Don Carlos wilde in deze eerste samenkomst wel zoo goed zijn

Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed

Proofreading Team at http://www.pgdp.net/

IN PORTUGAL.

Naar het Fransch van

Gérard de Beauregard en Louis de Fouchier.

O, wat zijn die vriendelijke, gastvrije, dienstvaardige Portugeezen

wel echt van ons latijnsche ras! De ethnologen, de archaelogen en de

physiologen, die met behulp van microscopen en hypothesen de menschen

hebben onderzocht, mogen ons al verzekeren, dat er in het bloed der

Lusitaniërs iberische bolletjes zweven en suevische, westgothische

en karthaagsche, moorsche en zelfs fransche, die wel klein zijn, maar

zeer levendig, het blijft niettemin duidelijk, dat het amalgama iets

latijnsch is geworden, zooals de amerikaansche wijnstok ten slotte

de Vougeot voortbrengt, als hij maar genoeg sappen van de hellingen

van den Cote d'Or heeft opgezogen.

Aan wien zal men doen gelooven, dat het oude Lusitanië met zijn

vruchtbaren grond, zijn donkerblauwen hemel, zijn stroomend water,

zijn rozen, zijn palmen, zijn oranjes en zijn onverstoorbaar goed

humeur niet een aartslatijnsch land is?

En bovendien, zonder al te lang stil te staan bij de deugden der

Portugeezen, zonder hen al te zeer te prijzen, wat op hetzelfde neer

zou komen, als het uitbazuinen van onzen eigen lof, herkennen wij

hen als volbloed Latijnen, juist door twee van hun ondeugden.

Vooreerst geven ze graag op zichzelf af net als wij, en bij hen,

even als bij ons, is in hetgeen ze beweren, veel overdrijving met

een ondergrond van waarheid. Vervolgens houden ze van staatsie,

woordenpraal en ostentatie, maar op een naïeve manier, goedaardig,

nooit met het doel, om den buurman onaangenaam te wezen of hem zijn

kleinheid te doen gevoelen. Zoo is daar ginds ieder illustrissime,

en dat gaat zoo ver, dat de officiëele gedrukte stukken, die bestemd

zijn, om met antwoorden aan allerlei vragers te worden gezonden,

deze uitdrukking als aanspraak dragen. Illustrissime wil niet zeggen

illustre, dat is beroemd of doorluchtig. Vasco de Gama is beroemd;

men noemt hem illustre, maar gij en ik, wij zijn illustrissime; men

moet het weten, om daaruit te besluiten, dat sommige superlatieven een

verkleinende beteekenis hebben. Excellentissime is ook druk in gebruik,

en men past het woord zonder iemand aanstoot te geven op den eersten

den besten schurk toe. Men heeft daaruit afgeleid, dat in Portugal

ieder van adel is en trotsch is op zijn hooge geboorte. Maar niets

is minder waar. De oude familiën zijn precies bekend, in spijt van

de veelheid der namen, waarover ze beschikken, en zij zijn volstrekt

niet bijzonder talrijk.

In waarheid is Portugal echter een heerlijk land, en hier doet zich

de gelegenheid voor, om opruiming te houden onder een hoop oude

geschiedenissen en sprookjes, die in oude tijden zijn rondgebazuind

door den een of anderen vroolijken prater, die graag voor gewichtig

door wilde gaan en pronken wou met wat hij op zijn reizen had gezien.

Als men geloof wilde slaan aan wat sommige fijngevoeligen vertellen,

wonen er in hoofdzaak in Portugal roovers en ongedierte. Wat de eersten

aangaat, die zijn, als ze bestaan, al zeer bescheiden, want wij hebben

de eenzaamste wegen bezocht en de meest afgelegen provincies, te voet,

per rijtuig, per fiets en per ezel, des morgens, overdag en des nachts,

bij maneschijn en zonder maan, zonder ooit wat anders te ontmoeten

dan vreedzame boeren, op hun ezeltjes gezeten, of karren, bespannen

met kleine, goedmoedige ossen, die eerder deden denken aan Berquin dan

aan de verschrikkingen van het Ambigu. Wat sterker is, de bedelaars,

die men er vindt als overal elders, oefenen hun bedrijf uit met een

matiging, waar het zoo lastige en opdringerige bedelvolk van Toledo,

Granada en Burgos en zooveel andere steden van het schiereiland een

voorbeeld aan kon nemen.

Wat het ongedierte betreft, wij hadden bij het overtrekken van de

grens een lichte huivering gevoeld, en vóór onzen geest waren beelden

verrezen van witte broeken, die zwart zagen van de luizen, van kamers,

bezet door de verschrikkelijkste garnizoenen. Dat kwam, doordat in

de stations, in de straten, en zelfs, o teedere oplettendheid, in de

hotelvestibules een welsprekend reclamebiljet te zien was, dat een

insectenpoeder aanprees, zoo onfeilbaar, dat de teekenaar een kerkhof

had voorgesteld, met verschillende grafsteenen, waaronder luizen en

vlooien en mijten sluimerden, en onder het prachtigst mausoleum de

groote dames der bende, leden van het wandgedierte.

De werkelijkheid geleek in niets op die schildering. Men moet afstand

doen van de vuile herbergen, de onsmakelijke vertrekken, de gangen,

waar men varkens en andere liefheden ontmoet, alles dingen, die bij

ons in Frankrijk nog voorspeld worden aan de waaghalzen, wier lust

uitgaat naar zulk een verre reis. Portugal is, zelfs in Algarvië en

Alemtejo, een volkomen zindelijk land. Natuurlijk denken wij hier

aan de hôtels en inrichtingen, waar men mag aannemen, dat de gewone

reiziger vertoeft. Laat men niet aankomen met de slechte luchtjes in

die of die straat, de vuilheid van dat of dat huis! Wie Parijs een

mooie wereldstad noemt, bedoelt ook niet, dat hij die meening heeft

opgedaan in een of ander achtersteegje, die er toch wel zijn. De aan

weelde gewende kan in Portugal overal een goed onderkomen vinden,

schoone lakens, voldoende maaltijden en een vriendelijke ontvangst,

wat niet weinig beteekent.

Het beste jaargetijde voor Portugal is de winter, die bijna altijd

windstil en helder is van October af. In April is er veel wind en

vaak regen, vooral in het Noorden van het land, terwijl Januari,

Februari en Maart prachtig zijn.

Om op de hôtels terug te komen, het moet erkend, dat zindelijkheid niet

altijd dezelfde beteekenis heeft als geriefelijk. Vooral aan de bedden

mankeerde uit het oogpunt van comfort veel. Ze waren ongeloofelijk

hard; een plank met een matras van niet meer dan drie vinger dik,

met stroo stijf gevuld, ziedaar het portugeesche bed. Daarbij waren

ze zeer kort, zoo kort, dat men, zonder een reus te zijn, er aan twee

einden buiten uit stak. Natuurlijk went men er wel aan, net als aan

alle dingen; maar het is niet alles een genoegen.

Zelfs te Lissabon blijven de bedden in hun aard volharden en behouden

hun onvermurwbaar karakter. Wij logeerden in een groot hôtel, prachtig

uitzicht, ruime kamers, lift, baden, electriciteit, gérant met een

kaal hoofd, prachtig uitgedoste chasseurs, enfin, alles uiterst

modern. Welnu, bij die inrichting bleven toch de bedden naar de

traditie, en als ze misschien veêren hadden, waren het erg stijve.

Wat toiletgeriefelijkheden aangaat, de sybariet van over de Pyreneeën

heeft nog wel wat te klagen; de waschkommen zijn groot en met bloemen

beschilderd; maar er zit een tuit aan voor het leêgen, waardoor ze

lastig zijn in het gebruik, terwijl de waterkan niet veel meer is

dan een kleine gieter, waar men altijd mee moet morsen. Ze hebben

overal hetzelfde model, zoodat men in het paleis van Villaviciosa

in de koninklijke vertrekken het gietertje, met kransen versierd,

en de kom met de tuit een eereplaats zag innemen. Nog eens, het is

alles uiterst zindelijk, en er is niet anders bij noodig, dan dat

men er even aan moet gewennen.

Een laatste bijzonderheid zal eenig denkbeeld kunnen geven van de

zorg voor netheid en reinheid, die in Portugal bestaat. Overal staan

er spuwbakken, dat wil zeggen op de gangen, vóór de deuren, in de

hoeken der kamers, ja, het ging zelfs zoo ver, dat er enkele waren

neergezet rondom de table d'hôte; wij hebben daardoor afschuwelijke

oogenblikken doorleefd in de eerste dagen, oogenblikken, om verwoede,

krachtige schoppen te geven aan die instrumenten, die achter onze

stoelen stonden.

Men kan ook in het kleinste stadje goed eten, en de ranzige olie is

ook een van die sprookjes, die een Marseillaan zelfs moest blozen,

te vertellen. Een vet gerecht, dat op alle tafels prijkt is versche

stokvisch, in dunne schijfjes gesneden en gebakken in uitstekende

olie. Bij ons is die visch wel bekend, maar men geeft er niet veel

om. Ze wordt op dezelfde wijze klaar gemaakt. In Portugal is ze het

nationale gerecht, bij elken maaltijd gebruikt, en dat als toespijs

geldt bij de welgestelden, maar bij de armen het hoofdgerecht

uitmaakt. Er worden verbazende hoeveelheden van verkocht tegen drie

of vier testons, dat is 75 centen of 1 gulden holl. voor een visch

van ongeveer zestig centimeter lengte.

Afgezien van deze eigenaardigheid is er aan de menu's niets

kenschetsends. Het vleesch is smakelijk en zacht, en de onvermijdelijke

grauwe erwten worden vooral gegeten in de aan Spanje grenzende streken.

Onnoodig te verzekeren, dat oranjeappelen, sinaasappelen en bananen

overheerlijk zijn. Daarentegen wordt er niet veel zorg aan groene

groente besteed. Jonge groente eet men haast niet; het is altijd rijst,

snijboonen, slaboonen, aardappelen, enkele saladesoorten, dat is alles.

In het kort, het gemiddelde hôtel moet er voldoende worden genoemd,

dank zij wat er in de laatste tien jaren is verbeterd. De verbeteringen

moeten nog worden voortgezet en ze zullen dat door het optreden van

de "Maatschappij ter propagandeering van Portugal", een soort van

syndicaat, te Lissabon in 1906 gesticht, en werkend in den geest van

onze flinke, ondernemende Touring-Club de France.

Wij van onzen kant moeten onzen hartelijken dank betuigen aan die

Maatschappij, een vereeniging, waarvan de leden ons op de meest

welwillende en doelmatigste wijze hebben geholpen en terechtgewezen,

de welwillendheid zelfs zoo ver drijvend, dat ze alle horizons,

waar ze ons op wezen, wel in een rooskleurig licht wilden stellen.

Overigens is deze Propagandavereeniging belangwekkend, omdat ze

duidelijk blijk geeft van den ernstigen wil, Portugal op te heffen

uit den dommel, waarin het ligt verzonken, de vreemdelingen naar het

land te lokken, een nieuw leven te beginnen en voor altijd op zij

te schuiven dien kwaden reuk van indolentie en traagheid, dien de

Arabieren aan hun lusitanische neven hebben nagelaten.

Zij genieten de voordeelen en het gemak van dat temperament. In

Portugal geen vreeselijke politieke woelingen, geen permanente

schavotten, geen bloedige reacties. Maar ze loopen er ook de gevaren

van. Ook bij hen is het gezag niet onaangevochten en dringende

hervormingen worden uitgesteld. De ijzeren wil van Hendrik, den

Zeevaarder, die de beroemde ontdekkingen voorbereidde en er het

bevel toe gaf; de stoutmoedigheid van een Pombal, die vooroordeelen

bestreed en de machtigsten durfde aanvallen, wijken meer en meer

terug en schijnen tot de tijden der legenden te behooren. Toch laten

die mannen zien, wat er te halen is uit den portugeeschen geest,

als men dien weet wakker te maken uit zijn dofheid; die geest heeft

eveneens getoond, waartoe hij in staat was, toen de onafhankelijkheid

zich bedreigd voelde. In de wereldgeschiedenis klinkt nog als ver

verwijderde donder het gerucht der groote heldendaden in de overzeesche

landen. Men moet ondanks alles aannemen, dat groote lotsveranderingen

voor Portugal volstrekt niet zijn uitgesloten en dat het land, dat nu

tot de klagers behoort, te eeniger tijd nog wel eens gelegenheid zal

vinden tot juichen over triomfen. Een Franschman, die dat van harte

wenscht, is in zijn rol van broeder, en een reiziger, die Portugal

heeft doorreisd, zal het hem met een gevoel van verplichting en

dankbaarheid helpen wenschen....

De Taag is vóór Lissabon een soort van groot, rustig meer, met kalme

wateren, overdekt met schepen en omgeven door niet hooge bergen,

waar kasteelen en dorpjes tegen aanleunen. Het is alles prettig, mooi

en vroolijk, maar van daar tot het optreden als schoonste onder de

landschappen van Europa is nog een groote afstand. Lissabon, gezien

van de Taag, is een vrij eentonige, witte strook, drie mijlen lang,

waar men tevergeefs zou zoeken naar het woud van koepels, klokketorens

en spitsen, die het klassieke schilderachtige vormen van een groote

stad, die als een amphitheater is aangelegd. Nauwelijks kan men

den koepel van Estrella onderscheiden en de campaniles, de spitse

klokketorens van Sint Vincent. Alles, wat vroeger zich wat te hoog

verhief, is weggemaaid door de verschrikkelijke aardbeving van 1755,

en Pombal, die uiterst practisch was, heeft alleen het noodzakelijke

weer laten opbouwen, zonder een blik op het azuur door fijne, holle

en dure steengevaarten heen noodig te oordeelen.

Men heeft de omgeving van Lissabon met de Golf van Napels

vergeleken. Ten onrechte, want het verschil is groot, en het zou kunnen

voorkomen, dat men zoekend naar gelijkenis, die niet bestond, of naar

schoonheden, die er behoorden te wezen, de wezenlijke verdienste van

een panorama over het hoofd zag, dat zijn eigen grootschheid heeft

en een eigen bekoring door de harmonieuse lijnen en den wijden horizon.

Inderdaad, de reede van Lissabon is een ruime haven, diep en wel

gesloten en toch met gemakkelijken toegang, een ideale haven,

waar het altijd druk is, die altijd door een menigte van schepen

wordt doorkliefd en waar alle vlaggen van de wereld worden gezien,

zelfs de portugeesche. Het lijkt wel een druk kruispunt in den

internationalen weg der zeeën, waar ook zij, die er niets te doen

hebben, komen uitrusten en zich voorzien van het noodige. Een blik

op de kaart toont de onvergelijkelijke ligging, en men behoeft geen

der zake kundige te wezen, om te beseffen, tot welke buitengewone

ontwikkeling zulk een ligging een plaats kan brengen.

Het zal het geheim der kapitalen en van het initiatief zijn, dat aan

te toonen; maar ongelukkig heeft Portugal die beide krachten al te

zeer aan anderen ontleend. Des te minder moet men schromen, het te

zeggen, dat het land dat thans helder inziet en dat het de eervolste

middelen aanwendt, om zich zelf te helpen; Portugal _fara da se_.

De kade langs de Taag verbreedt zich en wordt de Markt, de Praça do

Commercio, een groot vierkant, omgeven met bogen en symmetrische

gebouwen. Vroeger heette het plein Terreiro do Paço, omdat het

Koninklijk Paleis eraan stond vóór de aardbeving. Op den achtergrond

leidt een triomfboog van groote pracht naar de verdere stad; in

het midden staat het bronzen ruiterstandbeeld met veel versieringen

van Jozef I, met een medaillon van Pombal. Het is van een wat koele

grootschheid, wat officiëel; het doet denken aan de nieuwe stad, de

stad van den grooten minister; maar het verraadt ook een hoofdstad

en een stad, die leeft, en waar het onophoudelijk druk is. Bovendien

is enkel de aanblik wat officieel, want in het groote paviljoen links

van het beeld is het Ministerie van Oorlog; daarna volgen de gebouwen

van Openbare Werken, van Financiën, de Posterijen, de Douane, de Beurs

enz. In den echten zin des woords is dit plein het Gouvernementsplein.

Evenwijdig gespannen als de koorden van een lier, leiden van de

Markt vier straten met hooge huizen, rijke winkels en trottoirs

van een wit en zwart mozaïek, naar het plein Don Pedro IV, beter

bekend onder de naam van Rocio, dat het echte centrum van Lissabon

is. Daar wordt gebabbeld, geflaneerd, gerookt; daar herkent men

den echten Portugees. Tramways, fiacres, sjouwers, schoenpoetsers,

krantenverkoopers, allen stationeeren of rijden of loopen op den Rocio,

in de schaduw der boomen langs den rand, en van de hooge zuil, waar

koning Pedro op staat. Het is onze Boulevard, maar verwijd; het is de

Puerta del Sol van Madrid, maar vroolijker, het is, om het ineens te

zeggen, een heerlijk plekje, waar alles bijna is, dat men voor een

leven van vreugde in ledigheid noodig kan hebben.

Daarnaast op een kleiner plein, dat als een verkleinde Rocio is,

een dépendance ervan, verrijst de gevel van het Centrale Station,

een gevel, waarin alle stijlen zijn terug te vinden, de arabische, de

lusitaansche, en die van de moderne Renaissance, en die dus leelijk

is als alle namaak. Men heeft er verbeeldingskracht aan geofferd,

om mooie dingen na te doen, en men heeft per slot van rekening iets

gekregen, dat voor geen enkelen tijd zou passen. Voor een station heeft

het gebouw ten minste de verdienste, dat het in het midden der stad

ligt, wat wel van groot belang is, en dat er alle treinen aankomen

behalve die van Cascaes. Als wij in Parijs iets dergelijks wilden,

zouden we een spoorwegstation moeten maken van het Palais Royal. De

loketten voor plaatskaarten en bagage zijn beneden, en de lijnen

liggen hooger, een inconveniënt, dat bijna niet gevoeld wordt door

de liften, die zeer groot zijn. Nog valt op te merken, dat als men in

Lissabon met den trein aankomt, men weinig last heeft van chasseurs,

portiers, pakjesdragers, bedelaars en andere lastige personen, die

het reizen voor den toerist in Spanje zoo lastig maken. Dienstmannen,

anders niet, niet eens hôtelomnibussen, voertuigen, die men nergens

in Portugal vindt.

De sjouwerlui daarentegen zijn er talrijk en sterk; ze komen meestal

uit de spaansche provincie Galicië, want een Portugees zou er niet

licht toe overgaan, een pak of zak te dragen op den openbaren

weg en evenmin zich met een koffer te bezwaren. Dit onschuldige

vooroordeel wordt zelfs zoo ver gedreven, dat iemand die zich een

beetje respecteert, nooit iets anders behoort te dragen dan zijn

wandelstok of zijn parapluie, zoodat de Portugees daarin lijkt op

dien legendarischen franschen kapitein in ruste, die zijn decoratie

aflegde, als hij van de Bon Marché een paar handschoenen meebracht

in papier gewikkeld, om toch vooral het Legioen van eer geen schande

aan te doen. Onze gewoonte, om altijd ons photografietoestel en

onze doos met platen bij ons te houden, heeft ons stellig voor

weinig bijzonders doen aanzien, misschien voor afstammelingen van

Galiciërs. De Spanjaarden, en niet alleen de mannen, vervullen daarom

alle inspannende bedrijven, waar de portugeesche onverschilligheid

tegen opziet als tegen onaangename karweitjes.

Ook heeft men ons vaak in de tabakskantoren portugeesche sigaren zien

koopen voor 15 centimes of dertig reis, welke sigaren niet zwaar zijn,

gemakkelijk rooken en geen hoofdpijn geven. Nu zal een heer, of liever

een individu, die sigaren rookt zonder bandje, dus wat anders dan

zware havana's, daarmee afstand doen van zijn plaats in de wereld en

gerangschikt moeten worden onder het plebs. Men kan intusschen met die

strenge verplichting wel een beetje de hand lichten. Zoo verzamelen

bijvoorbeeld sommige rookers kostbare bandjes, en ik ben geneigd te

denken, dat veel van die, welke men van ons heeft gevraagd met den

vriendelijksten glimlach, ten behoeve van verzamelaars, die verweg

woonden, nog denzelfden avond de gewoonste _charuto's_ met purper en

goud gingen omslingeren.

De Portugeezen zijn zoo trotsch op hun Taag, dat, om hun werkelijk

genoegen te doen, men te Lissabon moet aankomen langs de rivier. Wij

deden dat, helaas, niet. Wij kwamen per spoor aan. Dus laat ons

eerst wat vertellen van den trein waaruit wij stapten. Die was

uitstekend. Bijna overal op de lange trajecten heeft men gangen langs

de wagens. De stiptheid van aankomst en vertrek is onverbeterlijk,

evenals de zindelijkheid van waggons en stations.

Wij hadden, ook op dit punt, ons een geheel verschillende voorstelling

gemaakt, want de menschen, die alles weten, hadden ons niet anders

doen verwachten dan vertragingen als uit een vaudeville, akelige

boemeltreinen en vettige spoorwegkussens. Zeker, de snelheid laat

te wenschen over; maar wat zou het geven, te haasten bij zoo groote

afstanden! Kan men niet even goed morgen aankomen? Er is immers

altijd nog tijd genoeg! En toch legt geen enkele lijn minder dan

dertig kilometer in het uur af. Er loopen niet zeer veel portugeesche

treinen, minstens twee in elke richting, één des nachts en één over

dag op de meeste lijnen; vijf tusschen Lissabon en Oporto, twaalf

naar Cintra, vijf-en-twintig naar Belem en Cascaes. Dat is niet veel,

vooral van die eerste, maar men kan er ten minste op rekenen, als men

een reisplan opmaakt, daar er nooit vertragingen zijn, uitstekende

aansluitingen daarbij en de beste regelingen. Wij waren deze hulde

verschuldigd aan de portugeesche spoorwegen, en het is niet meer dan

rechtvaardig, die eer ook uit te breiden tot de talrijke buffetten,

waar men zulke lekkere sinaasappelen eet en waar niets, werkelijk

niets, met de bekende oude olie wordt klaargemaakt.

Daar zijn we buiten het station; nog een paar schreden, en hier is

het hôtel.

Van dat oogenblik af begint een sprookje, ten gevolge van de

allervriendelijkste beleefdheid, waarmee ons de graaf d'Arnoso

tegemoet komt. Hij behoort tot de naaste omgeving van den koning. Van

zijnentwege wachtte ons in de vestibule een lakei in blauw met

zilver met een brief met het gouden zegel der Necessidades. Wij

werden opgeroepen voor den volgenden dag ten Paleize, waar Zijne

Majesteit ons om half twee zou ontvangen. Daar stiptheid bij deze

soort van samenkomsten een eerste vereischte is, waren wij precies

op het aangegeven uur op den koninklijken drempel.

Het kasteel der Necessidades, gebouwd door Jan V tegen 1750, vrij

ver buiten de stad, op een heuvel een eindje van de Taag verwijderd,

ligt op de plek van een oude kapel, gewijd aan een genadige Madonna,

waar het paleis naar genoemd is, Nossa Senhora das Necessidades,

Onze Lieve Vrouw der Rampen. De toegangen zijn niet ruim en groot

genoeg, zoodat men slechts met moeite het geheel kan overzien, dat

een onregelmatig karakter aanneemt door de verschillende niveau's en

de vele bijgebouwen. Het is niet het eigenlijke koninklijk paleis

van Lissabon, want dat ligt hooger en verder weg, op den zonnigen

Ajudaheuvel. Don Carlos, die reeds de Necessidades bewoonde toen hij

kroonprins was, terwijl zijn vader, Louis, te Ajuda resideerde, heeft

na den dood van wijlen den koning geen bezit willen nemen van het

groote paleis, en wel uit een gevoel van eerbied voor de gewoonten

van de koningin-moeder, Maria Pia van Savoye, die er dan ook nog

woont met den infant Alphonsus, hertog van Oporto, haar jongsten zoon.

Eerst gaat men onder een boog door, waar twee lanciers te paard

de wacht houden, en beklimt dan de groote trap, waar de tweede

op uitkomt. Twee hellebardiers in scharlaken uniform met veel

goudgalon houden zich op in de antichambre, van waar men de salons

betreedt. De versiering der zalen met voor het meerendeel portugeesche

schilderijen, oude meubelen en verbleekt verguldsel, is zeer sober en

vol harmonie. Door de vensters ziet men de witte gevels van de gebouwen

aan het binnenplein, waar de zon op schijnt en waar de schaduwen

van palmen over spelen. In de tweede zaal, de wachtzaal, vonden wij

te midden van een talrijk gezelschap graaf d'Arnoso, vriendelijk,

minzaam, als grand seigneur, met welwillenden glimlach en uitgestoken

hand. Een derde zaal, dan een vierde, nog grooter, nog statieuser,

behangen met tapijten, waarlangs armstoelen zijn geschikt met veel

gouden snijwerk; daar is de koning, staande, gekleed in blauwen dolman.

Carlos I van Braganza, koning van Portugal en Algarvië, is

vier-en-veertig jaar oud. Hij is beneden de gemiddelde grootte en

hij is minder corpulent dan men verwacht naar de weinig geflatteerde

portretten, vooral als men op het gelaat let, waarvan de proporties

sterk zijn overdreven. Hij is kalm van geest, maakt weinig gebaren,

en met zijn afgemeten stem spreekt hij het Fransch zonder eenig

vreemd accent.

De blik, die verrader, die alle zielen verklapt, verraadt hem niet

dadelijk. Terwijl hij spreekt, heft hij zijn oogen op en deze schijnen

een altijd vluchtenden droom te volgen in het vage, maar dan eensklaps

worden ze neergeslagen, dwalen af naar de zijde van den ondervrager, en

er springt een ondeugend vonkje over, met een glimlach, een vluchtige

aanval van scherts, die is als een revanche op den verplichten dwang,

dien een Koninklijke Majesteit zich moet opleggen.

Don Carlos wilde in deze eerste samenkomst wel zoo goed zijn,

met ons over onze reis te spreken en zijn indrukken met de onze te

vergelijken; maar in de gegeven omstandigheden was en bleef hij de

Koning. Daarentegen hebben wij drie dagen later den verzamelaar, die

er in den koning schuilt, ontmoet, en dat wel bij een gelegenheid,

die even onverwacht als aangenaam was.

De heer Albert Girard, de hoogstaande directeur der koninklijke

verzamelingen, had ons uitgenoodigd om in de galerijen van het kasteel

Necessidades de zonderlinge visschen te zien, die Zijne Majesteit had

verzameld in den loop zijner reizen met oceanographisch doel, en ook

de zeldzame boekwerken, die de vorst met voorliefde bijeenbrengt.

Ons bezoek was pas begonnen, als de koning zelf verscheen, met den

eenvoud van den heer des huizes, die wel zoo goed wil zijn, in persoon

de honneurs waar te nemen.

Het was interessant te zien, met hoe groote voorzichtigheid hij de

glazen aanvatte, waar de wonderlijkste zee wezens in zwommen, met

welk een trots van uitvinder hij zijn procédé, om in glycerine de

voorwerpen te bewaren, beschreef, waardoor in de teederste kleuren

der visschen door den tijd geen verandering werd gebracht. Daarna

kregen wij de origineele kaart te kijken, waarop New Foundland en

Labrador stonden, jaren vóór Columbus, de havenbeschrijvingen, die

Albuquerque en Vasco de Gama opstelden, dubbel van waarde, namelijk

als onwaardeerbare parelen voor een verzamelaar en omdat het sieraden

zijn voor de kroon van een koning van Portugal. Dan bladerden zijn

vingers liefdevol in een wapenboek, dat met de hand geschilderd was nu

vijf eeuwen geleden met een rijkdom van kleuren en versieringen zonder

weerga, en eindelijk was er een gebedenboek met heerlijke miniaturen,

waarvan hij vol eerbied het roodzijden omslag opendeed, erop blazend,

om de bladzijden vaneen te scheiden.

Bijna zou men den souverein vergeten, dank zij de gelijkheid, die de

gemeenschappelijke liefde voor mooie dingen schept. Toen zwierf zijn

blik niet in het vage, maar omvatte gretig al dat belangwekkende,

door de voorouders in den loop der eeuwen verzameld en bewaard, of

ontdekt door den vorstelijken collectionneur zelven. En het vonkje

van ondeugendheid kwam terug, toen hij ons in de studeerkamer een

aschbakje wees, dat een caricatuur van een grooten vogel voorstelde

en niet anders was dan een flinke kreefteschaar.

Hierna zou het overbodig wezen, nog te spreken van de hooge

ontwikkeling van den koning en de uitgebreidheid zijner kennis. Hij

heeft in persoon de rapporten over zijn reizen te boek gesteld en een

verhandeling over ornithologie geschreven, door de nationale drukkerij

te Lissabon uitgegeven, en beide zijn werken van beteekenis. Carlos

I gelijkt op onze Bourbons...

Aan het slot van onze eerste audiëntie leidde ons een kamerheer in de

tegenwoordigheid van Maria Amelia van Orleans-Bourbon, koningin van

Portugal, echtgenoote van koning Carlos. Daar waren wij zoo goed als

in Frankrijk, en toen Hare Majesteit ons een teeken gaf, om te gaan

zitten in het kleine met zijde behangen hoekje, dat in het groote

salon was uitgespaard, sloeg mij, dat moet ik bekennen, het hart

snel en luid, omdat het vaderland en de fransche vrouw hier waren

vertegenwoordigd door een zoo volkomen beminnelijke personificatie.

Dona Amelia, zooals ze daar zeggen, is zeer groot, maar zoo elegant

en goed gebouwd, dat ook degenen, die haar te groot vinden, moeten

erkennen, dat ze het van iedere mooie vrouw wint. Want zij is mooi in

den zin, die het meest omvat, dus die inhoudt een bekoorlijk gelaat,

bewegingen van een sierlijkheid, die nooit door iets leelijks wordt

gestoord, een verfijnde gevoeligheid voor de grenzen in de gestes

en de uitdrukking, en eindelijk ik weet niet welk bijzonder iets van

charme, dat men overal terstond herkent.

Dadelijk begon de koningin te praten, te lachen, te vragen,

belangstelling te toonen, en hier herkende men weer dien superlatief

van gallische beleefdheid, die aan de gasten weet te beduiden, dat ze

vrienden zijn, zonder het hun echter te zeggen, door hun woorden op te

vatten als gewenschte inlichtingen of als aangenaam en lang verwacht

nieuws. En het was een onvergetelijk oogenblik, deze vorstin met twee

vaderlanden te hooren spreken over haar bewonderd Frankrijk, en haar

Portugal te hooren roemen. In dezen preekte de koningin voor bekeerden;

als wij woorden van lof hebben gezegd over het eene en het andere

land, was dat onze oprechte meening, geen compliment. Wij genoten bij

dat bezoek meer dan ooit van onze parijsche qualiteit, die ons zulk

een welwillendheid mocht doen deelachtig worden, en ik tart ieder,

ons vleiers te noemen, als wij verklaren, dat het meest uitgezochte

half uur van onze geheele reis dat is geweest, dat wij doorbrachten

in de tegenwoordigheid van haar, die onze bewondering wekte door haar

driedubbel prestige van koningin, Française en mooie vrouw.

Dona Amelia geniet in haar rijk een groote populariteit, en de

politiek, die den koning veel bittere ervaringen bezorgt, heeft haar

tot nu toe gespaard. Als moeder, als echtgenoote is zij boven allen

lof verheven.

Er wordt vooral in handelskringen beweerd, dat het hof niet genoeg

feesten geeft; dat de intieme bijeenkomsten ten paleize en de

tuinpartijen niet zoo opwekkend werken op de handelszaken als de groote

bals, die nu bijna nooit meer gegeven worden dan alleen bij gelegenheid

van bezoeken, die vreemde vorsten aan Portugal brengen. Zonder twijfel

zou men elders klagen, dat het hof te representatief optrad, als het

anders was. Het is niet alleen bij La Fontaine, dat het moeilijk is

"de contenter tout le monde et son père", het allen naar den zin te

maken. Ook worden de weldadigheid en de vroomheid van de koningin

wel eens met andere namen genoemd, als de oppositie er een woord voor

moet vinden. Het is niet aan den doortrekkenden reiziger, partij te

kiezen, en het is trouwens bekend, dat er geen Pyreneeën noodig zijn,

om wat waarheid in het eene land is tot dwaling in het andere te maken,

of omgekeerd, indien de belangen ermee gemoeid zijn.

Bij het verlaten van de koninklijke vertrekken deed een gelukkig

toeval ons, in de wachtzaal vereenigd, de hofdames zien en diegenen,

die te Lissabon aangewezen zijn, om op de "jour" der koningin te

verschijnen. Er waren er drie-en-twintig van elken leeftijd en allerlei

voorkomen, maar meestal jonge, en verscheiden heel aardig. Ik zal

elders enkele vluchtige opmerkingen maken over de portugeesche dames,

want als men van de koningin komt, is het beter, geen vergelijkingen te

wagen, die noodzakelijk partijdig moeten zijn, dus onrechtvaardig....

Toen wij vrij waren, zijn we een tocht door Lissabon begonnen.

Al onthoudt men zich van de herhaling van het afgezaagde deuntje,

dat de Portugeezen voor altijd vroolijk verklaart, moet toch erkend

worden, dat de aanblik van de stad Lissabon vóór alles opgewekt,

licht en vriendelijk is. Er wordt niet gedraafd, er wordt gewandeld, en

zelfs diegenen, die naar hun zaken gaan, hebben niets van dat gejaagde,

dat men in andere landen ziet. De vervoermiddelen zijn in uitstekenden

staat; fiacres met twee blinkende paarden rijden u vlug overal heen,

en een verrassend uitgestrekt net van electrische trams gaan door de

groote lanen, de hoofdstraten en volgen elkaar binnen enkele minuten

langs de hellingen der steilste heuvels en tot in de straatjes der

oude stad, waar ze bijna de volle breedte van de straat innemen. De

wagens zijn groot, luchtig, veêren goed en hebben zitplaatsen van

gevlochten riet, die heel gemakkelijk zijn. Er wordt veel gebruik

van gemaakt, al kost ook de kleinste rit 7 1/2 cent Holl.

Als zoo de levenden het goed hebben, de dooden worden niet minder

goed behandeld door de weelde en de doelmatige inrichting van de

lijkwagens. Een deftige begrafenis is een schouwspel, dat de moeite

waard is. Voorop gaat een koets van monumentalen vorm, geheel verguld,

waar de priester in is gezeten, dan komt de lijkwagen in het zwart,

overwelfd door een koepel en voorzien van pluimen, bespannen met

vier paarden à la Daumont. Voor de lagere klassen wordt minder goud

gebruikt, tot men komt aan de laagste klasse, waarbij de priester en de

doodkist samen op een eenvoudigen wagen zijn geladen, door een enkel

paard getrokken, dat blijkbaar zeer te beklagen is. Voor kinderen

wordt dezelfde staat gebruikt, maar met scharlaken behangsel. Moet

een hoog personage begraven worden, dan zendt de koning een der

historische rijtuigen uit Belem, waar het lijk in wordt geplaatst.

De kerkhoven, nu wij toch eenmaal daarbij zijn aangeland, zien

er uit als de onze, met misschien nog meer beelden, die bijna

alle allegorisch zijn, zonder iets van het groteske realisme der

italiaansche doodenakkers. Het merkwaardigste is ook het kleinste,

namelijk het pantheon der koningen in een zaal van het klooster

Sint-Vincent. De doodkisten, die in zwart fluweel of zwart laken

zijn gehuld en met zilveren spijkers zijn beslagen, staan op lange

rijen, op planken met een koperen plaat erop, die den naam van den

overledene draagt. Kleine kistjes bevatten de kinderlijkjes. Alleen de

baar van Don Pedro, den laatsten keizer van Brazilië, die te Parijs is

overleden eenige jaren geleden, is gehuld in de groene braziliaansche

vlag. In het midden der zaal, onder een katafalk, beladen met verwelkte

kransen, rust Don Luiz, de vorige koning van Portugal, die wacht op een

plaatsing in de rijen op de planken, tot zijn zoon zijn plaats heeft

ingenomen. Zulk een schikking heeft door zijn grooten eenvoud iets

indrukwekkends, en al die kisten, die een vorstengeslacht bevatten,

maken veel dieper indruk dan het ijskoude marmer en de massa brons

in de kelders van het Escuriaal. Maar men moet wel protesteeren tegen

de dwaze tentoonstelling van koning Ferdinand, man van Dona Maria II

en grootvader van den tegenwoordigen koning. Het lijk, dat wonderlijk

goed bewaard is gebleven, ligt onder een spiegel, en men doet u op een

stellage klimmen, om beter te kunnen zien en het licht er goed op te

laten vallen, nog wel het licht van een lantaarn. Dat doet denken aan

de Capucijners van Palermo; het is stuitend en een koning onwaardig,

evenzeer als het in strijd is met den eerbied, dien men aan den dood

verplicht is en met de heiligheid van zulk een plaats.

De kerk van dit klooster is een der meest in het oog vallende van

Lissabon, dat er vele heeft, maar weinig mooie; de twee torens worden

al uit de verte gezien, daar ze zich op een der hoogste punten van

de stad verheffen.

Het is een der eigenaardigheden van Lissabon, dat de stad evenals Rome

zeven hooge punten heeft en op zeven heuvelen is gebouwd. Daardoor

zijn er ook veel lage gedeelten, veel steile hellingen en trappen,

zoodat men om de verschillen in hoogte kabelspoorwegen en zelfs

liften heeft moeten invoeren. Een van die ophijschers, naast den

Rocio, met zijn hoog ijzeren geraamte is overal zichtbaar, terwijl

andere, aangeduid door een opschrift op een deur, uitgaan van een

lagere straat, om op geheimzinnige manier door huizen heen naar een

hoogere straat op te stijgen. De Carmostraat en de Garrettstraat in

het midden der stad hebben een helling, waar onze Rue des Martyrs

nog een zwakke en gemakkelijke helling bij vertoont.

Met een zoo geaccidenteerd terrein verwacht men zonderlinge bochten

en straten; maar zoo erg is het niet, want behalve dat de nieuwe stad

gebouwd is naar een modern plan, heeft ook de oude stad, hernieuwd

na de aardbeving, niet die vuile hoeken en lompensteegjes, waar de

romantici van droomen. Het karakter van Lissabon ligt niet in den

ouderdom der stad, maar juist in de golvende terreinen, waarvan het

onverwachte een wanhoop is voor de pas aangekomenen, die zoo iets

niet verwachten.

Op enkele hoogten heeft men een onvergelijkelijk uitzicht, vooral

bij Notre Dame du Mont, van waar men de heele stad kan overzien en

de reede, wat niet weinig wil zeggen; of in den tuin van San Pedro

van Alcantara, boven het station, waar men in de open gedeelten

een wonderschoon uitzicht heeft. Buitendien zijn de parken een der

groote aantrekkelijkheden van Lissabon. De Botanische Tuin heeft iets

babylonisch, met zijn terrassen, waar de altijd bloeiende palmen en

oranjeboomen staan tusschen de onveranderlijk groene planten.

Wat monumenten van bouwkunst betreft, is Lissabon niet rijk. De

kathedraal is een brave, eerlijke kerk uit een dorp; Nossa Senhora da

Estrella van nog al fraaie proporties, heeft een sierlijken koepel,

maar het inwendige is ontsierd door allerlei prullen, en in de profane

gebouwen komt dezelfde armoede aan den dag, want het station, de

Polytechnische School, het Cortespaleis, het Stadhuis en het Museum,

zoo ze de aandacht trekken door hun afmetingen, houden die niet vast,

noch door hun pracht noch door hun originaliteit. Alleen de Nationale

Bibliotheek moet genoemd, waar de honderd duizenden boekdeelen,

waaronder veel oude en van groote waarde, op rijen staan in de cellen

en op de gangen van het oude klooster van den H. Franciscus. Ik heb

in vele ervan gebladerd, ook in de zeldzaamste, en de voorkomendheid

van den heer Moniz, die ze mij liet zien, maakte, dat bijna alle in

het Fransch waren geschreven; hij koos namelijk met oordeel van wat

er op de planken stond, terwijl wij daar wandelden door de kleine,

koele kamers en door de lange gangen, met het bonte schilderwerk op

de geglazuurde platen, de azulejo's.

Ter zake van deze wetenschappelijke richting moeten wij ook melding

maken van het Aardrijkskundig Genootschap, dat een zeer moderne

installatie heeft, en zijn ethnografische, koloniale en landbouwkundige

verzamelingen heeft ondergebracht in ruime, lichte zalen. Die werk-

en lees- en receptiezalen maken van het gebouw een inrichting, die

het land volkomen waardig is, want Portugal heeft voor de wetenschap

der aardrijkskunde het allermeest gedaan.

Een der belangwekkendste gebouwen van de stad is dat voor de

stierengevechten, de Praça dos Touros, met sierlijke bolvormige koepels

gekroond. Daar worden geen buiken opengereten; geen bebloede darmen

teekenen roode vlekken op het zand; maar men ziet er een ridder in het

costuum van Lodewijk XV 's tijd, gezeten op een prachtig andalusisch

paard, die met een bewonderenswaardige handigheid de speer doet

neerdalen. Hij ontwijkt den stier, wiens horens omwikkeld zijn,

komt nader, wijkt terug, doet sprongen en schittert in de zon met

galoppeerende bewegingen, die herinneren aan de stralende cavaliers

van Velasquez. Het is een aardig schouwspel, en na den afloop wordt

er gepraat en worden bezoeken afgelegd tusschen de verschillende loges.

Uit de Praça komend, rijden de deftige rijtuigen en file langs de

Avenida, een prachtige laan, met een monument voor de bevrijders,

die in 1640 de Spanjaarden buiten de deur zetten. Een uur lang wordt

de geheele lengte van de Avenida telkens weer afgereden door de beau

monde; de koningin voorop in het met vier paarden bespannen rijtuig,

voorafgegaan door pikeurs en gevolgd door een gelijksoortig rijtuig,

waarin de eeredame is gezeten, waarna de auto volgt van den infant

Don Alphonso. Deze plechtigheid is een der groote amusementen van

Lissabon.

Des avonds gaat men naar de opera, om muziek te hooren; naar den

schouwburg Dona Amelia, om tooneelwerken te zien opvoeren, waarbij

in beide gevallen rok en décolleté zijn voorgeschreven, of naar

het Gymnase, waar grappige dingetjes worden opgevoerd, het Colysée,

een reuzenzaal en music-hall, en het Casino de Paris, waar men op

lusitanische manier bijeen is. De toeschouwers schijnen zich best te

amuseeren, misschien wel omdat overal veel kinderen worden meegenomen,

vooral meisjes, die onverschrokken luisteren en den indruk maken van

de brutaalste grappen te begrijpen.

Eerst lang na middernacht gaat men slapen, na zich verkwikt te hebben

in de cafés op het Rocio en met rondwandelingetjes in de omstreken. Dan

zwijgt Lissabon en slaapt in; de Procrustus-bedden hebben hun prooi

weer omvat....

Laat ons nu tot ernstiger onderwerpen overgaan. Een beschrijving van

Portugal zou onvolledig wezen, als er alleen van het schilderachtige

sprake was; men zal ook wel eens iets willen hooren van de regeering,

de instellingen, de politieke en administratieve organisatie, de

hulpbronnen van het land en de toekomst, die Portugal het recht heeft

te verwachten.

Uit politiek oogpunt gezien, wordt Portugal bestuurd door een

vertegenwoordigende monarchie, die erfelijk is. Sedert 1640 behoort

de kroon aan het huis van Braganza, en de troonsbestijging van

deze dynastie is het begin geweest van de onafhankelijkheid en de

zelfregeering van het land, dat lange jaren onder het spaansche juk

gebogen had gegaan. Wij zouden de grenzen, die wij ons gesteld hebben

ver te buiten gaan, als wij, ook maar in het kort, den arbeid van het

huis Braganza wilden schetsen. Maar om ons tot de constitutioneele

vorsten te bepalen, willen wij Maria II noemen, de koningin, die goed

was voor de armen en kleinen, en flink in tijden van onlusten, die een

uitstekende moeder was; en dan haar beide zoons, de koningen Pedro V en

Louis I, van wie goedheid de eerste koninklijke deugd schijnt te zijn

geweest. Zij wonnen door hun sympathie met de behoeften van het volk

de harten, en bij de koningin vonden ze den grootsten steun bij het

liefdewerk. In vijftig jaren hebben drie groote volken koninginnen aan

Portugal geleverd, Duitschland de vorstin Stephanie van Hohenzollern,

echtgenoot van Pedro; Italië Maria van Savoye, vrouw van Louis;

en Frankrijk koningin Amelia van Orleans, door Carlos verheven tot

de bekoorlijke en edelmoedige souvereine van zijn volk. En de drie

koninginnen hebben elk op haar beurt de kluisters van het koningschap

afgeworpen, om zich met de zachtheid van het vrouwelijk hart alleen

te wijden aan de werken van liefdadigheid en de instellingen tot

heil van het volk. Die lofwaardige wedstrijd is te opmerkelijk,

om hem niet te vermelden.

Het hoofd van den staat is de koning. De grondwet van 29 April

1836, gewijzigd door de besluiten van 24 Juli 1852 en door een wet

van 3 April 1896, heeft vier machten ingesteld, de wetgevende, de

uitvoerende, de rechterlijke en, wat men noemt, de matigende macht.

De wetgevende macht wordt door de Cortes uitgeoefend, dat is dus door

de Kamer van afgevaardigden en de Eerste Kamer. Die laatste heeft

twee soorten van leden, zij, die rechtens lid zijn als de koning en

zijn broeders op den leeftijd van 25 jaar, de aartsbisschoppen en

bisschoppen, en de leden, voor hun leven door den koning benoemd

ten getale van 90 op zijn hoogst. Die leden moeten minstens

veertig jaar oud zijn en aan de eischen van verkiesbaarheid tot

volksvertegenwoordiger voldoen. Het pairschap, dat der leden van de

Eerste Kamer, is niet vereenigbaar met sommige ambten en wordt zonder

belooning waargenomen. De president en vice-president van de Eerste

Kamer worden door den koning benoemd.

De Kamer der Volksvertegenwoordigers bestaat uit 112 leden, die

rechtstreeks door de kiezers worden verkozen. Om verkiesbaar te zijn,

moet men Portugees wezen van oorsprong, en niet door naturalisatie,

21 jaar oud, gedomiciliëerd in Portugal, ten minste 500 reis aan

belasting betalen en kunnen lezen en schrijven. Er is geen belooning

aan dat mandaat van afgevaardigde verbonden en het is onvereenigbaar

met elke door de regeering betaalde betrekking.

De zittingen van de Cortes worden ieder jaar op den 2den Januari

geopend en duren gewoonlijk drie maanden. De beide Kamers hebben

gelijktijdig zitting. De Eerste Kamer heeft tot taak als hoog

gerechtshof te oordeelen in zake misdaden, begaan door de leden der

koninklijke familie, de ministers en de staatsraden, de pairs en

de afgevaardigden; buitendien moet zij bij den dood van den koning

en als er reden is om een regentschap in te stellen, de Wetgevende

Vergadering bijeenroepen.

Wat de Kamer van afgevaardigden betreft, zij heeft als in Frankrijk het

recht van initiatief bij financiëele aangelegenheden. De stemming over

het budget is inderdaad een der eerste rechten van de Cortes; maar in

het portugeesche Parlement neemt de politiek vaak het grootste deel van

den tijd in beslag; daaronder lijden de discussies en de stemmingen

over de begrooting, en het stelsel der voorloopige twaalfden, dat

bij ons in Frankrijk bloeit, is daar in volle zuidelijke kracht te

bewonderen. Als onze inlichtingen juist zijn, is er in de laatste

jaren geen regelmatige begrooting geweest, en tijdens ons verblijf

te Lissabon was men al aan het veertigste voorloopige twaalfde! Toch

zijn er verdedigers van het stelsel, en de minister van financiën

prees er onlangs de werking van als een hinderpaal voor den aanwas

van credieten en belastingen.

De koning moet de wetten bekrachtigen; hij kan ook de wetsontwerpen,

die hem worden voorgelegd, aannemen of verwerpen; hij moet binnen

dertig dagen zijn beslissing bekend maken. Hij is de man van de

matigende kracht, van het "pouvoir modérateur", dat uitgeoefend

wordt door de benoeming van de pairs, de buitengewone bijeenroeping

der Kamers, de verdaging en de ontbinding der Cortes, de benoeming

en terugroeping der ministers en het recht van gratie. De koning is

niet verantwoordelijk, en is onschendbaar.

De uitvoerende macht heeft tot hoofd den koning, die de Cortes

samenroept, de buitenlandsche politiek regelt, tractaten sluit

behoudens bekrachtiging door de Kamers, oorlog verklaart en vrede

sluit, alle hooge ambtenaren benoemt en magistraten, als ook de

bisschoppen, naturalisaties goedkeurt, en in één woord de opperste

leiding van de regeering in handen heeft.

Er zijn zeven ministers, die van Binnenlandsche Zaken, van Financiën,

Buitenlandsche Zaken, Oorlog, Marine en Koloniën, Justitie, Openbare

Werken, handel en industrie. De ministers behoeven niet noodzakelijk

uit het Parlement te worden gekozen; integendeel worden ze dikwijls

daarbuiten uit de hooge ambtenaren aangewezen. Een portugeesch

minister houdt zich niet in zijn waardigheid gedrapeerd; hij wordt

niet onttrokken aan de blikken door een aureool van een functie,

die trouwens vaak kortstondig is van duur. Men komt de ministers op

elk uur van den dag op straat tegen, op de pleinen en de wandelwegen,

ze zijn burgers als alle andere, praten en lachen en men kan hun de

hand drukken, zonder dat men vermoedt met een minister te doen te

hebben. De Raad van ministers heeft een president aan zijn hoofd,

die zonder portefeuille kan zijn en dan uitsluitend leiding geeft

aan de politiek van het kabinet.

De ministeries zijn alle te vinden rondom de praça do Commercio, het

grootste en mooiste plein der stad, van waar het oog in de verte de

Taag kan onderscheiden en verder de wijde haven tegen de groenende

vlakten van Estramadura en den Palmellaheuvel.

Wat de administratieve organisatie aangaat, en als men het koloniale

bezit ter zijde laat, is Portugal in 21 districten verdeeld, waarvan

17 vallen op het vasteland en vier op de Archipels der Azoren en

der Maderagroep, aangeduid met den naam "aangrenzende eilanden". De

districten worden weer verdeeld in concelho's, en de concelho's in

freguezia's of gemeenten. Aan het hoofd van het district staat de

civiele gouverneur, aan dat van den concelho een administrateur,

die beide door den koning worden benoemd. De gemeente wordt bestuurd

door een regidor, benoemd door den districtsgouverneur, en bijgestaan

door een raad, de junta de parochia, bestaande uit drie of vijf leden,

gekozen voor drie jaren en waarvan een geestelijke voorzitter is.

In Portugal De Aarde en haar Volken, 1908 · 第 1 / 10 段