En die beide namen roepen een gruwelijk drama voor den geest. Tegen

het midden van de 14de eeuw huwde de infant Dom Pedro, zoon van

koning Alphonsus IV, Constantia Manuel, dochter van den hertog van

Penafiel. De jonge vrouw had met zich meegenomen haar nicht, Ines

de Castro, die zoo schoon en trotsch was, dat men haar den bijnaam

gaf van Collo de garza, dat is reigersnek. Dom Pedro werd verliefd

op haar en huwde haar eenige maanden na den dood van zijn vrouw. De

gebeurtenis had plaats te Braganza, vóór den bisschop van Guarda,

maar als bijzonderheid werd later opgemerkt, dat toen men er de

zekerheid van moest hebben, geen enkele getuige meer te vinden was,

terwijl de vorst zelf zich niet meer den juisten datum herinnerde.

In het kort, het hof, dat den invloed van de schoone Ines moe was,

wist koning Alphonsus IV te overtuigen, dat zij ter dood moest worden

gebracht. Edellieden van goeden wille boden zich aan, om de vertraging

en het schandaal van een geregelde procedure te ontgaan.

De koning begaf zich, toen dom Pedro op reis was naar Coïmbra, waar de

prinses woonde met haar kinderen in het klooster Santa Clara. Hij begon

met haar te overreden van haar gemaal afstand te doen, van den in de

toekomst haar wachtenden troon, kortom van alles, er bij voegend dat,

als zij niet toestemde, haar leven gevaar liep. Of zij zich trachtte

te verdedigen, kan men zich voorstellen. Als men Camoëns mag gelooven,

gelukte het haar na een lang en pijnlijk gesprek den koninklijken

wil te doen buigen. Alphonsus IV, die genoeg van den tegenstand had,

keerde terug, toen de hovelingen, wien deze ontknooping niet naar

den zin was, tot daden overgingen en de ongelukkige vrouw met hun

degens doorstaken. Men kan nog aan de Liefdebron, bij Coïmbra, de

roode steenen zien, die, naar de legende wil, gekleurd zijn door het

bloed van het slachtoffer.

De infant was woedend over den moord, maar wist zijn woede eerst te

verbergen, tot hij, koning geworden, op ondubbelzinnige wijze zijn

wrok koelde.

Voorzichtiglijk waren de moordenaars ten getale van drie, naar

Castilië gevlucht. Koning Pedro liet er zich twee van uitleveren,

de derde Pacheco had zich aan alle vervolging weten te onttrekken. De

beide moordenaars werden naar Santarem gevoerd, dat toen residentie

was. Er werd een schavot opgericht, en de moordenaars stierven er

onder vreeselijke martelingen.

Het klooster Batalha dateert van 1385. De gekozen plaats valt niet te

prijzen. Het hoekje in een dal schijnt eerder uitgezocht, omdat het

gemakkelijk toegankelijk was en omdat men er veel water had, wat een

gemak opleverde voor de monniken, dan om de gebouwen schoon te doen

uitkomen. Toch is het een prachtig bouwwerk met smaakvolle versiering

van beeldhouwwerk, als de fijnste kant. Het is een meesterwerk,

dat aan de kerken van Milaan en Sevilla herinnert.

Wie Portugal bezoekt verzuimt evenmin een bezoek te brengen aan Thomar,

weer een bedrijf uit de historie, ook die van de kunst. De toeristen

gaan zelden naar Thomar, hoewel het maar enkele kilometers verwijderd

is van Payalvo aan den spoorweg naar Oporto. Het was een oude vesting

van de Tempelridders, die er een kapel hadden gebouwd naar het model

van de moskee van Omar.

Dan wint Belem het in aantal bezoekers, het klooster dicht bij

Lissabon, dat ter herinnering is opgericht aan de ontdekking van Indië

en de reis van Vasco de Gama. Het is het beroemdste der portugeesche

kloosters. De gevel kan ingedeeld worden in vijf deelen, alle van

rijke gothische kunst. Rijkdom van sieraden is het hoofdkenmerk van

het klooster te Belem; het lijkt meer op een overdadig weelderig

paleis dan op een ernstig gebouw, maar prachtig blijft het.

Ook om de kloosters zou men meer naar Portugal moeten gaan. Het blijft

onbegrijpelijk, dat het land niet veel drukker wordt bezocht. Goede

verkeersmiddelen, de uitstekendste hôtels, schoone monumenten, een

heerlijk klimaat, afwisselende landschappen, zon, bloemen en goede

wijn, wat wil men meer!

AANTEEKENINGEN

[1] Van die reis krijgt men, zooals de lezers van de reisbeschrijving

van den heer Craandijk in onze nommers van 1 en 8 Februari nog hebben

kunnen lezen, ongeveer 1000 voor een rijksdaalder, want een real is

ongeveer een kwartcent; dus is een jaarabonnement voor een badkamertje

in Monchique f 12.50 van ons hollandsch geld.

[2] Hoe tragisch klinkt dat na het gebeurde van 1 Februari. Vert.

In Portugal De Aarde en haar Volken, 1908 · 第 10 / 10 段