar naar mijn paspoort of dergelijke; van de reis komende,
had ik dit bij mij, zoodra de Commissaris het ingezien, en mij van
het hoofd tot de voeten bekeken had, zeî hij, dat het goed was en ik
heen kon gaan, zonder echter eenige verontschuldigingen wegens dien
verkeerden aanslag te maken; want naar ik merkte, had men mij voor
een ander, van wien men denkelijk het signalement had, genomen.
[258] Postmijlen, en mijlen van de landstreek.
[259] Buiten _Parijs_ noemt men in _Frankrijk_ het overige land
_Province_, en als men van de hoofdstad naar de een of andere plaats
gaat, zegt men _je vais en Province_.