„Dat is sterk!” riep de eerlijke Amerikaan in onvervalscht
Yankee-dialect uit, „het verbaast mij, dat men op het telegraafkantoor
deze depêche heeft aangenomen! Wanneer is het telegram afgezonden?
Juist, om vijf uur! Hebt gij dan in het geheel geen maatregelen
genomen, Mr. Apsley?”
De reeder haalde de schouders op.
„Wie kan gelooven, dat een misdadiger zijn plan van te voren
aankondigt! Ik hield het voor een grap, voor de flauwe aardigheid van
een kennis, die misschien geld wilde komen halen of voor de boosaardige
grap van een mijner beambten, die mij bang wilde maken.
„Hoewel ik er niet aan geloofde, veronderstelde ik, zooals
waarschijnlijk ieder in mijn plaats zou doen, dat, als er iets van aan
was, de inbraak veel later zou plaats hebben en niet zoo onmiddellijk
na het sluiten der kantoren, wanneer de straten nog vol menschen zijn.
„Daarom besloot ik, hoewel ik ervan overtuigd was, dat er niets zou
gebeuren, toch bij uitzondering thuis te blijven.
„Ik ging daarom naar boven, naar de eerste verdieping, waar ik eenige
kamers direct boven de kantoorlokalen heb. Ik heb niet veel vertrekken
noodig, daar ik helaas weduwnaar ben. Daar moest ik ieder geluid
beneden hooren.
„Ik had juist een paar sandwiches, die ik in huis had, gebruikt, en mij
een kop thee ingeschonken; ik kon nog geen half uur boven zijn geweest.
„Hoe weinig waarde ik eigenlijk aan den inhoud van het telegram had
gehecht, bewijst wel het beste de omstandigheid, dat ik mij niet eens
de moeite had gegeven om mijn kast te openen, daar mijn revolver uit te
nemen en die te laden.
„Daar verneem ik plotseling beneden in de kantoorlokalen een geluid,
dat mij bekend voorkomt.
„„Wat is dat?” vraag ik mijzelf af.
„Ik heb een gevoel, alsof men mij op mijn hersens slaat! Voor een
oogenblik verlies ik mijn tegenwoordigheid van geest.—
„Opeens voel ik een koude rilling langs mijn rug.
„Drommels, dat is de brandkast!
„Mijne heeren, de brandkast bevatte—ik ben failliet, ik ben
geruïneerd!—de brandkast bevatte 50,000 pond sterling!
„Ik had de laatste dagen groote betalingen gehad, de derde termijn voor
onze groote stoomboot, enorme leveranties voor onze eigen
scheepstimmerwerven—alleen de hoofdbedragen!
„Wij zijn geruïneerd! Alles, alles heeft die vervloekte schurk, die op
de een of andere wijze van het voorhanden zijn van dit bijzonder groote
bedrag in onze kas heeft geweten, meegesleept.
„Geen penny heeft hij achtergelaten.
„Wat hebben wij aan brandkasten met gepantserde platen, als die
virtuozen op het gebied der inbraakkunst in staat zijn, de beste
fabrikaten geruischloos open te breken, of liever gezegd: open te
smelten?
„Want het is duidelijk, dat hier het slot met behulp van knalgas is
losgesmolten.
„Gij kunt de plaatsen op den vloer zien, waar het gloeiende metaal af
is gedropen en waar het den vloer heeft verbrand!”
„Dat klopt!” riep detective Marholm uit, „maar wat deedt gij verder,
Mr. Apsley, toen gij het knarsende geluid van de deur uwer brandkast
hadt vernomen?”
„Ik keek om mij heen, zoekend naar het een of andere wapen.
„Nu moet ik eerst vertellen, dat ik vroeger jarenlang in Amerika heb
gewoond, onder anderen te San Francisco en in de Westelijke
mijndistricten. Daar werkt men veel met de lasso.
„Ik had dat ook geleerd.
„Toevallig viel mijn blik op het eind sterk koord, dat ik voor mijn
gordijnen had gebruikt.”
De vloo legde bij deze woorden van den reeder het bedoelde eind koord,
dat men van den hals van den inbreker had losgemaakt, op tafel.
Het koord was veel dikker dan men het gewoonlijk voor het ophalen van
gordijnen gebruikt. Het was van een groote lus voorzien en bijzonder
geschikt om als lasso te worden gebruikt.
Lord Lister maakte deze opmerkingen in stilte, toen hij het eind koord
bekeek.
„Ik neem dus het koord in de hand en maak er onwillekeurig een lus in,
zonder er bij te denken, want mijn gedachten waren bij mijn brandkast.
Ik snelde naar beneden en rukte de kantoordeur open.
„Ik zie nog juist, hoe een persoon iets uit het venster naar de
binnenplaats reikt en daarna er zelf uitspringt. Op hetzelfde oogenblik
echter krijg ik een slag op het hoofd en grijpt men mij bij de keel.
„Natuurlijk verdedig ik mij zoo goed ik kan, maar in een ommezien lig
ik op den vloer.
„De kerel laat mij los en wil naar het raam snellen. Juist toen ik
bliksemsnel weer ben opgestaan, springt de misdadiger op de
vensterbank, ik denk aan mijn lasso, slinger die in de hoogte en mik
zoo goed, dat ik den schurk erin vang.
„Ik trek uit al mijn macht, zonder precies te weten wat ik doe, geheel
en al werktuigelijk en de kerel valt als een blok hout van de
vensterbank in de kamer terug.
„Ik houd de lasso nog steeds gespannen. Maar hij beweegt zich niet en
naderbij komend zie ik, dat hij morsdood is!
„Ik had hem, zonder het te willen, met mijn koord gewurgd!
„Verder kan ik niets vertellen.
„Ik telefoneerde onmiddellijk mijn zoon in zijn club, die dan ook heel
spoedig per auto aankwam en wiens schrik en verbazing over hetgeen in
zijn afwezigheid was voorgevallen, ge u kunt voorstellen!
„Het spijt mij, dat die geschiedenis met de lasso is gebeurd!”
„Kom, krijg daarover maar geen grijze haren, Mr. Apsley! Uw lasso was
werkelijk een uitstekende inval!”