II. FINLAND.

Om met Finland te beginnen; dat ongelukkige land met zijne sympathieke,

vrijheidlievende bevolking, staat onder Rusland's heerschappij.

Als dat volk vrij was, niet bij elken wiekslag door Rusland's ijzeren

arm belet werd te stijgen, zou het spoedig de grootste hoogte in

volksontwikkeling bereiken.

Toen in 1905, na de vreedzaam volbrachte revolutie, Finland een deel

van zijne onafhankelijkheid van Rusland teruggewonnen had, kwamen de

hoofdpersonen van de verschillende politieke partijen bijeen om te

beraadslagen over de wijze waarop de Volksvertegenwoordiging gekozen

zou worden. Met meerderheid van stemmen werd besloten, dat er zou zijn

een enkelvoudige, slechts uit één Kamer bestaande vertegenwoordiging,

gekozen door alle personen boven de 21 jaren, zonder onderscheid

van geslacht.

Na deze uitspraak zaten Finlands vrouwen niet stil. Om de tegenstemmers

en wankelmoedigen nog te winnen, belegden zij in de hoofdstad van het

Rijk vele openbare vergaderingen, waar vrouwen uit het geheele land

als afgevaardigden tegenwoordig waren en waar de eisch der vrouwen

besproken en in moties aan het eind der vergadering aangenomen

werd. Deze motie luidde: dat kiesrecht en verkiesbaarheid aan alle

vrouwen boven 21 jaren, gehuwd en ongehuwd, volgens het beginsel van

algemeen, gelijk en rechtstreeks stemrecht worde toegekend.

In Finlands Grondwet, die eindelijk op 29 Mei 1906 door den Czaar van

Rusland werd goedgekeurd, was ten slotte opgenomen: "dat kiesgerechtigd

zijn alle mannen en vrouwen boven de 24 jaren; uitgesloten zijn alleen:

soldaten; wegens zwakke geestvermogens onder voogdij staanden; zij die

om andere reden dan armoede hunne belasting niet hebben betaald; zij

die in de laatste drie jaren niet als Finsch burger staan ingeschreven;

bewoners van werkhuizen en armhuizen; misdadigers; bankroetiers

(voor een bepaalden tijd) en zij, die zich bij verkiezingen hebben

schuldig gemaakt aan oneerlijke praktijken. Allen, die het recht

van kiezen hebben, zijn ook verkiesbaar". Verder werd er evenredige

vertegenwoordiging ingevoerd.

Hoe de vrouwen hunne plotseling verkregen politieke rechten hebben

opgevat, blijkt duidelijk uit het feit, dat zij reeds twee weken na

die overwinning over het geheele Rijk cursussen georganiseerd hadden

om de vrouwen met de nieuwe wet en de evenredige vertegenwoordiging

op de hoogte te brengen en vooral ook om in de vrouwen het gevoel

van de groote verantwoordelijkheid te wekken, die aan nieuwe rechten

verbonden is.

Deze cursussen, waarvan er 130 in drie maanden tijds gehouden werden,

maakte men zoo populair en aantrekkelijk mogelijk. De vrouwen van

alle klassen in de maatschappij en van elke politieke richting kwamen

daar bijeen. Meestal zalen vol. Dan werd eerst op eenige avonden het

voornaamste uit de Grondwet uitgelegd en onderling besproken en het

evenredige kiesrecht op een bord aanschouwelijk voorgesteld. Daarna

kondigde de presidente aan, dat er den volgenden keer een denkbeeldige

verkiezing zou plaats hebben. De leden van verschillende richtingen

zonden te voren hunne denkbeeldige candidaten A. B. C. enz. in. Na

de opening der vergadering stelde de presidente het eerst de

partijagitatie en stemmenwerving aan de orde. Zij die candidaten

hadden ingezonden kwamen dan een voor een op het podium om hunne

candidaten aan te bevelen. Het publiek lachte, juichte de spreekster

toe of gaf teekenen van afkeuring, net zooals het in werkelijkheid op

zulke vergaderingen geschiedt. Dan werd een half uur gepauseerd om

gelegenheid te geven tot stemmen werven en daarna had de verkiezing

plaats. Elk bracht haar stembiljet ingevuld bij het bestuur in. Na

de telling der stembriefjes werd weder aanschouwelijk voorgesteld,

hoe bij evenredige vertegenwoordiging een meerderheid wordt verkregen.

Den geheelen winter 1906/07 werden verder overal vergaderingen belegd

om de voornaamste punten van de verschillende partijprogramma's

te bespreken.

Hoe dichter de verkiezingsdag naderde, destemeer begonnen de

verschillende vrouwen zich bij de bestaande politieke partijen in

te deelen. De meeste dier partijen hadden naast hunne sprekers

ook spreeksters aangesteld om door het geheele land leden te

werven. Soms reisden spreker en spreekster samen en sprak de

vrouw over het alkoholvraagstuk, kinderbescherming, openbare

zedelijkheid, huwelijkswet enz., terwijl de man de andere punten van

het partijprogram besprak. Zulke vergaderingen werden bijna steeds

door een even groot aantal vrouwen als mannen bijgewoond en, zoo zegt

de verslaggever: "men kon het den vrouwen van het gezicht aflezen,

dat de gedachte, dat zij daar zaten, niet als bloote toeschouwers

maar met evenveel recht als de mannen, haar met trots vervulde".

Op 15 en 16 Maart 1907 hadden eindelijk voor het eerst de verkiezingen

onder de nieuwe wet plaats. Overal hadden de afdeelingsbesturen van

de verschillende partijen bekend gemaakt, dat er zich vrouwen bij

de stembureaux beschikbaar hadden gesteld om op de babies te passen

in geval moeders met het kleintje op den arm aan de stembus mochten

komen. Ook waren er vrouwen, die tijdelijk de huismoeders willen

vervangen, wanneer die om in huis zijnde zieken of om andere reden

het huis niet onbeheerd konden laten.

Van den eigenlijken verkiezingsdag vermeldt de verslaggever: "Het

was eigenlijk om te lachen voor allen, die zich herinnerden welke

verschrikkelijke dingen er door de tegenstanders voorspeld waren

geworden, zoo kalm en als een van zelf sprekende zaak als mannen en

vrouwen te zamen naar de stembus gingen. Onder de wachtende scharen

werden dikwijls de meest huiselijke zaken besproken. Ook hoorde men

soms nog een bange echtgenoot zijne vrouw wijze lessen uitdeelen,

hoe zij het biljet moest invullen en vooral geen naam er onder zetten

enz. Ook zag ik een jongen man, van nog geen 24 jaar, zijn oude

grootmoeder ondersteunen en naar het stembureau brengen. Huismoeders,

dienstmeisjes, voorname dames en arbeidsters, allen stonden met

de mannen-kiezers bedaard te wachten, tot hun beurt van stemmen

gekomen was. Van beleedigende uitingen tegenover de vrouwen was

nergens sprake".

Bij den uitslag der verkiezing bleek, dat in alle steden de vrouwen

in grooter getale naar de stembus waren gegaan dan de mannen, doch

op het platteland viel het omgekeerde te constateeren, zoodat over

het geheele land door mannen en vrouwen % gewijze ongeveer gelijk

gestemd is geworden. Verder waren er op de 200 afgevaardigden 19

vrouwen gekozen, over de verschillende politieke partijen verdeeld.

Zonder eenige bijzondere aandacht te trekken namen deze eerste

Europeesche vrouwen parlementsleden in Mei 1907 hare zetels in het

Finsche Parlement in. In alle afdeelingen tot onderzoek van ingekomen

voorstellen werden onmiddellijk een of meer vrouwen benoemd, zoo

ook in het "Talmans Konferens" (comité bestaande uit voorzitters

van verschillende afdeelingscomité's). In deze laatste nam Lucina

Hagman zitting, de vrouw, die in Finland zooveel voor co-educatie

heeft gedaan en aan het hoofd staat van een door haar zelf gesticht

gymnasium voor jongens en meisjes.

In samenwerking met de politieke partijen waartoe zij behooren,

werden door die vrouwen wetten voorgesteld, maar ook door vele van

haar werden nog afzonderlijke voorstellen ingediend.

Op 31 Mei schrijft Alexandra Gripenberg, een der vrouwelijke

parlementsleden:

"Ik schrijf u gedurende een pauze in de zitting. Wij hebben juist

gedebatteerd over de zegelbelasting en zijn nu begonnen aan de

jachtwet. Gisteren hebben wij met ons zessen vrouwen ons eerste

wetsvoorstel ingediend omtrent huwelijksgoederenrecht. Vandaag heb

ik een voorstel mede onderteekend, door andere vrouwen ingediend

omtrent het recht der moeders op hare kinderen en dan nog een om den

verantwoordelijkheidsleeftijd van meisjes te verhoogen. Ik vrees,

dat wij voorloopig in de Afdeelingen nog weinig kunnen doen, wij

moeten eerst grondig kennis opdoen van de aldaar in behandeling

komende onderwerpen; maar al leerende zullen wij er ons vooreerst

toe bepalen, dat ook daar voor de belangen der vrouwen en kinderen

gewaakt wordt. Ik zit in het Comité voor Wetten en de andere vrouw

hierin is een sociaal-democrate. In dit comité komen voorstellen in,

die dikwijls betrekking hebben op wijzigingen in wetten betreffende

vrouwen. Wij tweeën kunnen dus in ons comité zeer nuttig zijn".

Over het geheel waren er in den eersten zittingsduur 26 voorstellen

afzonderlijk door vrouwen ingediend, op één na allen betrekking

hebbende op vrouwen en kinderen of van ethische strekking. Opmerkelijk

was, dat de vrouwen in zedelijkheidskwesties meestal samen gingen,

maar bij andere belangrijke vraagstukken stemden met de mannen van de

partij, waartoe zij behoorden. Nog slechts drie van de door vrouwen

ingediende en aangenomen voorstellen waren behandeld, toen de Czaar

in Maart 1908 het Finsche Parlement ontbond en de nieuwe verkiezingen

tot 1 Juli 1908 uitstelde.

De drie aangenomen voorstellen hadden ten doel, het eerste

om van regeeringswege te zorgen, dat overal op het platteland

geëxamineerde vroedvrouwen werden aangesteld, het tweede om kook-

en huishoudscholen in elk dorp te vestigen, zoodat de meisjes uit

de volksklasse goede huisvrouwen konden worden, en het derde om

den verantwoordelijkheidsleeftijd van meisjes van 15 op 17 jaren

te brengen.

Het ingediende voorstel om de voogdij van den man over zijne vrouw op

te heffen, en dat om de gehuwde vrouw het recht van beheer over eigen

vermogen te laten, waren in behandeling, toen van Rusland plotseling

de boodschap kwam, dat de Kamer ontbonden en alle parlementaire arbeid

gestaakt moest worden.

1 Juli 1908 kozen de Finnen een nieuw parlement. De deelname

der vrouwen was nog grooter dan den eersten keer en 25 van haar

werden als afgevaardigden verkozen. Slechts kort was dit parlement

bijeen. Twee belangrijke punten waren afgedaan. Het kiesrecht voor

de gemeenteraden was geregeld en bepaald, dat elk burger boven de 21

jaren kiesrecht zou hebben en verkiesbaar zijn. De Czaar verleende

echter geen sanctie aan dit besluit. Het tweede punt, toekennen van

stukken grond in erfpacht voor 50 jaren, werd wel goedgekeurd.

Toen de voorzitter der Kamer op 16 Febr. 1909 de zitting opende

en met eenige moedige woorden uitdrukking gaf aan het gevoel dat de

Finsche bevolking bezielde over den druk en verderfelijken invloed van

Rusland's Ministerraad, had dit tengevolge, dat de Czaar opnieuw het

parlement ontbond en de Russische Ministerraad een wet uitvaardigde,

waarbij "alle aangenomen voorstellen door een Volksvertegenwoordiging,

die binnentijds ontbonden wordt, van geene waarde worden verklaard".

Sedert de invoering van de Finsche grondwet, hebben er nu vijf

verkiezingen plaats gehad. De aantallen gekozen vrouwen waren resp. 19,

25, 21, 17 en 14. Deze vermindering is zuiver toevallig, zegt het

vr. parlementslid Tekla Hultin, en enkel aan persoonlijke redenen

toe te schrijven.

Het is te begrijpen dat onder de bedreiging met verlies van

onafhankelijkheid ook de vrouwen van Finland zich meer voelen als

Finnen dan als vrouwen en zij met de mannen samen nu eerst willen

werken om van Rusland's druk verlost te worden, alvorens zij eigen

rechten op den voorgrond zullen schuiven. In het in Mei 1909 gekozen

parlement hadden 21 vrouwen zitting, doch zij dienden vooreerst nog

geen voorstellen in voor verbetering van eigen toestand. Wel heeft

de "Vereeniging tot behartiging van de rechten der vrouw" eenige

kant en klare voorstellen liggen om echtgenooten gelijke rechten te

geven op hunne kinderen en op het beheer hunner goederen en om den

toestand te verbeteren van kinderen buiten huwelijk geboren, maar zij

zullen wachten met de indiening tot betere tijden komen. Ook andere

vereenigingen hebben wetswijzigingen gereed gemaakt, voornamelijk

met het doel om duidelijk aan te toonen, dat de vrouwen niet met de

bestaande toestanden tevreden zijn, maar dat zij met oordeel weten

te schiften, wat op een gegeven moment voor het land van de meeste

waarde is.

In 1909 was in het Finsche parlement aan de orde "wettelijke

bescherming van fabrieksarbeiders". Deze wet bevat een punt voor de

fabrieksarbeiders van het grootste belang, het verbod van nachtarbeid

voor vrouwen.

Op voorstel van de fabrieksinspectrice en lid van het parlement

Mej. Vera Hjelt is er een grondig onderzoek ingesteld, welke

gevolgen zoo'n verbod voor de vrouwen te beteekenen heeft en wat de

schaduwzijden van nachtarbeid speciaal voor vrouwen zijn. Al de 21

vrouwenleden van het parlement, onder wie er waren van elke politieke

richting, hadden zich vereenigd om te zorgen, dat de belangen der

fabriekarbeidsters niet door misplaatste sentimenteele overwegingen

geschaad en zij uit hare broodwinning gestooten werden.

1910 was een weinig vruchtbaar jaar voor de wetgeving door de

herhaalde ontbinding van den Landdag en de bedreiging met verlies

van onafhankelijkheid.

Door tegenstanders van vrouwenkiesrecht, die zich dikwijls niet

de moeite geven een grondig onderzoek in te stellen, is reeds de

opmerking gemaakt, "dat de vrouwen van Finland in die vier jaren,

dat zij zitting hebben in 's lands raadzaal, toch nog niet veel tot

stand hebben gebracht", maar men ziet er volledige samenwerking van

mannen en vrouwen in de partijen. Zoo bijv. zijn de wetsvoorstellen

tegen alkoholische dranken, voor leerplicht, vrijheid van drukpers,

arbeidswetten en staatsburgerschap der joden door mannen en vrouwen

samen ingediend. Zij die de gebeurtenissen in dat ongelukkig, doch

belangwekkend land volgen en de vrouwenbeweging in Finland bestudeeren,

zullen ongetwijfeld tot de overtuiging komen, dat door de invoering

van vrouwenkiesrecht aldaar het gemeenschapsgevoel in de vrouwen

vergroot werd, dat er meer belangstelling gekomen is in de groote

sociale vraagstukken, dat bij de vrouwen verantwoordelijkheidsgevoel

voor maatschappelijke misstanden gewekt is en dat samenwerking van

man en vrouw op elk gebied, ook in staatkundige lichamen, alleen

goeds en geen kwaads kan tengevolge hebben. Thans beheerscht echter

de dreigende annexatie alles in den Finschen Landdag.

Vrouwenkiesrecht in de Skandinavische landen · 第 4 / 7 题