beantwoordt zig ligtelyk in deezer voegen, dat de scheeps-timmerman,
na zyne berekening gemaakt te hebben, van het zwaarste hout die
gedeelten maakt, welke onder water zyn, en de hoogere gedeelten van
ligter hout, het welk dit land insgelyks oplevert. Hy zal daar door
het middenpunt van zwaarte van zyn schip des te meer naar de laagte
drukken, en het zal daar door veel minder ballast noodig hebben,
en een grooter ruim uitleveren.
De tweede zwarigheid tegen dit hout is deszelfs al te groote
hardheid. Schoon dit deszelfs deugd bewyst, heeft nogtans deeze
tegenwerping eenigen grond. De werkzaamheden van den scheeps-timmerman
zouden daar door zekerlyk vermeerderd worden, maar daarentegen zoude
het werk van eene groote duurzaamheid en van eene onvergelykelyke
stevigheid zyn.
De derde tegenwerping wordt ontleend van de moeielykheid in het hakken
van dit hout, en de kosten der vervoering. Men beweert, dat dit hout
veel te duur zoude komen te staan. Dit zoude ook in de daad zoo zyn,
indien men het ging haalen uit die landstreeken, die verre van de
Rivieren en Zee-kusten zyn afgelegen; maar men treft het in groote
meenigte aan in de nabyheid van de Rivier Oyapoc, werwaarts de toegang
zeer gemakkelyk is.
De bosschen en binnen-landen van Guiana brengen, behalven verscheidene
zoorten van timmerhout, ook voort Banilje, Salsaparilla, elastieke
gom, Gom Copal, en veele anderen. Men vindt aldaar verschillende
zoorten van natuurlyke speceryen, als kreeften-hout, en de Puchiri,
een zoort van muscaat, de balsem Copaïva, de balsem Peru, de kassia,
de simaruba, de ipecacuanha, de pareira-brava, eene wasch van planten,
zwarte wach, anders bekend onder den naam van wasch van Guadeloupe,
uitmuntende honig, een zeker goed, mieren-nest genaamd, en bestaande
uit een zagt dons, van eene geelachtige kleur, het welk men vindt op
uitloopende bladeren van den Latanus-boom, en dat eene hoedanigheid
bezit verre boven de beste bekende zwam, om het bloed te stelpen;
eindelyk ook hout, om verswaaren van te maken, en een aantal andere
voortbrengzels, die nog geenen naam hebben.
Geheele bosschen van Cacao-boomen groeijen ook natuurlyk in het
binnenste gedeelte des Lands, maar op verre afstanden. Het bevat
ook mynen van dat fraaije rots-kristal, het welk men, onder den naam
van steenen van Cayenne ook wel aan het strand, en aan de oevers van
zommige Rivieren ontmoet.
De eerste voortbrengzels van dit Land waren de Roucou, het Catoen
en de Suiker. De korrel van de laatstgemelde is veel grooter, en
beter gekristalliseerd, dan op de Eilanden. Het catoen is ook van
eene ongemeene fraaiheid, en is altyd in den koophandel veertig
of vyftig guldens op de honderd ponden meer waardig, dan dat van
de Eilanden. Men weet, dat men te Cayenne de Roucou beter, en in
grootere meenigte maakt, dan in alle andere Volkplantingen. Cayenne
was de eerste onder alle Fransche Volkplantingen, alwaar koffy geteeld
werdt. Het is bekend, dat na de Moka-Koffy die van Cayenne de beste
is. Men is altyd in het begrip geweest, dat het eenige overloopers
waren, die, in 't jaar 1721, dezelve van Surinamen, werwaarts zy
gevlucht waren, medebragten, en daar door Vergiffenis van straf
erlangden; zeker Geschiedschryver heeft in 't kort opgegeven, dat dit
eene weldaad was van LA MOTTE AIGRON, die, in 't jaar 1722, middel
wist, om versche koffy-boonen uit deeze Hollandsche Bezitting mede
te brengen, in weerwil van het verbod, om dezelve, nog in de schil
zittende, te mogen uitvoeren. Tien of twaalf jaaren later, plantte
men Cacao, die weelig voortteelde. De Indigo, of liever de plant,
waar van de Indigo voortkoomt, kwam voorheen zeer goed te Cayenne
voort, en dezelve was zeer geacht. "Deeze plant, die de voornaamste
rijkdom der Volkplanting uitmaakt, zegt BARRERE, is zoo sterk in
verval geraakt, en brengt thans zoo weinig op, dat het naauwlyks
der moeite waardig is". Het schynt, dat men de reden daar van in de
plant alleen niet zoeken moet. De Indigo is, volgens DE PREFONTAINE,
(in zyn Maison rustique de Cayenne,) eene den beste aankweekingen in
America, maar ook één van de teederste. 'Er wordt aan de zyde van hem,
die dezelve wil voortteelen, de grootste oplettendheid verëischt,
en misschien ook de beste zoort van grond. "ROUSSEAU, dus vervolgt
dezelfde Schryver, is de eenige, wien het gelukt is, om met voordeel
Indigo te maken. Hy heeft de zyne tot die fraayheid gebragt, dat zy,
die lust hebben om dit vak van landbouw te beoeffenen, daar door
behooren te worden aangemoedigd; en dit wederspreekt de voorgewende
onmogelykheid, als of de inwooners van Cayenne in dit vak niet zouden
kunnen slagen". Nieuwere berigten brengen mede, dat de Indigo op lage
landen zeer wel voortkoomt; maar zy vordert oppassing, zonder welke
alles te gronde gaat.
De Oost-Indische speceryen, en alle de lekkerste vruchten der warme
Landen, groeijen welig in Guiana. Verscheiden komen 'er even goed
voort, als op de Moluksche Eilanden, of op Ceylon. Men kan zig onder
anderen tot bewys beroepen op de beplanting van Nagelboomen, welke men
aantreft op de Plantagie la Gabrielle, den Staat toebehoorende. Deeze
boomen hebben aldaar vrugten voortgebragt, die in hoedanigheid aan
de Oost-Indische gelyk bevonden zyn. De eerste planten zyn van Isle
de France naar Cayenne overgebragt, alwaar zy onder het opzigt van
MAILLERT DU MERLE zyn geplant geworden. In 't jaar 1778 ontfing RAYNAL,
die door de geheele weereld kennis en gemeenschap had, van daar een
tak, waar aan de kruidnagelen gevonden werden. Volgens het berigt
van den Burger LESCAILLIER, hebben de jaaren 1785, 1786 en 1787 deeze
vrucht, telkens met eene jaarlyksche vermeerdering, voortgebragt, tot
dat men in de jaaren 1788 en 1789, op deeze Plantagie la Gabrielle,
verscheiden honderde ponden heeft ingeöogst. By zyn vertrek van Guiana,
in 't jaar 1788, bevondt zig deeze Plantagie in eenen bloeijenden
staat.
Behalven deeze voortbrengzels, de bron van groote rykdommen,
levert de grond der Volkplanting van Cayenne alles op, wat tot
levens-onderhoud van derzelver inwooners noodig is. De tuinen zyn
aldaar vol met moeskruiden, als latuw, kervel, pimpernel, cichorey en
sellery. Men teelt aldaar kleine erweten, komkommers, kampernoeljes,
water-meloenen, die van een lekkeren smaak zyn. De Fransche vrugtboomen
kunnen, wel is waar, zig naar deeze luchtstreek niet voegen, maar
men heeft in derzelver plaats de vrugten van dit Land, als de geele
en witte Ananas, de Papaye, en eenige anderen, die op verschillende
wyzen worden ingelegd. Men weet, dat de citroenen en orange-appelen
aldaar in zoo grooten overvloed zyn, dat men 'er weinig werk van maakt.
Het is veel aangenaamer zyn verblyf te houden op de Plantagiën,
dan te Cayenne zelve. Men heeft aldaar aan niets gebrek, vooral by
de Planters, die eenigzints bemiddeld zyn, en vooral, wanneer 'er
koopvaardy-schepen aankomen. Men houdt doorgaans eene wel voorziene
diergaarde, alwaar men varkens, kalkoenen, eendvogels, duiven en
hoenders aankweekt, die goed zyn om te eeten, wanneer men ze eenigen
tyd met geerst gevoed heeft. Daarënboven heeft men één en zelfs meerder
jagers en visschers, die wild en visch bezorgen: de laatstgemelde is
uitmuntend. Behalven de zoorten, die aan de Eilanden onder den wind
gemeen zyn, leveren de Zee en Rivieren eene meenigte anderen op,
die elders geheel onbekend zyn. De Krabben verschaffen ook een zeer
voornaam levensmiddel. Zy zyn het gewoone voedzel der Indianen, en van
de min gegoede inwooners. Deeze dieren teelen in het onëindige voort,
om dat men de oplettendheid gebruikt van alleen de mannetjes-krabben
te vangen, en de wyfjes te laten, die altyd eene verbaazende meenigte
eijeren in zig hebben.
Onder de water-vogelen telt men de Ganzen, de Eendvogelen, de
Lepelganzen, de Fregat-vogelen, allen goed om te eeten. De land-vogelen
zyn graauwe Patryzen, zoo dik als een Kapoen, en zeer goed van smaak,
schoon een weinig droog; Faisanten, die kleiner, en zoo goed niet zyn,
als in Frankryk; Ringelduiven, Tortelduiven, Merels, Leeuwriken,
Brom-vogeltjes; en eene meenigte andere groote en kleine vogelen,
waar onder men moet rekenen de Papegayen, die zeer talryk zyn, en
eene uitmuntende soep verschaffen.
Men kweekt ook Schapen, Geiten, en verscheiden kudden van Ossen aan. Om
hun goed weiland te bezorgen, steekt men in de maanden Augustus en
September, de Savanen in brand. Deeze landen, dus afgebrand zynde,
doen, in het begin van het regen-saisoen, heerlyk gras uitspruiten. Dus
zyn de ossen en schapen in Guiana van beter smaak, dan op de andere
Eilanden. Men brengt aldaar meel, spek, en allerleye zoorten van
wyn; als mede een groot aantal gewerkte stoffen, die tot kleeding
noodig zyn.
Met zoo veele voordeelen, door de Natuur zelve geschonken, zal
ongetwyffeld de Volkplanting van Fransch Guiana voorspoedig zyn,
wanneer vreedzamere omstandigheden gedogen zullen, dat de Regeering
en byzondere persoonen 'er zig mede bezig houden. Deeze landstreek
maakt eene Volkplanting uit, waar van de Stad Cayenne de hoofdplaats
is. Men weet aldaar van geene in- en uitgaande rechten, waar mede de
koopwaaren bezwaard zouden worden.
EINDE VAN HET VIERDE EN LAATSTE DEEL.
BERICHT VOOR DEN BINDER.
Plaat.
XL. De beruchte GRAMAN-QUACY; te plaatsen tegen over
XLI. De Haay en Zuigervisch
XLII. Kaart van een gedeelte van Fransch Guiana
NOOTEN
[1] Het is een heestergewas of boompje van middelmatige hoogte. Het
brengt één of meer stammen voort van een duim in den omtrek, die zes
of agt voeten hoog groeijen, alvoorens takken te doen uitspruiten. Tot
dat de stammen beginnen takken te schieten, zyn zy over haare geheele
lengte van bladeren voorzien, die zy doorgaans na het vormen der
takken laten vallen.
De stam van dit boompjen is langwerpig rond en grysachtig. De
jonge uitspruitzels hebben eene groene schors met eenige weinige
witte stippen; die van de takken is, in het eerste begin, van eene
fraaije roode kleur naar het bruine hellende, en ouder wordende met
eenige grysächtige lynen geteekend. De bladen groeiën wederkeerig,
en bestaan uit drie of vier reijen van blaadjes zonder steelen, maar
van eene eironde gedaante. Het Quacy-hout is zelden zonder bladeren.
Dit boompje is alleräangenaamst voor het gezicht, uit hoofde van de
meenigte zyner roode bloemen, en de verscheidenheid van kleuren in
deszelfs bladeren. De wortel, het eenige gedeelte van den boom, het
welk gebruikt wordt, is ligt, en geheel van week hout; deszelfs schors
is fyn, grys en knoestig, en op zommige plaatsen als gespleeten. Deeze
wortel is, even als de geheele boom, uittermaten bitter. Men oordeelt
dit hout zeer balsemächtig te wezen, en door zyne bitterheid geschikt,
om zuure stoffen en verrotting te wederstaan. Men bedient 'er zig in
America van tegen de tusschenpoozende, aanhoudende, kwaadäartige,
en rotkoortsen. Men neemt het in als een poeder, en, om des te
beter te werken, als een afkookzel in wyn of water. Het is nog maar
weinige jaaren geleden, dat dit middel in Europa in de Geneeskunde
is ingevoerd. Men bedient zig ook van een aftrekzel van dit hout
in wyn, tegen de jicht, en om de maag te versterken. In één woord,
het Quacy-hout kan het gebrek van de Kina vervullen.
Aanteek. van den Franschen vert.
[2] De koffy wierd in 't 1554. uit Arabië naar Constantinopolen
overgebragt.--Omtrent in het midden van de zestiende eeuw wierd
derzelver gebruik te London ingevoerd; en in 't jaar 1728, plantte
de heer NICOLAAS LAWS de eerste Koffyboon te Jamaica.
Aanteek. van den Schryver.
Men heeft reden te gelooven, dat de Italianen de eerste onder de
Christen volken zyn, by welken deeze beroemde drank is ingevoerd. Zy is
vervolgens voor het jaar 1643 naar Parys overgebragt. 'Er zyn bewyzen,
zegt AUBLET, dat geduurende de regeering van LODEWYK XIII, onder het
kleine Gerechtshof te Parys, gekookte koffy verkogt wierd, onder den
naam van cahové of cahovet. De Turken noemen dezelve cahveh, het welk
koomt van het waord cahoah of cahoueh, waar door de Arabieren dien
drank aanduiden, dien zy het eerst gekend en in gebruik gebragt hebben;
schoon dit Arabisch woord allen drank in 't gemeen beteekent. Het is
waarschynlyk, dat 'er niet zeer veel van verkogt wierd, en dat dit
niet lang geduurd heeft.
Het jaar 1669, in onze Geschiedenis over bekend door het plechtig
Gezandschap van SOLIMAN AGA, die door Sultan MAHOMET IV aan LODEWYK
XIV gezonden wierd, moet gehouden worden voor het waare tydperk van
de eerste invoering van het gemeene gebruik der koffy te Parys. Deeze
Gezant, en zyn gevolg, boden, volgens de gewoonte van hun Land, deezen
drank aan de Hovelingen, en verdere persoonen, die uit beleefdheid
aan den Turkschen Minister een bezoek gaven, waar door veele inwooners
deezer hoofdstad 'er smaak in kregen, en 'er zig aan gewenden.
Aanteek. v. d. Franschen Vertaler.
[3] Alle vrylating is, in de Volkplanting van Surinamen, aan de
volgende bepalingen onderhevig: indien dezelve geschiedt ten voordeele
van een manspersoon, is deeze genoodzaakt de Volkplanting tegen
derzelver binnen- en buitenlandsche vyanden te dienen: de vrygelatene,
van welke kunne die ook zy, kan geen getuigenis geven tegen zynen
ouden meester; en indien hy in de Volkplanting koomt te sterven,
erft zyn voorige meester het vierde gedeelte zyner nalatenschap.
Aanteek. v. d. Schryver.
[4] Daar de laatstgemelde zynen post kortlings heeft nedergelegd,heb ik
het genoegen het Publiek te berigten, dat de Heer FREDERIK, die brave
Officier, waar van ik zoo dikwils gesproken heb, en die, eenigen tyd
bevoorens, onder het krygsvolk der Sociëteit van Surinamen te rug
keerde, in het jaar 1792. tot Gouverneur der Volkplanting benoemd
wierd.
Aanteek. van den Schryver.
[5] Deeze Officiers, welken men steeds als de waare vertegenwoordigers
van de Schotsche Brigade beschouwde, zagen hunne braafheid beloond door
het herstel van deeze oude krygsbende, onder bevel van den Generaal
FRANCIS DUNDAS; en dezelve wierd naar Gibraltar in bezetting gezonden.
Aanteek. van den Schryver.
[6] Haar broeder HENDRIK, die zyne vryheid verkregen had, ondervond
het zelfde lot.
Aanteek. van den Schryver.
[7] Exposé des moyens de mettre en valeur & d'administrer la
Guiane.--Eén Deel in 8vo; met een Kaart: by DUPONT, rue de la Loi.
[8] Dit is geschreven in 't jaar 1786. De hoeveelheid van de
voortbrengzels deezer Volkplanting is tegenwoordig ten minsten
verdubbeld.
[9] De Hollandsche roede is van 12 voeten Rhynlandsche maat, het welk
ten naasten by 11 Fransche voeten. (of 3 metres, 572,) uitmaakt.
[10] De groote verwagting, die men van Fransch Guiana had opgevat, deed
aan het zelve eenigen tyd den naam geven van Middel-lynig Frankryk,
of France Equinoxiale.
[11] De Burger LESCAILLIER ontvouwt dit verschynfel op eene voldoende
wyze, in zyn werk, ten titel voerende: Exposé des moyens de mettre en
valeur, & d'administrer la Guiane, &c. chez Dupont, imprimeur-libraire,
rue de la Loi, Nº. 1231.
[12] PIERRE BARRERE, Correspondent van de Koninglyke Academie der
Wetenschappen te Parys, en Genees-Kruidkundige van den Koning op het
Eiland Cayenne.
[13] ANTOINE BIET, de opperste der Zendelingen, die toen naar Guiana
vertrokken, verhaalt, dat elk der deelgenooten, welken men Seignieurs
associés noemde, het bevel wilde voeren. ROIVILLE lag ziek, toen hy
vermoord wierd. Hy scheen 't lot, het welk hem over het hoofd hing,
te voorzien, en was zeer ontroerd van geest. Den 17 September 1652,
omtrent middernacht, werd BIET door een zeer sterk geraas ontwaakt;
en op het zelfde oogenblik hoorde hy een geroep: Werp dien schurk in de
zee. Willende zien wat 'er gaande was, wierd hy te rug gestooten. Kort
daar op deeden hem de moordenaars by hun komen. Hy beklom de hut, en
schrikte op het zien van het bed van den Generaal, geheel met bloed
besmet, en waar op twee bebloede baijonnetten lagen. Men verklaarde
aan den Zendeling, dat de deelgenooten raadzaam geöordeeld hadden
zig te ontdoen van eenen man, die het voornemen had hen allen van
kant te helpen. BIET ging heen; maar des anderen daags liet men hem
wederkomen, hem aanzeggende, dat hy den dood van den Generaal aan
al het scheepsvolk zoude hebben bekend te maken. De Geestelyke was
'er zeer verlegen mede. Hy besloot echter te gehoorzamen, maar hy
deed zulks, zonder den gepleegden moord te rechtvaardigen.
[14] Men kan niet zonder yzing aan den naam van Kourou denken, zegt
de Burger LESCAILLIER; aan die plaats, alwaar 13000 menschen het leven
lieten, en de slachtöffers werden van een ontwerp, het welk misschien
uitvoerlyk geweest was, indien het met gematigdheid en voorzorge was
aangelegd geweest; alwaar de Staat dertig millioenen aan onkosten
verspilt heeft, met geen ander gevolg, dan dat, deeze ongelukkige
Volkplanting een geruimen tyd haare achting verloren heeft; terwyl men
aan den aart der luchtstreek toeschreef, het geen slechts de misslag
der Regeering, en het gevolg van een verkeerd overleg was. (Exposé
des moyens de mettre en valeur, & d'administrer la Guiane, an VI.)
[15] In de ver af gelegene Binnen-Landen zyn Indianen van eene
verhevene gestalte, en sterk gespierd.
[16] Ik vermeene alhier, ter eere van deeze beide huwelyks
verbintenissen, te moeten herïnneren, dat het geen de Burger
LESCAILLIER gedacht en beproeft heeft, overëenkoomt met den raad,
door RAYNAL gegeven, in zyne Histoire Philosophique des deux Indes,
Liv. XIII. Tom. III. pag. 359. & suiv. Edit. in 4º.
[17] Zie RAYNAL, Livr. XIII. pag. 291. Edit. in 4º.