HET KORTSTE HOOFDSTUK IN DIT BOEK.

Hare moeder was de eerste, die de verandering in Molly’s gestalte

merkte, en ten einde alles voor de buren te verbergen, stak zij haar

zeer dwaas in den hoepelrok, welken zij van Sophia gekregen had.

Natuurlijk had die jonge dame volstrekt niet verondersteld, dat de arme

vrouw zwak genoeg zou zijn om eene harer dochters dat stuk in dien vorm

te laten dragen.

Molly was verrukt met de gelegenheid, die haar nu voor het eerst

gegeven werd, om hare schoonheid op de meest voordeelige wijze te doen

uitkomen; want hoewel zij er nog al van hield zich in den spiegel te

bekijken, zelfs als zij in lompen gehuld was,—en ofschoon zij in dien

tooi het hart van Jones veroverd had,—en misschien ook van enkele

anderen,—dacht zij, dat de bijgevoegde opschik hare bekoorlijkheden

zeer zou verhoogen en hare veroveringen uitbreiden.

Molly dus met den hoepelrok opgeschikt, met eene nieuwe muts met

kanten, en eenige andere sieraden, welke zij van Tom gekregen had, ging

den eerstvolgenden zondag, met den waaijer in de hand, naar de kerk. De

grooten vergissen zich deerlijk, als zij zich verbeelden, dat zij, bij

uitsluiting, bezield zijn met eerzucht en ijdelheid. Deze edele

hoedanigheden bloeijen even weelderig in eene dorpskerk en op een

dorpskerkhof, als in de receptie-zaal of het kabinet.

Inderdaad, er worden soms plannen gesmeed in de kerkeraadskamer, die

een conclave niet onteeren zouden. Daar vindt men een ministerie en

eene oppositie;—daar vindt men mijnen en tegenmijnen, partijen en

factiën, die niet onderdoen voor die, welke men aan het hof ziet.

De vrouwen uit de volksklasse zijn ook niet minder ervaren dan hare

meerderen in stand en vermogen, in de beoefening van al de hoogste

kunsten der vrouw. Men vindt er preutschen en coquettes;—men vindt er

opschik, verliefde lonkjes, valschheid, nijd, kwaadaardigheid,

laster;—in één woord, al wat te huis behoort in de schitterendste

cirkels, of de beschaafdste kringen. Menschen dus uit de groote wereld,

moeten niet meer de onwetendheid hunner minderen verachten, en de

geringen niet meer klagen over de ondeugden der grooten.

Molly had al eenigen tijd op hare plaats gezeten eer zij door hare

buren herkend werd. Toen hoorde men een gefluister onder het geheele

gehoor: „Wie is dat?” dat gevolgd werd, zoodra men haar herkende, door

zooveel gegrijns en gegigchel, gesnap en gelach, onder de vrouwen, dat

de heer Allworthy genoodzaakt werd zijn gezag te doen gelden, ten einde

haar eenige welvoegelijkheid te doen bewaren.

Tom Jones · 第 55 / 340 题