Hij rilde ervan.—

Daarop snelde hij naar het woonvertrek.

„Alles—alles voorbij! En hij”, steunde hij met den blik op het met

bloed bedekte lijk van zijn vader op het tapijt gericht, „hij—wist

het!”

Met een gevoel van nijd in zich rukte hij uit de koude hand van den

doode de nog een of twee kogels bevattende revolver.

Hij plaatste haar stevig tegen de slapen, en bij het knallen van het

schot zonk, over het lijk van zijn vader heen, ook de zoon met

verpletterden schedel op den grond.

Lord Lister No. 0042: Ongewenschte wraak · 第 20 / 22 题